De religieuze gedrevenheid zit bij bedrijven

null Beeld

Veel Japanners melden zich als vrijwilliger om tsunamislachtoffers te helpen. Bedrijven zijn ook actief. Grote Japanse religieuze organisaties zijn opvallend afwezig. Waarom?

"De religie van de Japanner is werken", zegt Paul Hoshizaki, programmaleider bij de evangelisch-lutherse kerk in Japan. "Het klinkt misschien als een cliché, maar zoals in elk cliché schuilt er veel waarheid in. Zowel de rituelen bij als de gedachten over religie zijn hier over het algemeen zeer dun."

De opmerking van Hoshikazi geldt niet alleen voor de belevingswereld van de individuele Japanner, maar ook voor instituties. De twee grote religies in Japan, het shintoïsme en het boeddhisme, functioneren in het dagelijks leven als bedrijven in spirituele dienstverlening en lijken het niet als hun religieuze plicht te zien in te springen bij de ramp.

Buitenlandse boeddhistische organisaties doen in Japan volop mee met het organiseren van hulp aan de slachtoffers van de aardbeving en de tsunami. En waar gewone Japanners in de rij staan om zich als vrijwilliger aan te melden en de machtige Japanse werkgeversorganisatie zowel Japanse als buitenlandse bedrijven oproept specifieke goederen te sturen, blijven de grote religieuze organisaties opvallend stil.

Bij het shintoïsme heeft het gebrek aan initiatief deels te maken met de organisatiestructuur. De animistische oergodsdienst van Japan heeft geen centraal orgaan, zoals christelijke organisaties. Shintopraktijken zijn per definitie lokale praktijken, met lokale goden, gebruiken en festivals. Bij een vreugdevol moment als een geboorte roept men de diensten van een Shintopriester in en ook bij het bouwen van een huis of het oprichten van een bedrijf verzoekt men in het moderne Japan nog steeds de goden om goede gunsten.

Voor shintopriesters is het goed zakendoen, want hun uurtarief bij zulke speciale gelegenheden is behoorlijk hoog. Er is een overkoepelende associatie van Shintoschrijnen, de Jinja Honcho, maar dat is meer een beheerorganisatie dan een hoofdkwartier waar men religieuze richtlijnen ontwikkelt.

Dat is wel eens anders geweest. Vanaf de Meiji-restauratie, het moment dat Japan zich met het aantreden van keizer Meiji openstelde voor buitenlandse invloeden in de tweede helft van de negentiende eeuw, tot aan de Tweede Wereldoorlog is het shintoïsme voor verregaande politieke propaganda gebruikt, uitmondend in wrede koloniale expansie en de hoogmoed van deelname aan de Tweede Wereldoorlog.

Waar de shintopriesters de vreugdevolle momenten in het leven voor hun rekening nemen, functioneren veel boeddhistische tempels vooral als begrafenisondernemingen. Inkomsten komen ook uit toeristische bezoeken en de verhuur van grond.

Net als het shintoïsme geniet het boeddhisme als erkende religieuze stroming grote belastingvoordelen. In Tohoku, het door de recente natuurrampen getroffen gebied, is vooral het zenboeddhisme sterk vertegenwoordigd. Je zou verwachten dat met name zenboeddhistische organisaties van zich laten horen om de humanitaire noden in het gebied te lenigen. Maar de stroming van de soto-zen, met 14.000 tempels stevig verankerd in Japan en een volkse loot aan de zenstam, doet ondanks haar uitgebreide netwerk niet veel meer dan geld inzamelen.

Er zijn lokale initiatieven van monniken die in het getroffen gebied wonen en die hun tempels openstellen voor het Rode Kruis. Maar het hoofdkwartier van soto in Tokio heeft niet veel meer gedaan dan een gironummer openen. 70 procent van het opgehaalde geld wordt eenvoudigweg doorgesluisd naar het Rode Kruis. De resterende 30 procent wordt voor herbouw van verwoeste tempels gebruikt.

Op internet laken met name niet-Japanse beoefenaars van soto-zen deze gemakzuchtige houding van de rijke en machtige moederorganisatie. 'Geef liever je geld aan Tzu Chi', luidt het advies van een Amerikaanse soto-zenboeddhist.

De boeddhistische organisatie Tzu Chi (Mededogen en Steun) was wel snel ter plekke in het rampgebied met dekens (zelf gefabriceerd van ingezamelde plastic flessen), instant voedsel, water en een troostend gebaar. Tzu Chi heeft wereldwijd vier miljoen donateurs en in zijn thuisbasis Taiwan heeft miljoenen vrijwilligers.

In het kantoor in Tokio, waarvandaan normaliter twee keer per week voedsel uitgedeeld wordt aan de steeds grotere aantallen daklozen in Tokio, staan veel dozen met hulpgoederen klaar.

"De eerste nood is wel gelenigd", vertelt Taiwanees Michael Chuang, "maar we blijven in het gebied. We helpen om de huizen op te bouwen." Trots laat hij zien hoe de boeddhistische organisatie in Indonesië een moskee bouwde na de aardbeving in 2007. Over de drijfveren van de monniken en vrijwilligers van Tzu Chi is Chuang duidelijk: "We willen als een levende boeddha zijn. Hulp bieden is voor ons als het reciteren van een soetra."

Pater Resty Ogsimer, die werkt bij het internationale centrum van de rooms-katholieke kerk in Tokio, vertelt dat Japanners opener lijken te staan tegenover religie dan vroeger. "Je leven in Japan werd vroeger bepaald door je bedrijf, je bloedband en je buurt. Religie speelde alleen een rol binnen deze kaders, bijvoorbeeld bij de aanbidding van het bedrijfsaltaar of bij een shintofestival in de wijk.

"Zo'n festival, waarvan niemand de betekenis nog lijkt te kennen, is vooral een moment om de sociale verbanden in de buurt te bekrachtigen. Maar deze oude verbanden zijn langzaam aan het afbrokkelen: steeds minder bedrijven bieden de baan voor het leven, steeds meer gezinnen vallen uit elkaar en in de buurt kent men elkaar nauwelijks nog. Daardoor staan Japanners nu, heel voorzichtig wat meer open voor andere vormen van religie dan waar ze aan gewend waren, zoals het christendom."

Traditionele religie in Japan lijkt niet vaak in een alomvattende levensvisie te voorzien. De levenshouding van 'de' Japanners, hun rust en discipline zijn eerder het resultaat van een confucianistische moraal dan van een diepgewortelde religieuze overtuiging.

Religieuze gedrevenheid is daardoor in Japan, paradoxaal genoeg, meer te vinden bij bedrijven en seculiere groeperingen dan bij de traditionele Japanse religies.

Begraven druist in tegen het traditionele denken over de dood

De ontstaansmythe van Japan vertelt het verhaal van het godenechtpaar Izanagi en Izanami. Tijdens de schepping stierf de godin Izanami, de eerste dode in Japan.

Haar wederhelft bleef ontroostbaar achter en was vastbesloten om zijn echtgenote terug te halen uit het dodenrijk. Daar aangekomen vond hij haar lichaam rottend op de grond, aangevreten door wormen.

"Wellicht hangt het verhaal over het rottende lichaam van Izanami samen met de Japanse traditie om doden te cremeren", zegt hoogleraar Aziatische religies Paul van der Velde, van de Radboud Universiteit Nijmegen. "Bovendien bestaat in Japan een grote angst voor doden die hun zielerust niet hebben kunnen vinden en blijven rondspoken bij hun nabestaanden."

In Japan is het al eeuwenlang traditie om doden te cremeren. Nu na de tsunami en de aardbevingen, loopt het dodenaantal zo hoog op dat er onvoldoende capaciteit is om alle overledenen te verbranden. Als noodoplossing worden de slachtoffers tijdelijk in een massagraf gelegd. Voor de Japanners is dat een bittere pil.

Begraven druist in tegen het traditionele denken over de dood, dat in Japan grotendeels wordt beïnvloed door een combinatie van boeddhisme en shintoïsme - een animistische religie gekenmerkt door het geloof in natuurgeesten.

"Voor Japanners zijn tradities erg belangrijk", meent Van der Velde. "Veel minder dan in het Westen geven Japanners blijk van individuele expressie. Vaste rituelen scheppen een kader waarin dramatische gebeurtenissen collectief beleefd en verwerkt kunnen worden."

Volgens de Leidse antropoloog Guita Winkel, gespecialiseerd in Japan, vormt het concept van massagraven een groter probleem dan het begraven zelf. "Bij massabegrafenissen is er voor de individuele dode veel minder aandacht dan tijdens een traditioneel uitvaartritueel."

"Het begeleiden van dode zielen is belangrijk. Ze gaan dan niet dolen", vult Van der Velde aan. "De Japanse traditie staat bol van spookverhalen over geesten die zich niet goed behandeld voelden en als demonische wezens hun nabestaanden opjagen."

Toch is cremeren geen cruciale handeling om de geesten tevreden te stellen, relativeert Winkel. "Herdenken is minstens zo belangrijk, en dat kan wel gewoon plaatsvinden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden