De rekensom van liefde en rouw

Ergens in de loop van de evolutie zijn in de bovenkamer de ramen opengegaan. In een serie artikelen schetst Martin van der Laan hoe homo sapiens sapiens de chimpansee achter zich liet. Deel 9: een treurig voordeel.

Het is inmiddels een legendarisch treurverhaal over Tina, een jonge olifant die werd geveld door de kogel van een stroper. Haar familieleden leunden aan weerszijden tegen haar aan om haar overeind te houden, maar ze gleed weg en gaf na een hevige stuiptrekking de geest. ,,Teresia en Trista raakten buiten zichzelf, knielden op de grond en probeerden haar omhoog te krijgen door hun slagtanden onder haar rug en hoofd te wrikken. (...) Ze schopten haar en staken haar met hun slagtanden, en Talulah ging zelfs een slurfvol gras halen en probeerde het in haar mond te proppen.''

Het relaas van olifantenonderzoekster Cynthia Moss wordt nog droeviger: ze strooiden aarde over het lijk en de dieren waren tot middernacht bezig om Tina met takken en struiken te bedekken. Bij vertrek van de kudde de volgende morgen bleef moeder Teresia achter om met de rug naar haar dode dochter toe nog even met de achterpoot aan het lijk te voelen. Toen ging ze de rest maar achterna.

Wij begrijpen dit, net zo goed als we ons kunnen inleven in bavianenmoeder Zandra die haar kind Zephyr dood in het bos vond. Een week later, bij terugkeer op dezelfde plek, klom ze opgewonden in een boomtop om rond te turen en naar Zephyr te roepen.

Kortom, wij hebben rouw en verdriet niet uitgevonden, net zo min als opofferingsgezindheid, liefderijke en verzoenende gebaren of ordinair bedrog en pure hebzucht. Daarom vraagt psycholoog Steven Pinker zich in How the Mind Works af hoe wij, zo diep getekend door de evolutie, in de jaren zestig konden geloven in het ,,honingzoete toekomstvisioen'' van een wereld zonder wantrouwen, jaloezie en manipulatie. All you need is love, ,,een nieuw bewustzijn, dat opkwam als bloemen door het asfalt''.

Over machiavellistische intelligentie ging het in deze serie al eerder. De mens bracht talloze verfijningen en symbolische diepgang aan in het listige spel van geven en nemen, maar de fundamenten van de evolutie bleven zichtbaar. Met menselijk rouwen is het niet anders, zij het dat verdriet om het verlies van een kind of ouder veel langer op ons gezicht te lezen valt dan op dat van Zandra.

Uit oogpunt van onze gezondheid rouwen we vaak te onbedaarlijk. Het immuunsysteem lijdt ernstig mee, bleek na meting bij zowel dier als mens. Verdriet kost levens, het sterftecijfer onder rouwenden stijgt, soms doordat we naar de fles grijpen of onszelf verhongeren. De vruchtbaarheid is evenmin met rouw gediend: de kwaliteit van zaadcellen gaat er meetbaar door achteruit.

Daarom moet er een plus staan tegenover dat ongezonde verdriet, redeneren evolutiepsychologen. Anders is rouw onaangepast gedrag, dat door natuurlijke selectie zou zijn verdwenen. Oscar Wilde gaf een antwoord: als de wereld is opgetrokken uit spijt, is ze gebouwd door handen van liefde. Rouw is de prijs voor gebondenheid, toewijding en liefde, verzekert John Archer in The Nature of Grief. Hij grijpt terug op de hechtingstheorie van kinderpsychiater John Bowlby. Die beschreef bijna een halve eeuw geleden indringend hoe een mensenkind aan moeders hand op weg gaat om nieuwe banden aan te gaan.

Binding voorkomt dat we in een wereld leven van uit-het-hoofd-uit-het-hart, maar in onze hechting zit daardoor een vertragende kracht, die zich tegen verandering verzet. Scheiden betekent onvermijdelijk lijden, getuigt de natuur. Een verdwaald apenjong schreeuwt moord en brand, wat nuttig kan zijn om hem terug te vinden. Lang rouwen om de dood van moeder of kind lijkt minder zinvol, maar er zat volgens Bowlby niet genoeg rek in de evolutie om voor beide trauma's passend gedrag aan te bieden.

Zo betalen wij vreugde met spijt en niet zuinig ook, weet Steven Pinker. ,,Rouw kan alleen effect hebben als het overtuigend en vreselijk is''. Verwoestend soms. Dat illustreren Jeffrey Masson en Susan McCarthy in hun tranentrekker When Elephants Weep met de circuspaarden Ackman en Alle. Ackman stapte onverwacht uit: ,,Alle hinnikte voortdurend. Ze at of sliep nauwelijks meer. Ter afleiding kreeg ze nieuwe huisvesting, nieuwe maatjes en speciaal voedsel. Ze werd onderzocht en medisch verzorgd, voor het geval ze iets onder de leden had. In amper twee maanden kwijnde ze volledig weg en stierf.''

U had toch niet verwacht dat rouw exclusief menselijk is, schamperen sociobiologen. De band met onze naasten -lees: verwanten- heeft een evolutionaire achtergrond, waarbij de toewijding aan je partner, kind, broer of zus een dwingende logica in zich draagt. Zij garandeert betere kansen op het voortbestaan van de eigen genen.

Goed beschouwd hebben we verdriet uit egoïsme, omdat we banden aangaan met verwanten om onze zelfzuchtige genen te dienen. Veel mensen krijgen een sik van de banale wijze waarop de bioloog Richard Dawkins onze gevoelens uitkleedt: dat je verdriet hebt om het verlies van je kind hoort elke sterveling met gezond verstand te begrijpen. Zij vinden de kreet dat ,,in de rouw het geweeklaag van gefrustreerde genen doorklinkt'' een holle frase.

De schrijver Robert Wright probeert in The Moral Animal aan te tonen dat het kille streven naar het voortplanten van je genen niets hoeft af te doen aan vertederende gevoelens of diep verdriet. Wij hebben immers niet lief in opdracht van onze genen, die blazen slechts op de achtergrond hun partij mee.

Ze blijken soms zelfs onzelfzuchtig. Waarom slaakt een grondeekhoorn bij het zien van een roofdier zo'n alarmkreet dat hij zelf gezien is. Laat hij geen eekhoorntjes na, dan lijkt zijn roep evolutionaire zelfmoord. Dat hoeft niet, betoogde de bioloog William Hamilton in de jaren zestig, want als hij zo vier broers of zusters redt, waarvan er gemiddeld twee over datzelfde kamikaze-gen beschikken, dan doet dat gen per saldo goeie zaken. Het redt zijn hachje dubbel, zij het indirect.

VERVOLG OP PAGINA 15

De rekensom van liefde en rouw

Verdriet

VERVOLG VAN PAGINA 13

denk aap!

Daarom hebben wij genen voor broederliefde, in de letterlijke zin van het woord. Wright begrijpt wel: ,,Genen zijn niet helderziend en ze hebben ook geen bewustzijn; ze proberen helemaal niets.'' Maar een gen dat bijdraagt aan goede reproduktieve kansen voor iemand die zelf een kopie van dat gen draagt -een broer, zus of, in mindere mate, een neef of nicht- kan indirect winst boeken.

Indirect, want zo'n minuscuul stukje DNA -niet meer dan wat chemische bouwstenen- bevat niet het uitgeschreven recept voor opofferend gedrag. Genen sturen indirect, door hun invloed op de ontwikkeling van de hersenen. Toch kun je niet om de logica heen dat een gen dat je, via via dus, aanspoort je broer de helft van je vlees te geven beter voor zichzelf opkomt dan een gen dat gebiedt je broer een kwart toe te schuiven en een kwart aan een vreemde, zonder dat gen. Dat laatste altruïsme loont reproductief niet en wordt onvermijdelijk weg geselecteerd.

Vanuit evolutionair perspectief is liefde dus rekenen. Kind, broer, zus en ouders komen eerst, die hebben vijftig procent van hun genen gemeen. Neven en nichten, ooms en tantes zijn tweede keus. Een zotte rekensom, vindt de ouder die geen moment aarzelt om én zijn eigen kind én zijn neefje na te springen in de rivier. Natuurlijk rekenen we niet zo, snapt Wright, maar ,,de natuurlijke selectie heeft de gedaante aangenomen van de gevoelens die wij koesteren, van sympathie, empathie en medeleven.''

En net als achter de zorg van de moeder voor haar kind gaat er een evolutionaire rekensom schuil achter de strijd tussen kinderen onderling. In het belang van eigen kansen dingen zij naar de beste zorg van de ouders. In hun aanwezigheid neigen kinderen ernaar elkaar te beconcurreren en te ruziën. Bij afwezigheid van vader en moeder, als er aan hun niets te verdienen valt, blijken ze vaak zorgzaam voor elkaar.

Op grond van dat verborgen rekenen voorspellen evolutiepsychologen hoe de binding van ouders en kinderen met de leeftijd verandert. En daarmee de hevigheid van rouw als iemand wegvalt. Ze redeneren naar een meedogenloze conclusie toe: ,,Zoals bij de paardenfokker de teleurstelling groter is als een volbloedmerrie de dag voor haar eerste race doodgaat dan wanneer dat op de dag na haar geboorte gebeurt, zal een ouder meer verdriet hebben van de dood van een adolescent dan van een kleuter.''

Het klinkt vreselijk en banaal: een adolescent draagt meer reproduktief potentieel in zich dan een peuter, die eerst nog maar zo oud moet zien te worden. Dat gold dan in vroeger tijden met een grote kindersterfte. Wie waagt zich aan zo'n suggestie tegenover ouders die hun kind onlangs dood in zijn wiegje aantroffen.

Er is trouwens maar bescheiden bewijs voor. In 1989 werd aan Canadese ouders gevraagd zich voor te stellen dat kinderen op verschillende leeftijden zouden overlijden: welke dood was het grootste verlies? Hun 'rouwrapport' werd vergeleken met het voortplantingspatroon 'in de natuur', van het jager-verzamerlaarsvolk de !Kung uit Afrika. Inderdaad: verdriet en rouw lijken heftiger als de bloedverwant in zijn of haar vruchtbare jaren het leven laat.

Psycholoog John Archer twijfelt eraan. ,,Er is geen 'goede leeftijd' voor een kind om te sterven'', meent hij. Archer haalt studies aan onder moeders die een zoon in de oorlog verloren. Ontroostbare moeders: ,,Ik was het die zijn pijntjes wegkuste, die hem leerde van goed en kwaad. Ik was het die hem nog even vasthield, en God elke nacht smeekte, hem te bewaren. Ik was de sullige moeder die hem een kerstboom stuurde in Vietnam en wier hart brak bij de boodschap dat Billy met zijn helikopter was omgekomen. En nu huil ik nog altijd om al die herinneringen, die nooit zullen sterven.'' Een evolutionaire rekensom?, vraagt Archer: alsof de enorme tragiek van zo'n onnodige, onnatuurlijke dood niet telt.

Toch wil hij niet ontkennen dat ouders en kinderen zich in hun wederzijdse zorg een -in de woorden van Wright- 'beleggingsdeskundige' tonen. Belabberde omstandigheden kunnen volgens hem tot het naargeestige scenario leiden dat liefde, zorg en rouw ongelijk worden verdeeld. In armoede hebben vrouwen vaak betere kansen op voortplanting dan mannen. Zorg dan beter voor dochters, beveelt de evolutie moeders aan.

Het is moeilijk te accepteren dat in onze aard dan eenzelfde trek boven komt als in die van rotsratmoeders die bij weinig voedsel hun zonen verwaarlozen. Maar het is volgens Wright juist de kilheid, die dit scenario voor een darwinist geloofwaardig maakt. De kilheid van gedwongen keuzes. Een antropologe constateerde ooit dat moederliefde in Braziliaanse sloppenwijken en bergdorpen maar langzaam groeit. Moeders lijken nauwelijks te rouwen om een kind dat binnen enkele dagen overlijdt. Zij kunnen zich een sterke binding met een pasgeborene niet veroorloven, omdat ze dan zichzelf zouden veroordelen tot een leven vol van verdriet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden