'De regering is niet meer zo blij met ons werk'

BUENOS AIRES - Aan de muren van het kantoor van het Argentijnse Antropologische Team hangen onderscheidingen van internationale mensenrechtenorganisaties. Daarnaast hangen foto's van het team bij opgravingen, in laboratoria en tijdens een training. De foto's zijn in Argentinië, Ethiopië en El Salvador gemaakt. Het specialisme van het team: het identificeren van slachtoffers van politiek geweld.

Volgens initiatiefnemer Alejandro Inchaurregui is dit geen macaber specialisme, maar “bittere noodzaak aangezien talloze regeringen de schendingen van de mensenrechten snel willen vergeten”. Deze 38-jarige antropoloog richtte in april 1984 samen met negen andere toenmalige medestudenten het team op van antropologen, laboranten en medici dat slachtoffers identificeert van de militaire junta, die Argentinië tussen 1976 en 1983 regeerde. Tot nu toe hebben Inchaurregui en zijn collega's meer dan 120 lichamen geïdentificeerd. Vanwege hun deskundigheid die ze gaandeweg opgebouwd hebben, worden hun diensten in talloze landen met een bar verleden gevraagd.

Hun werk begon onder de eerste burgerpresident na de militaire dictatuur, Raou1 Alfonsin. De door hem ingestelde commissie, die het lot moest onderzoeken van de tussen de tien- en dertigduizend door het leger ontvoerde Argentijnen, riep de hulp in van de Amerikaanse deskundige Clyde Collins Snow. Die organiseerde een groep van antropologen en medici, waaruit het huidige team groeide.

Collins Snow, onder de indruk van de wreedheden die aan het licht kwamen, bleef de ploeg begeleiden bij de speurtocht naar massagraven, zelfs nadat de Argentijnse overheid besloot de medewerking aan de opgravingen te stoppen. Met steun van eerst de Amerikaanse Ford Foundation en later ook van Duitse en Zweedse kerken en de Franse Fundation Mitterrand kunnen de specialisten hun werk voortzetten. En nog steeds hebben ze het druk met de identificatie van de zogeheten desaparecidos, de 'verdwenenen'. Inchaurregui: “De slachtoffers liggen veelal begraven onder een kruis met het opschrift N.N. Anderen liggen pal naast het politiebureau of de kazerne in een massagraf. Van degenen die uit vliegtuigen in de rivier Rio de Plata zijn gegooid hebben wij vrijwel geen enkel lichaam kunnen vinden.”

Op dit moment is het Antropologisch Team druk met de identificatie van 290 lijken die een paar weken geleden werden ontdekt in een massagraf naast een politiebureau in Avellaneda, een voorstad van de hoofdstad Buenos Aires.

Een bijna net zo pijnlijk aspect van hun werk was het vaststellen van de identiteit van ruim vijfhonderd kinderen, die in de gevangenissen werden geboren in de tijd dat het leger jacht maakte op elke man of vrouw die er linkse sympathieën op na zou kunnen houden. De kinderen werden meestal onmiddellijk na de geboorte weggenomen en ter adoptie aangeboden, terwijl de moeders werden vermoord. Door hun afkomst te reconstrueren, kunnen ze terug naar hun biologische familie - wat vaak overigens ook niet zonder emotionele kleerscheuren gaat.

Door zijn specialisme zijn de Argentijnse deskundigen de afgelopen jaren te hulp gevraagd in een groot aantal landen voormalige dictaturen, waar ook massagraven werden ontdekt: Uruguay, Chili, Brazilië, Bolivia, Peru, Colombia, Venezuela, El Salvador, Guatemala, Panama, Haïti, Iraaks Koerdistan, Kroatië en Ethiopië. Verder hebben ze in Costa Rica en Zuid-Afrika trainingen verzorgd en nieuwe teams opgeleid.

Inchaurregui: “Wij maken vooral gebruik van DNA-onderzoek en gebitsherkenning. Wij doen de drie stappen van het onderzoek zelf: eerst een vooronderzoek met familieleden, vervolgens het archeologische werk in het veld en daarna het werk in het laboratorium.”

Heeft dit werk nog wel zin in Argentinië, na de amnestiewet die president Carlos Menem vorig jaar decreteerde en die de schuldigen aan de wreedheden van destijds vrijuit laat gaan?

“De Argentijnse overheid zou het liefste zien dat wij vandaag nog met ons werk zouden ophouden. Na de amnestiewet beschouwt de regering de schendingen van de mensenrechten door de militairen als een afgesloten hoofdstuk. Daarom heeft de regering er nu ook geen probleem mee om iemand als marine-officier Alfredo Astiz, die persoonlijk verantwoordelijk is voor het doodfolteren van twee Franse nonnen, te promoveren. Maar de wonden van het verleden in deze samenleving kunnen met zulke straffeloosheid niet helen.”

“Ons werk is voor familieleden van emotioneel belang: ze kunnen de ontvoerde persoon niet dood verklaren totdat ze er zeker van zijn dat er een lichaam is. Bovendien, wij beschikken sinds kort over een uitgebreid datasysteem met informatie van overlevenden van de clandestiene concentratiekampen. Dankzij hun getuigenissen over medegevangenen kunnen wij meer zekerheid hebben over de vraag waar bepaalde desaparecidos gevangen gehouden werden en waar hun lichaam zou kunnen zijn.”

Verbitterd klinkt Inchaurregui niet. Eerder vastberaden: “Ik behoor tot de generatie die destijds veel vrienden verloren heeft. Om ze niet te vergeten wil ik dit werk blijven doen. Het aan elkaar puzzelen van het lot van desaparecidos geeft mij voldoening. Toch kent dit werk ook moeilijke momenten: wanneer wij de identiteit van een lichaam vastgesteld hebben en het vervolgens aan de familieleden en vrienden moeten vertellen.”

Hoe belangrijk het werk van dit team is, bleek in de Salvadoraanse plaats El Mozote, vlakbij de grens met Honduras. Inchaurregui: “De lezing van het Salvadoraanse leger en de regering was dat de 154 lichamen die er gevonden werden, van guerrilleros waren, die waren gesneuveld bij een veldslag met het regeringsleger. Maar uit ons wetenschappelijk onderzoek bleek dat er 133 lichamen van kinderen waren en dat de rest bejaarden en een paar vrouwen waren. Bovendien bleek dat ze in koelen bloede waren vermoord: ze zijn eerst in een kerk gedreven, die is vervolgens tot ontploffing gebracht en wie eruit kwam, werd doodgeschoten.”

“Toen wij er met het onderzoek waren, was er voldoende bewijs om de verantwoordelijke militairen voor het gerechtshof te brengen. Maar helaas, ook in El Salvador - zoals in Argentinië - is het leger onschendbaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden