De regels voor betaalde seks

De voormalige tippelzone aan de Keileweg in Rotterdam. (FOTO ANP)

Probeerde het paarse kabinet het bordeelverbod nog op te heffen, afgelopen week kregen Tweede Kamerleden een nieuwe prostitutiewet op hun bureau. Het huidige kabinet wil strengere maatregelen om misstanden in de seksbranche tegen te gaan. Maar ook over deze nieuwe wet is niet iedereen het eens.

De opheffing van het bordeelverbod is één van de wapenfeiten van de twee paarse kabinetten die tussen 1994 en 2002 regeerden. PvdA, VVD en D66 lieten in die jaren, gebruikmakend van de electorale uitschakeling van het CDA, een liberale wind waaien.

Daarin paste niet dat de overheid zich via de strafwet afkeurend bleef uitspreken over mensen die ervoor kiezen met het verlenen van seksuele diensten in hun levensonderhoud te voorzien. Net zo min als de overheid mensen met de strafwet zou moeten afhouden van de mogelijkheid om te kiezen voor euthanasie. Of homostellen zou moeten blijven verbieden om te trouwen. Dus maakten de paarse partijen gebruik van hun meerderheid om het burgerlijk huwelijk open te stellen voor homoparen, kwam er een nieuwe euthanasieregeling en werd het strafrechtelijk verbod op het exploiteren van een bordeel per 1 oktober 2000 opgeheven. De prostituee en de klant waren al niet strafbaar.

Bordelen werden natuurlijk al heel lang gedoogd. In Amsterdam waren de Wallen zelfs uitgegroeid tot een toeristische trekpleister die in de wereld minstens zo veel bekendheid genoten als de grachten en Rembrandts Nachtwacht in het Rijksmuseum – ook onder mensen die er nog geen seconde aan zouden denken om een bezoek aan een prostituee op te nemen in hun tocht langs de hoofdstedelijke bezienswaardigheden.

Het formeel nog bestaande verbod maakte het voor lokale overheden evenwel lastig om zicht en greep te houden op de gang van zaken in bordelen. Want hoe kun je de exploitant van een bordeel regels voorschrijven over bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden van de prostituees als de broodwinning van de bordeelhouder volgens de wet verboden is?

Met het opheffen van het bordeelverbod wilde het paarse kabinet daarom niet alleen uitdrukken dat de overheid geen moreel oordeel moet vellen over mensen die tegen betaling seks hebben. Met het dichten van het gat tussen wetgeving en praktijk wilde het paarse kabinet ook gemeenten de ruimte geven om de prostitutie deugdelijk te regelen. Sinds de wetswijziging hebben gemeenten de bevoegdheid om in plaatselijke verordeningen allerlei voorschriften op te nemen waaraan (exploitanten van) bordelen moeten voldoen.

Eén ding mogen ze niet: bepalen dat binnen hun grenzen helemaal geen bordeel is toegestaan. De christelijke partijen probeerden die zogenoemde ’nuloptie’ wel nog in het wetsvoorstel opgenomen te krijgen. In de Eerste Kamer was het CDA-woordvoerder Hirsch Ballin die daarover de degens kruiste met de toenmalige minister van justitie, de VVD’er Korthals. Maar die kreeg voldoende steun voor zijn stelling dat als de landelijke wetgever ervoor koos om het verbod op bordelen op te heffen, het niet aan gemeenten was om dat plaatselijk weer in te voeren.

Bij de behandeling van de wet vroegen wel ook voorstanders van opheffing van het bordeelverbod zich al hardop af of er niet extra wetgeving zou moeten volgen om misstanden in de prostitutie beter te kunnen aanpakken. Zo pleitten gemeenten voor een kaderwet waarin alles op het vlak van de prostitutie zou worden geregeld. Korthals vond het echter te vroeg daarvoor. Eerst maar eens de ontwikkelingen afwachten, redeneerde hij.

Die ontwikkelingen wijzen uit dat ondanks de legalisering de prostitutiebranche nog steeds niet hoog scoort als het gaat om de titel netste bedrijfstak van Nederland. Het coalitieakkoord dat CDA, PvdA en ChristenUnie in 2007 sloten, spreekt onomwonden van een ’broeinest van zwartwerken, vrouwenhandel, witwassen en andere vormen van illegaliteit en criminaliteit’. Om misstanden aan te pakken stellen de drie partijen in het akkoord nieuwe regels in het vooruitzicht, evenals extra bescherming en zorg voor prostituees die uit het vak willen stappen.

De huidige ministers Ter Horst (PvdA) van binnenlandse zaken en Hirsch Ballin (CDA) van justitie hebben de aangekondigde aanscherpingen, onder andere strafbaarstelling van klanten van niet geregistreerde prostituees, neergelegd in een wetsvoorstel dat ze deze week naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Aan het wetsvoorstel is een uitgebreide adviesronde vooraf gegaan. En die heeft nogal wat scepsis opgeleverd ten aanzien van de vraag of de aangekondigde aanscherpingen helpen om misstanden als vrouwenhandel en gedwongen prostitutie tegen te gaan.

Zo richten de ministers zich volgens de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op het gebied van wetgeving, met de voorgestelde maatregelen vooral op het extra regelen van wat al geregeld ís. Voor meer grip en zicht op de illegale praktijken die zich in de wereld van de prostitutie afspelen, zorgt het wetsvoorstel volgens de Raad van State niet. In feite zijn de gemeenten met alle vergunningen en registraties die uit de nieuwe wet voortvloeien bezig met het scheppen van een papieren werkelijkheid, aldus het harde oordeel van de Raad, dat overigens door de ministers even stellig wordt bestreden.

De ministers hebben er van afgezien om in hun wetsvoorstel te bepalen dat een prostituee minstens 21 jaar moet zijn. De christelijke fracties CDA, ChristenUnie en SGP, en de PVV hadden daar op aangedrongen. Wie 21 is, is weerbaarder en beter in staat tot een weloverwogen keuze, redeneerden zij. Maar het kabinet houdt de minimumleeftijd op 18, de leeftijd waarop iemand in Nederland meerderjarig is. Dan is iemand oud en wijs genoeg, aldus het kabinet, ook als dat een keuze voor de prostitutie betekent.

De overheid meet zich sinds Paars geen moreel oordeel meer aan over burgers die hun broodwinning zoeken in de prostitutie, maar dat wil niet zeggen dat het als een normaal beroep wordt beschouwd. Zo wordt met prostituees bij het registreren een soort intakegesprek gevoerd waaruit moet blijken dat ze weten waaraan ze beginnen en dat ook geheel vrijwillig doen. Bovendien wordt hun gewezen op mogelijkheden om uit het vak te stappen.

Voor de jurist Hirsch Ballin betekent het wetsvoorstel ook een kleine persoonlijke genoegdoening. Hij haalt alsnog binnen wat hij tien jaar geleden van zijn voorganger Korthals niet gedaan kreeg: van dit kabinet krijgen gemeenten wél de vrijheid om te bepalen dat binnen hun grenzen helemaal geen bordeel is toegestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden