De regels van oorlog met voeten getreden

oorlogsgeweld | interview | Ziekenhuizen in oorlogsgebieden die worden gebombardeerd: het mag niet volgens de Geneefse Conventies maar lijkt vaker voor te komen. Internationaal voorzitter van Artsen zonder Grenzen, Joanne Liu, spreekt van een glijdende schaal.

Hij had zijn linkerarm verloren en was in één oog het zicht kwijtgeraakt. Hij keek mij aan, met zijn rechterhand veegde hij de tranen van zijn gezicht en hij zei: 'Je had ons gezegd dat het een veilige plek was. Wist jij dat ze ons zouden bombarderen?'"

Joanne Liu, internationaal voorzitter van Artsen zonder Grenzen, was eind vorige week kort in Nederland om de jaarlijkse Cleveringa-rede uit te spreken. In de marge daarvan vertelt ze in het Leidse Academiegebouw op zachte toon over de ontmoeting met een Afghaanse medewerker van haar organisatie. Die vond plaats op een herdenkingsbijeenkomst, veertig dagen nadat het ziekenhuis van Kunduz, op 3 oktober 2015, door een Amerikaanse aanval was getroffen. "Het was een heel emotioneel moment. Ik denk niet dat die vraag een verwijt aan mij was. Hij moest hem gewoon stellen. Ik kon alleen maar antwoorden dat ik tot die dag ook had gedacht dat het ziekenhuis veilig was."

Ruim een uur duurde de aanval op het Afghaanse Kunduz Trauma Center. Foto's van voor en na het bombardement laten weinig twijfel over de mate van verwoesting. Opmerkelijk; verschillende bomen aan de rand van het ziekenhuisterrein zijn nauwelijks een haar gekrenkt. Liu: "Het was een precisieaanval."

Het was een gitzwarte dag, zegt de Canadese. Vanwege de doden en gewonden. Vanwege het geschonden vertrouwen. Het ziekenhuis was in 2011 opengegaan, na twee jaar onderhandelen. "Tienduizenden mensen hebben we er behandeld, van alle partijen. Iedereen in de regio wist dat als je ziek was, als je een ongeluk had gehad, dan was dat de plek waar ze voor je zorgden. Het was een veilige haven." Vandaar ook dat ouders die hun kind eigenlijk weer mee naar huis wilden nemen, op 2 oktober het advies volgden van artsen hun dochtertje toch nog één nachtje te laten blijven. Het werd haar dood.

Natuurlijk, in een gebied waar wordt gevochten, weet je dat je nooit helemaal veilig bent, dat er altijd risico's zijn, zegt Liu. "Maar voor ons stopt de oorlog bij de ingang van het ziekenhuis. Dat hebben we zo afgesproken in de Geneefse Conventies. Ook in een oorlog gelden regels. En het is toch ook iets dat iedereen kan invoelen? Als je voor je leven vecht op de intensive care, wil je je toch geen zorgen hoeven maken dat er misschien een bom door het dak vliegt? Iedereen kan zich toch indenken hoe kwetsbaar je dan bent."

Was het een vergissing, zoals de Amerikanen zelf blijven volhouden? Of was het opzet? Hoe het ook zij, de aanval lijkt deel te zijn van een trend, want de aanval op het ziekenhuis in het noordoosten van Afghanistan is bepaald geen uniek geval. Ook in bijvoorbeeld Jemen en Syrië zijn ziekenhuizen, artsen en patiënten (en niet alleen van AzG) onder vuur genomen, door heel verschillende partijen. Zo werd vorige maand in het oosten van Aleppo een kinderziekenhuis gebombardeerd.

Gebeurt het vaker dan voorheen, worden in oorlogen vandaag de dag de 'regels' vaker overtreden? Liu aarzelt in eerste instantie: "Alle oorlogen zijn een ramp. Ze zijn altijd gewelddadig geweest. Het verschil is dat we het nu live kunnen volgen, via allerlei sociale media. Maar een van de basisregels is dat je geen ziekenhuizen aanvalt, geen patiënten, geen medisch personeel. Dat is een rode lijn, waar je niet over heen mag. Dat is een principe dat moet worden gerespecteerd."

Later heeft ze echter toch over dat er sprake is van een 'glijdende schaal'. Niet alleen de Geneefse Conventies staan op de tocht, waarschuwt ze, ook het VN-Vluchtelingenverdrag uit 1951 wordt ondermijnd. "We verliezen basale menselijkheid uit het oog."

Met afschuw ziet ze hoe Europa probeert mensen op de vlucht voor oorlog, armoede, marteling of totalitaire regimes, buiten de deur te houden. Door de grenzen te sluiten of überhaupt te voorkomen dat ze die grenzen bereiken. De in maart met Turkije gesloten deal waarbij is afgesproken dat de Turkse autoriteiten voorkomen dat vluchtelingen en andere migranten de Egeïsche Zee oversteken naar Griekenland in ruil voor miljarden Europese steun, schoot de organisatie dusdanig in het verkeerde keelgat, dat ze inmiddels geld van de EU en haar lidstaten weigert. Liu: "Vluchten voor oorlog is een recht, geen gunst."

De crisis aan de randen van de EU deed AzG al eerder tot een geheel nieuwe vorm van hulpverlening besluiten. Sinds het voorjaar van 2015 heeft de organisatie drie schepen op zee varen die actief op zoek gaan naar die mensen die ondanks alle gevaren toch de oversteek wagen. "We hebben meer dan 45.000 mensen gered, en waarschijnlijk zitten we zelfs dichter bij de 50.000."

Onomstreden is deze hulp bepaald niet, zoals onder meer blijkt uit reacties op het twitteraccount @MSF_Sea, dat aandacht vraagt voor de precaire situatie van mensen op de vlucht en regelmatig benadrukt dat het aantal mensen dat zijn heil zoekt in Europa maar een klein deel is van het totaal aantal mensen in nood. Er is steun voor het werk van AzG, maar ook kritiek: 'Laat ze naar Saudi-Arabië gaan.' En: 'Weten jullie wel wie we hier allemaal mee binnenhalen.'

Zijn Europeanen een stel egoïsten? Voor het eerst in het gesprek verheft Liu haar stem. Op strenge toon: "Ik sta mezelf niet toe dat soort uitspraken te doen." Tegelijkertijd kan ze er niet om heen: "De huidige crisis met vluchtelingen en migranten verdeelt ons enorm. Durven we om mensen te geven of laten we ons leiden door angst, door het idee dat onze veiligheid in gevaar komt? Het uitgangspunt van AzG is heel duidelijk: we verlenen hulp en assistentie aan mensen in nood. Mensen slaan op de vlucht, omdat de situatie ondraaglijk wordt. Je zet je kind niet in een rubberboot als je dacht dat het allemaal nog wel te doen was thuis. Dan neem je dit soort risico's niet."

Een structurele oplossing bieden de acties van AzG uiteindelijk echter ook niet. Liu: "Als humanitaire organisatie moet je accepteren dat je uiteindelijk niet veel meer kunt doen dan pleisters plakken. De oplossing is politiek. We zijn een soort buffer tot er een oplossing is. Daarom praten we met overheden, dat is waarom we ons uitspreken, omdat we politieke oplossingen willen. Helaas praten we voortdurend over mensen in termen van aantallen en statistieken. Daarmee creëer je afstand. Terwijl we de individuen moeten blijven zien."

Wie is Joanne Liu?

Joanne Liu (1965) is een Canadese kinderarts met Chinese wortels uit Quebec. Op haar dertiende las ze een boek over het werk van Artsen zonder Grenzen in Afghanistan en besloot: dat wil ik ook.

In 1996 begon zij als arts bij AzG, haar eerste reis ging naar Mauretanië. Later werkte ze op plekken over de hele wereld. In 2013 werd zij verkozen tot voorzitter van AzG internationaal. Inmiddels is zij bezig met een tweede termijn, een unicum in de geschiedenis van de in 1970 opgerichte organisatie. Het is mede aan haar optreden te danken dat de wereldwijde ebola-uitbraak in 2014 werd bedwongen. Onlangs werd Liu benoemd tot Cleveringa-hoogleraar (2016-2017) aan de Universiteit Leiden, waar zij op 25 november haar oratie uitspraak getiteld 'Whose lives matter?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden