'De redactie vond de familie te lelijk'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Cécile Narinx (44) begon bij het blad Santé. Tegenwoordig is ze hoofdredacteur van het net in Nederland gelanceerde modeblad Harper's Bazaar.

CATRIEN SPIJKERMAN

"In eerste instantie had ik de baan afgewezen. Ik zat nog op de School voor Journalistiek toen Santé jonge, goedkope en kneedbare krachten zocht. 'Dan moet je Cécile hebben', had mijn docent tegen de hoofdredacteur gezegd. Na een tijdje freelancen werd ik uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, waar ik tot grote verbazing van de hoofdredacteur uitlegde dat ik die baan niet wilde. Ik wilde liever verder met mijn studie Nederlands. Na een paar maanden baalde ik zo van mijn studentenkamer - een pijpenla zonder uitzicht, vol met muizen - dat ik mijn vader vroeg of hij me kon helpen een huis te kopen. 'Dat had je gedacht', zei hij, 'dan heb je een vaste baan nodig'. Misschien was die plek bij Santé nog vrij?

Ik kreeg de baan alsnog. Ik maakte interviews met stomaverpleegkundigen, seksuologen, en mensen met de meest afschuwelijke aandoeningen. Ik schreef gidsjes met seksstandjes, en hele dossiers over borsten, billen en benen. Ik mocht ook wel eens een Bekende Nederlander interviewen, zoals Gordon. Die glamourkant - voor zover je van glamour kunt spreken - vond ik het leukst, want over het algemeen lagen de onderwerpen me niet na aan het hart. Ik vond het blad te veel gericht op human interest, tranentrekkers over zieke mensen.

Ik werkte er niet met tegenzin, maar ik dacht wel: als de kans zich voordoet om intern te solliciteren - Santé had dezelfde uitgever als modeblad Elle - dan ben ik hier weg.

Ik leerde de praktijk van het bladenmaken, en de ongeschreven regels die daarbij gelden. Zo kreeg ik de opdracht een verhaal te maken over een heel gezin dat leed aan dezelfde kwaal. Met de Pyttersen Almanak op schoot schreef ik brieven aan patiëntenverenigingen. Uiteindelijk had ik een familie opgespoord - de jackpot, vond ik - waarin vader en drie kinderen allemaal zware astma hadden. Ze woonden in Raamsdonksveer, ik ging erheen met de Interliner, ze hadden een goed verhaal. Toch kreeg ik achteraf ontzettend op mijn falie van de redactie: de familie was te lelijk. Het is een bekende tijdschriftenwet, maar ik vond het ontluisterend te merken dat het echt zo werkt.

Ik leerde ook al snel het grijze gebied kennen tussen journalistiek en commercie. Eén van onze adverteerders was het Productschap Vee en Vlees, ik kreeg van de redactie de opdracht een stuk te maken over hoe goed vlees is voor je gezondheid. Ik vond het verdacht, maar deed het wel. Ik was kneedbaar, hè. Je kunt op de School voor Journalistiek wel denken dat je onafhankelijke journalistiek gaat bedrijven, maar dat houd je in de glossywereld niet lang vol.

Ik heb er tweeënhalf jaar gezeten, maar voor mijn gevoel was het veel langer - ik was zo ongeduldig en ambitieus. Uiteindelijk kreeg ik een tip dat er bij Elle een eindredacteur wegging. 'Ik ben geen eindredacteur', dacht ik, 'maar als het moet, dan word ik het'."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden