De rechtse kerk bestaat niet

In Letter & Geest van 11 mei klaagde Sylvain Ephimenco de multiculturalisten aan: 'Willen ze eindelijk de waarheid onder ogen zien?' Karel Glastra van Loon reageerde in zijn artikel 'De kerk van rechts' (Letter & Geest, 18 mei): 'De anti-multiculti's maken zich schuldig aan precies hetzelfde wat zij hun tegenstrevers zo bitter verwijten: dat zij een zinvolle discussie onmogelijk maken'. Vandaag reageert Leon de Winter: ,,Glastra van Loons 'rechtse kerk', die doof zou zijn voor de uitwassen van de globalisering en die immigranten in getto's zou willen plaatsen, is een fantoom dat hij oproept om het falen van de bestaande linkse bewegingen te verhullen.''

Het linkse Franse blad Le Nouvel Observateur wijdt deze week aan de crisis van links, die inmiddels een pan-Europees verschijnsel is, een paar interessante stukken. Het laat Pierre Rosanvallon aan het woord, hoogleraar politicologie aan het Collège de France, die in de onbegrijpelijkheid van het linkse jargon, en dus van zijn analyses en programma's, het grootste probleem ziet: 'De werkelijkheid verzet zich tegen de traditionele concepten waarmee zij haar probeert te begrijpen.' Het gaat volgens hem om 'het verschil tussen de beleefde werkelijkheid en de gedachte werkelijkheid.'

'De kerk van rechts' heet Karel Glastra van Loons artikel in Letter & Geest van 18 mei. Ofschoon Glastra van Loon een bedreven en gedreven schrijver is, valt het stuk niet bij één lezing te begrijpen. Dat komt omdat hij vele abstracte sprongetjes moet maken om zijn betoog ad absurdum door te voeren. Hij denkt nog steeds vanuit de 'traditionele concepten' die Rosanvallon links verwijt. Om Glastra van Loon te begrijpen, moeten we eerst een opmerking maken over het onoplosbare dilemma in het klassiek-linkse denken.

Sinds in de loop van de negentiende eeuw de ideologische dogma's hun essentiële vormen vonden, wordt het linkse denken verscheurd door een pijnlijke dichotomie: die van de theorie en de praktijk. Het kritische onderzoek van de praktijk van het onbeteugelde, voortwoekerende negentiende-eeuwse kapitalisme leidde tot vele vormen van linkse theorievorming, grofweg het marxisme-leninisme of de kritische theorie genoemd, waarop vervolgens praktische programma's moesten volgen. Soms waren deze programma's realistisch en kon de kloof tussen theorie en praktijk met uitvoerbare plannen, althans op papier, worden gedicht, maar vaker bleef die kloof bestaan omdat de vaak verreikende en uiterst abstracte theorievorming, die in de jaren zestig en zeventig haar hoogtepunt vond, steeds minder greep kreeg op een zich ontwikkelend en door sociale wetgevingen gereguleerd kapitalisme.

In de gapende kloof tussen theorie en praktijk ontstond het 'reëel bestaande socialisme', zoals neomarxisten dat zijn gaan aanduiden, de zich socialistisch noemende politiestaten die niet bij machte waren om op basis van ideële, sociale theorieën een weerbarstige werkelijkheid te veranderen en dus ten prooi vielen aan elites met feodale trekken (van de Sovjet-Unie tot Cuba).

Tussen 1917 en 1989 heeft het socialistische model keer op keer gefaald en werd de marxistische en leninistische theorievorming het alibi voor massaslachtingen die die van Nazi-Duitsland overtreffen. Marxisten, neomarxisten, leninisten en maoïsten hebben hun theorieën nooit ten uitvoer kunnen brengen zonder extreme vormen van repressie. Dat is ook niet verwonderlijk. In de basis van hun theorievorming, ook al wordt daaraan op universiteiten en in de overlegkamers van socialistische partijen sinds de jaren zestig heftig gesleuteld, wordt de mens gereduceerd tot een in economische en mechanische termen denkend wezen; kapitaal en arbeid zijn in hun denken grootheden die per definitie met elkaar op gespannen voet staan en in gevecht zijn om de wereldheerschappij. In dit gevecht is alles geoorloofd en staat de winnaar, door een 'historische' voorbestemming, bij voorbaat vast. De tegenstanders van de linkse theoretici zijn bloeddorstige kapitalisten of mensen die er een vals bewustzijn op na houden. In 2002 vormen Amerika, Globalisering en Israël de drie belangrijkste ikonen van het kwaad dat door links moet worden bestreden.

Het is van belang dat dit vereenvoudigde model van de ideologie van de linkse theoreticus een moment aan de orde komt omdat het stuk van Karel Glastra van Loon zonder kennis van zijn dogma's -hij is een belangrijke ideoloog van de Socialistische Partij, die haar identiteit graag verschuilt achter het pseudoniem SP- in het luchtledige blijft hangen.

Glastra van Loons stuk bestaat uit twee delen. In het eerste deel wil hij aantonen dat Pim Fortuyns gedachtegoed niet consistent is, in het tweede geeft hij drie voorbeelden die laten zien dat 'rechts en de anti-multiculti's evenzeer onderdeel zijn van het probleem'. Wat 'rechts' precies voorstelt en wat het 'probleem' nou eigenlijk is, vergeet hij te definiëren. We moeten aannemen dat hij met 'het probleem' de multiculturele samenleving bedoelt, want al zijn verwijzingen in het eerste deel betreffen asielzoekers en islamitische immigranten.

Als een doorgewinterde linkse exegeet pakt Glastra van Loon Fortuyns innerlijk tegenstrijdige werk aan en concludeert dat het innerlijk tegenstrijdig is. Dat is een makkie. Fortuyn was een intellectuele hofnar, die het primair als zijn taak zag om de vergroeiingen in het Nederlandse politieke bestel aan de kaak te stellen. Daarin is hij met vlag en wimpel geslaagd. De fout die Fortuyn vervolgens maakte was om op basis van zijn vaak zinnige analyses een serieus politiek programma te formuleren. Daarin faalde hij net zo jammerlijk als socialistische ideologen in het verleden; Fortuyn heeft geen consistent programma nagelaten, maar een reeks opstellen en columns, die bij elkaar een broos beeld bieden van een overzichtelijk, veilig en zelfbewust Nederland -een illusie, maar wel een illusie met een enorme emotionele resonans, zoals zijn populariteit aantoont.

Maar daar gaat het Glastra van Loon niet om. Hij roept een nieuwe politieke categorie in het leven: 'de kerk van rechts' waaraan 'harder gebouwd wordt dan ooit'. De linkse kerk is volgens hem sinds 1989 'ernstig in verval geraakt'. Dat is een omschrijving die net doet of het om achterstallig onderhoud gaat. In 1989 ging het reëel bestaande socialisme in Oost-Europa onderuit, en daarmee het socialistische imperialisme dat linkse dictaturen in stand hield. Het proces van 'verval' mondde uit in een ruïne omdat het socialisme geen antwoord had op de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van het kapitalisme-met-een-sociaal-gezicht, dat wel bij machte is gebleken in West-Europa en Noord-Amerika de arbeiders die onder het wilde kapitalisme van de negentiende eeuw hadden geleden, te laten delen in een ongekende economische en sociale welvaart. Het verval van het socialisme was geen natuurverschijnsel en ontstond evenmin onder druk van een agressief vulgair kapitalisme -het klassieke socialisme was een denksysteem dat individuen in categorieën en abstracties perste en daarom onvermijdelijk moest eindigen op de mestvaalt van de geschiedenis.

De angel van Glastra van Loons stuk zit in het tweede deel. Hier ontpopt Glastra van Loon zich als een gelovige die de werkelijkheid niet zonder de bril van zijn dogma's kan bekijken.

Om te bewijzen dat de Nederlandse samenleving door de rechtse kerk wordt beheerst, geeft hij drie voorbeelden 'die de taboes van rechts illustreren'. Hij beweert dat het in Nederland 'welhaast onmogelijk is om een serieus debat te voeren over de neoliberale globalisering en de daarmee gepaard gaande privatisering van wat ooit het publieke domein was'.

Terwijl anti-globalisten als Naomi Klein en José Bové zijn uitgegroeid tot de globale supersterren van het anti-globalisme (dat dezelfde regels kent als de entertainment-industrie) en zich daarmee blootstellen aan verderfeljike Amerikaanse verschijnselen als roem en rijkdom, stelt Glastra van Loon dat een debat over globalisering onmogelijk is. Hij leeft in een andere mediawereld dan ik. Zeer regelmatig komen in de Nederlandse en Europese media woordvoeders van het anti-globalisme aan het woord, ook in media die eigendom zijn van globaal opererende ondernemingen. De neomarxist Marcuse zou dit verschijnsel 'repressieve tolerantie' hebben genoemd, maar dat doet geen afbreuk aan de grote aandacht die de bestrijders van de globalisering mondiaal krijgen. De bijbel van de moderne linkse theorie, 'Empire' van Michael Hardt en Antonio Negri, heeft over de hele wereld, en met name in de burgerlijke pers, van de New York Times tot de Frankfurter Allgemeine, meer aandacht gekregen dan het boek over globalisering van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, een gematigd links-liberale econoom die een analyse van de complicaties van de globalisering niet uit de weg ging. (zie 'Globalization and its Discontents'.)

Het is haast onvermijdelijk dat een linkse gelovige de kwalijke rol van de Verenigde Staten te berde brengt, en Glastra van Loon stelt daarin niet teleur. Dat is zijn tweede voorbeeld over de rechtse taboes. Zijn verontwaardiging over de Amerikaanse 'humanitaire oorlogen', door hem nadrukkelijk tussen aanhalingstekens geplaatst, spat van het papier. Glastra van Loon beklaagt zich over de 'onwaarschijnlijk cynische rol van de VS' maar wil geen anti-Amerikaan genoemd worden.

Wat hij met dit voorbeeld van rechtse taboes in feite bedoelt, maakt hij niet duidelijk, behalve dan dat hij zijn onbehagen over de strijd tegen het wereldterrorisme wil ventileren en tussen de regels door wil suggeren dat Amerika met die strijd een geheime agenda uitvoert waarover in Nederland 'niet serieus gedebatteerd' wordt. Die klacht is een wassen neus. In commentaren in alle Nederlandse kranten worden voortdurend vraagtekens geplaatst bij Amerika's plannen ten aanzien van Irak en de As van het Kwaad, net als in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Maar dat is blijkbaar niet genoeg voor een 'serieus' debat, want daarbij staan voor leden van de SP de conclusies vooraf vast.

Bij de SP zijn noties als het Amerikaanse imperialisme springlevend. Nog steeds bestaat er op basis van socialistische dogma's grote afkeer van de Amerikaanse economische en culturele vitaliteit en weigert men te accepteren dat die over de hele wereld attractiever en effectiever blijkt te zijn dan welk ander model ook. Het is voor orthodoxe socialisten onmogelijk om te aanvaarden dat het ruwe Amerikaanse kapitalisme meer gelijkheid, vrijheid en welvaart heeft gebracht dan alle socialistische samenlevingen bij elkaar. De vertekenende linkse theorie kan niet waarnemen dat de Verenigde Staten al een eeuw lang de enige zekerheid van de mensheid vormen dat 'de vrijheid om te kiezen' in leven blijft -ondanks catastrofale fouten in Vietnam, Chili en elders.

In de lijst met barbaarsheden die Hardt en Negri in 'Empire' opsommen, ontbreken nadrukkelijk de rampen die linkse heersers over de mensheid hebben gebracht. Het is kenmerkend voor het onvermogen van orthodox links om de brede, grillige werkelijkheid zonder het filter van de ideologie te bekijken, en het was dan ook onvermijdelijk dat op basis van hun uiterst verfijnde denkkader opzichtige fouten en misvattingen ontstonden. 'Empire', dat zonder twijfel door de ideologische kaders van de SP tot op de komma precies is geanalyseerd, kreunt onder het jargon dat op de bureaus van linkse denkers in de jaren zestig tot een eigen taal is uitgegroeid en dat nauwelijk nog verband houdt met een door miljarden mensen beleefde werkelijkheid.

Een voorbeeld: ,,De direct maatschappelijke dimensie van de uitbuiting van levende immateriële arbeid toont arbeid ingebed in al die verhoudingen die het maatschappelijke uitmaken, maar tegelijk worden de kritische momenten versneld, waaruit zich, over het gehele systeem van arbeidsvormen verdeeld, de potenties van de ongehoorzaamheid en de revolte ontwikkelen.''

Empire barst van dergelijke onmogelijke zinnen, en toch is het boek uiterst populair bij de demonstranten die bijeenkomsten van het IMF, de Wereldbank en wereldleiders verstoren. De kracht van de Amerikaanse economie en cultuur, noch de effecten van de globalisering, kan met dit jargon worden begrepen.

Denkend in de beste linkse traditie herhaalt Glastra van Loon de vervreemdende dogma's die in 'Empire' in een nieuw jasje worden gehuld. Hij laat geen kans lopen om de mensen die uit zijn op persoonlijk gewin ('Pim Fortuyn kon zich zijn flamboyante levensstijl alleen permitteren...') met verdachtmakingen te overladen. Dat doet hij opzichtig in zijn derde voorbeeld, waarin hij bewoners van 'luxe witte buurten en dorpen' - die volgens hem vreemd genoeg hetzelfde willen als de SP: een actief spreidingsbeleid - van xenofobie beschuldigt.

In zijn artikel probeert Glastra van Loon met kunst en vliegwerk een beeld te schetsen van de taboes van 'de kerk van rechts'. Zijn klaagzang bestaat uit losse flodders gericht op een fenomeen dat door hem met enkele vage verwijzingen wordt opgeroepen maar dat de niet-bevooroordeelde lezer maar niet kan bevatten.

Het lukt Glastra van Loon niet om deze verwarring over de 'kerk van rechts', die een soort conservatieve tegenhanger zou zijn van de linkse kerk, weg te nemen omdat de 'kerk van rechts' niet bestaat. Op de folklore van extreem-rechtse splintergroepjes na, geleid door paljassen die zich de haartooi en het snorretje van de Führer aanmeten, bestaat er in Nederland geen 'rechtse kerk' die doelbewust problemen uit het publieke debat houdt. In het brede spectrum van politieke opvattingen bevindt de VVD zich in het veilige midden, wat ook geldt voor 'rechtse' politici als Wiegel, en wanneer de rookwolken van Fortuyns onnavolgbare show zijn weggetrokken, dan wordt zichtbaar dat zijn LPF weinig meer is dan een beweging die de frustraties van een volmondig geworden kiezersvolk aan Den Haag kenbaar wil maken. Voor zover er bij de LPF van een kerk sprake is, bestaat die ter wijding van Sint Pim.

Zoals de schrijvers van 'Empire' roept Glastra van Loon vijanden op die schimmen blijven en daarom ook niet vatbaar zijn voor bestrijding. De huidige linkse denkers, voortbordurend op de begrippen die in de jaren zestig door intellectuele vrijgestelden aan universiteiten zijn ontwikkeld, blijven zweven in het vacuüm van hun abstracties en blijven jagen op de kapitalistische vijand die in hun analyses verschijnt als de bron van alle kwaad.

Glastra van Loons Nederlandse 'rechtse kerk', die doof zou zijn voor de uitwassen van de globalisering en die immigranten in getto's zou willen plaatsen, is een fantoom dat hij oproept om het falen van de bestaande linkse bewegingen te verhullen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden