De rauwe werkelijkheid achter vermissingen

Gorredijk - Kenneth Damasco heeft zich jarenlang vanuit de politie beziggehouden met vermiste personen. Hij neemt nu afscheid.Beeld Sjaak Verboom

Nederland is in de ban van de vermissing van de Utrechtse Anne Faber. Wat komt er allemaal kijken bij de zoektocht naar een vermiste? De pas afgezwaaide politiechef Kenneth Damasco vertelt.

Oké, eerst even één ding. Over lopende zaken praat hij niet, haast Kenneth Damasco zich te zeggen. Ook niet als ze al jaren spelen. Het ligt, zegt hij, te gevoelig bij de achterblijvers, en ook de privacy van de vermiste zelf is dan in het geding. Vragen naar de geruchtmakendste vermissingszaken waarbij hij betrokken was, blijven dan ook onbeantwoord.

Damasco nam 1 oktober afscheid als chef vermissingen en anonieme doden bij de politie Noord-Nederland, uitgerekend in het weekeinde dat de zaak-Anne Faber ging spelen. De oud-politiechef houdt het dus bij algemeenheden, bij de achtergronden van zijn werk, waar hij tegenaanloopt, en wat vermissingen zo bijzonder maakt.

Netflixwereld

Vermissingen zijn dankbare thema’s voor televisieseries. Hooggehakte dames en knappe mannen lossen binnen een uur elke zaak op. De vermiste keert terug, levend en wel, iedereen valt elkaar huilend in de armen, de aftiteling begint. Damasco kijkt er nooit naar. Als iemand weet hoe ver de Netflixwereld van de echte afstaat, is hij het.

Wel betwijfelt hij of mensen zich dat realiseren als ze zich massaal als vrijwilliger aanmelden om te helpen zoeken, zoals nu, en zoals eerder het geval was bij onder anderen de Amsterdamse wijnhandelaar Gijs Thio of bij de broertjes Ruben en Julian uit Zeist.

Waarom doen mensen dat? Tsja, zegt hij, ze willen graag helpen. Ze willen iets doen, hun steentje bijdragen, erbij zijn, misschien ook wel. Het is tegenwoordig veel gemakkelijker om een grote groep op de been te krijgen dan zeg tien jaar geleden: een oproep die gedeeld wordt via sociale media gaat razendsnel. Complete gezinnen trekken eropuit om te helpen zoeken: kinderen en hond mee. “Maar mensen hebben een bepaald beeld dat niet altijd klopt. Ze zien voor zich dat ze de vermiste vinden, levend en wel. En áls ze er al bij stilstaan dat de vermiste ook overleden kan zijn, denken ze aan een lichaam dat helemaal intact is.”

Met name als er kinderen meegaan is dat laatste iets om goed over na te denken, zegt Damasco. “Stel, je slaat een hoek om en daar hangt een stoffelijk overschot. Dat hangt er al een paar dagen en het is warm. Voor een volwassene is dat al geen prettige aanblik, moet je nagaan wat voor effect dat heeft op een kind. Als je mee gaat zoeken bij een vermissing is er een reële kans dat zoiets gebeurt.”

Een blijvend dilemma

Los van een mogelijk trauma zijn er ook andere nadelen aan particuliere zoekacties. Zo kunnen zoekers onbedoeld sporen vernietigen of uitwissen. “Je kunt je voorstellen dat iemand een papiertje ziet liggen, het aanziet voor zwerfvuil en in de prullenbak gooit. Misschien is dat papiertje wel een aanwijzing! Je weet het niet.”

Moeten vrijwilligers dan maar helemaal niet meer bijspringen? Dat is ook weer te kort door de bocht, zegt de specialist. Want ja, er zijn ook voordelen. Simpel: hoe meer ogen meekijken, hoe groter de kans dat de vermiste wordt gevonden. “Dus ja, grote zoektochten zijn zeker zinvol. En tegelijkertijd groeit dan de kans dat er sporen worden vernield. Het blijft een dilemma.”

Milly Boele

Damasco’s functie bestaat pas sinds 2012; voor die tijd geschiedde onderzoek naar vermissingen tussen de bedrijven door. In 2012 is de aanpak van vermissingen flink aangescherpt – het was de tijd van Milly Boele en Jennefer Oostende. Milly (12) was zes dagen zoek voor ze werd gevonden. De tienjarige Jennefer was 28 uur vermist voor er een Amber Alert uitging. Beide meisjes waren met geweld om het leven gebracht.

Er kwam felle kritiek en er kwam, deels naar Belgisch model, een landelijk team van experts. Ook werd het verplicht gesteld alle urgente vermissingen binnen twee uur te melden. En elke politieregio kreeg een specialist, iemand als Damasco.

Weglopers

Een vermissing is ‘urgent’ bij kinderen onder de twaalf jaar, bij mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen, zoals dementerende ouderen, en bij weglopers uit een instelling of als er mogelijk een misdrijf in het spel is.

Privacy is een heikel punt bij vermissingen, zeker bij deze kwetsbare groep. Want verspreid je onmiddellijk foto, naam en toenaam, dan wordt de vermiste misschien sneller gevonden, maar dan ligt ook een psychische toestand op straat. En die blijft online rondzwerven, ook als de vermiste al lang terecht is. Wacht je te lang, dan kun je weer te laat zijn.

Er zijn meer haken en ogen aan de aanpak van vermissingen. Zo is het, zegt Damasco, lang niet vanzelfsprekend dat er een helikopter komt als daarom wordt gevraagd, zeker in zijn regio: alles boven Zwolle. “We mogen blij zijn als de helikopter komt. En áls het al lukt, draait hij weer om op het moment dat er een roofoverval gepleegd wordt in de Randstad.”

Wat het ingewikkeld maakt: de investering kan ook voor niets zijn. Kort na de vermissing van Ruben en Julian die, naar later bleek, slachtoffer waren geworden van een gezinsdrama, was er in dezelfde regio een jongetje zoek. “Er werd met man en macht gezocht. Duikers, helikopters, alles. Uiteindelijk bleek het kind in een schuur een hut te hebben gebouwd. Daar was hij in slaap gevallen. Maar het wrange is: dat wéét je dus niet van tevoren.”

Kenneth DamascoBeeld Sjaak Verboom

Anonieme doden

Deze zomer bracht ‘RTL Nieuws’, na eigen onderzoek, naar buiten dat de politie steken heeft laten vallen bij de opsporing van vermiste kinderen. De oplossing? Investeren in mensen, opleiding en middelen, zegt Damasco. “Dan zouden het Landelijk Bureau Vermiste Personen en ook de afdelingen Vermiste personen in de eenheden beter kunnen functioneren en doen waarvoor zij zijn opgericht.”

Lang niet alle vermisten halen de media. Politiebureaus en vliegvelden hangen vol foto’s van onbekende gezichten, soms al twintig, dertig jaar vermist. En van anonieme doden, soms al decennia geleden gevonden in een sloot of op een bankje in het park. Natalee Holloway kent iedereen, maar, zegt Damasco: “Elke week worden er alleen al in Nederland een paar honderd meisjes en jonge vrouwen zoals zij vermist. Gelukkig komen de meesten binnen een paar dagen terug. Een deel blijft vermist, daar hoor je meestal weinig van.”

“Het is frustrerend als we het gevoel hebben dat er kansen zijn blijven liggen. Bijvoorbeeld door zulk gedoe met een heli. Soms denk je toch: misschien hadden we hem nog levend kunnen vinden als... Als echt alles uit de kast is gehaald en het is alsnog niet gelukt, dan is het natuurlijk ook jammer. Maar toch voelt dat anders.”

Er zijn vermissingen waaraan misdrijven ten grondslag liggen of ongelukken. Of iemand heeft een eind aan zijn leven gemaakt. En er is de categorie ‘even sigaretten halen’. Die laatste gevallen zijn bijzonder ingewikkeld. Want wanneer zijn groot materieel en de schending van privacy geoorloofd bij een meerderjarige die vrijwillig vertrekt? Is het überhaupt mogelijk om écht te verdwijnen in deze tijd van pinautomaten, cameratoezicht en sociale media?

“Ja hoor”, zegt Damasco. “Stel, je strijkt neer in een dorpje in Frankrijk, werkt daar als dagloner, krijgt je salaris in een envelopje, werkt hard, de mensen kunnen een beroep op je doen en weten niet anders dan dat je bent gekomen als toerist en gebleven omdat je van het land houdt. Je maakt geen gebruik van de voorzieningen van een land, hoeft je nooit ergens te identificeren... als iemand écht onder de radar wil blijven, dan vind je hem niet.”

In België werd al in 1998, na de Dutroux-zaak, een vermissings-eenheid toegevoegd aan de politie. Hoofd van dit team, Alain Remue, schreef er een boek over. ‘Er is één ding erger dan de dood van een kind’, schrijft hij. ‘Het is nog beter dat je kan rouwen dan dat je niet weet wat er met je kind gebeurd is.’

Rouwen

Damasco weet van ouders die elk jaar teruggaan naar de plek waar hun zoon voor het laatst gezien werd, meer dan twintig jaar geleden. Met posters, met foto’s, al hun spaargeld gaat eraan op. “Pas als zij horen dat die jongen dood is, kunnen ze beginnen met rouwen. Er kan een uitvaart komen, iets van afsluiting. Voor die tijd kan dat niet.”

Daarom geeft het ook zo veel voldoening, zegt hij, om onbekende doden, die soms al vele jaren zoek waren, weer een naam te geven, ze te herenigen met hun familie.

Neem die visser wiens schip in 1968 verging boven Schiermonnikoog. “Zijn lichaam was er een van vijf die in 2014 werden opgegraven op het eiland. We kenden de namen van de vermiste vissers en met dna hebben we de identiteit van deze man kunnen vaststellen. De familie heeft later, met toestemming van de burgemeester, het lichaam herbegraven in zijn eigen woonplaats, met een kerkdienst, een steen. Met een naam. De jongste kinderen hadden hun vader niet bewust gekend, de weduwe leefde nog. Het is onvoorstelbaar wat het voor die mensen betekent om hun vader en man na bijna vijftig jaar weer ‘thuis’ te hebben.”

Lees ook: Binnenkort is vervroegd vrijlaten geen automatisme meer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden