De rapper

Een jeugdheld op grote afstand is plotseling beschikbaar voor een interview. Waarom was de rapper jarenlang onbereikbaar ?

Schrijvers Gerwin van der Werf, Maartje Wortel, Elke Geurts, Ingmar Heytze, Ernest van der Kwast, Manon Uphoff en Thomas Heerma van Voss maakten voor Zomertijd een 'sterk verhaal'. Vandaag de laatste a¿evering.

Zolang ik me kan herinneren ben ik ontvankelijk geweest voor heldendom. Als kind keek ik nooit zomaar naar een voetbalwedstrijd, ik koos meteen een favoriete speler uit, van wie ik vervolgens talloze shirtjes verzamelde, zoveel mogelijk posters aanschafte, alle krantenknipsels boven mijn bed plakte.

Op eenzelfde manier vereerde ik later sommige filmregisseurs en muzikanten. Wat al die helden met elkaar gemeen hadden: nooit kwamen ze naar Nederland, nooit zou ik ze te spreken krijgen, en juist daardoor durfde ik vrijelijk te fantaseren over zo'n ontmoeting, over de vertrouwelijke band die ik kon opbouwen met mijn held, in een toekomst die toch niet zou aanbreken.

En toen verscheen er plotseling een held in mijn leven die wel tastbaar werd. Veertien was ik en ik luisterde onophoudelijk naar het werk van één Nederlandse rapper, die zo spitsvondig en overtuigend klonk als ik nog nooit had gehoord. En deze rapper was wel gewoon bereikbaar. Ik zag hem bij concerten, bij signeer- sessies, af en toe liep hij zelfs, zomaar in het wild, door dezelfde straten als ik.

Maar zoals bekend is de ware fan onverzadigbaar. Een paar gesigneerde posters en geslaagde optredens waren niet genoeg, ik wilde een persoonlijke band, nee, een diepgewortelde vriendschap opbouwen met deze Nederlandse rapper - die ik om privacyredenen maar Y zal noemen.

Ik richtte een hiphopblog op en een van de eerste dingen die ik deed was een mail sturen naar Y. Blijkbaar begreep ik toen al dat je er als journalist baat bij kunt hebben flink te bluffen. Ik schreef dat we duizenden bezoekers per week hadden terwijl in werkelijkheid nog niemand van de site gehoord had, en tot mijn verbazing trapten veel artiesten daar in.

Y bleek onbereikbaar. Hij gaf nauwelijks nog concerten en liet zich nooit meer zien op straat. Jaren gingen voorbij, ik interviewde tientallen rappers, iedere paar weken stuurde ik Y een mail - zonder resultaat. Hij woonde niet meer in Nederland, hoorde ik via via. Hij wilde alleen nog in de publiciteit komen als hij een nieuw album zou uitbrengen - en de kans dat dat gebeurde, werd miniem geacht.

En toen, op het moment dat mijn interesse voor hiphopmuziek eigenlijk al aan het verdampen was en nieuwe helden zich opdrongen, kwam er toch ineens een toezegging. Zonder duidelijke aanleiding was daar het bericht: Y wilde best geïnterviewd worden. Op een dinsdagmiddag kon ik hem spreken bij Dauphine, een luxueus restaurant in Amsterdam.

Dit was mijn kans om op te vallen. Om te laten zien waarom ik al die mails had gestuurd, dat ik meer van hem wist dan de doorsnee luisteraar. En dus ging ik erheen met een kladblok vol ongebruikelijke vragen, over zijn thuissituatie, zijn jeugd, de kinderen die hij scheen te hebben.

Toen ik binnenkwam, zat hij achter in het restaurant met een vrouw naast zich. Zijn manager, zijn vriendin? Het was kwart over twee 's middags en er stond een lege fles wijn op tafel. "Het moet een positief stuk worden", zei Y nog voor ik was gaan zitten. "Negatieve publiciteit kan ik niet gebruiken."

Wie wel? Ik ging zitten en stelde mijn eerste vragen, maar die leken allemaal op Y af te ketsen. Hij maakte een extreem verwarde indruk, begon uit het niets een verhaal over zijn debuutalbum en zei toen: "Nou ja, dat doet er nu allemaal niet meer toe. De kernvraag blijft: gaan we over op rood of blijven we bij wit?"

"Rood", zei de vrouw naast hem. "Alsjeblieft, rood."

Y praatte verder, hij had het over 'de kracht van hiphop' en over 'de passie van poëzie'. Het grootste gedeelte van de tijd was er geen touw aan vast te knopen. De taalvirtuositeit uit zijn nummers leek geheel verdwenen, hij liet schijnbaar willekeurige pauzes vallen, en het woord 'respect' kwam in de helft van zijn zinnen voor. Ik kreeg de indruk dat hij vond dat hij al jaren te weinig respect kreeg, misschien zag hij zijn hele bestaan als een groot tekort aan respect.

De vrouw nam grote slokken wijn. Wanneer ze lachte, werd een geelrood gebit zichtbaar, en soms schudde ze haar hoofd midden in Y's verhaal. Het praten liet ze aan Y over. En hoe meer die zei, hoe teleurgestelder ik raakte. Was dit nou mijn jeugdheld? Deze onsamenhangend ratelende man die geen moment leek te luisteren naar wat ik vroeg?

Tijdens een van zijn verhalen - de tweede fles wijn was inmiddels leeg - stond de vrouw op en liep bij de tafel vandaan. Ik dacht: die gaat naar de wc, of ze bestelt nog een fles wijn, maar ze kwam helemaal niet meer terug, en na deze ontmoeting heb ik haar nooit meer gezien.

Toen ik voor de derde keer vroeg naar Y's gezinssituatie, kwam hij overeind, met plotseling iets driftigs in zijn motoriek. "Kom mee", zei hij. "Ik ga je iets laten zien."

Buiten ging hij achter het stuur zitten van een ruime, sjofele Volvo. Aarzelend voegde ik me naast hem. Zonder iets te zeggen en in razend tempo reed hij de snelweg op. Toen sloeg hij abrupt een buitenwijk in, en halverwege de zoveelste straat vol identieke rijtjeshuizen drukte hij op de rem. Hij wees door de voorruit. "Als jij meer wilt weten over mijn leven, in zo'n huis ben ik opgegroeid. En daar woon ik sinds kort weer. Met mijn drie dochters. Ze willen niet meer bij hun moeder wonen, daar hadden ze helemaal genoeg van. Nee, ze wilden bij papa zijn."

Hij knikte geestdriftig bij zijn eigen woorden, en even leek alles in die ene zin te zitten: zijn afwezigheid van de laatste jaren, zijn trots, ik kreeg de indruk dat dit nu was waar zijn leven om draaide.

Na afloop berichtte ik meerdere vrienden over mijn ontmoeting met Y Ik schreef ze allemaal hoe speciaal mijn ontmoeting was geweest en dat hij 'toch een held was', een citaat dat ik ook in mijn stuk verwerkte. Het ongemak van onze ontmoeting liet ik geheel achterwege, misschien uit angst voor repercussies voor zijn label, misschien omdat ik zo graag in hem wilde geloven.

Weken gingen voorbij, er kwamen nauwelijks reacties op het stuk. En hoe langer het online stond, hoe moeilijker ik het vond om hem nog net zo speciaal te vinden als voor onze ontmoeting. Meer en meer werd me duidelijk dat de rapper die ik in gedachten zo lang had bewonderd, in geen enkel opzicht leek op de werkelijk versie van hem; mijn jeugdheld was een verwarde huisvader geworden, misschien was hij dat wel altijd geweest.

Toen kwam er een mail binnen, geschreven door ene Petra. Ik las je artikel over Y. Hij heeft je belangrijke dingen verteld die niet kloppen. Zo zijn zijn kinderen niet zomaar naar hem toe gegaan, maar omdat hij hen veelvuldig bedreigd heeft. Ook hun moeder heeft hij bedreigd - en dat niet alleen, ze is bij hem weggevlucht vanwege huiselijk geweld, waar hij nog steeds niet vies van is. Ik kan het weten, want die moeder, dat ben ik. Graag zou ik met u afspreken om uw stuk te rectificeren.

Allerlei vragen doemden op, waarom ze pas zo laat in het bericht onthulde dat zij de ex van Y is, of ze niet begreep dat het interview zijn verhaal was. Natuurlijk had ik het om die laatste reden ook gewoon kunnen weigeren, maar mijn nieuwsgierigheid overwon. En dus sprak ik, in een Amsterdams café, af met de ex van Y. Ze zag er veel jonger uit dan ik verwacht had, ongeveer zo oud als ik - op welke leeftijd had ze die kinderen dan gekregen?

Voorzichtig informeerde ik naar haar geboortejaar, en waar ze Y van kende, of ze enig bewijs had voor haar verhaal.

Ze keek me wantrouwend aan. Toen leunde ze iets naar voren: "Kun jij bewijzen dat je Thomas bent?"

Er viel een lange stilte. Daarna werd het gesprek alleen maar vreemder. Ze herhaalde voortdurend wat ze in haar mail had gezegd, vooral hoezeer mijn jeugdheld 'niet vies' was van huiselijk geweld. Toen ze doorkreeg dat ik daar nauwelijks op reageerde, begon ze hem allerlei andere verwijten ze maken, dat hij 'een chronisch tekort' heeft aan waardering voor anderen, dat hij 'een beetje ziek in zijn hoofd' is, dat hij 'nu met een erkende alcoholiste' haar kinderen opvoedt. Ik knikte af en toe, nam haastige slokjes van mijn ijsthee en besloot toen te vertrekken.

"Je gaat hier niets over schrijven, hè?" zei ze, met ineens iets verdrietigs in haar stem. "Geen rectificatie, niets."

Ik mompelde dat ik met alleen maar aantijgingen niets kon, maar dat ik dit verhaal wel in mijn achterhoofd zou houden, wie weet paste het nog ergens bij. In werkelijkheid wisten we allebei al dat ik er nooit over zou schrijven. Tot vandaag heb ik er niet eens iemand over verteld, zelfs mijn vrienden niet. Ik stuurde ze geen berichten, ik repte met geen woord meer over mijn Nederlandse hiphopjeugdheld.

Niet veel later verscheen het bericht dat de huidige vriendin van Y was opgepakt, omdat ze in een Amsterdamse nachtclub twee vriendinnen had neergestoken die haar geld schuldig waren.

Y zelf onthield zich van commentaar. Onlangs, toen ik terug was in mijn ouderlijk huis, staarde ik langdurig naar de posters die hij ooit voor me gesigneerd had. Ik probeerde te zien wat ik vroeger zag, een overtuigende rapper die ik niet persoonlijk kende, die ik nooit had ontmoet en van wie ik niets persoonlijks wist.

De illustrator

Studenten van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam illustreren dit jaar de zomerserie van Tijd. Robin van der Schoot (1992), alias Nobirs, had al meteen een beeld in zijn hoofd toen hij een deel van het verhaal van Thomas Heerma van Voss onder zijn neus geschoven kreeg. "Ik zag een ongeïnteresseerd iemand voor me. Onderuitgezakt op de bank met een bezopen vrouw naast zich." De cover moest een vraag oproepen, want 'een rapper op de voorpagina is zo'n cliché', vindt Robin. Vier avonden en nachten werkte hij aan zijn schilderij, ging in de weer met kwasten, acrylverf en een piepklein beetje photoshop. "Ik wil mezelf herkennen in wat ik maak. Dat is voor de lezer denk ik ook interessanter." www.nobirs.tumblr.com

De auteur

Thomas Heerma van Voss (1990, Amsterdam) studeerde Engels in Londen en Nederlands in Amsterdam. Hij debuteerde in 2009 met 'De Allestafel'. Vier jaar later verscheen zijn tweede roman: 'Stern'. Vorig jaar kwam de verhalenbundel 'De derde persoon' uit. Met zijn broer Daan schreef hij de thriller 'Ultimatum', die in mei verscheen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden