De Rand Club in Johannesburg: voorheen exclusief voor rijke witte mannen, nu voor alle Zuid-Afrikanen

Alicia Thompson, vicevoorzitter van de Rand Club in Johannesburg, voor het portret van Nelson Mandela. Beeld Bram Lammers

Nu is iederéén welkom in de sociëteit die oorspronkelijk alleen voor witte mannen was. De Rand Club in het centrum Johannesburg werd in 1887 gesticht door steenrijke mijnbaronnen. Begin deze eeuw leek sluiting onafwendbaar. Uitgerekend een gekleurde vrouw blaast het grote gebouw nieuw leven in.

Advocaat Chris MacRoberts (31) draagt zijn kilt met trots. Hij is een boomlange vent en staat tussen negen grote ronde dinertafels in de balzaal van de Rand Club in het centrum van Johannesburg doedelzak te spelen. Zweetdruppels parelen op zijn voorhoofd. Maar hij geniet zichtbaar van de avond in de sociëteit ter ere van de achttiende-eeuwse Schotse poëet Robert Burns. “Ik heb Schotse voorvaderen”, legt hij uit. “Veel mensen in de Rand Club trouwens. In de hoogtijdagen van de goudmijnen kwamen er veel Schotse mijnwerkers als arbeidsmigranten naar Johannesburg.”

De Rand Club verrees echter niet voor die arbeiders. Het waren machtige mijnbaronnen als Cecil Rhodes die de herensociëteit in 1887 stichtten, één jaar na het ontstaan van de stad Johannesburg. De meesten van hen waren exorbitant rijk geworden in de diamantmijnen van Kimberley, een paar honderd kilometer naar het zuidwesten. Toen onder wat nu Johannesburg heet de grootste goudader ter wereld werd ontdekt, doken Rhodes en de zijnen daar bovenop. En zij hoopten zich in de Rand Club als rijken onder elkaar in alle rust te kunnen vermaken.

Het huidige clubhuis verrees in 1904: een Victoriaans paleis van vijf verdiepingen dat een half stadsblok omvat. Wie binnenkomt, slaat linksaf de bar in (met een teakhouten, 31 meter lange toog, de langste in Afrika) of gaat rechts de machtige trappengalerij op. De grandeur – koperen leuningen, rode loper op de treden, twaalf massieve pilaren, koepel in het hoge dak, pianomuziek op de achtergrond – contrasteert scherp met het vervallen, betonnen centrum van Johannesburg buiten.

“Kijk, hier naast de hoofdbar is nog een kleine tweede ruimte”, zegt Alicia Thompson. Ze is vicevoorzitter van de Rand Club en verzorgt een rondleiding. “Die heet de Tommy-bar en heeft een eigen toegangsdeur naar de straat.” Ze lacht. “Vrouwen waren tot in de jaren negentig niet welkom in het clubhuis. Maar de heren konden natuurlijk niet zonder. Dus zochten zij naar een oplossing. Door de directe toegang vanaf de straat betraden de vrouwen de Tommy-bar niet via de hoofdingang en kwamen zij technisch gezien niet in de club. Daardoor konden de mannen hier wél dames ontvangen.”

De Rand Club was tot een jaar of 25 geleden dus een sociëteit exclusief voor heren. Witte heren welteverstaan. Want tijdens de koloniale tijd en de apartheid mochten ook zwarte Zuid-Afrikanen geen lid worden. Dat veranderde nadat Nelson Mandela president van het land werd en de apartheidswetten die zwarte Zuid-Afrikanen als tweederangsburgers hadden weggezet werden afgeschaft. Ook de Rand Club moest wel mee in het nieuwe multiraciale Zuid-Afrika.

Centrum in verval

Het centrum van Johannesburg was tijdens de apartheid een gebied geweest waar zwarte Zuid-Afrikanen alleen mochten komen als zij met een pasje konden aantonen dat ze daar waren voor werk. Zij woonden in de voor hen bestemde townships aan de randen van Johannesburg. Maar zodra ook die woonbeperkingen na de val van de apartheid vervielen, trokken massa’s zwarte Zuid-Afrikanen in de jaren negentig vanuit de townships naar het economische stadshart.

Er ontstond overbevolking in het centrum. Veel witte stadsbewoners vluchtten weg naar de buitenwijken. Het verval van de binnenstad zette in, de criminaliteit nam toe. Johannesburg-centrum kwam rond de eeuwwisseling bekend te staan als ‘moordhoofdstad van de wereld’. Veel bedrijven trokken weg, naar wat nu het hypermoderne en steenrijke zakencentrum Sandton is.

De trappengalerij in de Rand Club in Johannesburg. Beeld Bram Lammers

Het verval had uiteraard ook zijn weerslag op de Rand Club. Na een grote brand in 2005 twijfelde het bestuur al serieus of het pand moest worden opgeknapt of dat het beter zou zijn de club gewoon maar te verplaatsen. In 2015 sloot de sociëteit zelfs tijdelijk haar deuren vanwege geldgebrek. MacRoberts zat toen in het clubbestuur, vertelt hij terwijl hij uitpuft van zijn doedelzakoptreden en bier in een traditionele koperen mok schenkt. “Gelukkig is de interesse in de club de laatste jaren weer groeiende. Dat geeft weer wat meer financiële zekerheid.”

Het probleem was dat veel leden van de club, door het wegtrekken van hun bedrijven uit het centrum, niet meer in de buurt werkten. En ze woonden al langer niet meer in de binnenstad. Even bij de Rand Club langsgaan om te lunchen of aan het eind van de middag een borrel te drinken was er niet meer bij. Ja, zelfs ‘s avonds bij de club langsgaan werd lastig: veel mensen durfden na het vallen van de schemering het stadscentrum niet meer in.

Er moest iets veranderen. Alicia Thompson was een van de leden die het voortouw nam. Het clubhuis werd opgeknapt en moest vaker worden verhuurd als locatie voor bedrijfsbijeenkomsten, fotoshoots en luxe bruiloften. Een paar ruimtes in het reusachtige pand worden inmiddels zelfs permanent verhuurd aan bij de club passende ondernemers, zoals een vooraanstaande modeontwerper en een gerenommeerde antiquair.

Om de historisch roemruchtige Rand Club in de eenentwintigste eeuw opnieuw aansprekend te maken, moest bovendien zijn stoffige, bejaarde, conservatieve en witmannelijke imago worden afgeschud. En ook daarin bleek Alicia Thompson als uithangbord ideaal: ze is 47, heeft een eigen bedrijf (een schoonheidssalon), is vrouw en draagt, als klap op de vuurpijl, haar afro-kapsel met trots. Als geen ander verbeeldt zij de nieuwe frisheid en diversiteit die de Rand Club wil omarmen.

De koloniale geschiedenis van de club was voor haar, als donkere Zuid-Afrikaan, geen belemmering om lid te worden. Integendeel. “Ik groeide op in Johannesburg”, zegt ze. “In de jaren negentig liep ik vaak langs dit gebouw. Ik zag dan peperdure auto’s geparkeerd staan en alleen maar witte mannen naar binnen lopen. Ik had geen idee wat zich hier afspeelde, maar juist dat fascineerde me.”

Koloniale beelden

“Toen ik hier in 2010 als gast op een bruiloft voor het eerst binnenkwam en een kennis me uitnodigde lid te worden, was ik meteen enthousiast. Ik wilde ook onmiddellijk een actief lid worden. Ik besefte dat ik zo de kans zou hebben deze koloniale plek ook eindelijk míjn plek te maken. Dit nieuwe Zuid-Afrika is nu immers ook echt míjn land als zwarte vrouw. Johannesburg is ook míjn stad. Dus wist ik dat de Rand Club ook míjn club kon worden.”

Chris MacRoberts speelt doedelzak in de balzaal van de Rand Club in Johannesburg tijdens de avond ter ere van de achttiende-eeuwse Schotse po'et Robert Burns. Alicia Thompson (links, in zwarte jurk), vicevoorzitter van de Rand Club, danst mee. Beeld Bram Lammers
De trappengalerij in de Rand Club in Johannesburg. Beeld Bram Lammers

Dat ze de voor haar soms pijnlijke koloniale, racistische geschiedenis een plek wil blijven geven in de Rand Club druist radicaal in tegen de huidige trend in Zuid-Afrika. In 2015 eisten duizenden studenten in het land tijdens de #RhodesMustFall-protesten nog juist dat alle koloniale standbeelden uit de publieke ruimte zouden verdwijnen. “Maar dat je historische objecten bewaart, wil niet zeggen dat je de geschiedenis die zij symboliseren goedkeurt”, nuanceert Thompson.

Wel is er in de Rand Club een keurige historische balans aangebracht. Het portret van de Britse koning Elizabeth verschoof bijvoorbeeld van pal boven de trappengalerij naar een zijportaal. Mandela neemt nu die ereplek in. Beelden van de zwarte Nobelprijswinnaar Albert Luthuli (links), de witte mijnmagnaat Ernest Oppenheimer en de Afrikaner president Paul Kruger (beiden rechts) flankeren de ingang van de bar. Er is een Oppenheimerzaal op de tweede verdieping, maar die bevindt zich naast de Mvela-zaal – vernoemd naar Mvela-phanda, het bedrijfsimperium van Tokyo Sexwale, een van de rijkste zwarte zakenmannen in Zuid-Afrika.

En ja, op de derde verdieping staat inderdaad een beeld van Rhodes. Maar op de eerste verdieping evengoed eentje van Mahatma Gandhi. Die woonde begin twintigste eeuw in Zuid-Afrika en had als advocaat zijn kantoor om de hoek van de Rand Club.

“Tokyo Sexwale en de huidige president Cyril Ramaphosa waren twee van de allereerste zwarte leden in de jaren negentig”, zegt Thompson trots. “Maar toch groeit vooral onder onze nieuwste en jongere leden de diversiteit pas echt snel. Je ziet daarin de groei van de zwarte middenklasse na de apartheid weerspiegeld. Er zijn veel extra vrouwen lid geworden, meer zwarte ondernemers, academici, kunstenaars. En dat het gebouw zo mooi is opgeknapt komt doordat we bijvoorbeeld ook een architect als lid hebben. Hij overziet de renovatie van het pand.”

Toch heeft op de Schotse Burns-avond nog veruit de meerderheid een witte huidskleur. Wel is de gemiddelde leeftijd inderdaad relatief laag. Aan de vriendentafel van Travers Cape (36) en Kenan Germaner (35) is zelfs iedereen onder de veertig. Dat het gebruik van mobiele telefoons in de club niet op prijs wordt gesteld, lijkt hen weinig te deren. Ze appen er tijdens de Burns-voordrachten en toespraken, onder het genot van grote bellen Schotse whisky, vrolijk op los.

“Toen ik zeven jaar geleden lid werd, waren er bijna alleen oude leden”, geeft accountant Cape toe. “Maar je ziet de club veranderen.” Germaner knikt. Hij is een zwaargebouwde kerel met een donker tweedagenbaardje en eigenaar van een meubelfabriek, een tegenpool van de iele, blonde, bebrilde Cape. “En op dezelfde manier zien we gelukkig ook het stadscentrum rond de club veranderen”, zegt hij. “De overheid investeert eindelijk in de binnenstad. Ze probeert de straten weer veilig te maken. En veel vervallen gebouwen zijn recent opgekocht door projectontwikkelaars, met de belofte ze in hun oude glorie te herstellen. De Rand Club heeft in dat kader echt het goede voorbeeld gegeven.”

De bibliotheek van de Rand Club in Johannesburg. Beeld Bram Lammers

Hipsters

Inmiddels zijn er weer zo’n vijfhonderd leden die het opgeknapte clubhuis frequent bezoeken. Daarnaast zijn er ook sponsors en leden op afstand. De boekingen voor bruiloften en partijen stromen sinds 2016 in steeds grotere aantallen binnen.

Op de tweede verdieping wijst Thompson op de oude landkaarten, portretten, vergeelde stadsfoto’s en ingelijste krantenpagina’s uit begin twintigste eeuw met koppen over de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog. Eén wand is geheel ingericht om de eerste algemene verkiezingen van 1994 te memoreren, inclusief foto van een kersverse president Mandela.

“Mensen zeggen weleens: als de muren zouden kunnen praten...”, grapt ze. “Hoezo als? De muren hier praten écht. Ze vertellen de geschiedenis van ons land: hoe Zuid-Afrika met de tijd hopelijk een steeds betere plek wordt.”

Natuurlijk zijn er nog steeds mensen die vooral lid worden om te netwerken, vertelt de vicevoorzitter terwijl ze langs de majestueuze trappen weer naar beneden loopt. “Maar je ziet dat we ook leden werven die simpelweg geïnteresseerd zijn in geschiedenis en die dit stadsmonument willen helpen onderhouden. Er zijn zelfs hipsters die lid worden puur omdat de ambiance goed bij hun stijl past.” Ze lacht. “Ja, echt iedereen is welkom bij de Rand Club tegenwoordig.”

Lees ook:

Zuid-Afrikaanse economie vaart wel bij zijn witte ‘Zuidas’, maar de welvaartskloof blijft

Zuid-Afrika is mede dankzij zakencentrum Sandton uit een economische crisis gekomen. Maar het succesvolste district van Johannesburg vergroot de kloof tussen arm en rijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden