Review

De ramp en het licht

De vader van de 9-jarige Oskar is omgekomen in de Twin Towers. Zijn grootouders hebben het bombardement op Dresden meegemaakt. Genoeg familiecatastrofes voor een inktzwarte roman, zou je zeggen, maar Jonathan Safran Foer maakt er een licht boek van, dat toch de ernst niet uit de weg gaat. Zijn vroegwijze Oskar heeft wel iets van de jonge Jezus in de tempel.

Toen op 11 september 2001 de vliegtuigen zich in het World Trade Center boorden, wist je onmiddellijk dat die gebeurtenis voer voor de literatuur zou worden.

Inmiddels verschijnt in Amerika ieder jaar een half dozijn boeken met Nine-Eleven op het menu. Een daarvan is 'Extreem luid & ongelooflijk dichtbij', van Jonathan Safran Foer, zijn tweede roman na zijn klinkende debuut 'Alles is verlicht'.

Hoofdpersoon is Oskar Schell, een ongehoord vroegwijs jongetje van negen wiens vader op de beruchte dag in een van de Twin Towers is omgekomen. Na zijn dood vindt Oskar in een vaas een sleutel met het woord Black erop en omdat hij zeker weet dat zijn vader hem daarmee iets wil vertellen, gaat hij op zoek naar alle Blacks in New York die hem kunnen vertellen waar die sleutel op past.

Het is deze odyssee van een kleine jongen door de volwassen wereld die de ruggengraat van het boek vormt; niet alleen komt hij zo allerlei verschillende personen en omstandigheden tegen -de maatschappij in een notendop- hij leert en passant ook de schoonheid en tragiek van de wereld begrijpen; die wonderlijke mix van rampspoed, ruzie, toeval en schittering.

Thematisch hangt dit tweede boek daardoor sterk samen met Foers eersteling, waarin een Amerikaanse jongeman naar de Oekraïne reist om de vrouw op te sporen die zijn Joodse grootvader van de nazi's heeft gered. Een boek dat levenswijsheid en ervaring kruidde met hilarische momenten.

Ook de zwerftocht van Oskar Schell door zijn beginnende bestaan levert geestige en ontroerende momenten op. Ontwricht door de dood van zijn vader probeert Oskar te begrijpen wat er precies gebeurd is. Is zijn vader misschien een van die mannetjes die hij van de wolkenkrabbers af ziet springen? Maar hoe beter hij de foto's bekijkt hoe minder hij erop herkent; de titel van het boek slaat op deze ervaring en impliceert allicht: alleen afstand creëert begrip.

Om te weten hoeveel kans hij heeft om het juiste slot bij zijn sleutel te vinden, telt Oskar alle potentiële sloten in New York bij elkaar op, maar hij laat zich niet ontmoedigen door de vele miljoenen. Hoe verschrikkelijk intelligent hij ook is -voor een negenjarige wel wat té, vind ik persoonlijk- hij is nog niet toe aan volwassen relativering en abstrahering. Hij is nog een soort kleine God in zijn gedachten, noemt zichzelf uitvinder van handige uitvindingen zoals -karakteristiek genoeg- een wolkenkrabber die om een lift heen op en neer beweegt, of van een omgekeerde wolkenkrabber in de aarde voor alle doden. Van Franse les heeft hij geleerd over zijn raison d'être te spreken maar het zijn geen loze woorden, hij is werkelijk op zoek naar het levensgeheim, en de dooltocht door New York biedt hem het juiste soelaas voor de dood van zijn vader.

Het verhaal van Oskar wordt afgewisseld met dat van zijn beide grootouders, die beiden het bombardement van Dresden hebben overleefd. Zijn grootvader is er stom van geworden, loopt met notitieblokjes en getatoeëerde handen rond om zich uit te drukken, hij verlaat zijn vrouw als ze zwanger is -van Oskars vader- maar blijft zijn opgroeiende zoon op afstand allerlei brieven schrijven. Zijn grootmoeder vertelt in staccatostijl wat er in Dresden gebeurd is en hoe ze het verlies van haar zoon nu ervaart. Zo vlechten de grote rampen zich ineen. Dat Oskar op school dan ook nog eens een spreekbeurt houdt over Hirosjima, is haast te veel van het goede maar benadrukt wel waar het in dit boek om gaat -hoe moet je omgaan met het kwaad.

Oskars moeder heeft na de dood van haar man troost gezocht bij een weduwnaar die zijn hele gezin bij een auto-ongeluk heeft verloren. Oskar, de concretist die alle signalen wil leren begrijpen, vraagt waarom ze zo weinig huilt: ,,Ze zei 'ik huil ook veel, hoor'. 'Ik zie je niet veel huilen.' 'Misschien omdat ik niet wil dat je me ziet huilen.' 'Waarom niet?' 'Omdat ik dat niet eerlijk vindt ten opzichte van ons beiden.' 'Dat is het wel.' 'Ik wil dat we verder gaan met ons leven.' 'Hoeveel huil je dan?' 'Hoeveel?' 'Een lepel vol? Een kopje? Een badkuip? Alles bij elkaar opgeteld.' 'Zo werkt het niet.' 'Wat werkt zo niet.' Ze zei: 'Ik probeer een manier te vinden om weer gelukkig te worden en van lachen word ik gelukkig.'''

In deze kernachtige woordenwisseling ligt misschien wel het epicentrum van 'Extreem luid & ongelooflijk dichtbij'; in de tragiek moet je op zoek gaan naar het licht. Tenslotte is Foers boodschap er een van optimisme en niet toevallig eindigt het boek met de illustraties die Oskar van de van de toren springende man in omgekeerde volgorde heeft verzameld zodat het, als je snel bladert, lijkt of hij opstijgt, de hemel in. Het is ook een symbool voor de les die de geschiedenis ons leert; wie terugkijkt begrijpt de wereld beter.

Naast de gedempte, treurigstemmende geluiden van zijn grootouders, klinkt de stem van Oskar vol levenslust en optimisme. Hij is bezig met een meesterplan om de wereld om hem heen te begrijpen. Hij schrijft brieven waarin hij de astrofysicus Stephen Hawking vraagt of hij zijn protégé kan worden. Hij laat zich met te weinig geld op zak door een Indiase taxichauffeur ver weg brengen, maar betaalt hem later het geld terug. Hij vindt boven zijn hoofd een stokoude dove man, die hij meeneemt op zijn tochten door New York en nieuw leven inblaast. Kortom, hij is het ideale kind, geen autist maar intelligent, nieuwsgierig. Het voert misschien te ver om hem met de jonge Jezus in de tempel te vergelijken maar helemaal onzinnig is de associatie niet. Ook Oskar Schell lijkt een boodschap voor de wereld te hebben.

Jonathan Safran Foer vormt samen met Jonathan Franzen en Dave Eggers de jongste voorhoede van de Amerikaanse literatuur. Ze vertellen niet langer een klassiek verhaal zoals de oude meesters, Saul Bellow, Philip Roth en John Updike dat doen, maar voeren speelse experimenten uit, die bijdragen aan de lichtheid van hun verhaal, ondanks de vaak zware thematiek. Met Franzen deelt Foer een voorkeur voor een stream of consciousness-achtige stijl, waarin trouwens alles wat nog aan James Joyce en Virginia Woolf herinnert, verdwenen is. Ze profiteren van proefnemingen uit de literaire geschiedenis zonder die voor de zoveelste keer uit te melken. Met Eggers is hij verwant door de springerige stijl van zijn verhaal en het feit dat hij zijn teksten ruimschoots illustreert.

In navolging van kinder- en doeboeken waarmee deze jonge auteurs allicht zijn opgegroeid, levert Jonathan Safran Foer zijn boek af inclusief plaatjes, kaartjes en typografische eigenaardigheden die zijn bedoelingen meer dan alleen met taal moeten illustreren. Dat geeft een roman als 'Extreem luid & ongelooflijk dichtbij' een andere dynamiek, een speels ritme. Misschien wordt dit wel de roman van de toekomst, meer een Gesammtkunstwerk dat naar andere genres uitwaaiert dan een zoveelste vertelling.

Overigens, nieuw is deze visuele uitbreiding van de literatuur niet; aan het begin van de geschiedenis van de roman staat al een schrijver die er op een dergelijke manier mee in de weer was. De 18de-eeuwer Lawrence Sterne kwam in 'Tristam Shandy', net als Foer en zijn collega's, aan met bijvoorbeeld lege of juist zwarte paginas om iets in zijn wonderlijke verhaal te illustreren. Een Sterne-lezer bracht zelfs zijn exemplaar terug in de veronderstelling dat het een misdruk was.

Zo'n misverstand lijkt tegenwoordig uitgesloten. Wij raken allengs gewend aan die herontdekte literaire aanpak, waarin niet alleen stijl en psychologie maar ook andere hulpmiddelen het verhaal overeind houden. Dat het nog steeds over de Holocaust, 11 september, of het verdriet in de wereld kan gaan, laat zien dat de ernst niet is verdwenen maar dat ze met gemak een briljante nieuwe, lichtere visie als die van Jonathan Safran Foer verdraagt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden