DE PUNAISE: 'LASTIGSTE VIJAND' VAN DE MENS

We zijn zo gewend te spreken over punaise, dat we ons nooit afvragen waar dat woord vandaan komt en wat het betekent. De naamgeving van het scherpe stiftje met de grote platte kop is niet helemaal van humor ontbloot. Punaise betekent letterlijk wandluis, eigenlijk meer in het algemeen wants.

Wandluizen zijn geen luizen, maar wantsen. Dat zijn dieren die wat op kevers lijken, maar halfvliezige vleugels hebben, die er wat leerachtig uitzien. Het meest kenmerkende van wantsen is hun priemvormige snuit. Daarmee zuigen ze sap uit plantedelen en met evenveel gemak het bloed van andere insekten. Of zoals de wandluis of bedwants het bloed van de mens.

Laten we het Franse woord punaise eens opzoeken in de 'Dictionnaire raisonne universel d'Histoire naturelle', die werd samengesteld door de heer Valmont de Bomare, directeur van de natuurhistorische en natuurkundige kabinetten van de prins van Conde, etcetera. Wij lezen het jaar 1776, veertien jaar voor de Franse revolutie. Een tijd waarin we er zeker van kunnen zijn dat wandluizen wijd verspreid en zeer algemeen waren.

“Dit lastige insekt, dat maar al te bekend is bij een zeker deel van de menselijke soort, heeft de vorm en de grootte van een kleine linze, kort, heel plat, rond, zacht, gemakkelijk te pletten als je het aanraakt, roodachtig, met een doordringende en zeer onaangename geur.” Na een uitputtende beschrijving van het uiterlijk vervolgt Valmont de Bomare: “Mathiole heeft gelijk als hij zegt dat de wandluizen de ergerlijkste en lastigste vijanden zijn die men in de nacht in bed kan hebben; want behalve dat deze nachtelijke insekten de plaag van de hoogmoed, de ijdelheid en de slapheid zijn, scheppen ze er genoegen de mens te beroven van het genot van de rust door hem zonder ophouden te kwellen, door hem te eten of liever hem wreed te steken om zijn bloed te zuigen en zich daarmee te bedwelmen; bovendien brengen zij overal waar zij gaan zo'n stank dat onze zinnen en onze geest nog meer beledigd worden door de slechte lucht die zij uitwasemen dan onze lichaamsdelen kunnen zijn door hun beten.”

Uitgestorven

Het is duidelijk, deze lieden wisten waarover zij het hadden. In tegenstelling tot de meeste Nederlanders, want de wandluis is in onze streken door betere huizenbouw, grotere hygiene en vooral door chemische bestrijdingsmiddelen praktisch uitgestorven. Als je er nog kennis mee wilt maken, moet je naar een verre uithoek van Europa of nog verder weg. En daar zal niemand over rouwen.

Vijf van de acht bladzijden die De Bomare aan de wantsen wijdt, gaan over de wandluis. Onevenredig veel, want er bestaan honderden soorten in Europa. In nesten van huiszwaluwen en minder vaak ook van boerenzwaluwen, gierzwaluwen, huismussen en spechten komt een parasitaire wants voor, die heel veel op de wandluis lijkt en in de winter ook wel in huis komt. Erg gewoon is die wants niet, evenmin als de twee verwanten van de wandluis die op vleermuisslaapplaatsen leven.

Een echte huiswants is verder alleen de vermomde wants. Ik heb er ooit een gezien, een dier van twee centimeter lengte, zwart en in het midden iets ingesnoerd. Deze roofwants met zijn formidabele steeksnuit jaagt op allerlei huisinsekten zoals zilvervisjes en vliegen, en ook op kleine spinnen en hooiwagens. Hij zal zeker ook korte metten maken met wandluizen, als hij deze tegenkomt. Vermomde wants heet hij omdat zijn vleugeilloze larven zich geheel bedekken met huisstof, een goed camouflage tenzij ze zich bewegen. Ze kunnen behoorlijk hard steken, als je ze onvoorzichtig aanpakt.

Sapzuigers

De meeste wantsen leven op bloemen, vooral composieten, op bomen en struiken. Zo vind je op de bloeiende hoofdjes van distels van de voorzomer tot in oktober tientallen langwerpige grasgroene bloemwantsen. Die leven niet van nectar, wat je uit de naam zou kunnen afleiden, maar van de sappen die ze uit de bloemdelen zuigen.

De herfst is geen slechte tijd om op wantsen te letten. Veel soorten worden in de herfst volwassen. Met het vallen van de bladeren verlaten ze ook de bomen en struiken waarop ze zitten en kom je ze wandelend in het bos nogal eens tegen op je kleren. Met name de schildvormige boomwantsen verspreiden een kenmerkende wantsengeur, als je ze pakt, maar niet zo erg als de wandluis. De groene stinkwants dankt er zijn naam aan. Om zijn traagheid wordt hij ook luie Grietje genoemd. In de afgelopen zomer vond ik tientallen larven op brandnetels in een bosrand. De platte dieren waren even groen als de bladeren, helemaal bedekt met minuscule zwarte stipjes. Hun vleugels waren kleine groene driehoekjes die het brede, gelede achterlijf nog helemaal vrij lieten.

Overwintering

Wantselarven veranderen zonder een popstadium in volwassen wantsen. Bij hun laatste vervelling groeien de vleugelstompjes uit tot vleugels. Dat gebeurt bij de Grietjes eind september. De volwassen wantsen zijn eerst helder groen zoals de larven, maar worden in de loop van november donkerbruin met hooguit nog een beetje groen. Zwart pigment overheerst dan het groen, wat samenhangt met de vertraging van de stofwisseling bij insekten die in overwintering gaan. Overwinteren doen de Grietjes in schorsspleten of tussen planten op de grond. Als ze in het voorjaar ontwaken, zijn ze snel weer lichtgroen.

Op brandnetels doen de Grietjes geen kwaad, wel op voedingsgewassen zoals bonen en lucerne, waar ze soms een plaag kunnen zijn. Ze zuigen ook nogal eens aan bessen en frambozen.

Bloedrood

Een plaag is nooit de prachtige wants, die ik afgelopen zondag bij tientallen vond op ligusterstruiken in het nabije plantsoen. De bloedrode schildwants komt vaker voor op meidoorn, maar die groeit niet in dat plantsoen. Kieskeurig is hij overigens niet, want in de boeken vind ik als voedselplanten ook berk, hazelaar, haagbeuk, eik, esp en populier vermeld. De bloedrode schildwants heet zo naar de donkerrode strepen langs de achterrand van het prachtig groene borststuk en over de voorvleugels. Dat is exact de kleur van rijpe meidoornvruchten, waarvan wordt gezegd dat ze het hoofdvoedsel van de wants zijn.

NATUUR DEZE WEEK

In onze achtertuin heeft de vijg rijpe vruchten. De groene peervormige vijgen zijn roodachtig van binnen en smaken zoet. Verscheidene vijgen zijn al door wespen opgegeten. - Deze week vond ik nog heel wat bloeiende planten gewoon in de wegbermen: grasklokje, gewone bereklauw, peen, havikskruiden, teunisbloem, boerenwormkruid, grijskruid, grote centaurie, kamillen en zwarte toorts. - De bomen zijn al erg doorzichtig geworden. De bosbodem ligt bezaaid met net gevallen herfstblad. - Het is nu volop paddestoelentijd, maar in sommige gebieden valt het aantal soorten ondanks de nattigheid flink tegen. De zwavelzwam is een grote, opvallend gele houtzwam op dode stammen en stronken. Gewone aardappelbovisten verschillen van wortelende aardappelbovisten door hun grove schubben en dikke schil.

De parelstuifzwam is peervormig, wit en bedekt met kleine spitse schubjes. Judasoren hebben de vorm van mensenoren en groeien op oude vlieren. - Segrijnslakken ruimen het verwelkende blad op van allerlei afstervende planten. - In ondiepe plasjes buiten de stad zitten nu allerlei steltlopers. Oeverlopers en watersnippen fourageren vlak onder de oever.

Familietroepjes van witte kwikstaarten rennen langs de waterlijn achter vliegende insektjes aan. De brutale kokmeeuwen zoeken voedsel in het open water. Tegen de avond komen soms vluchten wulpen. - In de morgen zingen winterkoning, heggemus, roodborst, boomkruiper, pimpel- en koolmees en nog een enkele op weg naar het zuiden ons land passerende tjiftjaf. - De koperwieken zijn weer gearriveerd. Deze op de zanglijster lijkende noordelijke lijsters trekken 's nachts, waarbij ze hun contactroep, een dun 'siehhhhh...', laten horen. Overdag pleisteren de koperwieken in bosjes met veel vruchtdragende heesters. Daar zijn ook de iets grotere kramsvogels te vinden. Hun roep is een luid 'tjak-tjak-tjak-tjak...' - Het is een goed mastjaar voor eiken. De grond ligt met eikels bezaaid. Vlaamse gaaien vliegen met eikels in de bek door het bos om een goed plekje te vinden om ze te verstoppen.

EN VERDER

Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag met Leen van Bellen en Bert van Leeuwen twee uur op de Prattenburg in Veenendaal kijken naar paddestoelen en andere herfstverschijnselen, 14 uur administratie van het landgoed aan de Cuneraweg 426-428 (voor volwassenen en jeugd); morgen ochtendwandeling in de Groene Long, Kerkrade, 9.30 uur kasteel Erenstein; Limbrichterbos, 14 uur parkeerplaats De Rollen achter hotel Born (L.); maandag door Warnsborn bij Arnhem, 9.25 uur Pannekoekenhuis aan Kempenbergerweg. -

Morgen is er een paddestoelenexcursie in de noordelijke oeverlanden van het Nieuwe Meer bij Amsterdam, gratis voor leden van 'De Oeverlanden Blijven!', anders een rijksdaalder. Vertrokken wordt om 11 uur van het veldstudiecentrum 'De Waterkant' aan het eind van het Jaagpad. Kees Wabeke geeft meer informatie: tel. 020-6764461. - Van 28 tot 31 oktober kunnen jongeren werken in het natuur- en landschapsbeheer, begeleid door jonge IVN-ers. Er moet riet en boomopslag worden verwijderd in het Guisveld bij het Wormer- en Jisperveld in de Zaanstreek. Informatie geeft Marc van Schie, Noorwegenstraat 71, 2034 AG Haarlem, 023-351239. - Veel gemeenten voeren ecologisch groenbeheer in. Het personeel moet bij de omschakeling van traditioneel naar ecologisch groenbeheer drastisch van mentaliteit en kennis veranderen. Daarom organiseert de Volkshogeschool Bergen een cursus ecologisch groenbeheer.

Data: 18 en 19 november, 16 en 17 december 1993 en 27 en 28 januari 1994. Info: VHS Bergen, 02208-94541. - Tot en met 28 november staat in het Natuurhistorisch Museum, De Bosquetplein 7 in Maastricht, de fototentoonstelling 'Nat Nederland' van natuurfotograaf Flip de Nooyer, over de waterrijke gebieden van Nederland en planten, vogels en insekten die er voorkomen. - Tot en met 30 november is in het Raadhuis te Amstelveen de tentoonstelling De Groene Golf te zien, over het groen in de stad en het belang van de particuliere tuin hierin. Open op werkdagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden