De puinhoop van onze plannen

Op Stille Zaterdag kijkt een vader terug op een dramatisch verlopen zwangerschap. Het geboortekaartje lag al klaar. 'Ons bestaan onttrok zich aan onze machteloze wil.'

Wout van Tongeren (1982) is dramaturg en filosoof. Hij werkt bij muziektheaterhuis Silbersee.


Er staat een kleine amandelboom in onze tuin. Sinds februari zwollen zijn knoppen. We deden een wedstrijd wie eerder zou zijn: de bloesem of onze baby. Op 16 maart kwamen mijn vrouw en ik terug van de kraamafdeling van het ziekenhuis. Later die middag zou onze zoon Leen worden thuisgebracht door iemand van de uitvaartonderneming. Vanuit de woonkamer zagen we hoe de bloeiende amandel zich als trotse overwinnaar koesterde in de lentezon.


En wij, binnen, moesten onze blik omkeren: het geluk waarop we hadden voorgesorteerd bleek alweer voorbij. Wat valt er te maken van deze onbevattelijke gebeurtenis: de plotselinge dood van onze baby? Waar kunnen we nog zin aan ontlenen als de wereld zich zo grimmig toont? Misschien wil het lot ons wreed de les lezen over ons al te blijde verwachten. "Jullie dachten dat het leven zich liet plooien? Mooi niet, het gaat zijn eigen, ondoorgrondelijke gang." Een tijdlang leken we greep te hebben op ons bestaan, maar toen onttrok het zich toch aan onze machteloze, al te menselijke wil.


Moest dit ons zo omstandig worden duidelijk gemaakt? Iets van die onbeheersbaarheid van het leven hadden we de voorafgaande maanden al ondervonden. Een half jaar geleden, nadat we de eerste echo hadden laten maken, schreef »


ik de volgende zinnen voor de vrucht die groeide in de buik van mijn vrouw:


Je bent een maand ouder dan we dachten. Vier weken is niets op een lang mensenleven. Maar voor twee aanstaande ouders, die voor een tienwekenecho kwamen, was het een schok om een veertien weken oud hummeltje te zien, daar op het scherm.


We keken zo je hoofdje in, naar twee perfecte hersenhelftjes die daar al klaarlagen. Je schedel werd gemeten: veertien weken en twee dagen, zei de echoscopiste. Je hartje klopte, je had je beentjes gekruist, draaide wat, bewoog je armpjes... Het leek erop dat je een jongetje zult zijn. En je was ons nu al te snel af.


Al ons gemeet met ovulatie- en zwangerschapstesten, al ons gereken - je hebt je er niets van aangetrokken. Maakt dat het wonder nog groter? Ik weet niet of ik zo onthutst ben omdat je al zo veel langer bestaat dan we dachten, of dat het toch vooral de schok is je nu al even te kunnen zien, ons mensje, al bijna te groot om helemaal op het scherm te passen.


Het was 20 september toen ik dit schreef. De herfst kwam en wij bereidden ons voor op de komst van ons voorjaarskind. Uitkijkend naar de geboorte, dromend over wat daarna zou komen, ontdekten we de betekenis van het woord 'verwachting'. Verwachtingen genoeg. Leentje zou uiteraard een strijkinstrument leren spelen, net als zijn moeder. Hij zou met papa in de tuin gaan werken, met mama mee gaan op tournee. Half speels, half ernstig deelden we onze fantasieën met elkaar. Natuurlijk beseften we dat onze zoon zich niet zou voegen naar al die verwachtingen, dat ons grootste geluk uiteindelijk zou zijn dat hij zelfstandig zou worden. En zelfs daarop hadden we geen garantie, wisten we.


Een paar dagen na de eerste echo schreef ik opnieuw een stukje voor Leen:


Omdat je zo veel ouder bleek dan verwacht, is het al te laat om een combinatietest te laten doen. Met die test hadden ze bij de verloskundigenpraktijk kunnen berekenen hoeveel kans er is dat je het syndroom van Down of veel akeliger genetische afwijkingen hebt.


Kansberekening: uit de combinatie van factoren volgt een getal: een kans van één op zoveel dat je Down hebt, één op zoveel op Patau, etc. Wat kunnen we met zo'n getal? Hoe kunnen we ons eigen kind zien als één op zoveel? Kan ons gevoel wel uit de voeten met kansberekening en statistiek?


En stel dat uit vervolgtesten zou blijken dat je het syndroom van Down hebt, zouden we er dan voor kiezen je beginnende leven alweer te beëindigen? Vooraf had ik bedacht dat ik je dan zou willen 'houden', maar dat ik tenminste voorbereid zou willen zijn: een kind met Down wordt immers nooit helemaal zelfstandig. Dat moet een schok zijn voor een ouder en ik zou het fijn vinden die schok al enigszins te kunnen verwerken voor de geboorte. Je moeder leek daar hetzelfde over te denken.


Maar nu is het al te laat voor de keuze en ik geloof dat ik dat niet erg vind. Het is goed om te vertrouwen, zegt mijn schoonvader, je opa. Ik ben het met hem eens. Vertrouwen is een levenshouding. Kansberekening niet.


Rond de negentiende week van zijn bestaan begon Leen zich merkbaar te roeren. We lagen in bed. Mijn vrouw legde opeens mijn hand op haar buik, en ik had het geluk meteen zijn tweede porretje te kunnen voelen. Tranen. Onze zoon werd alweer minder idee en meer werkelijkheid. Hier gaf een wezentje uit eigen beweging teken van zijn leven. Nog in zijn moeders buik begon al iets van zijn autonomie, een eerste spoor van een eigen wil.


Dat belette ons niet om te blijven dromen over wie hij zou worden en wat wij met hem zouden ondernemen. Naarmate de lente dichterbij kwam, begonnen we ook steeds praktischer te worden in onze voorbereidingen: we brachten de familiewieg over uit het huis van opa en oma, verfden Leens slaapkamer, hoogden ons bed op met stukjes rommelhout.


Omdat we wel wisten dat al ons dromen en plannen iets prematuurs had, schreven we voor het geboortekaartje - dat natuurlijk ook al klaar moest zijn voor zijn komst - een gedichtje dat bedoeld was als een zelfcorrectie.


We hebben al


een kamer voor je klaar


een naam


een stuk of duizend plannen.


En dan kom jij


vult de kamer


brengt leven in je naam


maakt al onze plannen


tot een schitterende puinhoop.


We kwamen thuis, daar met die blakende amandelboom in de tuin. De zon scheen, koolmeesjes hamerden met hun snaveltjes luidruchtig in op de nestkast aan de achtergevel. Wrede, onverschillige natuur. Een proefdruk van het kaartje lag op tafel. Zelfs het voorbehoud in ons gedichtje bleek te voorbarig.


Op 13 maart was Leen in de loop van de avond gestopt met bewegen. 's Nachts werd in het ziekenhuis vastgesteld dat zijn hartje niet meer klopte. Op 15 maart werd hij geboren: een prachtig, voldragen jongetje, ogenschijnlijk klaar om met ademen te beginnen. De eerste bloedtesten hebben niets uitgewezen. De resultaten van andere onderzoeken moeten nog komen, maar de kans is klein dat die de oorzaak van zijn dood aan het licht gaan brengen.


We kunnen er met ons verstand niet bij. Dat is moeilijk te verkroppen. We willen weten waarom, waardoor, waarvoor. En misschien is het omdat het overlijden van Leen niet te verklaren valt uit de ons bekende feiten, dat de geest verder zoekt en in de feitelijk toevallige schikking van zaken alsnog een zin probeert te vinden. Zo begon zich althans in de dagen na onze thuiskomst een onvermoede betekenis van ons eigen gedichtje aan ons op te dringen.


En dan kom jij


Ja, er is niet zomaar een dood lichaampje gekomen. Leens moeder heeft hém gebaard. Onze zoon. We hebben hem urenlang bewonderd, bijna gelukkig. Hoe verschrikkelijk het ook is hem nooit levend gezien te hebben, we hadden zijn komst in ons leven toch niet willen missen.


vult de kamer


We hebben Leen naar boven gedragen, en daar in de wieg gelegd waar ook zijn moeder en oma in gelegen hebben. We zijn daar steeds weer bij hem komen zitten, hebben ons laten troosten door zijn stille aanwezigheid.


brengt leven in je naam


Niet het leven dat we in gedachten hadden, dat van Leens adem, maar wel leven en adem van iedereen met wie we over hem praten, iedereen die ons zijn naam noemt.


En dan die puinhoop. Natuurlijk die puinhoop van onze plannen: wanorde, verbrokkeling, absurditeit, een wrede terechtwijzing van het lot. Wat nou "schitterend"?


En toch... De geest kan het niet laten om, tegen beter weten in, te midden van die doffe puinhoop naar de fonkeltekens van zin te zoeken. En heel soms lijkt hij succesvol. Zoals toen het amandelboompje voor onze ogen veranderde van een lomp bloeiende pestkop in een levend monument dat beloofde jaarlijks in bloei te zullen staan rond de dag dat onze zoon dood ter wereld kwam.


Wordt zo misschien, uit de koppigheid van de geest, een mythe geboren? «

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden