De puber van nu wordt ondernemer

Wie een weerman wil beledigen, moet eens subtiel opmerken dat hij het weer voorspelt. Voor voorspellingen ga je maar naar de kermis, zal hij zeggen. 'Wij spreken een verwachting uit. Dat is echt iets anders dan wichelarij.' Voor economen die naar de toekomst kijken, geldt iets vergelijkbaars. "Ik heb geen glazen bol", zegt onderdirecteur van het Centraal Planbureau (CPB) Bas ter Weel. "Iedere generatie denkt dat de wereld sneller verandert dan de wereld van de vorige generatie. Ik weet niet of dat zo is. Net zo min weet ik of de jongeren van nu het later beter krijgen dan wij."

Valt er dan niets te zeggen over de wereld waarin de tiener van nu straks werkt en leeft? Niets te voorspellen, te verwachten of te ramen? Toch wel. En het is juist het CPB van Ter Weel dat deze maand samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vooruit keek naar de jaren 2030 en 2050.

Dat doen de denktanks vanuit twee scenario's. Een waarin de technologische vernieuwing doorzet, de handel floreert en gewapende conflicten verminderen en een scenario van lagere groei en internationale spanningen.

Welk scenario het ook wordt, de tiener van nu moet volgens CPB en PBL sowieso rekening houden met minder economische groei dan in het verleden. Dat heeft vooral te maken met de generaties voor hen. In 2050 zal een op de vier Nederlanders ouder zijn dan 65 jaar. Nu is dat nog een op de zes. Dat heeft gevolgen voor de economische groei. Een gepensioneerde draagt nu eenmaal minder bij aan economische groei dan een werknemer in de kracht van zijn leven.

Als de huidige scholieren 2050 inluiden, zonder particulier vuurwerk zoals begin deze eeuw, hebben zij al een carrière achter de rug van 25 jaar of langer. Want wie in een bedrijf werkt met stagiairs zal het al zijn opgevallen: ze worden steeds jonger. Afstuderen doen jongeren tegenwoordig op een leeftijd waarop generaties voor hen nog aan de studie moesten beginnen.

Dat heeft te maken met de tempobeurs en later de strengere prestatiebeurs die een einde maakten aan het bestaan van de eeuwige student. De studiebeurs? Ook verdwenen. Er is een lening en een kredietregeling om het collegegeld te betalen. Het enige dat de overheid nog vergoedt, is de aanvullende beurs van een paar honderd euro per maand. Maar dan moet je als student wel je diploma halen.

Het liefst in een vak dat de komende jaren blijft bestaan. De Britse Oxford University verwacht dat door automatisering de komende twintig jaar ongeveer de helft van de beroepen verdwijnt. "De generatie die nu opgroeit, krijgt daar dus mee te maken", zegt toekomstverkenner Marcel Bullinga. "Voor elke jongere zal het de vraag zijn: zit ik in de 47 procent verdwijnbanen, in de 53 procent blijfbanen, of in de nog te creëren banen voor de toekomst."

Tieners die een carrière overwegen als boekhouder, postbode of cameraman kunnen beter een ander vak kiezen, denkt Bullinga. Hij ziet ook groeikansen. Voor docenten en zorgmedewerkers bijvoorbeeld. Dat zijn beroepen waarin het draait om menselijk contact. Geen robot kan dat zo goed als de mens zelf. CPB-econoom Bas ter Weel denkt dan ook dat de huidige scholieren in

hun werk vaker zullen samenwerken met robots. "Dan kunnen mensen dingen doen waar zij goed in zijn. Als een verpleegster bij een zieke thuis komt die een lift heeft om hem uit bed te halen, houdt ze tijd over voor zaken die er nu wellicht bij in schieten."

Op de lijst banen die verdwijnen, staan verontrustend veel functies voor mbo'ers. Juist voor de groep die over een jaar of twee middelbaar beroepsonderwijs gaat volgen, is het extra belangrijk te weten welke richting zij opgaat. Arbeidsdeskundigen spreken wel eens over het zandlopermodel waarbij de banen uit het midden verdwijnen en de onder- en bovenkant groeien. Ter Weel denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Ja, de werkgelegenheid in het midden neemt nu af, maar dat zal volgens hem niet structureel zijn. "We hebben straks echt niet alleen maar hoog- en laagopgeleiden."

Wat volgens Ter Weel ook niet gaat gebeuren, is dat iedereen in de toekomst zzp'er is of op een flexibel contract werkt. Hij denkt dat werkgevers vasthouden aan een vaste kern, met daaromheen een flexibele schil, zoals nu ook al te zien is bij diverse bedrijven.

Toekomstverkenner Bullinga denkt wél dat de tiener van nu geen vaste baan zal krijgen. Ondernemerschap, dat is volgens hem een van de belangrijkste kwaliteiten van de toekomstige medewerker. "We staan aan het begin van een nieuw tijdperk, van een freelance-economie waarbij werknemers vaker ondernemer zijn."

Deze werk(onder)nemers zullen deels samenwerken in coöperatieve verenigingen van freelancers. "Dat zijn virtuele bedrijven, zoals je nu in de bouw al ziet. Daar werken zelfstandige lassers, schilders en metselaars samen zodat ze ook grote, gecompliceerde opdrachten kunnen aannemen."

Erg prettig voor de sociale zekerheid is dat niet, al die zzp'ers die voor zichzelf zorgen in coöperaties. Bullinga voorziet in de nabije toekomst dan ook het einde van de verzorgingsstaat zoals we die nu kennen, en tegelijkertijd de nieuwe vormen van solidariteit opkomen. Broodfondsen bijvoorbeeld, waarin groepen zelfstandigen maandelijks een bedrag storten waaruit zij kunnen putten bij ziekte.

Financieel risicomanager Ilja Boelaars ziet de verzorgingsstaat niet zo snel verdwijnen. Wel denkt hij dat de 'illusie van zekerheid' afneemt. Boelaars doelt daarmee onder meer op de pensioenen, een onderwerp waarmee hij zich actief bezighoudt.

Nu krijgen gepensioneerden nog 70 procent van het gemiddeld verdiende salaris als pensioen, plus AOW. Die 70 procent gaan de tieners van nu niet meer halen. En de AOW, "die wordt niet zo mooi als de AOW voor de huidige generatie. Dat komt puur door de vergrijzing. Verhoudingsgewijs moet je straks met werkenden meer gepensioneerden onderhouden. Dus is het of langer doorwerken of minder krijgen."

Pensioenen: de scholier zal er niet wakker van liggen. Ook over dertig jaar niet. Althans, zo is dat nu. Boelaars vermoedt dat die houding gaat veranderen omdat werknemers in de toekomst waarschijnlijk meer zeggenschap krijgen over het geld van later. Dan kunnen zij zelf bepalen of ze even wat meer of minder premie betalen, en hoe het geld wordt belegd.

Dat maakt pensioenen levendiger dan zij nu zijn, ook al vanwege de lopende discussie over hypotheken en pensioen. "Waarom moet je verplicht 20 procent van je loon sparen voor je pensioen terwijl je naar de bank gaat om geld te lenen voor je woning?" vraagt Boelaars zich af. "Ik verwacht dat het in de toekomst makkelijker wordt om minder te sparen voor je pensioen zodat je minder hoeft te lenen voor je huis. Als je het cru zegt, geef je nu geld aan je pensioenfonds, die leent het uit aan je bank en dan leen jij het van je bank terug. En ondertussen verdienen de pensioenbelegger en de bank daaraan."

De 15-jarige van nu heeft volgens Boelaars weinig reden om met pessimisme naar de toekomst te kijken. Hij noemt de stijgende levensverwachting en de betere mogelijkheden om gezond te blijven. "Ook is ons inkomen beter dan vroeger en we hebben geen oorlog, tenzij je terrorisme als zodanig bestempelt."

Bas ter Weel voegt daar de overheidsfinanciën aan toe. "Die zijn redelijk op orde. Dat is wel eens anders geweest. Belangrijk is of we iets aan de klimaatproblemen kunnen doen. We gebruiken minder steenkool, en ik denk ook dat we niet alle olie opmaken voordat we met een alternatief komen. We wachten op een doorbraaktechnologie. Die kan er morgen zijn, maar ook pas over twintig jaar."

economie

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden