Hoofdzaak

De psycholoog weet wie de nieuwe Cruijff wordt

Beeld Thinkstock

Waar blijft de nieuwe Johan Cruijff? Na de herdenking vorige week van het overlijden van een van 's werelds grootste voetballers, en het daaropvolgende, dramatische verlies van het Nederlands elftal in Bulgarije is deze vraag nijpend geworden.

Het antwoord vinden we misschien wel in de cognitieve wetenschap. Die kan namelijk steeds beter voorspellen of iemand een topspeler wordt of, zoals ikzelf, zal eindigen als gemankeerde linksbuiten van studentenvoetbalvereniging The Knickerbockers.

Er zijn diverse onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat het brein van toptalenten in balsporten, zoals voetbal of tennis, anders werkt van dat van een gemiddelde speler. Aanvankelijk dachten sportwetenschappers dat toptalenten over een beter ruimtelijk vermogen zouden beschikken, maar daar blijkt niets van waar. Het verschil tussen de 0,5 procent absolute top en de 10 procent die eronder zit, en die dus ook heel aardig kan voetballen, zit hem in de uitvoerende ('executieve') functies van het brein.

In haar promotieonderzoek aan de VU vergeleek Lot Verburgh de prestaties van 47 toptalenten (van dertien tot zeventien jaar) van de jeugdopleidingen van betaald-voetbalclubs met die van 41 gewone talenten op een batterij breintaken op de computer afgenomen. Het mooie van deze vergelijking is dat beide groepen evenveel trainden. Dus als de onderzoekers een verschil zouden vinden, kon dat niet liggen aan ervaring.

Cognitieve vaardigheden

De voetballertjes kregen bijvoorbeeld de instructie om snel op een knop te drukken als er een vliegtuig op het scherm verscheen, maar als er een kruis op het vliegtuig stond, moesten ze juist niet reageren. De toptalenten hadden meer zelfcontrole. Ook blonken ze uit in cognitieve flexibiliteit. Ze kregen bijvoorbeeld een aantal cirkels op het scherm te zien die een getal (van 1 tot 13) en een letter (van A tot L) bevatten, en moesten lijnen trekken tussen de cirkels in opeenlopende volgorde, met als complicatie dat ze cijfer en letter moesten afwisselen (bijvoorbeeld ga van 1-A-2-B-3-C), en dat zo snel mogelijk.

Het lijkt er dus op dat toptalenten beter in staat zijn hun impulsen te controleren en van strategie te veranderen als de situatie erom vraagt. Laat dat nu net de eigenschappen zijn die een topvoetballer, topvolleyballer of toptennisser nodig heeft om een goede wedstrijd te spelen. Een succesvolle speler moet namelijk voortdurend de situatie op het speelveld beoordelen, de situatie vergelijken met voorgaande ervaringen, nieuwe mogelijkheden zien en creëren, snelle beslissingen nemen en in actie omzetten.

Laat dit nu ook de eigenschappen zijn om een succesvolle academische opleiding te doen (van de toptalenten in het voetbalonderzoek zaten er percentueel meer op het vwo). So far so good. Maar heeft dit onderzoek ook voorspellende waarde? Kan het bepalen of iemand slaagt of niet in de top?

Topsportklimaat 

Daarvoor gaan we naar Zweden. Onderzoekers vergeleken spelers uit de eredivisie voetbal (mannen én vrouwen) met spelers uit de derde divisie. Ook hier vonden ze verschillen in prestaties op cognitieve taken tussen de elitegroep en die net eronder. Bovendien bleek dat spelers met de beste cognitieve prestaties meer goals scoorden en meer assists gaven. Sportwetenschappers schatten dat, naast de technische en tactische vaardigheden, zo'n 12,5 procent van de verschillen tussen de absolute top en de rest eronder verklaard kan worden uit verschillen in cognitieve vaardigheden.

Dat lijkt me voldoende reden voor de sportbonden hier iets mee te doen. Als we in Nederland een topsportklimaat willen en de komst van de nieuwe Cruijff, Paumen of Krajicek niet aan toeval willen overlaten dan moeten we serieus kijken naar de inzet van de cognitieve wetenschap. Met psychologische tests kun je ervoor zorgen dat kinderen die fysiek nog niet kunnen concurreren toch worden geselecteerd omdat ze beschikken over een topsportbrein. Verder is het geen toeval dat 60 procent van de voetballers van wereldkampioen Duitsland een vwo-diploma op zak hadden. 'Da's logisch', zou Cruijff waarschijnlijk hebben gezegd.

Mark van Vugt is hoogleraar evolutionaire psychologie aan de Vrije Universiteit en verbonden aan de Universiteit van Oxford.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden