De provocerende affiches van Anthon Beeke: inhoud boven vorm

Anthon Beeke bij zijn affiche voor 'Haar leven, haar doden' van Toneelgroep Amsterdam, 1993.Beeld Hollandse Hoogte/Willem Middelkoop

Vormgever en afficheman Anthon Beeke (1940 - 2018) hield niet van mooi. Een affiche moest prikkelen en provoceren. Al had zijn werk niet één stijl, toch is zijn werkwijze al jaren een inspiratiebron voor jongere ontwerpers. 

Van design moest grafisch ontwerper Anthon Beeke niets hebben. Dat was volgens hem een mooi woord voor het opkalefateren van ruimtes en producten. “Op het eerste gezicht lijkt design heus wel iets, maar inhoudelijk stelt het geen moer voor.”

Zelf wilde Beeke provoceren, commentaar leveren op de maatschappij. Hij deed dat met affiches die vaak voor ophef zorgden. Beroemde voorbeelden zijn het ‘blotemeisjesalfabet’ en de poster voor Shakespeares ‘Troilus en Cressida’, waarop de achterkant van het onderlichaam van een vrouw staat, ingesnoerd en opgetuigd als een paard.

Maar Beeke, die vorige maand op 78-jarige leeftijd overleed, was meer dan een aandachttrekker. Een gedreven ontwerper, die naast affiches ook boeken, postzegels en kinderspelen ontwierp. Hij heeft grote invloed gehad op een groep jonge Nederlandse vakgenoten, zegt Omar Saiid, die als jonge ontwerper bij Beeke’s studio binnenkwam.

Saiid maakte samen met collega-ontwerper Janneke Smale ‘Dutch Posters 1997-2017. A selection by Anthon Beeke’: een kloek boek met Nederlandse culturele affiches van allerlei verschillende ontwerpers. Beeke heeft ze nog zelf geselecteerd: van de aankondiging voor het Idfa en het Holland Festival tot de beruchte poster voor de tentoonstelling van Andres Serrano met de plasseksfoto uit 1997 van Swip Stolk. Ertussendoor plaatsten Saiid en Smale veertien affiches van Beeke zelf, als hommage aan de meester.

Eindhovense toneelgroep Globe, 1979.

Laagjes en kleurtjes

Het belangrijkste dat hij van Beeke meekreeg is niet een stijl maar een houding, zegt Saiid. Ook hij en Smale hoorden Beeke al bij hun eerste ontmoeting zeggen dat vormgeving hem niet interesseerde. Pas later begrepen ze wat hij bedoelde. Houd het helder en vertel niet te veel verhalen door elkaar met laagjes en kleurtjes.

Saiid: “Voor Beeke ging de inhoud vóór de vorm. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar als jong ontwerper wil je iets moois maken. Daar prikte Beeke doorheen. Je moet meteen kunnen zien waar het affiche over gaat. Die directheid maakt zijn eigen werk ook zo sterk. Een beeld van Anthon vertelt het hele verhaal in een keer. Typografie en kleur zijn slechts bij­zaken.”

Een affiche moest volgens Beeke de aandacht van voorbijgangers opeisen, opzuigen. Die ervaring had hij zelf voor het eerst eind jaren vijftig gehad, vertelde hij in interviews – Beeke hield van aandacht, ook voor zichzelf – toen hij langs de Amsterdamse Stadsschouwburg reed en een affiche zag voor het toneelstuk ‘Dantons dood’, gemaakt door Nicolaas Wijnberg: een reproductie van een oude gravure van een man, beklad met rode verf of bloed. Beeke was er kapot van, zoiets had hij nog nooit gezien, en hij besloot misschien op dat moment wel om ook afficheontwerper te worden.

Campagne tegen aids, 1993.

Die zuigkracht heeft hij zelf altijd goed weten te vatten, vindt René Knip, vriend en korte tijd assistent van Beeke. “Je zoomt als kijker in op de voorstelling van het affiche. Er is geen overbodige franje, je wordt zo het beeld ingetrokken.”

Anarchist

Met het ‘blotemeisjesalfabet’ maakte Beeke in 1970 voor het eerst zelf furore. In 1967 had Wim Crouwel zijn ‘new alphabet’ uitgegeven, een volledig rationeel gecomponeerde geo­metrische letter, die alleen uit horizontale en verticale lijnen bestaat. Daar ging Beeke dwars tegenin: met dertig naakte vrouwen maakte hij het meest barokke alfabet denkbaar, overigens wel heel trouw de verdikkingen in schreef en rondingen van de letters volgend.

Beeke hield van provoceren. Niet alleen de fatsoensregels nam hij op de hak, maar ook de rationele stijl van Crouwels Total Design, het eerste grote Nederlandse ontwerpbureau. Een man van stramienen, vlakverdeling en één lettertype. Beeke volgde zijn eigen leermeester Jan van Toorn, die juist voor het anarchistische in de vormgeving koos: geen hoofdletters meer, uitgescheurde letters, ruw en emotioneel.

Kunstrai, 1997

Later mocht Beeke zelf bij Total Design aan de slag, om van binnenuit de boel om te gooien. Het lukte hem deels, in 1981 begon hij zijn eigen studio.

Volgens Knip stuurde hij er vaak expres op aan, op de ophef. “Een beetje gedoe, dat vond-ie prachtig. Hij luisterde met een half oor naar wat de opdrachtgever zei, bedacht zelf iets totaal anders en hoopte dat ze het zouden aannemen. Het ging hem er niet om dat je uit het affiche kon aflezen waar het toneelstuk of de film over ging, je moest nieuwsgierig worden. Hij werkte heel zintuiglijk. Bruut en poëtisch tegelijk.”

Rode stickers

Soms klonk er protest, omdat zijn werk iets té veel aandacht trok. Zoals met het affiche voor Troilus en Cressida voor theatergroep Globe, in 1981. Sommige theaterdirecteuren weigerden dat affiche op te hangen, anderen kuisten het met de door de toneelgroep zelf meegezonden rode stickers, iets wat Beeke betreurde.

In een uitzending van ‘Close-Up’ uit 2015 kijkt hij er geamuseerd op terug, zo’n poster zou, denkt hij, tegenwoordig überhaupt niet meer kunnen. Al was het toen ook niet zo simpel. “Ik kon altijd makkelijk modellen vinden voor mijn affiches, maar hier was het moeilijk. Ik zei: niemand ziet dat jij het bent, maar geen van mijn vaste modellen wilde zich ervoor lenen.”

Natura Artis Magistra, 2007.

Het is voor de jongere generatie ontwerpers lastiger geworden de vrijheid te nemen die Beeke kreeg, constateert designkenner Bob Witman in het nieuwe afficheboek: “De vrijheid die Beeke kreeg van zijn opdrachtgevers, en de vrijheid die hij opeiste voor zijn werk, is niet meer van deze tijd.” In plaats daarvan werken er bij culturele instellingen als Toneelgroep Amsterdam of het Amsterdamse Stedelijk Museum nu marketeers ‘die vaak beter lijken te weten wat een affiche moet zijn’.

Saiid herkent die constatering: er is steeds minder geld, en vaak zit er al een pr-afdeling klaar met een ontwerp. Toch komt ook in zulke gevallen een tactiek van pas die hij van

Beeke leerde: ondanks de beperkte budgetten de opdrachtgever gewoon vertellen wat je het liefst zou willen. Als je een vonk weet over te brengen voor speciaal papier of een bepaald materiaal is er vaak toch nog wat geld te vinden.

René Knip wordt bij zijn werk vaak gered door de speelse houding die hij van Beeke leerde. “Soms na weken puzzelen toch helemaal opnieuw beginnen omdat je er niet uitkomt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden