De Proust-cyclus is het artistieke testament van Guy Cassiers als hij straks naar Vlaanderen vertrekt.

Guy Cassiers (44), de artistiek leider van het Ro theater, heeft in de zesenhalf jaar dat hij deze functie nu uitoefent, in Rotterdam een opmerkelijk oeuvre opgebouwd in die zin, dat hij bij uitstek de maker van het multimediale theater genoemd kan worden. Naast de tekst spelen de beeldtechniek (video, film) en het geluid een gelijkwaardige rol in de voorstelling.

In juni 2006 keert Cassiers terug naar de stad waar hij geboren werd, Antwerpen. Hij zal daar Luk Perceval opvolgen als artistiek leider van Het Toneelhuis. Het grootste project dat hij dan in Rotterdam voltooid zal hebben, is de vierdelige serie 'Op zoek naar de verloren tijd', gebaseerd op de romancyclus van Marcel Proust (1871-1922). Het derde deel toert deze tijd door Nederland en Vlaanderen; deel vier gaat in mei in première.

De theatercyclus kan nauwelijks beschouwd worden als een vertelling van Prousts enorme roman. Het literaire werk is door de makers, als was het een grote, kristallen bokaal, op de grond in stukken gesmeten, en de duizenden scherfjes worden in een adembenemende esthetiek in het licht gehouden. De theatertechniek die Cassiers toepast, staat of valt dan ook met het talent van al diegenen die de fragmenten in hun eigen discipline vormgeven.

De centrale figuur daarin is zonder twijfel Marc Warning, die het toneelbeeld bedacht, dat voortdurend wisselende decor van videobeelden, van films (bijvoorbeeld van de Parijse salons waar de jonge Marcel zijn opwachting komt maken) en, zeer nadrukkelijk in de voorstellingen aanwezig, de projectie van korte teksten die een sfeerbepalende vertellersfunctie hebben: [Hij legt zijn armen om haar hals], [Hij trekt haar naar zich toe], [Zijn ogen], [Haar mond], [Schaamrood op zijn wangen].

Maar ook het kunstenaarscollectief KBB (Kantoor voor Bewegend Beeld), kostuumontwerpster Valentine Kempynck en lichtontwerper Enrico Bagnoli hebben vanuit hun discipline zo'n overweldigende invloed op die totale, in al z'n fragmentjes getoonde werkelijkheid, dat de schoonheid soms met de verbeelde werkelijkheid een loopje dreigt te nemen. Zo vond ik Proust 2, 'De kant van Albertine', met z'n wezenloos mooie en onwerkelijke witte kostuums, met de verdubbeling en verdriedubbeling van de hoofdpersonen in dit verhaal, Marcel en een van de bloeiende meisjes, Albertine, tot wie hij zich aangetrokken en afgestoten voelt, van een heftige intimiteit. Maar die intimiteit heeft heel beschamende kanten: de jalouzie van Marcel, die Albertine ervan verdenkt naast hem een lesbische relatie te hebben, zijn egocentrisme waardoor hij haar vrijwel tot zijn gevangene maakt, en vriendin Andrée tegen haar uitspeelt.

Cassiers zelf heeft zich ook beducht getoond dat de esthetiek de overhand zou krijgen over de barre werkelijkheid. In Proust 3, 'De kant van Charlus', is dat evenwel niet het geval. Ondanks de verblindende schoonheid van de beelden, of juist daardoor, wordt hier de banaliteit van de conversaties van de 'weldenkende burgers', en de rabiate jodenhaat bij velen van hen en bij de aristocratie, die tot uiting komt in de Dreyfus-affaire, in al zijn scherpte duidelijk gemaakt. Van de drie tot nu toe totstandgekomen producties maakte 'Proust 3' ook de meeste indruk op me. Dat is voor een belangrijk deel ook te danken aan de sterk emotionerende muziek in deze aflevering, de zang van het Rotterdams Jongenskoor onder leiding van Geert van den Dungen. Dat waren deels ook dodenzangen die met de geprojecteerde aantallen doden van de Eerste Wereldoorlog de voorstelling een verrassende actualiteit gaven.

Veel afstandelijker, minder bij de handeling betrokken was de live muziek bij Proust 1, 'De kant van Swann'. Het strijkkwartet Quatuor Danel speelde daarin met een koele esthetiek stukken uit voornamelijk Sjostakovitsj, Ravel en Kurtág. In deze productie leek de techniek nog te veel beslag te leggen op de handeling, die ook wat verwarrend eerst de tijd behandelde dat Marcel 10 jaar is en vergeefs wacht op de nachtzoen van zijn moeder, en daarna de liefde van Swann voor Odette die hiervóór ligt. Dat is overeenkomstig de volgorde van de romans van Proust zelf, 'Combray' en 'Un amour de Swann'.

De prominente plaats die beeld en geluid in de theatercyclus hebben gekregen, neemt niet weg dat de acteurs voor mij toch de belangrijksten blijven in het overbrengen van de boodschap. Ze zijn, met de typische verdubbelingen die in allerlei vormen zijn toegepast, vaak tweemaal, of driemaal gelijktijdig op het toneel aanwezig: als persoon, als videobeeld en op de film. De cyclus heeft een grote bezetting, zeker als je ook de salongasten van Madame de Villeparisis meetelt (alleen op film).

Maar de handeling wordt vooral gedragen door vier acteurs: Paul R. Kooij die de 'oude' Proust speelt, terugkijkend op zijn leven, en Eelco Smits als Marcel op het moment dat de handeling zich afspeelt. Marlies Heuer is in een reeks van rollen indrukwekkend aanwezig: als Odette de Crécy, de vrouw met wie Swann volgens de algemene opinie ver onder zijn stand trouwt; als Albertine in 'Proust 2', als Mme de Guermantes en als Odette in 'Proust 3'. Joop Keesmaat is, behalve de vader van Marcel in 'Combray', de homoseksuele baron Charlus die zo'n rol in Marcels ontwikkeling speelt.

De relaties op het gebied van liefde en seksualiteit vormen het grondpatroon van de 'Recherche', en vooral vanuit het perspectief van Marcel. Zelfs de liefde van Swann voor Odette, die begint voordat Marcel (in de roman althans) geboren wordt, lijkt eerder een fantasie van de puber voor de hem intrigerende moeder van zijn jeugdvriendinnetje Gilberte. Al die relaties zijn verkrampt en scheef, met uitzondering van die tussen zijn ouders, maar dat is duidelijk een neutraal decor voor de zoon, die het veel te druk heeft met zijn eigen relatie met zijn moeder.

De omgang met Charlus is een monument van veinzerij en stiekem gedoe, passend bij de tijd en het karakter van de baron. Anderzijds zijn de haastige avontuurtjes van de baron met 'mannen uit het volk', gadegeslagen door Marcel, hilarisch. Op het heteroseksuele vlak is het daarom jammer dat Monsieur de Guermantes, vanwege ziekte van acteur Guus Dam, uit de voorstelling geschreven moest worden. Zijn kaalgeplukt verstandshuwelijk met de Princesse was een vrolijke noot geweest in het mozaïek. Want naast de vele ernstige, droevige en scherpe momenten is er in de cyclus ook veel grappigs te beleven.

'Proust 4' krijgt de titel 'De kant van Marcel'. Hierin wordt een personage van buiten de romancyclus geïntroduceerd, dat van Prousts dienstmeid Céleste Albaret. Hij las zijn roman aan haar voor; later heeft zij haar memoires geschreven. Daarmee is nog duidelijker dat de theatercyclus nooit een bewerking van de roman is geweest, maar een spel met de roman dat een intrigerend en prachtig nieuw kunstwerk heeft opgeleverd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden