De prothese moet de patiënt overleven

Het is mooi werk, dus gaan ze er helemaal voor. De mensen in deze maandelijkse interviewserie vertellen over hun passie en gedrevenheid bij het werk dat ze doen. Vandaag: Marieke van der Lans weet alles van knie-, heup- en schouderprotheses.

ARLETTE DWARKASING

Eigenlijk is ze gewoon een verkoper van protheses. Zo mag je het best zeggen van Marieke van der Lans (30). In haar eigen regio met tien ziekenhuizen rijdt ze in de auto van de zaak rond met een koffer vol knieën, schouders en heupen. Op haar laptop een powerpoint presentatie over slijtage, loslating en malalignment (scheefstand) van botten, gevolgd door de mogelijkheden die een prothese kan bieden. En ze heeft een aanstekelijke manier van vertellen.

"Maar het is toch iets genuanceerder", lacht ze. "Ik ben vooral een klankbord voor orthopeden en operatie-assistenten." Sterker nog: ze is bijna dagelijks in een operatiekamer te vinden.

"Om een knieprothese goed te kunnen plaatsen liggen op de OK wel zes draadnetten met instrumentarium. De prothese bestaat uit twee metalen plateaus met plastic ertussen. Die drie componenten worden in het bot van de patiënt gezet. Het kapotte gewricht vervang je door metaal. Het is precisiewerk om de juiste zaagsnede in het bot te maken om de prothese op aan te laten sluiten, en er komen heel wat onderdelen bij kijken om alles in elkaar te schroeven. Ik ben vooral bij de extreme gevallen of als een orthopeed nog niet veel ervaring heeft met ons product."

Van der Lans is een beweeglijk verteller. Met haar handen probeert ze na te bootsen hoe delen van een knieprothese op elkaar komen te liggen en welke bewegingen moeten worden gemaakt. Maar in de OK raakt ze de patiënt niet aan.

"Ik assisteer slechts bij het gebruik van de instrumenten en onderdelen. Vaak heb ik met de orthopeed al een voorbespreking gehad en foto's van de patiënt gezien. Ik ben er om ervoor te zorgen dat de prothese optimaal geplaatst wordt. Zodat het gewicht van een patiënt over een zo groot mogelijk oppervlak wordt verdeeld. Daarvoor moet de zaagsnede in het bot op de goede plek en in de juiste richting worden gemaakt. Dán functioneert de prothese goed. Dáár zit de biomechanica en krachtverdeling vanuit mijn studie. Je zoekt de juiste balans, je kan het berekenen en beredeneren. En dan zien dat het werkt. Ik vind het een sport om ernaar te streven de prothese zo goed te plaatsen dat-ie de patiënt als het ware kan overleven."

Hoewel ze na een strenge selectie was aangenomen voor de pilotenopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda, koos Van der Lans uiteindelijk voor de studie biomedische technologie aan de TU Eindhoven. Opeens last van vliegangst?

"Dat ik piloot wilde worden schreef ik als klein meisje altijd al op in vriendenboekjes. Ook toen ik eindexamen deed wist ik niets anders. Toen ik steeds verder kwam bij de KMA besefte ik dat ik voor elf jaar moest tekenen: eerst vier jaar de opleiding werktuigbouwkunde, dan de opleiding voor piloot en dan nog eens je vlieguren maken. Op dat moment ging ik me pas afvragen of het echt was wat ik wilde, of dat het een langdurige bevlieging was geweest. Ik zag ook wel op tegen die mannenwereld."

Dus ging ze voor 'werktuigbouwkunde in de zorg', zoals ze de studie biomedische technologie omschrijft. Ze leerde nieuwe oplossingen te verzinnen voor toenemende problemen in de gezondheidszorg. Bijvoorbeeld het kweken van hartkleppen uit stamcellen of het verbeteren van diagnose apparatuur.

"Veel studiegenoten doen nu onderzoek aan universiteiten. Maar ik wilde iets doen voor de patiënt. Ik draag nu direct bij aan de revalidatie van mensen, aan hun welzijn, aan hun kwaliteit van leven. Dat ze hun dagelijkse dingen weer gewoon kunnen doen, weer normaal naar het toilet gaan bijvoorbeeld. Dat vind ik mooi."

Ze vertelt over een patiënt wiens knie 25 jaar terug in een oorlogssituatie was kapotgeschoten. De knie was destijds zodanig vastgezet dat de man zijn been niet meer kon buigen. Van der Lans wringt zich in bochten om met handen en onderarmen een beweeglijk been na te bootsen. Ze laat zien hoe een gezond been wordt belast. "Door het te belasten gaat het bot groeien en wordt het steviger in de richting van de belasting. Het boven- en onderbeen van deze patiënt was één lang bot geworden. Die man wilde daar nu graag iets aan laten doen. Ik was daarbij. Het been is doorgezaagd en daar is een prothese ingezet. Dat je voor zo iemand zijn kwaliteit van leven zo kunt verbeteren! Ik vind het bijzonder om daar bij te zijn."

Nog een mooi verhaal: "Een patiënt die 23 jaar geleden onze knie had gekregen lag weer op de operatietafel en het enige dat was versleten, was het plastic. Dat gaf een kick: dat ik een keer fysiek zag dat het metaal van de prothese na al die jaren nog shiny was. We hebben onze data, we weten hoeveel procent van de protheses het na twintig jaar nog steeds goed doet, maar om het nu zelf te zien. De dokter ging ook uit zijn dak: 'Kijk eens hoe goed het eruit ziet'. Dat is geweldig om mee te maken, dat mijn werk niet alleen maar een papieren succes is."

Het is vooral die 'servicekant' van haar werk waar Van der Lans enthousiast voor is. "Ik ben er gaandeweg achtergekomen dat ik in mijn salesfunctie als productspecialist verschillende rollen had. Ik ben meer servicegericht naar ziekenhuizen. Zorgen dat de voorraden op orde zijn, dat de informatie up-to-date is zodat de productie - de operaties - door kunnen gaan, het opleiden van orthopeden en operatie-assistenten voor het gebruik van onze protheses en de begeleiding in de OK."

Maar met die 'verkoopkant' had ze moeite. "Ons product verkopen aan ziekenhuizen die het nog niet gebruiken is natuurlijk een belangrijke doelstelling. En ik ging die ziekenhuizen ook echt wel in, maar ik voelde me er niet happy bij. Er zijn mensen die dat beter kunnen. Ik heb er denk ik het geduld niet voor. Het is een langdurig traject. Je moet het vertrouwen van orthopeden winnen, steeds in kleine stapjes. En ziekenhuizen hebben vaak al langlopende contracten met bedrijven, die stappen niet zomaar over van het een naar het andere product.

"Nee, het is me in de afgelopen jaren niet gelukt een nieuw ziekenhuis voor ons product te winnen. Dat vind ik niet erg. Als ik dat heel graag had gewild was het misschien wel gelukt, maar je doet waar je goed in bent en dat is het opleiden en begeleiden van mensen die met onze protheses werken. Daar ben ik superenthousiast over. Het was wel reden me af te vragen of ik dan wel op de juiste plek zat." Inmiddels heeft Van der Lans gesolliciteerd op de functie van professional education specialist. Het wordt haar taak de opleidingen voor orthopeden en het salesteam te verbeteren. "Nee, hier zat geen druk achter van mijn werkgever. Ik vind zelf niet dat er een frictie is tussen verkoop en zorg. Die verkoop van medische producten hoort erbij. Sales is niet slecht, je houdt elkaar als concurrerende bedrijven scherp. Je moet blijven nadenken, je verbeteren, innoveren. Ik ben alleen beter in opleiden dan verkopen."

Suggesties voor Mooi werk?

degids@trouw.nl

Marieke van der Lans
Geboren:

23 maart 1981 te Mount Lebanon in de Verenigde Staten.

Opleiding:

1994 - 2000 VWO in Delft

2000 - 2007 biomedische technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven

Werkervaring:

2007 - 2008 sales trainee DePuy Johnson en Johnson

2008 - 2011 productspecialist DePuy Orthopaedics

2011 - heden professional education specialist DePuy Orthopaedics

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden