De Protestantse Kerk is rijk. En nu?

null Beeld anp
Beeld anp

Hun kerkbanken mogen dan steeds leger worden, de schatkisten van protestantse gemeenten zitten nog steeds behoorlijk vol. Alleen al in de noordelijke provincies heeft de Protestantse Kerk in Nederland 151,7 miljoen euro op rekeningen staan. Waaraan kunnen de gemeenten dat geld het beste uitgeven?

"Toen wij het onderzoek startten gingen we er welhaast automatisch van uit dat het op gebied van geld kommer en kwel zou zijn", schrijft godsdienstsocioloog Marten van der Meulen van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in het woensdag gepubliceerde rapport 'Krimpende middelen en toch vitaal'. "Maar we waren blij verrast over wat we vonden."

Het idee dat PKN-kerken moeite moeten doen om het hoofd boven water te houden verdient bijstelling, meent hij. Die 151,7 miljoen euro is exclusief landerijen, pensioenfondsen en beleggingen.

Trek je de banktegoeden van Noord-Nederland door naar alle kerken in het land, dan kom je uit op een gezamenlijk saldo van 1 miljard euro. Trouw vroeg Van der Meulen en Peter de Lange van Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) wat gemeenten het beste met dat vermogen kunnen doen.

1. Spaar voor renovaties
De grootste kostenpost voor de gemiddelde PKN-gemeente is haar predikant. De tweede: haar gebouw. Veel van die gebouwen zijn afbetaald, dus daar zit het hem niet in. Wel prijzig is het onderhoud. Aan de prachtige, monumentale panden die veel gemeenten hebben, moet regelmatig iets gebeuren.

Van der Meulen: "Gemeenten weten dat natuurlijk. Dat is denk ik ook de reden dat ze reserves opbouwen. Soms is er plots een stevige renovatie nodig. Dat kost veel geld."

Soms doen gemeenten er verstandig aan om hun eigen gebouw te sluiten en zich aan te sluiten bij een ander. "Maar je moet daarbij wel oppassen. Bij alle kerksluitingen moet je je afvragen: welk effect heeft dit op het gemeenschapsleven? Veel kerkgangers zijn gehecht aan hun dorp- of buurtkerk. Als die sluit, haken ze misschien af. En je bent dan als kerk niet meer zichtbaar in het dorp. Dat moet je vooraf beseffen."

Een gekrompen gemeente met een monumentale kerk hoéft niet over te gaan tot verkoop, merkt VKB-voorzitter De Lange op. "De kerkdienst is maar een deel van wat je tot kerk maakt. Je kunt ook zeggen: we beginnen een buurthuis, net als veel moskeeën dat doen. Een koffiehuis, een kledingbank - zo verbind je je aan de buurt of het dorp. En de kerk wordt weer volop gebruikt."

2. Help een armlastige gemeente
Lang niet iedere kerk is rijk, merkt VKB-voorzitter De Lange op. Uit het rapport blijkt dat 10 procent van de noordelijke kerken 36 procent van het geld bezit. De armste 10 procent bezitten samen 0,6 procent van die 151,7 miljoen euro. De Lange: "Dat roept de vraag op: ben je als rijke gemeente verantwoordelijk voor de arme gemeente even verderop?"

Zelf vindt hij van wel. "Van gemeenten waaraan veel gegeven is, wordt ook veel verwacht." Niet dat rijke gemeenten hun geld dan maar weg moeten geven. "Dat werkt niet. Je kunt beter een investeringsplan maken. Dan is het meer een soort risicobelegging."

Arme gemeenten zijn vaak niet voor niets arm, meent De Lange. "De meesten zijn niet met hun tijd meegegaan. Ze staan niet open voor liturgische vernieuwingen, blijven het liever doen zoals ze het altijd al deden. Dat leidt dan tot leegloop en minder inkomsten. Een rijke gemeente die een arme wil helpen, kan op dat punt eisen stellen: we investeren alleen als je serieuze toekomstplannen maakt."

3. Ga pionieren
Van der Meulen en de landelijke dienstenorganisatie van de PKN zijn het erover eens: op de langere termijn moet het roer echt om. De traditionele kerkdienst is niet heilig - als de toekomst vraagt om nieuwe vormen van kerk-zijn, dan moeten die er komen.

Zo is er in Huizen eens per maand een 'brunchdienst', waarbij bezoekers met een croissantje in de hand praten over Jezus, en rijdt in Almere een dominee met een bus door een nieuwbouwwijk. Wie wil praten over geloof - of iets heel anders - is welkom. In Friesland worden stiltewandelingen gehouden.

Pionieren is duur, zegt Van der Meulen. "Daar heb je een dominee of een pastoraal werker voor nodig. En die moeten natuurlijk wel betaald worden. Rijke gemeenten lenen zich goed voor pionierswerk, maar je moet het wel slim aanpakken. Laat je pionier niet het wiel uitvinden, maar laat hem of haar eerst bij andere pioniers een leertraject volgen."

Nog weinig gemeenten durven het pionieren aan, merkt de socioloog. "Dat heeft te maken met geld, maar ook met durf. Veel kerken houden zich liever bezig met wat ze al kennen."

De Domtoren. Beeld anp
De Domtoren.Beeld anp
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden