De protestant is onmodieus

Heeft het protestantisme wel toekomst? Godsdienstsocioloog Hijme Stoffels denkt van wel. De PKN rammelt en krimpt, maar voor de moralistische zwarte gelovige én voor de onmodieuze protestant hoeft de laatste koster het licht op 5 april 2038 niet uit te doen.

In 1980 telden de kerken die nu de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vormen, tezamen bijna vier miljoen leden. Momenteel zijn dat er ongeveer twee miljoen. Precieze cijfers zijn niet bekend, want al sinds de start in 2004 kampt de PKN met problemen rond de ledenregistratie. Grosso modo verloren deze kerken de afgelopen decennia gemiddeld 65.000 leden per jaar.

Priester Antoine Bodar wantrouwt sociologen als ’moderne piskijkers’, die bij hun berekeningen de werking van de Heilige Geest buiten beschouwing laten. Blijkbaar durft de PKN-top daar zelf ook niet al te stevig op te rekenen, want men gaat in het beleid uit van een verdere afname met 30 á 35 procent van het ledental in de periode tot 2020. Trek die trend nog eens wat verder door en over dertig jaar, in 2038, telt de PKN zo’n 860.000 leden, ongeveer de omvang van de Gereformeerde Kerken in hun hoogtijdagen. Is dat erg? Nee. Het protestantse ideaal leeft ook elders. Rond 1980 vertegenwoordigden de Samen op Wegkerken 90 procent van alle Nederlandse protestanten. Nu is dat nog 67 procent. Het protestantisme verandert van toon en verschiet van kleur. Minder Westerse ratio en verlichting dan we gewend waren, meer charisma en multiculti. Van hoofdzaak naar hartenkreet. Tussen ascese en extase.

Eduard Kimman, secretaris van de Nederlandse bisschoppenconferentie, vergeleek de protestanten onlangs met een overjarige actiegroep, die vergeten is zichzelf op te heffen terwijl het doel – ’hervorming van de rooms-katholieke kerk’ – al lang bereikt is.

Hij heeft dat inmiddels herroepen, en terecht. We hebben het wel over een actiegroep die al bijna 500 jaar bestaat en wereldwijd een half miljard aanhangers telt, een aantal dat nog steeds groeit. Of het protestantisme vanuit het Vaticaan gezien nu wel of niet legitiem is, het is in ieder geval een harde sociologische realiteit. Daar helpt geen lieve moeder Maria aan.

Maar wat is dat eigenlijk: protestantisme? Protestantisme is de beweging van mensen die telkens opnieuw pogen om radicaal terug te keren naar de bron, Jezus Christus, zoals in de Bijbelse geschriften getekend. En daarvan vervolgens getuigenis afleggen (protestari), als het moet tegen de machten van staat, markt en kerk in. Al het andere is bijzaak en leidt maar af. Geen centraal leergezag, geen heilige huizen, geen mirakelen, geen goede werken, geen aflaten, alleen het individu en zijn God en anders niks. Dat is de kracht en tegelijkertijd de zwakte van het protestantisme.

Katholicisme staat voor continuïteit, protestantisme betekent breuk. Katholicisme is rijk en gevuld, protestantisme is arm en kaal. Katholicisme is vloeiend en inclusief, protestantisme is hoekig en weerbarstig. Katholicisme is wierook, protestantisme is boenwas. De katholiek staat op gewijde grond, de protestant leeft in een onttoverde wereld.

Zo kon het protestantisme zich in de afgelopen eeuwen ontwikkelen tot een belangrijk vehikel voor kapitalisme en moderniteit. Rationaliteit, individuele autonomie, binnenwereldlijke ascese en democratie, het zat er allemaal in. En nog steeds wel. Maar in een postmoderne cultuur met haar nadruk op mediahypes, consumptiegedrag en ’kicks’ heeft het klassieke protestantisme het moeilijk. Ineens lijkt het een slow religion geworden, die het uptempo van de huidige cultuur niet meer kan bijbenen. Dat moet het dan ook vooral niet willen. Dan krijg je een soort beamerprotestantisme met zondagse zapservices. Het protestantisme kan zich juist in de huidige cultuur profileren als tegenwicht, als contrapunt, als kritische instantie. Tikje intellectualistisch wellicht, en zeker niet uit op populariteit. Typisch zo’n jongen dat we ons allemaal van de lagere school herinneren: raar brilletje, onmodieus kapsel, beetje lummelig met gymnastiek, maar wel goede cijfers voor psalmversje, vlijt en vaderlandse geschiedenis. En af en toe kwam-ie toch wel raak uit de hoek.

In het protestantisme is iedereen uiteindelijk leerling en niemand meester. En wie denkt het beter te weten, begint voor zichzelf, of schrijft een boek over zijn geloof in een God die niet bestaat, of forceert een doorbraak in een slepend kerkfusieproces. De thuislezende vaderfiguur in Jan Siebelinks ’Knielen op een bed violen’ is protestants, ds. Klaas Hendrikse uit Zeeland is erg protestants, en de PKN-scriba Bas Plaisier die tijdens zijn strandvakantie in Tunesië een fusievisioen krijgt, is heel erg protestants.

Volgens Karl Barth kon je in Nederland altijd de geur opsnuiven van theologische ruzies en kerkelijke schisma’s. En tot op de huidige dag zet het proces van splijting en scheuring in het Nederlandse protestantisme zich onverminderd voort. Het onlangs verschenen ’Handboek Christelijk Nederland’ maakt melding van maar liefst 529 protestantse kerkgenootschappen en zelfstandige gemeenten. Opmerkelijk: de meeste dateren van de laatste dertig, veertig jaar. Daaronder allerhande afsplitsingen in de refowereld, de vrije vestiging van evangelische gemeenten en pinksterkerken, de opkomst van migrantenkerken en international churches. Ik zie dat als even zo vele tekenen van vitaliteit. De wet van Maarten ’t Hart luidt: ’Een kerk die leeft scheurt.’ Het gaat blijkbaar ergens over en er staat wat op het spel.

De totstandkoming van de Protestantse Kerk in Nederland bijna vier jaar geleden leek een onprotestantse uitzondering op dit eindeloze splijtingsproces. Maar ook al kwamen drie kerken tezamen, er ontstonden ook direct weer drie nieuwe kerken. De formule daarvoor luidde: NHK + GKN+ ELK = PKN + HHK + VGKN.

Overigens is wat hier gebeurde niet ongebruikelijk: een sociologisch onderzoek naar Amerikaanse kerken toonde aan dat schisma’s zich juist vaak voordoen bij fusieprocessen. Blijkbaar beginnen sommige stromingen binnen de fuserende kerken voor zichzelf, als hun eisen niet worden ingewilligd. Voor de PKN kwam dit onderzoek te laat. Het werd een maand na de oprichting van de PKN gepubliceerd.

Het is best denkbaar dat de PKN op termijn ook weer uit elkaar valt. Het is een tochtige en gammele constructie, opgetrokken uit ongelijksoortige bouwmaterialen. De eenheidsvlag dekt een uiterst pluriforme lading. Maar ook als de PKN niet voortijdig aan constructiefouten bezwijkt, zal zij zich de komende decennia ontwikkelen tot een vrijwilligerskerk van overzichtelijke en beperkte omvang. Alleen op hoogtijdagen en bij bijzondere gelegenheden bedient zij een breder publiek. Pretenties als brede protestantse volkskerk komen wat potsierlijk over. Beter is het om te rade te gaan bij kerkelijke stromingen die van oudsher gewend zijn aan de status van minderheid. Daar kun je nog een heel mooie theologie aan ontlenen.

Wereldwijd verschiet het protestantisme van kleur, zowel figuurlijk als letterlijk. De Britse theoloog Alister McGrath verwacht dat evangelicale en charismatische stromingen het klassieke protestantisme zullen opslokken. En volgens de Amerikaanse godsdiensthistoricus Philip Jenkins verschuift het zwaartepunt van het wereldchristendom steeds meer naar het Zuiden. In 2050 zal nog maar een op de vijf christenen op aarde een blanke westerling zijn. Ook in Nederland krijgen we met deze verkleuring te maken. Het kerkelijk leven in Amsterdam draait op zondag en misschien ook wel door de week al voor een belangrijk deel op de inzet van christenmigranten uit Azië, Afrika en Latijns Amerika. Zij hebben een charismatisch, conservatief en moralistisch geloof waar blanke Nederlandse protestanten zich doorgaans nogal ongemakkelijk bij voelen. In diezelfde stad is het PKN-aandeel gedaald tot drie procent van de bevolking.

De laatste decennia raakten we gewend aan het opheffen van predikantsplaatsen en de transformatie van kerkgebouwen tot tapijthallen, tearooms of tandartspraktijken. Toch spreekt men nu links en vooral rechts over gemeentestichting en kerkplanting. Ook binnen de PKN zijn er tal van bloeiende gemeenten. Voor sommige protestantse groeperingen kan er zelfs niet rap genoeg gebouwd worden. In Barneveld verrijzen momenteel twee megaker-ken voor de gereformeerde gezindte en de onlangs gebouwde refo superdome te Opheusden blijkt na twee jaar alweer te klein. Het Evangelisch Werkverband binnen de PKN wil kwijnende binnenstadskerken nieuw leven inblazen. En migrantenkerken zoeken naarstig naar een plek van samenkomst die beter voldoet dan een parkeergarage, schoolgebouw of fabriekshal.

Protestanten en katholieken gaan zich ten opzichte van elkaar en de cultuur weer wat meer profileren. It’s cool to be a catholic. I’m proud to be a protestant. Dat is goed. Er valt wat te kiezen. De toekomst is aan ’sterke religies’. En als de PKN het niet mocht redden, staat misschien ergens in de coulissen wel een van de 528 andere protestantse gemeenschappen klaar om haar rol op het publieke toneel te gaan spelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden