De propaganda van de Zonnekoning werkt nog steeds

Exact driehonderd jaar na de dood van Lodewijk XIV worstelen de Fransen nog altijd met zijn nalatenschap. Was de Zonnekoning een levende legende, of vooral een ramp voor het land? Zijn ministerie van verheerlijking wist het antwoord wel.

Grote staatshoofden uit de twintigste eeuw, van Margaret Thatcher tot Richard Nixon, vertrouwden hun imago toe aan een reclamebureau. Daarmee traden ze in feite in de voetsporen van Lodewijk XIV, de Franse Zonnekoning (1638-1715). Die had de zelfpromotie tot ware kunst verheven. Letterlijk: alle denkbare kunstvormen gebruikte hij om zijn roem te verbreiden. Penningen, prenten, schilderijen, wandtapijten, beelden, triomfbogen, paleizen, poëzie, toneel, ballet, muziek, vuurwerk - niets was te gek.

Lodewijks propaganda sloeg aan. Fransen en buitenlanders waren destijds zeer onder de indruk van 'Louis le Grand', zoals hij zich graag liet noemen. En zelfs nu, exact driehonderd jaar na zijn dood op 1 september 1715, werkt de beeldvorming nog door. Elk jaar stromen drommen toeristen met z'n zeven miljoenen door Lodewijks statige paleis in Versailles, gelokt door de legende - en door de schoonheid van de kunst. Dit jaar is de drukte nog groter dan anders. Vanwege het jubileum zijn er het hele jaar door gekostumeerde feesten, concerten, balletten en vuurwerkshows. Vanaf 27 oktober loopt er ook een expositie over de religieuze, politieke en ceremoniële aspecten van het koninklijke overlijden.

Niet alleen het grote publiek, ook veel historici kijken nog altijd vol bewondering naar Lodewijk, en dan vooral de Franse historici. Sommigen hebben zich totaal door de Zonnekoning laten inpalmen, vindt de Britse historicus Richard Wilkinson, schrijver van de kritische biografie 'Lodewijk XIV' (2014). Zo kwalificeert hij zijn Franse collega-biograaf François Bluche door de telefoon als 'belachelijk bevooroordeeld'. Bluche heeft ook in Frankrijk de reputatie dat hij de koning bewierookt. Maar hij is lang niet de enige.

Het lijkt wel alsof Franse historici collectief verblind zijn geweest door de stralen van de Zonnekoning, beaamt een andere Brit, de beroemde historicus Peter Burke. Hij schreef een kritisch boek over de doelbewuste imagovorming van Lodewijk XIV, 'The Fabrication of Louis XIV' (1992). Het boek groeide uit tot een wetenschappelijk standaardwerk, maar werd in Frankrijk grotendeels genegeerd, zelfs nadat er een Franse vertaling was verschenen. "Ik kreeg destijds de indruk dat kritiek op Lodewijk in Frankrijk taboe was, zeker voor een buitenlander", verklaart Burke in een e-mail. "Zoals je in Spanje onder Franco geen kritiek mocht uiten op Filips II."

undefined

Frans taboe

Anno 2015 gaat het al duidelijk beter, constateert Burke. Ongeveer vanaf eind jaren negentig, met het aantreden van een nieuwe generatie historici, kregen de Fransen minder moeite met kritiek op Lodewijk. Burke merkte het toen hij onlangs door twee Franse tv-zenders werd geïnterviewd, onder meer voor een programma dat vandaag wordt uitgezonden, op de sterfdatum van de koning. Het verheugde hem dat de journalisten niet alleen interesse toonden voor het klatergoud, maar ook voor 'de keerzijde van de medaille'.

Zo zijn er meer aanwijzingen waaruit blijkt dat het Franse taboe op negatieve geluiden over de Zonnekoning slijt. In een themanummer dat het Franse weekblad Le Nouvel Observateur in augustus 2013 aan Lodewijk XIV wijdde, kregen kritische stemmen volop de ruimte. De Franse historicus Daniel Dessert mocht bijvoorbeeld betogen dat Lodewijk XIV, de zogenaamde absolute vorst, in werkelijkheid niet veel meer was dan de marionet van een handjevol rijke bankiers en sluwe raadgevers. De koning zou bovendien een 'lafaard' zijn geweest, omdat hij zich met zijn hofhouding terugtrok in de luchtbel van Versailles, ver weg van het woelige Parijs met zijn gepeupel.

In hetzelfde themanummer vergelijkt de Franse historicus Jean-Frédéric Schaub de katholieke Lodewijk nota bene met de Iraanse ayatollah Khomeini, vanwege zijn obsessieve vervolging van alles wat 'ketters' (lees: protestants) was. En zelfs de directeur van het prestigieuze Onderzoekscentrum van het paleis in Versailles, Mathieu Da Vinha, die zich als het ware in het hol van de leeuw bevindt, kraakt een kritische noot over de koning. Volgens hem werd Lodewijk XIV in zijn tijd aan het volk verkocht als een 'marketingproduct' - precies wat de Brit Burke een kwart eeuw geleden al beweerde. Het duurde kortom even, maar onder Franse historici lijkt het taboe op Lodewijk-kritiek langzamerhand beslecht.

Toch blijft het voor de meeste gewone Fransen nog altijd vloeken in de kerk om de Zonnekoning af te vallen. Zij beschouwen Lodewijk XIV als een held uit hun nationale geschiedenis, als de 'koning der koningen'. Van de tientallen vorsten die Frankrijk tot aan de revolutie van 1789 geregeerd hebben, zijn de meeste allang vergeten. Maar de Zonnekoning kent iedereen nog. Hij deed buurlanden sidderen met zijn militaire overmacht en bracht het land tot grote culturele bloei. De Fransen worden nog dagelijks geconfronteerd met de resultaten van die bloei, van de schitterende toneelstukken van Racine en Molière tot aan de imposante façades en standbeelden in de hoofdstad.

undefined

Fascinerende levenswandel

De nagedachtenis aan Lodewijk XIV is ook bevorderd door zijn fascinerende levenswandel. Hij besteeg de troon in 1643, toen hij pas vier jaar oud was, en regeerde 72 jaar tot aan zijn dood. In de tussentijd zocht hij oorlog met vrijwel heel Europa. Hij leidde een buitengewoon fladderig en openbaar liefdesleven, danste veelvuldig mee in balletten en verplaatste het Franse hof vanuit het traditionele Louvre - in hartje Parijs - naar het onontgonnen buitengebied Versailles. Daar liet hij een bestaand, klein jachtslot omtoveren in een megalomaan paleis met dito tuin, het symbool van zijn absolute macht.

undefined

Hofcultuur

Wat bovendien bijdroeg aan Lodewijks faam, is de hofcultuur met persoonlijkheidscultus die hij creëerde. Hij liet duizenden hovelingen met elkaar concurreren om zijn gunst. Wie hem het aangenaamst vleide, had de grootste kans op een beloning. De eer bestond vaak uit toestemming om aanwezig te zijn bij een 'belangrijke rituele handeling': opstaan, naar bed gaan, een maaltijd nuttigen, en zelfs plaatsnemen op de chaise percée - een stoel met een gat waarop de koning ten overstaan van zijn onderdanen zijn behoefte deed. Hoe intiemer de daad, hoe groter de eer. Dit gunstensysteem kostte Lodewijk niets, behalve zijn privacy, en hij kocht er veel loyaliteit mee. De meeste hovelingen vonden het prachtig.

Verder vloeide Lodewijks legende vooral voort uit zijn geprofessionaliseerde image-building, waarvoor hij een heus 'ministerie van verheerlijking' oprichtte (zie kader op pagina 5). Deze pr-afdeling promootte de koning - via penningen, prenten, schilderijen, enzovoort - hoofdzakelijk op vier kwaliteiten, waar Lodewijk in werkelijk in meerdere of mindere mate over beschikte.

De eerste kwaliteit, zegt historicus Burke, was die van de 'absolute vorst': de alleenheerser zonder tegenmacht. Dit beeld klopte in zoverre dat Lodewijk in 1661 besloot om voortaan zonder eerste minister te regeren, wat hem meer verantwoordelijkheid en macht gaf. Maar dit betekende nog niet dat hij vrij kon besluiten wat hij wilde. Hij was gebonden aan de wet, en bovendien moest hij de adel in de provincie te vriend houden met compromissen en concessies. Om die reden hebben historici het idee van de absolute macht de afgelopen decennia naar het rijk der fabelen verwezen. Zelfs Lodewijks beroemde uitspraak 'L'État, c'est moi' (De staat, dat ben ik) is een verzinsel gebleken. De koning heeft nooit zoiets gezegd. Wel zei hij, op zijn sterfbed: 'Ik ga, maar de staat blijft'. Dat is zo'n beetje het tegenovergestelde.

De tweede kwaliteit die in de propaganda werd uitvergroot, waren de veroveringen. Wie de Franse kaart van vóór en ná Lodewijk bekijkt, ziet dat het land onder zijn bewind inderdaad groeide. In de noordelijke punt won Lodewijk veel terrein; in het oosten lijfde hij de Franche-Comté en de Elzas in, en in het zuiden de Roussillon.

undefined

Oorlog

Maar tegen welke prijs? Van de 72 jaar dat Lodewijk koning was, voerde hij vijftig jaar oorlog, vaak alleen voor de glorie of uit wraak. Om de strijd te bekostigen moest de bevolking steeds harder bloeden. Op den duur vloeide 78 procent van de staatsinkomsten naar de slagvelden, terwijl de burgers nauwelijks nog te eten hadden. Dat ging te ver, gaf Lodewijk vlak voor zijn dood toe. Tegen zijn achterkleinzoon, die klaarstond om hem op te volgen, zei hij: "Ik ben te dol geweest op oorlog. Volg me daarin niet na."

Lodewijk liet zich in de derde plaats graag portretteren als gulle mecenas van de kunsten. Dat beeld is zonder meer correct. De koning stichtte een reeks academies voor verschillende kunstvormen, gaf subsidies aan vele kunstenaars en leefde zich artistiek uit op Versailles. Andere Europese landen probeerden deze culturele weelde te imiteren. Zo oogt het beroemde Schönbrunn-paleis in Wenen vrijwel als een kopie van Versailles.

Lodewijks vierde en laatste eigenschap die in de propaganda werd aangezet, was zijn vroomheid. Ook daar was weinig aan gelogen. In de eerste helft van zijn leven leidde de katholieke koning weliswaar een liederlijk bestaan, waarin hij zijn onstilbare behoefte aan seks botvierde op vele vrouwen. Zijn hovelingen gedroegen zich in die periode al net zo vrij, wat de hertog van Palestrina tijdens een bezoek aan Versailles deed uitroepen: 'Wat een bordeel!' Maar in de jaren tachtig was die seksuele uitbundigheid op slag voorbij. De oorzaak: in 1683 trouwde Lodewijk met zijn tweede echtgenote, de uiterst vrome Madame de Maintenon. Onder haar invloed werd het hof diep-religieus, preuts en kuis. Het was in die sfeer dat Lodewijk in 1685 het Edict van Nantes herriep. Daarmee schafte hij de godsdienstvrijheid af en joeg hij 200.000 hugenoten het land uit, terwijl ze feitelijk geen enkele bedreiging vormden. Het is misschien wel de meest controversiële maatregel uit Lodewijks bewind.

Er waren ook eigenschappen waar de officiële propagandisten géén werk van maakten, benadrukt Burke. Gerechtigheid vormt bijvoorbeeld nauwelijks een thema op de koninklijke penningen en prenten, en ook hulp aan de armen komt er bekaaid vanaf. Op die punten scoorde de koning ook in de praktijk beroerd. Net als op financiën: hij liet een torenhoge staatsschuld na.

Naarmate het bewind op zijn eind liep, viel het heroïsche beeld van de koning en zijn glorieuze regime steeds moeilijker te verenigen met de toenemende ontreddering in het land. Armoede en honger overheersten. In de laatste jaren lieten de Fransen hun onvrede daarom steeds openlijker doorklinken, ondanks de strenge censuur. Na Lodewijks dood was het hek van de dam: overal doken schunnige versjes over de koning op. Binnen een paar uur na het overlijdensbericht stroomde Versailles leeg; de duizenden hovelingen gingen naar huis, wat pijnlijk duidelijk maakte hoe loyaal ze werkelijk aan de koning waren. De vernedering nam nog grotere vormen aan toen Lodewijks lichaam, onderweg naar de koninklijke graftombe in Saint-Denis, vlak boven Parijs, beschimpt werd door uitzinnige dronken menigtes. Het zorgvuldig geconstrueerde imago van de koning leek voorgoed verwoest.

undefined

Voltaire

Maar het kan verkeren. Schrijver en filosoof Voltaire deed in 1751 een geslaagde poging tot imagoherstel. Hij publiceerde toen 'Le Siècle de Louis XIV' (De eeuw van Lodewijk XIV), waarin hij de luister en culturele rijkdom uit de tijd van de Zonnekoning uitvoerig prees. Voltaire had daarbij een verborgen agenda: hij zette de oude bloei af tegen de dorheid van Frankrijk onder de nieuwe koning, Lodewijk XV, vooral om aan te tonen hoe sukkelig en incompetent die laatste was. Maar de Zonnekoning kreeg er hoe dan ook een enorme opkikker door. Ook na de Franse revolutie kon Lodewijk XIV rekenen op fervente verdedigers, onder wie de schrijver Chateaubriand. Zo begon zijn ster warempel weer te stralen en werd het hoe langer hoe minder bon ton om de legendarische held af te vallen.

In ons tijdsgewricht slaat de slinger weer de andere kant op en groeit de aandacht voor de donkere kant van Lodewijks bewind. Maar welk beeld er bij komende generaties ook zal overheersen, tot de verbeelding blijft 'Louis le Grand' ongetwijfeld altijd spreken.

undefined

Een reclamebureau avant la lettre

Image-building' is een sleutelbegrip uit het leven van Lodewijk XIV. Al direct na zijn geboorte, in 1638, werd er bewust aan zijn beeld gewerkt. Zijn ouders, Anna van Oostenrijk en Lodewijk XIII, tooiden hun zoon met de verheven titel 'Dieudonné' (Godgegeven). Ze lieten hem aanvankelijk net als andere kinderen afbeelden: als ingebakerde baby of in de jurk die jongens onder de zeven jaar destijds droegen. Maar zodra Lodewijk als kleuter de troon besteeg, werd hij op schilderijen neergezet in de klassieke blauwe koningsmantel met de gouden lelies, en soms zelfs in wapenrusting. Schilders, beeldhouwers, graveurs, architecten, schrijvers, componisten: allen droegen bij aan zijn 'glorie' - dat andere sleutelbegrip.

Lodewijks directe voorgangers maakten feitelijk gebruik van dezelfde propagandamiddelen als hij, veelal afgekeken bij vroegere Romeinse keizers. Maar de Zonnekoning pakte het grootser aan, zo heeft de Britse historicus Peter Burke laten zien. Nieuw was vooral dat de koning in 1663 een soort 'ministerie van verheerlijking' oprichtte: de 'Petite Académie'. Het idee hiervoor kwam van Lodewijks minister Jean-Baptiste Colbert, belast met de publiciteit van het regime. In de Petite Académie zaten adviseurs op het gebied van literatuur, schilder- en beeldhouwkunst en architectuur. Samen voerden zij de propaganda naar een hoogtepunt.

Colbert had daar een goede reden voor. In 1661 was de gezaghebbende mentor en eerste minister van de koning, Jules Mazarin, overleden. Lodewijk besloot daarna zonder eerste minister verder te regeren, eigenmachtig. Zo dreigde hij van buitenaf een stuurloze indruk te maken, besefte Colbert. De minister wilde voorkomen dat de adel deze zwakte zou aangrijpen om het koninklijk gezag op de proef te stellen, zoals was gebeurd tijdens de Fronde, een opstand tussen 1648 en 1653. Het vaccin: extra pr.

Daarom kwamen er vanaf 1663 officiële wedstrijden voor het beste schilderij of beeld dat de 'heldhaftige daden' van de koning uitbeeldde, en voor de beste lofrede op de koning. Kunstenaars konden alleen nog lid worden van de Academie van Schilder- en Beeldhouwkunst als ze een toelatingsstuk maakten over Lodewijks glorie. En voortaan nam de koning historiografen en schilders mee op zijn veldtochten. Deze voorlopers van de oorlogsverslaggevers en -fotografen verfraaiden de werkelijkheid naar believen.

De Petite Académie keerde ook toelagen uit aan schrijvers die speciaal waren geselecteerd om de koning te dienen. Van deze lieden werd verwacht dat ze Lodewijks naam voorop hun werk vermeldden, of dat ze hun toewijding aan hem 'in de meest eerbiedige en fraai klinkende bewoordingen' beschreven. De koninklijke subsidies leverden soms prachtige literatuur op, maar vaak ook drakerige gedichten waar de vleierij vanaf droop. Eén dichter slaagde erin om een sonnet (veertien versregels) te componeren waarin hij 58 prijzende bijvoeglijke naamwoorden verwerkte.

Historicus Burke maakte een bijna hilarische inventarisatie van de adjectieven waarmee de koning gewoonlijk werd omschreven: doorluchtig, schitterend, standvastig, verlicht, weldadig, roemrijk, knap, heldhaftig, vermaard, onsterfelijk, onoverwinnelijk, rechtvaardig, vlijtig, grootmoedig, vrijgevig, vroom, zegerijk, waakzaam, groot en wijs.

Zelfs de koning vond het soms te ver gaan. Zo berispte hij ooit de tragediedichter en koninklijk historiograaf Jean Racine, die van geen ophouden wist en die Lodewijks bewind had omschreven als 'een ononderbroken reeks wonderen'. De koning, hoffelijk als hij was, gaf Racine een subtiele hint: "Ik zou u meer prijzen als u mij wat minder prees."

undefined

Waarom Lodewijk XIV 'Zonnekoning' heette

Lodewijk XIV koos de zon, gepersonifieerd door de Griekse zonnegod Apollo, als zijn embleem. Van de zon is er maar één, redeneerde hij, en die is zo machtig dat hij alles en iedereen op aarde met zijn stralen aanraakt. Apollo was bovendien niet alleen de god van de zon, maar ook van de kunsten, waarvan Lodewijk zichzelf als beschermheer opwierp. Zo sneed het mes aan twee kanten. Als 15-jarige had Lodewijk in een ballet de rol van de zon gedanst. Met zijn opkomst verjoeg hij de nacht en gaf hij de wereld het daglicht ten geschenke. Sindsdien identificeerde de koning zich ook in het dagelijks leven met de hemelse vuurbal, die bij de inrichting van het paleis en de tuin in Versailles - met zijn langgerekte waterpartijen - een leidende rol kreeg.

undefined

Heeft Lodewijk XIV ongewild de Franse revolutie ingeluid?

Na de Zonnekoning was de Franse monarchie geen lang leven meer beschoren. Dat roept de vraag op of Lodewijk XIV, met zijn hang naar luxe en absolutisme, indirect de Franse monarchie om zeep heeft geholpen. Vormden zijn geldverspilling en machtspolitiek de opmaat naar de Franse revolutie van 1789?

Ja, zegt de Franse historicus Daniel Dessert. In het Franse weekblad Le Nouvel Observateur wijst hij erop dat Lodewijk XIV een koninkrijk van zevenhonderd jaar oud erfde. Aan zijn opvolgers liet hij een kroon na die nog maar zeventig jaar zou bestaan. "Hij heeft zelf het graf van de monarchie gegraven", concludeert Dessert. "Echte royalisten zouden hem moeten haten."

Een andere historicus, de Brit Richard Wilkinson, is voorzichtiger. Juist het feit dat de revolutie na Lodewijk XIV nog zeventig jaar op zich liet wachten, betekent volgens Wilkinson dat de rol van de Zonnekoning beperkt was.

Zijn twee opvolgers, Lodewijk XV en XVI, waren ook nog eens zeer zwakke vorsten die de groeiende sociale onrust niet konden bedwingen. Waarschijnlijk treft hen meer blaam dan Lodewijk XIV.

Historici hebben tal van verschillende oorzaken voor de revolutie aangewezen. Frankrijk kende bijvoorbeeld een hardnekkig en ernstig begrotingstekort, er waren hongersnoden met miljoenen doden, en mensen wilden af van de standenmaatschappij. Uit de Verlichting was bovendien een 'revolutionaire' ideologie geboren die schreeuwde om verandering.

Daarbij was er halverwege de achttiende eeuw een venijnige pamflettenstrijd uitgebroken waarin de koning voortdurend werd zwartgemaakt. Zie onder zulke omstandigheden maar eens een monarchie overeind te houden.

Toch, erkent Wilkinson, kan Lodewijk XIV de implosie van de monarchie wel degelijk in de hand hebben gewerkt.

Hij had bijvoorbeeld de macht van de adel beperkt, wat tot veel gemor leidde; het was uiteindelijk de adel die de revolutie in gang zette, waarna het volk de omwenteling voltooide. Verder verplaatste Lodewijk XIV het hof van Parijs naar de luchtbel Versailles, waarmee de monarchie ook in figuurlijke zin meer op afstand van het volk kwam te staan.

Lodewijk XIV kwam daar kennelijk mee weg, dankzij zijn sterke persoonlijkheid en propaganda. Maar onder zijn zwakke opvolgers stortte het bouwwerk alsnog jammerlijk in.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden