De procesgang na Demjanjuk

Het is een erfenis van de verslagen die ik aan het Demjanjukproces wijdde, een deformatie zo u wil, maar ik wil er u toch over blijven berichten. Over de processen die daarna kwamen, en die direct verbonden zijn met het vonnis van toen.

In dat vonnis werd de toen 91-jarige Demjanjuk in 2011 schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan de moord op 34.000 Nederlandse Joden in het vernietigingskamp Sobibor, waar hij bewaker was geweest. Hij werd tot vijf jaar cel veroordeeld. Voor het eerst verklaarde de Duitse justitie daarmee iemand schuldig, niet voor een bewezen strafbaar feit en persoonlijke schuld, maar puur en alleen voor deelname aan een vernietigingsfabriek.

Een precedent waarop men zich ging beroepen. Want deelnemers waren er meer, onder het slinkende bestand van nu onrustig slapende negentigjarigen ; de ommezwaai van de Duitse justitie, die nog door een hogere rechter moet worden getoetst, was laat gekomen.

Er volgden meer veroordelingen. In 2015 kreeg de 94-jarige Oskar Gröning in Lüneburg vier jaar cel, in 2016 kreeg de eveneens 94-jarige Reinhold Hanning in Detmold vijf jaar. De eerste was boekhouder in Auschwitz, de tweede was er bewaker. Van geen van beiden werd persoonlijke schuld aangetoond, wel toonden beiden berouw.

Maar nog is het niet zo dat binnen de Duitse justitie alle weerstand tegen deze vorm van schuldtoewijzing is gebroken. Die weerstand komt niet per se van boven; het vonnis tegen Gröning ligt nu ter toetsing bij het opperste gerechtshof in Karlsruhe (Demjanjuk was gestorven voor zijn hoger beroep behandeld kon worden). Die weerstand rust nog bij individuele rechters, zoals die in Neubrandenburg, waar maandag de eerste zitting plaatsvond in de zaak tegen de 95-jarige Hubert Zafke.

Zafke was voor de SS als verpleger werkzaam in Auschwitz van oktober '43 tot september '44. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van medeplichtigheid aan moord in 3681 gevallen, maar de behandeling van de aanklacht die in 2015 werd ingediend, werd getraineerd door de rechtbankvoorzitter, Klaus Kabisch, die liet merken in een proces geen zin te hebben. Kabisch is een vertegenwoordiger van de oude rechtspreking, die nog is gebaseerd op een vonnis van het Hooggerechtshof uit 1969, waarbij een SS-tandarts werd vrijgesproken van medeplichtigheid, ofschoon hij toezicht hield bij het losbreken van gouden tanden.

Verslagen in Die Welt en Der Spiegel spreken nu schande van de halsstarrige houding van de rechter die de eerste zittingsdag in chaos liet verlopen door aanvankelijk wrakingsverzoeken tegen hem van het OM - een unicum in de Duitse rechtspraak - niet in behandeling te nemen, maar wel uitvoerig in te gaan op een medisch rapport over de conditie van Zafke. Getwist werd over mogelijke dementie bij de verdachte, en als aanwijzing daarvoor bracht de rechter te berde dat hij weleens vergat zijn kat te voeren. Daarop reageerde Zafke met de vraag of hij daarvoor soms terechtstond, wat gretig door zijn verdediging aan de rechtbank werd doorgegeven - een vertoning die tot verontwaardiging leidde bij aanklagers en mede-aanklagers. De stemming dreigde zelfs te ontsporen toen medestanders van Zafke sissende geluiden en wegwerpgebaren maakten toen de aanklagers aan het woord kwamen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden