De prikbrief van Douwe Meijer

Dodenmars - Douwe Meijer 'schreef' met een speldje zijn afscheidsbrief. Hij werd 72 jaar geleden door een nazi doodgeschoten.

Een pen of potlood was niet voor handen en dus prikte verzetsstrijder Douwe Meijer met een speld op een stuk bruin pakpapier een brief aan zijn vrouw Baafke. Tijdens zijn vervoer uit kamp Vught naar Duitsland heeft hij de prikbrief via het toilet uit de trein gegooid. Iemand uit Nijmegen vond dat langs de spoorrails en heeft het doorgestuurd. Later zou blijken dat het zijn afscheidsbrief was.


De familie van Meijer vermoedt dat Douwe het stijve pakpapier bewerkte met het rood-wit-blauwe emaillen speldje dat hij altijd achter zijn revers had zitten. Behalve vaderlandslievend was hij gereformeerd en diepgelovig. Thuis praatte hij nooit over zijn verzetswerk en pas later werd duidelijk dat hij bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) zat.


Meijer was betrokken bij een overval op het distributiekantoor in Arnhem, de stad waar hij een winkel had in kunstnijverheid. Waarschijnlijk had hij ook een aandeel in het vervalsen van persoonsbewijzen en bonkaarten. Vaststaat dat hij een rol speelde in de distributie van het illegale blad Trouw.


Over vader werd in het gezin weinig gepraat, ook niet na zijn arrestatie in juni 1944. Hij was net terug van een verjaardagsvisite toen de SD hem thuis arresteerde. Later bleek dat deze gevreesde dienst bij een gearresteerde koerierster een brief had gevonden die voor hem was bedoeld. Meijer kwam terecht kamp Vught.


De brief die hij prikte bestaat uit twee delen. Het eerste maakte hij op 5 september: Dolle Dinsdag. De Duitsers waren in alle staten vanwege een bericht dat de geallieerden al aan de grens zouden staan. "Lieve Bap", zoals hij zijn vrouw noemde. "Het is een bijzondere manier van schrijven, ik kan het heden nog doen. We weten hier niet waar we aan toe zijn. Het einde van de oorlog is nabij. Dat betekent hier voor velen de dood." Hij vreesde al voor zijn leven.


Meijer werd die dag nog op de trein naar Duitsland gezet, waarin hij het tweede deel maakte, plus de envelop met adres. De eindbestemming van de trein bleek het concentratiekamp Sachsenhausen te zijn bij Oranienburg, ten noorden van Berlijn. Hij heeft daar tot maart 1945 moeten werken voor bedrijven als Siemens, AEG, Daimler-Benz en IG Farben.


Vanwege de aanstormende troepen van de Sovjet-Unie werd dit kamp ontruimd en verhuisde Meijer naar het zuidelijker gelegen Buchenwald. Toen ook dit kamp op punt stond bevrijd te worden, moest hij met de anderen 200 kilometer lopen naar Flossenbürg waar hij 16 april aankwam. Vier dagen later ging de dodenmars verder, nu naar Dachau. Daar kwam hij niet aan.


Het is nog niet lang bekend waar en hoe precies Douwe tijdens de dodenmars aan zijn einde kwam. Een medegevangene met wie hij bevriend was geraakt meldde in een brief aan de familie dat Douwe onderweg uitgeput was gevallen, niet meer kon opstaan en door een SS'er met schoten in slaap en nek was vermoord. Dat gebeurde op 22 april 1945, vandaag 72 jaar geleden. Een dag later bevrijdden Amerikaanse troepen het gebied.


De indrukwekkende prikbrief kwam pas halverwege de jaren negentig boven water, jaren nadat de vrouw van Douwe was overleden. Ze had het in een doos gestopt, zonder nadere vermelding. Zelf praatte ze nooit over haar man, zegt zoon Boto. "Ze richtte zich volledig op de zes kinderen en de winkel die voor inkomsten moest zorgen. Zij wilde alleen maar vooruit kijken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden