De prijs die ik moet betalen, is maar een kleine

Trouw kijkt terug op 2007, met mensen die het nieuws haalden. Vandaag: Ehsan

Het was een bewogen jaar, zegt Ehsan Jami. „En dat is eufemistisch uitgedrukt.”

Hij vergeleek de profeet met Osama bin Laden, beledigde daarmee moslims, werd in elkaar geslagen, richtte een comité van ex-moslims op, probeerde vergeefs in het partijbestuur van de PvdA te komen en werd uit PvdA-fractie van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg gezet. Hij kondigde aan een film te maken, die volgens eigen zeggen „minstens zo controversieel wordt als de Deense cartoons”.

Jami (22) komt Hotel des Indes in Den Haag binnen met twee veiligheidsmensen in het kielzog. Zo gaat het al maanden, een ’normaal’ leven lijkt onmogelijk. Hij leeft uit de koffer, trekt van hotel naar hotel. Een Voorburgse flatwoning werd voor hem verbouwd en extra beveiligd, maar de buurtbewoners protesteerden tegen zijn komst. „Als de gemoederen straks tot rust zijn gekomen, trek ik er in. Ik moet toch ergens wonen? Mijn buren zullen geen last van me hebben. Ik zal nooit aanbellen om een kopje suiker te vragen.”

Hij raakte afgelopen jaar veel vrienden kwijt. „Het was een déjà vu. Toen ik in 2002 besloot geen moslim meer te willen zijn, waren er al vrienden afgehaakt, nu keerden anderen me de rug toe. Blijkbaar waren het toch geen echte vrienden. Ik dacht dat we dezelfde dingen belangrijk vonden: rechtvaardigheidsgevoel, mensenrechten, normen en waarden, vrijheid van meningsuiting en van religie.”

Dit is de prijs die ik moet betalen, zegt hij. Een kleine prijs, vindt hij. „Gezien de bigger picture. Gezien al die mooie mailtjes, al die steunbetuigingen ik krijg.”

Sinds mei stroomt zijn mailbox dagelijks vol. „Ook met bizarre verzoekjes. Vrouwen die een date willen, of nog andere ideeën voor een afspraakje hebben. Ze moesten eens weten hoe romantischwij zijn”, zegt hij, knikkend naar de veiligheidsmensen die iets verderop de boel in de gaten houden.

Vrienden raden hem wel eens aan wat voorzichtiger te zijn met anti-islamitische uitspraken. „Maar dat kan ik toch niet? Ik bén tegen radicale islamieten. Maar ik ben níet anti-moslim. Ik heb de moslimgemeenschap tegen me in het harnas gejaagd. Jammer. Maar ik heb die organisaties van knuffelallochtonen niet nodig. Ik kom op voor de vrouwen in Leidschendam-Voorburg die als beesten worden behandeld en door hun man thuis opgesloten worden gehouden. Homo’s en afvalligen kunnen op mijn steun rekenen.”

Nu is Jami nog een éénmansfractie in de gemeenteraad, in 2010 hoopt hij op een plekje in de Kamer. In het najaar van 2008 wil hij beslissen bij welke partij hij zich zal aansluiten.

Wekenlang was hij het gesprek van de dag. Het is iets rustiger, maar dat kan nooit voor lang zijn, als je zo graag provoceert. „Ik heb nergens spijt van. Ik hoor zo vaak: had het op een softe manier bespreekbaar gemaakt. Maar ik weet zeker dat ik dan lang niet zoveel had bereikt.”

„Pas zat ik bij zo’n stroef debat. Het publiek stond op het punt een kussen en deken te pakken. Dan roep ik tegen Bas van der Vlies van de SGP en tegen de mensen van de ChristenUnie: ’Jullie zijn met jullie denkbeelden over homo’s en vrouwen de taliban van het Westen.’ Meneer Van der Vlies viel bijna van zijn stoel. Ik ben voor provoceren. In het debat ben ik ook vóór het wij-zij-denken. We zijn niet allemaal gelijk. Ik zit er niet om fabeltjes te vertellen, maar om problemen aan te kaarten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden