De president heeft wel wat beters te doen

In Suriname sleept het proces over de Decembermoorden zich al ruim drie jaar voort. Op wat nabestaanden na volgt niemand het meer. Hoofdverdachte Desi Bouterse is steevast afwezig. En de voor vandaag geplande zitting is alweer uitgesteld.

Weifelend, stotterend en met opengesperde ogen staart een gespannen getuige naar president Cynthia Valstein-Montnor van de krijgsraad. "Was ik toen op Fort Zeelandia? Ik kan het me niet herinneren. U vertelt mij dingen waar ik geen weet van heb. Pfff. Het is ook zo lang geleden. Oh ja, ik was er wel, maar heb niemand gezien. Was Desi Bouterse daar? Die heb ik niet opgemerkt en wat doet mijn naam daar in dat verband?"

Marcel Zeeuw is lid van de 'Groep van Zestien', de militairen die in 1980 in Suriname een staatsgreep en bijna twee jaar later (tenminste, zo luidt de aanklacht) de Decembermoorden pleegden. Hij moet voor Bouterse's raadsman, Irwin Kanhai, een ontlastende verklaring afleggen en aantonen dat Bouterse niet aanwezig was op Fort Zeelandia in de nacht van 7 op 8 december 1982.

Het proces over de Decembermoorden dient in een kleine, streng beveiligde rechtszaal in Boxel, een half uur buiten Paramaribo. Binnen deze omheining is Bouterse even niet de president van de Republiek Suriname, maar hoofdverdachte in de zaak over de moord op vijftien prominente critici van zijn militaire regime.

De lezing van de soldaten zelf (het vijftiental wilde een tegencoup plegen en werd op de vlucht neergeschoten) om de daad te vergoelijken, is lang geleden verwezen naar het rijk der fabelen. Het gaat er nu om wie wat precies uitvoerde, wie verantwoordelijkheid droeg en vooral wie opdracht gaf om de trekker over te halen tijdens de standrechtelijke executies.

De zitting begint steevast met het oproepen van Désiré Delano Bouterse. Het verzoek van de rechters aan de Militaire Politie is tegen beter weten in. "Afwezig!", luidt telkens het antwoord. Raadsman Kanhai meldde in de aanloop naar de inauguratie van Bouterse tot staatshoofd augustus vorig jaar dat zijn cliënt nooit naar het proces zal komen: "Hij heeft het te druk met de kabinetsformatie. Bouterse gaat zich volledig inzetten voor Suriname en zal geen tijd verliezen met de zitting."

Het optreden van Zeeuw tijdens de laatste zitting eind maart is een gênante vertoning. Zeeuw was destijds commandant van de Militaire Politie en hem hangt een veroordeling boven het hoofd. Hij kiest provocatief om zijn eed af te leggen in militair tenue, op zijn borst prijkt de 'Gouden Ster van de Revolutie'. Die onderscheiding kreeg hij eind februari als eerbetoon voor zijn verdiensten in de jaren tachtig in het presidentieel paleis opgespeld door Bouterse.

dNu even geen brede trotse glimlach bij Zeeuw, maar al dan niet geacteerd geheugenverlies. Zijn hakkelende, onsamenhangende betoog zit boordevol tegenstrijdigheden. "Ik moet om verschoning vragen, want ik begrijp u niet", stottert hij richting krijgsraad, die op zijn beurt het geduld verliest. Het verslag van Amos Wako, mensenrechtenrapporteur van de Verenigde Naties, wordt aangehaald. Tegen hem vertelde Zeeuw ooit openhartig over die fatale decembernacht in 1982. "Wako, Wako? Oh ja! Ik heb hem eens meegenomen naar mijn nachtclub", murmelt hij, nadat hij ter herinnering het rapport onder zijn neus geschoven krijgt. De militair pareert: "Zijn verhaal is een samenraapsel van verzinsels! Ik weet niet hoe Wako hierbij komt, ik wil het hem zelf vragen."

Als de ondervraging na een kleine veertig minuten ten einde is, salueert Zeeuw richting de speciale rechtbank en stampt met zijn rechtervoet: "Luitenant-kolonel Zeeuw meldt zich af!", galmt zijn stem door de zaal. Op weg naar buiten moet hij langs familieleden van de slachtoffers van de Decembermoorden, die een hoekje rechtsachter bezetten. Ze kijken de getuige indringend aan, de blik van Sunil Oemrawsingh spuwt vuur. 'We zijn niet bang voor je, het recht zal zegevieren', zegt dit paar ogen. Zeeuw op zijn beurt hinkt gehaast, de andere kant op kijkend, naar buiten, snel, weg van deze plek.

Kanhai roept drie mannen op die moeten bewijzen dat ze de hoofdverdachte op de nacht van de moorden niet op het Fort hebben gezien. Internationale (lees: Nederlandse) pers komt allang niet meer naar Boxel. Ook de publieke tribune raakt leger en leger. De Nederlandse ambassade stuurt een afvaardiging om verslag te doen en enkele nabestaanden weten het nog op te brengen om te gaan.

In aanloop naar de start van het proces in november 2007 was in Paramaribo nog sprake van broeiende onrust. De Nederlandse ambassade waarschuwde bevriende posten voor gewelddadigheden en er werden autobommen gevonden. De Nationaal Democratische Partij van Bouterse deed met massabetogingen een poging om de regering aan het wankelen te krijgen. Justitie- en politieminister Chandrikapersad Santokhi, die het proces in gang zette, was jarenlang de best beveiligde persoon in Suriname. De zittingsruimte barstte uit zijn voegen om alle geïnteresseerden onder te brengen.

De aandacht voor het in de regel maandelijkse evenement is nu geminimaliseerd. Een uur voor aanvang van de zitting eind maart heerst een gemoedelijke ons-kent-ons sfeer, er wordt eten voor elkaar meegebracht. "Het is toch een mooie relikwie uit het verleden", grapt een verslaggever tegenover een handjevol collega's over de verlaten katheder die buiten staat. "Toch zonde dat ze er niet meer is." 'Ze' is Marjori Sanches, die als woordvoerder jarenlang tekst en uitleg gaf over de gang van zaken. Dat was essentieel voor het Surinaamse journaille, dat niet altijd in staat bleek de veelal ingewikkelde sessies inhoudelijk te volgen.

Maar Sanches werd enkele maanden terug door de nieuwe bewindsman op Justitie- en Politie van de regering-Bouterse ontheven uit haar functie. Een vervanger is nog niet aangesteld. Haar gemis is zo groot dat nieuwssites zelfs odes aan haar wijdden. 'De samenleving is er de dupe van dat voortaan een deskundige en technische uitleg ontbreekt van wat zich op de zitting afspeelt', schreef Nita Ramcharan, hoofdredacteur van het toonaangevende Starnieuws. 'De rechterlijke macht is als eerste geconfronteerd met de functionering van de rechtsstaat. De maskers beginnen te vallen.'

Het justitieministerie schroefde bij wijze van bezuiniging daarnaast de beveiliging rondom het proces flink terug. Bij controleposten in de omgeving van het gebouw patrouilleren geen militairen meer.

In het kleine Suriname vormen de Decembermoorden nog altijd een grote wig op politiek en sociaal-maatschappelijk vlak. Leiders van grote oppositiepartijen en een groot gedeelte van hun achterban willen van Bouterse niets weten en doen hem af als meedogenloze moordenaar. De daad is vergeten noch vergeven: tijdens de overdracht van de ambtsketting weigerde scheidend president Ronald Venetiaan deze persoonlijk over te dragen aan zijn opvolger.

Sinds de start van het megaproces is hoofdverdachte Bouterse nog nooit komen opdraven om zich te verantwoorden voor het zonder proces ombrengen van journalisten, zakenlui, advocaten en vakbondsleiders. Hij heeft alleen politieke verantwoordelijkheid genomen. "Het is toch ook niet George Bush (dan president van de Verenigde Staten, red.) die zelf de bommen uit het vliegtuig gooit boven Irak?", fulmineert hij in een interview met RTL in 2005 op de vraag of hij zelf de executies uitvoerde.

Het hof heeft de kans op een bevel tot medebrenging van Bouterse om hem als getuige te horen, laten schieten. Een staatshoofd is niet verplicht te getuigen, een verdachte mag wegblijven en bij verstek veroordeeld worden. Critici van de oud-legerleider vrezen het rampscenario dat de president zichzelf bij een eventuele straf gratie verleent en zodoende nooit meer achter de tralies verdwijnt.

Tegenwoordig zet Desi Bouterse met zijn vroegere makkers, onder wie een flink aantal medeverdachten in het proces, zijn beleid uit op zijn presidentieel kabinet in hartje Paramaribo: ironisch genoeg op een steenworp afstand van het beruchte Fort Zeelandia, waar de moorden op bastion Veere plaatsvonden. De kogelgaten in de muur zijn het stille bewijs van de slachting. In 2009 kwam er een monument, het Fort is nu museum en trekpleister voor nietsvermoedende toeristen. Gidsen werken omslachtig om de gebeurtenis heen, gaan niet in op vragen en stellen dat het 'een politiek verhaal is'. Zij willen er hun vingers niet aan branden.

Bouterse is niet de enige die het proces niet serieus neemt. Ivan Graanoogst, tijdens de moorden minister van leger en politie en nu werkzaam in het kabinet van de president, 'vergat' naar de zitting in februari te komen voor een getuigenis. "Ik had serieuzer werk te doen dan naar Boxel te gaan', meldde hij. "Ik ben het helemaal vergeten. Maar er is meer te doen om het land op te bouwen dan naar een proces gaan dat elke realiteit mist. Ik heb andere prioriteiten." Andere verdachten zijn plots ziek, zwak en misselijk (John Nelom), voor een ambassadeurspost vertrokken naar Parijs (Harvey Naarendorp), verhinderd (Etienne Boerenveen) of laten simpelweg niets van zich horen (Wim Carbière).

De rechterlijke macht die Bouterse moet beoordelen, wordt inmiddels beveiligd door de verdachte zelf: de Centrale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (CIVD) nam die taak over van de politie, deze dienst valt direct onder de president. Een grote zwarte Amerikaanse CIVD-truck bezet het terrein van de rechtbank, wat binnenin gebeurt weet niemand.

Alles opgeteld kent het Decembermoordenproces een merkwaardige opeenstapeling van tegenslagen sinds Desi Bouterse werd beëdigd tot president. In driekwart jaar vonden slechts vier zittingen en een oriëntatieronde in Fort Zeelandia plaats; vijf keer werd een bijeenkomst uitgesteld of afgelast, onder meer nadat krijgsraadlid Iwan Amatdasim overleed, eenmaal was een reces van de rechterlijke macht het excuus.

Wanneer er een definitieve uitspraak komt? Niemand die dat weet. Wel wordt in Paramaribo gefluisterd over opzettelijke vertraging van het proces. Maar weinigen schijnen op korte termijn een veroordeling te verwachten. De publieke aandacht is afgeleid naar alledaagse beslommeringen zoals de stijgende prijzen aan de pomp en in de supermarkt.

Terug naar de zitting van eind maart. De kussentjes, die enkelen van de uitdunnende groep volhardende nabestaanden meenemen voor de harde houten bankjes op de publieke tribune, zijn onnodig. De drie getuigen zijn in een recordtijd van anderhalf uur gehoord, de zitting wordt gesloten. In april is het paasvakantie ('omstandigheden'), de volgende bijeenkomst wordt verzet naar 20 mei, hoewel deze wederom 'tot nader order' ruim tweeënhalve week verschuift. Daarop volgt kort rumoer rechts achterin, maar al snel volgt gelatenheid.

De nabestaanden trekken zich terug in de kantine om wat na te praten. "We moeten er wel in blijven geloven. Als wij het opgeven, blijft niets over. Maar zoals je ziet zijn er steeds minder die de wilskracht nog hebben", geeft Sunil Oemrawsingh (wiens neef in het Fort het leven liet) toe. "En tja, de meesten zijn überhaupt niet meer in Suriname."

Buiten staan camera's en microfoons opgesteld om de aanwezigen het vuur aan de schenen te leggen. Het karige nieuws dat journalisten die dag meenemen naar hun redactie: getuige Edgar Ritveld, tijdens de moorden Compagnie Commandant ("maar ik was op de verjaardag van mijn zus") kent een militair die die nacht in Fort Zeelandia weigerde te schieten.

Het is vooralsnog lang wachten op groot nieuws, op een doorbraak in het proces.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden