De première van een laatste aanklacht

WENEN - Het was een bijzondere première die afgelopen vrijdag in het Akademietheater plaats vond. Zoals George Tabori had aangekondigd, zou het zijn laatste stuk worden.

MICHAEL DE WERD

Een zwaar verlies, want hoewel hij pas op 73-jarige leeftijd naar Wenen kwam, is Tabori in acht jaar tijd niet alleen als regisseur, maar ook als cultureel en moreel geweten tot een gewichtige persoonlijkheid in Oostenrijk opgegroeid. Natuurlijk is hij ook één van de succesvolste dramaturgen in het Duitse taalgebied, wat opmerkelijk is voor iemand die nooit in het Duits geschreven heeft. Tabori schrijft zijn stukken in het Engels en laat ze door zijn vrouw vertalen.

In de 'Ballade van de Wiener Schnitzel' gaat Tabori niet alleen sterker dan ooit in op de situatie in Oostenrijk, het is ook één van zijn persoonlijkste stukken. Het centrale thema is het anti-semitisme, dat ook na vijftig jaar nog actueel is. De hoofdpersoon is Alfons Morgenstern, een culinair journalist die tijdens de oorlog zijn familie verloren heeft.

Meteen al in de eerste scène wordt op symbolische wijze het probleem aangetipt. Verschillende malen wordt Morgenstern opgebeld zonder dat er iemand aan de lijn is. De laatste keer is het een hijger. Wordt hij daadwerkelijk geterroriseerd door anti-semieten of is het allemaal verbeelding? Dat is de vraag die de toeschouwer zelf moet beantwoorden. Wanneer hij zijn tanden zet in een Wiener Schnitzel, duikt een varken op dat hem verwijten maakt. Morgenstern tracht het beest gerust te stellen: en echte Wiener Schnitzel is van kalfsvlees gemaakt. 'Typisch joods', vindt het varken. 'Ik dacht dat het typisch Weens was', is Morgensterns verbaasde reactie.

Ook de tweede scène culmineert in anti-semitisme. Morgenstern bezoekt een restaurant waar hij een vernietigend oordeel velt over het culinaire aanbod. Terwijl zij hem als 'Saujud' uitschelden, stoppen de koks een Wiener Schnitzel in zijn mond.

Morgenstern wordt hierop paranoia. Aan zijn vrouw vertelt hij dat op straat SS-ers rondlopen en dat allerlei (niet bestaande) buren gedeporteerd zijn. Zijn zwager Dr. Heidecker weet raad: Het zou het beste zijn om Alfons' waanvoorstellingen serieus te nemen. In de dierenkliniek van Heidecker ontmoet Morgenstern allerlei dieren die eerst medelijden met hem hebben, maar hem vervolgens op een teken van Heidecker met anti-semitische vooroordelen overstelpen.

Ogenschijnlijk is de therapie succesvol. Morgenstern wil een gewone Oostenrijker worden en bezoekt de 'kapsalon van de duivel' om zich een passend uiterlijk te bezorgen. Het resultaat is het absolute tegendeel: Morgenstern blijkt het stereotiep van een jood geworden. In de laatste scène heeft het komische volledig plaats gemaakt voor het tragische. Samen met zijn vrouw bezoekt Morgenstern het kerkhof, waar zijn familieleden liggen.

In één opzicht is de 'Ballade van de Wiener Schnitzel' volledig geslaagd: zolang het een komedie is, weet Tabori het publiek aan het lachen te brengen. De angst van Morgenstern voor de nazi's wordt op een groteske manier uitgebeeld. Door de persoon van zijn vrouw Angela krijgt het stuk bijna het karakter van een boulevard-komedie. Telkens wanneer haar minnaars opduiken - de postbode, de schoorsteenveger, de huisbaas - verstopt Morgenstern zich in de klerenkast. Bewonderenswardig zijn hier de prestaties van de hoofdrolspelers. Gerd Vos ontwikkelt zich als Morgenstern van een argeloze kleinburger tot een waanzinnige en tenslotte tot een lethargisch slachtoffer van de Holocaust. Ook Ursula Höpfner - het kleine, grappige vrouwtje uit andere Tabori-produkties - laat zich van een onverwachte kant zien. Als Angela is zij een lichtzinnige, maar tegelijkertijd resignatieve vrouw van de wereld.

Het grootste probleem van het stuk is echter dat geleidelijk aan het tempo verloren gaat. Terwijl het in het begin als een trein loopt, gaat het als een nachtkaars uit. In zijn Hitler-farce 'Mein Kampf' had Tabori wat dat betreft een gelukkiger hand. Daar blijft de bittere ironie tot het einde toe bewaard. Tabori is indrukwekkender wanneer hij de onmensellijkheid aanstipt dan wanneer hij haar uitvoerig behandelt, zoals in de nogal overbodige scène op het kerkhof.

Toch is het zijn grootste prestatie dat hij een thema als het anti-semitisme tegelijkertijd ernstig en toch humoristisch weet te behandelen. Misschien is het de bevrijdende lach waarmee hij uiteindelijk triomfeert over het anti-semitisme dat ook op zijn eigen leven zo'n zwaar stempel gedrukt heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden