ColumnHans Goslinga

De premier groeit het Torentje uit

In ons democratische bestel is de minister­­-president in de afgelopen veertig jaar de centrale figuur geworden, de spil om wie alles in politiek Den Haag draait. Bijna ongemerkt, maar in deze tijd van crisis ineens overduidelijk.

In rustiger tijden beheerste de liberaal Rutte al de rol van oliemannetje dat het raderwerk draaiende houdt met ‘de smeerolie van het vertrouwen’. In deze crisis treedt hij naar voren als de bestuurder die vertrouwen wekt door de burgers mee te nemen in de lastige zoektocht naar evenwicht tussen hartstochten, belangen en bestuurlijke urgentie.

Geen partijpolitieke grenzen

Volgens het staatsrechtelijk boekje is de premier de eerste onder zijn gelijken, de primus inter pares. Maar in politieke zin heeft het ambt sterk aan gewicht gewonnen, zozeer zelfs dat Rutte vorige maand de vrijheid nam, als ware hij een regeringsleider, een lid van een oppositiepartij, de PvdA’er Martin van Rijn, als vervanger van een partijgenoot op te nemen in zijn kabinet. Gerechtvaardigd door de nood der tijden, maar toch een stap die laat zien dat het ambt aan zelfstandigheid heeft gewonnen en zich niet meer stoort aan partijpolitieke grenzen.

Het past bij Rutte, die al bijna van begin af aan was gedwongen buiten de ijzeren kaders van coalities en regeerakkoorden te kijken om meerderheden voor het beleid te vinden. Van eenkennigheid of uitgesproken voorkeuren heeft hij, anders dan zijn voorganger Balkenende, geen last gehad. Op de achterbank van zijn auto deed hij zaken met SGP-voorman Van der Staaij, aan haar keukentafel paaide hij GroenLinks-aanvoerster Jolande Sap voor een omstreden politiemissie in Afghanistan.

De premier als spil en ook als continuüm in politiek-bestuurlijk Nederland. In de eerste vier decennia na de oorlog kende de natie elf premiers, vanaf 1982 nog maar vier. De sociaal-democraat Den Uyl gaf in 1977 de aanzet tot de politieke opwaardering van het premierschap met de verkiezingsleus ‘Kies de minister-president’, maar verzuimde daarvan te profiteren. Ruud Lubbers gaf er voor het eerst echt inhoud aan. De sociaal-democraat Wim Kok trok deze lijn door.

Moeilijk grijpbaar

Het is met het premierschap als met het burgemeestersambt: er wordt een hard politiek gevecht geleverd om de functie, maar is het pleit beslecht, dan legt de winnaar als eerste daad het partijpolitieke kleed af ter bekrachtiging van zijn of haar bovenpartijdige rol. Kok deed dat zelfs nadrukkelijk door bij zijn aantreden de wens uit te spreken ‘premier van alle Nederlanders’ te zijn. Rutte verschuilt zich achter de mantra ‘geen visie’, wat hem ruimte verschaft en hem tegelijk moeilijk grijpbaar maakt.

Ons coalitieland heeft altijd al om het depolitiseren van gevoelige kwesties gevraagd en om pragmatisch handelen in het elfde uur. Dat is in een gefragmenteerd krachtenveld een stuk moeilijker dan voorheen. Lubbers regeerde twee periodes met de VVD en één periode met de PvdA. Rutte heeft in tien jaar al met zeven partijen zaken gedaan, onbeschroomd over de waterscheiding coalitie-oppositie heen springend.

De bewoner van het Torentje als spin in het Haagse web, als baken van continuïteit en stabiliteit; de natie kan daar niet ontevreden over zijn. Het is zelfs geruststellend nu in een uitzonderlijke crisis als deze van de overheid adequaat optreden wordt verlangd en Rutte een open en zichtbaar leiderschap laat zien. Nederland vertoont tot dusverre het beeld van een zelfbewuste en intelligente democratie, waar het vrijheidsethos niet doorslaat, zoals in sommige Amerikaanse staten.

Machtsbalans

Maar nu de overheid buitengewone macht laat gelden, is het voor de Tweede Kamer wel zaak scherp te blijven, ook om te voorkomen dat de machtsbalans verder richting Torentje verschuift. Thorbecke, de grondlegger van ons bestel, waarschuwde in zijn dagen voor ‘een kabinet met één hoofd en voor het overige commiezen’. Dat moet voor een deel in de tijd worden verstaan; Thorbecke had zojuist korte metten gemaakt met de politieke macht van de koning, nu was het oppassen dat de macht zich niet bij de eerste minister zou concentreren.

Die waarschuwing is nog altijd geldig en niet direct vanwege de komst van topcommies Van Rijn. Het kernbegrip in het bestel waarvoor Thorbecke het fundament legde, was machtsdeling. Dat moet in een democratie te allen tijde zichtbaar blijven en vraagt dus ook in deze crisis stevig tegenspel van de controlerende machten. Niet uit wantrouwen, hoewel gezond wantrouwen nooit weg is, maar in de wetenschap dat tegenspraak helpt bij het vinden van evenwicht in het beleid. Een sterke leider als Rutte verdient ook sterk tegenspel. In de Amerikaanse democratie zie je wat er gebeurt als de politieke vrienden van de president zich niet als kritische tegenmacht gedragen, maar als claque.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden