De preek van Carel ter Linden

De preek die de hervormde emeritus-predikant Carel ter Linden hield op het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima. Enigszins ingekort.

'Ik weet niet of u het verhaal kent van Peer Gynt, die na vele omzwervingen terugkeert naar zijn geboortegrond en zich afvraagt waartoe zijn leven heeft gediend. Hij heeft in het veld een wilde ui gevonden. Peinzend zit hij hem te ontpellen, en bij iedere laag die hij er afhaalt komt hem een stadium van zijn leven voor de geest. En de ene laag volgt op de andere, als de ene fase op de andere. Maar waar is de kern van alles, waar draaide 't nu om? Verbijsterd merkt hij dat bij het ontpellen van zijn leven het hart van de vrucht maar niet tevoorschijn wil komen.

Ja, lief bruidspaar, waar draait het in ons leven om? Die vraag stelt een mens zich zeker als hij op het moment staat om zijn leven met het leven van een ander te verbinden en medeverantwoordelijkheid op zich te nemen voor het levensgeluk van die ander. De richting waarin wij een antwoord op die vraag kunnen zoeken vinden wij misschien in dat prachtige verhaal van Naomi en Ruth.

Als Naomi hoort dat de hongersnood in Juda voorbij is, besluit zij terug te gaan naar haar geboortegrond. 'Keer terug', zegt zij tegen haar schoondochters uit Moab, 'keer nu terug, ieder naar het huis van je moeder.' Tien keer klinkt dat woord 'terugkeren'. Je kunt dus op je tien vingers natellen dat het d r om gaat in dit verhaal: de vraag waar een mens thuishoort. Wat is onze oorsprong, wat onze bestemming?

Ruth, waarop wacht zij nog? 'Zie', zegt Naomi, 'je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en haar goden. Keer terug, je schoonzuster achterna.' Dan antwoordt Ruth:

'Dring er bij mij niet op aan. Want waar gij zult gaan, daar zal ik gaan, waar gij vernacht, zal ik vernachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God; waar gij sterft wil ik sterven en daar wil ik begraven worden. Alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u...'

Aangrijpender kan het niet. Want wat weet Ruth helemaal van dit volk en van de God van dit volk, om zich daar met heel haar wezen aan te durven toevertrouwen?

Met alle verschil tussen die oude vertelling en de geschiedenis van jullie leven - jij zult toch, lieve Máxima, momenten hebben gekend dat je dacht: moet ik dit wel doen; met hem meegaan naar een land ver van het mijne, naar een vreemd land en een vreemd volk, met een andere geschiedenis, een andere identiteit, een andere cultuur? Een keuze die ook pijn zou meebrengen en van velen het nodige heeft gevraagd. Er moeten stemmen in je zijn opgegaan, die zeiden: 'Keer terug, mijn dochter...Keer terug naar je volk.'

Niet alleen Máxima moet hebben geaarzeld, Willem-Alexander óók. 'Want' - zo schrijft hij mij in zijn brief - 'kan en mag ik Máxima vragen het grootste deel van haar vrije en zelfstandige leven waaraan zij zoveel waarde hecht en waaraan zij zo hard gewerkt heeft, op te geven? Vanaf mijn vroegste herinneringen weet ik hoeveel het koningschap vraagt. Ja, dat het een offer is, een bijna onmenselijk offer, dat ik mijn toekomstige vrouw vraag te brengen. Zij trouwt niet alleen met mij, maar met een heel land...'

Tegelijk klinkt in je brief het besef door, dat als er iemand is, die je écht tot steun zou kunnen zijn dan is zij het wel: deze vrouw met haar vrolijke karakter en haar talenten, haar - zoals je zegt - brede visie en haar vermogen de dingen een beetje te relativeren. Zoals jijzelf overigens op jouw beurt haar tot een grote steun bent, omdat je zo zichtbaar in haar gelooft en haar, zoals zij zelf zegt, met alle aandacht en zorg omringt, waardoor zij zich veilig bij je voelt en zichzelf kan zijn. Zichzelf zijn: voor jou betekent dat: met alle spontaniteit en levensplezier die haar eigen zijn, en waarvan je zo intens hoopt dat zij die in haar nieuwe leven zal behouden.

Jullie zijn er samen uitgekomen. Je hebt, lieve bruid, velen geraakt door je warmte en je aandacht. Eigenlijk al vanaf die eerste woorden die eindelijk in het openbaar konden worden gesproken, woorden die klonken als een echo van de woorden waarmee Ruth zich met Naomi verbond: 'Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God...'

Je hebt je onze taal spoedig eigen gemaakt. Op een keer - wij spraken toen nog Engels - kon ik een bepaald woord niet vinden, en zei toen tegen iemand naast ons: 'Ik zoek naar het woord gevolgen'. Vóór die ander kon antwoorden zei Máxima: consequences! En ach, wat een 'consequences' heeft jullie liefde voor elkaar al niet! Zo heb je je ook willen verdiepen in het protestantisme, in de kerk waarin Willem-Alexander is grootgebracht. Maar het geloof zelf, dat jullie vandaag naar deze kerk brengt, het geloof in God, de God van Abraham en Mozes en Jezus, dat deelden jullie al samen.

En dat is dan het tweede vanmorgen: de ontdekking die jullie deden hoezeer jullie beiden door dezelfde normen en waarden, zoals Willem-Alexander zei, bent gevormd. Waarden en normen die voor jou, Alexander, verbonden zijn met het geloof waarin je bent opgegroeid. Je zou ook, zei je, niet meer zonder dat geloof kunnen léven: 'Het geeft mij', zei je, 'houvast in moeilijke tijden en bij moeilijke beslissingen. Het geeft me ook iets waaraan ik uiteindelijk verantwoording kan en mag, ja moet afleggen. Dat is voor mij de manier om zelfrespect en eigenwaarde hoog te houden, en soms tegen de stroom in te blijven gaan, omdat je zeker weet dat je op het juiste spoor zit.'

Dit zijn de woorden van een mens die al met zijn geboorte ertoe bestemd is een zware taak op de schouders te nemen; die iets zichtbaar moet maken wat bijna niet zichtbaar te maken is: een lotsverbondenheid van Nederlanders de eeuwen door, niet enkel tegen het water, maar tegen iedere vloed van onrecht en geweld die ons land heeft bedreigd en ook soms overspoeld. Een verbondenheid ook daarin, dat dit volk in de loop der eeuwen anderen, bedreigd door onderdrukking en vervolging, heeft mogen herbergen. Al weten wij tevens hoezeer daarin soms werd gefaald.

Niemand, Willem-Alexander, Prins van Oranje, weet beter dan gijzelf hoe zwaar het is een levenstaak te aanvaarden waarvoor niet zelf kan worden gekozen. Of is het mogelijk zich een taak als deze zó eigen te maken, dat zij alsnog tot een bewuste keuze kan worden? Zo is het wellicht gegaan. Een moeilijke weg en misschien ook soms een eenzaam gevecht. Maar ook een weg die in alle eenzaamheid nooit helemaal alleen werd afgelegd, omdat Hij er was in wie, zoals uw brief het zegt, in moeilijke tijden en bij moeilijke beslissingen een houvast kon worden gevonden.

Vanuit die uiteindelijke aanvaarding van deze bijzondere roeping in ons midden hebt ge een grote en brede belangstelling ontwikkeld voor wat er in onze samenleving gaande is, en daarnaast ook het vermogen om mensen nabij te zijn. Zo zien wij hier nu een man die bij alles wat op hem afkwam, steeds staande is gebleven en er sterker door is geworden, en die ten slotte in zijn leven een vrouw vond die bereid is op deze bijzondere weg mee te gaan en daaraan samen inhoud en gestalte te geven.

'Uw God is mijn God', zei Ruth, en vandaag zegt de bruid datzelfde tegen haar bruidegom. Wel heeft zij daarbij vele vrágen. Maar wie heeft die niet? Zoals de vraag hoe deze wereld van Gód vandaan kan komen. Deze wereld, met, zo staat het in haar brief, al haar schoonheid en menselijke goedheid, maar ook met haar pijn, haar zonde, haar kwaad... Maar bij alle vragen is er toch, zeg je, één ding: 'dat er een klein hoekje is in mijzelf, dat maakt dat ik af en toe bid en mijn ogen naar hem ophef en in hem geloof, en erop vertrouw dat Hij er altijd is'.

Jullie wilden dit huwelijk in de kerk beginnen, omdat het, in jullie eigen woorden, 'immers alles met liefde te maken heeft, als twee mensen beloven om elkaar nabij te zijn voor de rest van hun leven en elkaar gelukkig en sterker te maken, en samen te werken aan een betere wereld.' 'En waar kunnen wij', zei Máxima, 'dat beter doen, als God liefde is, dan onder zijn zegen in zijn huis van liefde?'

Over het verhaal van Ruth alleen nog dit: Naomi zal aan Ruth hebben verteld - het was oogsttijd in Israel - dat in haar land een wet de armen het recht gaf bij het maaien achter de schovenbindsters aan te gaan en de korenaren die bleven liggen te rapen. En Ruth g t. En als de landheer zijn land betreedt, dan ziet hij daar die vreemde vrouw en er een ontluikt een liefde tussen hen met een gezegend gevolg. Er wordt hun een zoon geboren; 'Obed', dat betekent de dienende. Alsof zij beiden in die naam hebben willen uitdrukken waarom het in het leven g t. En deze Obed zou later de vader worden van Isaï, die weer de vader zou worden van David, die koning zou worden over Israel. Alsof het verhaal wil zeggen: het koningschap wortelt in het diénen... En daarom bidt een goede koning ook tot God: 'dat ik toch vroom mag blijven úw dienaar te aller stond...'

Ten slotte: als eeuwen later Mattheüs het geboorteverhaal van Jezus schrijft, die verre zóón van David, dan noemt hij Ruth, de Moabitische, onder zijn voormoeders. Alsof hij zeggen wil: denk eraan, de liefde van God, die in Jezus van Nazareth op zo bijzondere manier is belichaamd, die strekt zich uit tot lle volken. God schrijft met en door alle volken zijn geschiedenis. En als de kerk later in haar liederen Maria, de moeder van Jezus eert - zoals in het lied dat straks klinkt en waaraan de bruid zo gehecht is geraakt - dan moet u achter Maria in gedachten ook die andere voormoeders van Jezus zien, dan moet u ook even denken aan Ruth, de Moabitische. Ave Maria, wees gegroet Maria, wees gegroet Ruth van Bethlehem...

Wees, lieve twee, in jullie huwelijk, in jullie leven, door God gezegend. En mogen jullie velen tot een zegen zijn. Amen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden