De predikant wordt een gewone werknemer

Een rapport als het nu verschenen ’Pastor in beweging’ zou een paar jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest, vermoedt Gerben Heitink, auteur van ’Biografie van de dominee’.

De makers van ’Pastor in beweging’ zijn doordrongen van ’de crisis in de kerk’, zegt Heitink, en durven nu wat in eeuwen protestantisme ondenkbaar was: het exclusieve, verheven karakter van de predikant los te laten. De dominee wordt bijna een gewone werknemer, met loopbaanperspectief, specialisatie en loon naar werken. Bovendien kan ook de minder geschoolde hbo’er volwaardig ’pastor’ worden.

Heitink, emeritus hoogleraar praktische theologie en schrijver van ’Biografie van de dominee’ (2001), noemt het rapport van de Protestantse Kerk in Nederland een ’moedige stap en een principiële wending’. Lag de nadruk altijd op het ’ambt’, het bijzondere van het vak van predikant, nu ’belicht de commissie die het rapport heeft opgesteld het predikantschap vanuit de professionaliteit’.

Heitink schetste in zijn boek hoe het predikantschap op drift raakte. Van een man met een hoge roeping én status, werd hij een dominee die alles moest kunnen, maar een flets profiel had gekregen. Dat leverde het gevaar op, aldus Heitink, van te veel nadruk op de persoon – die moest ’het’ hebben. Ander risico: bij het verliezen van gezag grijpt de dominee graag naar opvattingen die het imago oppoetsen. Clericalisering, noemt Heitink dat, de dominee krijgt er priestertrekken van.

Daarmee breekt het rapport ’Pastor in beweging’, tot opluchting van Heitink. Al vermoedt hij dat het op weerstand zal stuiten. Iets van het bijzondere van het beroep valt weg, zoals de vrijheid die de predikant zich altijd veroorloofd heeft. „Hij wordt onderdeel van een organisatie, een radertje in het geheel. Vroeger kon een predikant op de fiets naar Santiago de Compostela bij wijze van studieverlof, nu moet hij, net als een arts, meedoen aan verplichte bijscholing.”

Op de rechterflank van de PKN is al fel geprotesteerd tegen de plannen. Die zouden teveel de sfeer van management ademen en het ’hoogheilig ambt’ verkwanselen. Heitink: „Ze huldigen de oude idee van Calvijn, van een dominee die namens Christus tot de gemeente spreekt. Die vinden het niet prettig als de verticale gezagslijn losgelaten wordt.”

Volgens Gert Noort, hoofd van het PKN-bureau kerkelijk werkers, is een kerkelijk werker ’de facto niet opgeleid om voor te gaan in de eredienst’. Ook als daar afspraken over zijn gemaakt, zijn de verwachtingen binnen de kerk anders en bestijgt de kerkelijk werker die zijn vak verstaat tóch de kansel. Noort noemt dat ’een groei in het takenpakket’. „Het mag niet, het gebeurt vaak.” En dus preken ze, en bedienen ze de ’sacramenten’: kinderen dopen en het Heilig Avondmaal bedienen.

Van gatenvullertje in een predikantsloze periode is de kerkelijk werker opgeschoven naar een gewaardeerde kracht met een steviger aanstelling. Noort ziet het PKN-rapport als een welkome aanpassing aan die realiteit.

Hbo’ers die voluit gemeentepastor willen worden, met preek- en sacramentsbevoegdheid, krijgen volgens de plannen extra scholing. Vooralsnog zijn kerkelijk werkers in de praktijk een goedkoop alternatief voor een ’echte’ predikant. „Steeds minder plaatselijke gemeenten kunnen zich die veroorloven”, zegt Noort.

Krijgt de bijgespijkerde hbo’er straks hetzelfde honorarium (’tractement’) als de wetenschappelijk opgeleide dominee? „Die vraag leeft natuurlijk”, lacht Noort. Maar de commissie die het PKN-rapport heeft opgesteld, geeft daarover geen duidelijkheid. „We willen eerst de besluitvorming in de synode afwachten”, zegt commissievoorzitter Sytze de Jong. „De honorering zal plaatsvinden op grond van ervaring, opleiding en taken, maar hoe en wat precies is nog niet uitgediept.”

Noort en Heitink zijn beiden ingenomen met de plannen. Heitink had zich in deze krant al eerder in die richting uitgelaten. „Dopen, en avondmaal bedienen, dat is toch niet zulk moeilijk werk?”

Bedenkingen heeft Heitink wel tegen dat andere onderdeel van het predikantschap dat straks door kerkelijk werkers mag worden gedaan: het preken. „Daarvoor heb je de hoogste kwaliteit nodig. Je moet de bijbeltekst kunnen lezen in de grondtalen, exegese, hermeneutiek beheersen. Daar is theologie voor nodig. Mijn zorg is dat dat minder wordt met lager geschoolde krachten. Ik zou zeggen: liever minder kerkdiensten, maar dan goeie, dan elke zondag kerk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden