De praal van intimiteit

In het Muziektheater in Amsterdam gaat vanavond Verdi's Aida in première, de 'groot, groter, grootst-opvoering' die van de opera een soort live-spektakelfilm heeft gemaakt. Toch schreef Verdi uiterst fijnzinnige muziek voor Aida, intiem en breekbaar. De gevoelens van de vier hoofdpersonages worden op psychologische wijze in de muziek getekend. En in die portretten is geen plaats voor bombast.

Peter van der Lint

Olifanten? Kamelen? Paarden? Om de een of andere reden komt de opera 'Aida' van Giuseppe Verdi maar niet los van dat aanhangende beestenspul. Van alles hebben we al aan circusacts in deze populaire opera gezien en de tijd lijkt niet ver meer dat een regisseur tijdens de poëtische scène aan de rivier in de derde akte echte krokodillen uit de Nijl laat kruipen. Moet je eens opletten hoe hoog een sopraan dan krijsen kan!

Wat is dat toch met 'Aida'? Als er één opera is waaraan de term openlucht-voorstelling kleeft dan is het deze wel. In de beroemde Arena van Verona wordt 'Aida' al sinds het begin van de twintigste eeuw bijna elk jaar voor massa's toeristen opgevoerd. Als de maan zich boven de Arena-muur vertoont, is dat in de augustusmaand het teken voor het begin van een -meestal- mega-voorstelling waaraan honderden figuranten en dieren meedoen. Een soort live Cecil B. de Mille-spektakelfilm. In het fascistische Italië van de jaren dertig werd zo'n uitdijende 'Aida' een perfect vehikel voor machtsvertoon.

De warme avondlucht past uiteraard perfect bij de door Verdi in muziek geschilderde zwoelte van de fatale nacht aan de oevers van de Nijl waar Aida haar geliefde Radames aanzet tot landverraad. 'Aida' is zelfs al eens opgevoerd in het woestijnzand vóór de Sphinx bij Cairo en in eigen land ligt de patserige sporthal-uitvoering met welgeteld één olifant nog vers in het geheugen. Er ontstond een rel omdat veel bezoekers, die exorbitante prijzen voor hun kaartjes hadden betaald, het beest niet eens konden zien.

Groot, groter, grootst! 'Aida' is -mede daarom- uitgegroeid tot een icoon onder opera's. De praalzuchtige triomfscène in de tweede akte met de beruchte trompetten-marsmuziek (tegenwoordig een tophit in voetbalstadions) is natuurlijk debet aan die hang naar megalomanie. Maar gaat 'Aida' daar werkelijk over? In de circa tien kwartier meesterlijke muziek die Verdi voor het verhaal over de Ethiopische slavin en haar liefde voor de vijandige Egyptische generaal componeerde, neemt die triomfscène hooguit twintig minuten in beslag. Verder schreef Verdi uiterst fijnzinnige muziek, intiem en breekbaar. De gevoelens van de vier hoofdpersonages worden op psychologische wijze in de muziek getekend en in die portretten is geen plaats voor bombast.

De opera eindigt zoals ze begint. Nauwelijks hoorbaar zetten de violen de eerste noten van de prelude in en aan het slot sterven Aida en Radames in de onderaardse tombe een hele stille dood -pianississimo! Zich schikkend in zijn lot bezingt Radames daar de schoonheid van Aida: 'Morir! si pura e bella' (Sterven! zo rein en mooi). Verdi had eerst bedenkingen tegen die tekst. Voor de Egyptische en Milanese première waren weliswaar mooie zangeressen gecontracteerd, maar Verdi maakte zich zorgen om toekomstige, misschien minder mooie sopranen die de strekking van de tekst belachelijk zouden maken.

Muziekuitgever Ricordi legde Verdi's bedenkingen voor aan tekstschrijver Antonio Ghislanzoni die daarop aldus reageerde: ,,Afgezien van het feit dat in het theater alle vrouwen mooi zijn of tenminste mooi worden door muzikaal idealisme, vrees ik dat elke verandering van woorden op deze plek het effect van de uiterst mooie frase die de Maestro hier gecomponeerd heeft zou doen verminderen. Zelfs al hadden we een monster uit Lapland op de bühne, dan nog zou het publiek in extase geraken.''

Een opera waarin de componist expressie op de millimeter zocht, met als contrast heel even wat protserige praal. In 1871 dacht iedereen dat het zijn laatste opera was. Met zijn 24ste opera 'Aida' had Giuseppe Verdi volgens velen zijn absolute hoogtepunt bereikt. Wat zou hierna nog kunnen volgen? Bovendien was Verdi grijs, moe en verbitterd over de opera-ontwikkelingen in zijn eigen land en ver daarbuiten. De naam Wagner lag op ieders lippen, ook in Italië. Slechts weken voor de wereldpremière van 'Aida' vond de eerste Italiaanse opvoering van Wagners 'Lohengrin' plaats: op 1 november in Bologna (een soort Wagner-enclave in Italië). Verdi was over veel wat hij hoorde in 'Lohengrin' enthousiast.

Hij ergerde zich echter groen en geel aan de vele artikelen, essays en analyses die in de Italiaanse pers verschenen. Lohengrinate noemde hij die spottend. Daarom was hij ook zo geïrriteerd toen de Egyptische onderkoning de Italiaanse criticus Filippi naar Cairo had uitgenodigd. Die moest verslag doen van de voorbereidingen en de repetities van Verdi's nieuwe opera. Opgeblazen voorbeschouwingen en opgefokte reclame; Verdi moest er niets van hebben. Eind 1871 schreef hij naar Filippi in Cairo: ,,Mij lijkt, dat wanneer men kunst op een dergelijke manier behandelt, het niet langer kunst is, maar een tijdverdrijf, een populaire sport, een jacht, iets om mensenmassa's te trekken om het tegen alle kosten zo niet succesvol dan toch in ieder geval berucht te maken....'' Het lijkt met vooruitziende blik geschreven; alsof Verdi voorvoelde dat men met zijn 'Aida' aan de haal zou gaan.

Verdi liep tegen de zestig, had in zijn jonge jaren keihard gewerkt en kreeg zo langzamerhand genoeg van het opera-apparaat. En toch was 'Aida' niet Verdi's laatste opera zoals iedereen dacht. Nog twee keer liet hij zich overhalen, ontwikkelde hij zijn kunst nog verder en componeerde hij als grijsaard twee absolute meesterwerken: 'Otello' en 'Falstaff'.

Op 1 november 1869 (precies twee jaar dus voor die eerste Italiaanse 'Lohengrin') was de wereld zestien dagen verwijderd van de opening van het Suez-kanaal. Op die 1ste november opende het nieuwe operahuis van Cairo zijn deuren met een voorstelling van Verdi's 'Rigoletto'. Die opera over de gebochelde hofnar was toen al achttien jaar oud. De onderkoning van Cairo, Isjmail Pasja, had Verdi eerder benaderd met het verzoek tot het schrijven van een feestelijke ode die recht zou doen aan de prestigieuze dubbele opening van het operahuis en het Suez-kanaal. Verdi bedankte voor de eer, omdat hij geen zin had in het schrijven van dergelijke morceaux de circonstance.

Het oorspronkelijke plan van de onderkoning was nog ambitieuzer. Het was zijn droomwens om het theater te openen met een wereldpremière, een nieuw werk dat een synthese zou zijn tussen de Italiaanse, Franse en Duitse operastijl. Een werk dat bovendien aan de negentiende eeuwse rijke toeristen het Egypte van 1900 voor Christus zou duidelijk maken. Het plan bleek onuitvoerbaar en toen dat de onderkoning duidelijk werd, was zijn volgend idee om dan maar opdracht te geven tot het schrijven van drie verschillende opera's: één van Verdi, één van Charles Gounod en één van Richard Wagner.

Isjmail Pasja luisterde gelukkig naar raad en wel naar die van Camille du Locle, schoonzoon van ümile Perrin (intendant van de Parijse Opéra) en later directeur van de Opéra Comique. Iemand met verstand van zaken dus. Du Locle stelde voor om alleen Verdi te vragen voor de feestopera, die in het tweede seizoen van het nieuwe operahuis opgevoerd kon worden. Alle hardnekkige verhalen dat Verdi 'Aida' speciaal voor de opening van het Suez-kanaal zou hebben geschreven, zijn historische vervalsingen.

Ook voor díe opdracht bedankte Verdi in eerste instantie. Maar toen kreeg hij het concept van het verhaal voor 'Aida' onder ogen. Het was geschreven door Auguste-üdouard Mariette, leider van de Egyptische afdeling van het Louvre, oprichter van het Boulac-museum en ontdekker van de Serapis-tempel in Memphis. Verdi zag direct mogelijkheden om van het verhaal van Mariette een opera te maken. Ongeveer op dat moment hoorde Verdi ook dat het honorarium voor de Egyptische opvoeringsrechten alleen al 150000 francs zou zijn. Een astronomisch bedrag en voor geld had Verdi zich altijd graag laten overreden.

Camille du Locle kwam naar Verdi's buiten in Sant'Agata en werkte samen met hem de schets van Mariette om tot een libretto. Ghislanzoni maakte er vervolgens (ook in nauwe samenwerking met Verdi) Italiaanse verzen van. Verdi ondertekende het contract met Ishmail Pasja in juni 1870 en in november was de partituur klaar. Door de Frans-Duitse oorlog konden de in Parijs gemaakte kostuums de belegerde stad niet verlaten, waardoor de première verschoven werd naar de avond voor kerstmis van 1871.

De vertraging gaf Verdi tijd om nog enige veranderingen in de partituur aan te brengen. Bovendien liet hij door de Milanese instrumentenbouwer Pelitti zes trompetten naar oud-Egyptische voorbeelden bouwen om de muziek van de beroemde triomfmars te spelen. Het was echter een valse authenticiteit, omdat de gebruikte trompetten eerder Romeins dan Egyptisch waren. Nikolaus Harnoncourt heeft een paar jaar terug geëxperimenteerd met dit soort trompetten voor een productie in Zürich. In het Verdi-jaar 2001 zal er onder leiding van hem een nieuwe opname met reconstructies van die trompetten verschijnen.

De Egyptische wereldpremière (niet door Verdi bijgewoond, omdat hij grote angst voor boottochten had) en de eerste uitvoering in Milaan in 1872 waren gigantische successen. Iedereen was het erover eens dat Verdi een meesterwerk had gecomponeerd. Sindsdien wordt het werk over de hele wereld veelvuldig uitgevoerd. Daarom is het ook een opera waar veel anekdotes aan vastzitten, die niet alleen maar over olifanten gaan.

Het was in 'Aida' dat Maria Callas tijdens een uitvoering in Mexico wraak nam op een onbeschofte, ego-trippende tenor die de rol van Radames zong. In overleg met haar andere collega's die avond, besloot Callas aan het slot van de triomfscène niet de gebruikelijke toon te zingen, maar een toon die een vol octaaf hoger lag; een onwaarschijnlijk hoge noot. Niemand geloofde zijn oren toen Callas die hoge noot maten lang boven het luidruchtige orkest uitzong en daarmee de verbijsterde tenor totaal van het podium zong.

Tenoren hebben het sowieso niet makkelijk in 'Aida'. Direct aan het begin al plaatste Verdi de aria 'Celeste Aida', eindigend met een hoge bes die in een pianissimo moet wegsterven. Dat pianissimo is dus voor Verdi een belangrijk gegeven. Het zachte slot van de opera spreekt wat dat betreft boekdelen. Het is dus zaak om voor deze opera zangers te hebben die een grote strot kunnen opzetten, maar die bovenal met gevoel voor Verdi's dynamiek kunnen zingen. In ieder geval moet Aida een sopraan zijn die door haar stem extatische schoonheid kan suggereren. In ieder geval iemand anders dan Emma Eames, de beroemde Amerikaanse sopraan aan het begin van deze eeuw. Toen zij in New York de rol van Aida had gezongen, op de van haar bekende grootse, damesachtige en hautaine wijze, schreef een New Yorkse criticus: 'Last night we had skating on the Nile'.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden