De postmoderne spraakverwarring

Wat is het postmodernisme? Binnen het intussen omvangrijke corpus werken over het ongrijpbare fenomeen zijn er twee studies die de vraag al in de titel stellen. Het zijn 'What is Post-Modernism?' van de Amerikaanse architectuurcriticus Charles Jencks en het essay 'Reponse à la question; qu'est ce que le postmodernisme?' van de onlangs overleden Franse filosoof Jean François Lyotard. Beiden hebben het denken over het postmodernisme de afgelopen twintig jaar in niet onbelangrijke mate gekleurd. Jencks voorzag de plotselinge golf speelse bouwkunst van een theoretisch alibi, Lyotard duidde de ingrijpende verschuivingen die zich de afgelopen decennia op sociaal-maatschappelijk terrein hadden afgetekend.

Beide heren wekken met de titel van hun werk de indruk het verlossende antwoord op de prangende vraag paraat te hebben. Dat blijkt na lezing allerminst het geval. Ondanks hun status zijn de twee het inhoudelijk maar zelden eens. Jencks beschouwt het postmodernisme met name als een bevrijding uit het dwangbuis van het moderne bouwen. Lyotard ziet het groot. Voor hem luidt het postmoderne het definitieve afscheid in van de moderniteit - een cultuurperiode die zo'n drie eeuwen geleden aanving met de Verlichting. Voor Jencks en andere critici draagt het postmodernisme onmiskenbaar een herwaardering van de pre-modernistische cultuur in zich. De klassieke zuilenordes worden afgestoft, de eeuwenoude schilderkunstige traditie in ere hersteld.

Lyotard moet van dergelijke regressieve tendensen niets hebben. In zijn ogen is de luidruchtige terugkeer van het figuratieve schilderen, en het ecclecticisme in de jongste architectuur niet veel meer dan een knieval voor de markt - een nieuwe vorm van decadentie. Hoezeer hij zich ook afzet tegen 'het moderne', hij houdt vast aan haar kritische grondhouding.

Twee stemmen, twee visies. Het postmodernisme is een ondoorzichtig, soms zelfs paradoxaal begrip. Voor de een is het een wapen in de strijd tegen een artistieke stijl, voor de ander de onherroepelijke afrekening met drie eeuwen westerse cultuur. Dergelijke ongerijmdheden zijn er binnen het denken over het postmodernisme te over. Er zijn voorstanders van tendensen die als postmodern te boek staan, die echter weigeren de term zelf in de mond te nemen. Anderzijds zijn er protagonisten van de term die allesbehalve warm lopen voor de verschijnselen die ermee worden aangeduid. De breedsprakige, van tijd tot tijd bombastische onheilsprofetieën van de Franse socioloog Jean Baudrillard zijn daar een treffend voorbeeld van. Hij hekelt de verwording van de hedendaagse maatschappij, maar werpt zich maar al te graag op als haar chroniqueur.

Uit deze korte verkenning van de uiteenlopende stellingnames komt het postmodernisme nu niet bepaald naar voren als een handzame term. Meer dan eens zijn dan ook meer operationele alternatieven bepleit. Tot nog toe zonder veel succes. Het postmodernisme is desondanks in korte tijd in zwang geraakt. Afkomstig uit academische kringen heeft het begrip zich, mede door populaire boekjes als 'Pomo' van Jan Kuitenbrouwer, gaandeweg ook in het dagelijks taalgebruik weten te nestelen. Postmodern ('pomo') zijn is trendy.

Maar wat is nu het verband tussen deze uiteenlopende postmodernismen? Geen enkel, zou je zeggen. Toch is er telkens een gemene deler; de idee van de breuk - de overtuiging beland te zijn in een nieuwe fase. Voor Jencks staat die fase in het teken van timpaantjes en virtuoos schilderwerk, voor Lyotard en Baudrillard in het uiteenvallen van de vertrouwde maatschappij. Dat breukdenken is niet zomaar een gril. Het is geworteld in het besef met de moderne maatschappij op een dood spoor geraakt te zijn. De moderne mens was een optimist, een onwrikbaar vertrouwen in de vooruitgang was zijn geloof. De postmodernist is van dat geloof gevallen. Voor alles is hij een twijfelaar. Lyotard verwoordt die twijfel in zijn kritiek op de 'meta-récits' - de grote verhalen die eeuwenlang ons spoorboekje in de wereld waren. Verhalen over het Ware, het Goede en het Schone - voor Lyotard hebben deze onbetwiste zekerheden hun overtuigingskracht verloren met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Het is tijd voor bescheidenheid. Tijd ook voor het besef dat we niet meer zijn dan knooppunten in een reusachtig netwerk, zoals hij betoogt in 'Het postmoderne weten', het evangelie van het postmodernisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden