De pomelo: fruit, sport en kerst ineen

In de supermarkt viel mijn oog op een eivormige, geelgroene vrucht, ter grootte van een rugbybal. Hij zat verpakt in een strak oranje netje, en daaronder glansde de schil, alsof die van plastic was. Langs de zijkant, van het hoogste tot het laagste punt, liep een oranje lintje, net los genoeg om je vinger onder te krijgen.

Ik vond het wel een aantrekkelijk object. Het was alsof iemand een fusie tot stand had willen brengen tussen de wereld van het fruit, de wereld van de balsport en de wereld van de kerstversiering. En het was gelukt. Als het voorwerp bij Intratuin tussen de kerstdecoratie had gelegen had ik niet vreemder opgekeken dan hier tussen de groenten bij Super de Boer, maar in de ballenbak bij Perry Sport zou hij óók niet misstaan.

Ik had het vermoeden dat als ik hem op de harde tegelvloer van de supermarkt zou laten vallen, hij zo weer terug in mijn handen zou stuiteren.

Het object, dat inmiddels enige tijd ronddraaide in mijn handen en prettig aanvoelde, bleek een ’pomelo’ te zijn. Nadere informatie ontbrak. Melo klinkt naar meloen, po kan afgeleid zijn van pomme, pompoen, pompelmoes, of zelfs pomegranate, Engels voor granaatappel. Ik zag zo’n laboratorium voor me, in het Westland. De deur vliegt open, daar staat een van de onderzoekers, ogen wijd opengesperd, bril een beetje scheef op de neus, met in zijn handen een enorm geelgroen paasei, dan nog zonder oranje netje. ’Het is gelukt! Het is gelukt!’

’Jezus Hendrik, wat heb je nú weer gekruist?’

’Een meloen en een grapefruit!’

De collega’s trekken een pijnlijke grimas. Als biologen weten zij dat een dergelijke operatie vergelijkbaar is met het kruisen van een chihuahua en een Sint Bernhard. Maar dat kon de inkopers van Super de Boer niet schelen. Ik legde de pomelo in mijn karretje.

Thuis had hij direct veel bekijks. De pomelo kreeg een ereplaats, boven op de groente-en-fruitetagère in de keuken. Zo nu en dan nam mijn dochter hem van z’n plaats, omhelsde hem, of wiegde hem even als een baby en legde hem terug. Bezoekers trokken een wenkbrauw op. ’Wat is dát?’

’Dat is een pomelo’, zeiden wij, ’kèn je dat niet?’

Wij werden bestookt met vragen. ’Wat doe je ermee? Hoe smaakt het?’

’Aha! Dat is voor jóu een vraag’, zeiden wij dan, ’en voor ons ook nog!’

Na een week lag de pomelo er nog steeds, onaangeroerd. En na twee weken nóg.

’Pap, moet je niet iets met je pomelo doen?’ vroeg dochter J.

’Jazeker, jazeker’, zei ik, ’ik ben druk geweest, maar het gaat spoedig gebeuren.’

De waarheid was dat ik intussen een beetje bang was geworden voor de pomelo. Met zijn strakglanzende huid en fris geelgroene kleur zag hij er nog tiptop uit, maar wie weet wat voor vreselijke processen er in zijn binnenste gaande waren. Op een of andere manier leek het mij ongepast om een geheel nieuwe vrucht in rottende toestand te leren kennen. En voor de vrucht zelf kon dat ook niet leuk zijn.

Gisteren moest het gebeuren. Met afgewend gelaat zette ik het mes in de pomelo, boven de gootsteen. Er gebeurde niets. De pomelo is een reuzengrapefruit, in een viltige schil ter dikte van een ovenwant. Kurkdroog. Maar ja, dat was misschien onze eigen schuld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden