'De politieke strijd tegen apartheid mocht niet gemengd met slaapkamerdiscussies'

AMSTERDAM - In de nieuwe grondwet van Zuid-Afrika, sinds mei van kracht, wordt discriminatie op grond van seksuele voorkeur verboden. “Maar vooral in de zwarte gemeenschap is homoseksualiteit nog steeds een taboe-onderwerp, ook al wordt er in de media steeds meer aandacht aan besteed,” zegt Simon Nkoli, één van de bekendste zwarte voorvechters van homorechten in zijn land.

Nkoli (38) kwam in de jaren '70 openlijk voor zijn homoseksualiteit uit. “Ik heb het verteld om te voorkomen dat mijn ouders me zouden dwingen om te trouwen. De zwarte gemeenschap is erg traditioneel, zulke gedwongen huwelijken komen erg veel voor.”

Het gevolg van zijn openheid was dat zijn moeder hem meesleepte naar talloze sangoma's (medicijnmannen) om hem te 'genezen'. “Ze heeft zich er nu mee verzoend, maar het was geen makkelijke tijd. Als zwarte homo werd je dubbel gediscrimineerd”, zegt Nkoli.

Eind vorig jaar maakte hij bekend dat hij besmet is met het hiv-virus, ook al een groot taboe in Zuid-Afrika. Naar schatting vier miljoen Zuid-Afrikanen zijn besmet, maar velen houden het stil. Om die problematiek ter discussie te stellen nodigde het Instituut voor Zuidelijk Afrika (IZA), naarstig op zoek naar nieuwe thema's nu de apartheid is afgeschaft, Nkoli uit om naar Nederland te komen. Vanavond spreekt hij in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

“Behalve dat ik niet wilde trouwen, had ik nog een reden om open te zijn over mijn seksuele voorkeur,” vervolgt Nkoli.

“Ik was actief in de strijd tegen de apartheid en ik wilde dat de anderen beseften dat ook homo's meevochten. Ik hoopte op die manier een beetje begrip en respect te kweken, zodat we in een 'nieuw Zuid-Afrika' niet ook nog eens strijd hoefden te gaan leveren voor gelijke rechten voor homoseksuelen.”

Zijn coming out tegenover de kameraden van het ANC kwam in 1984 toen hij, met 21 andere anti-apartheidsstrijders, op beschuldiging van hoogverraad in de gevangenis belandde. “Het veroorzaakte een enorme rel. Sommigen wilden zelfs dat ik apart berecht zou worden, omdat ze hun politieke strijd niet wilden vermengen met “dit soort slaapkamer-discussies”. Maar uiteindelijk draaiden de meesten bij.”

In 1986 kwam Nkoli vrij en twee jaar later richtte hij de 'Gay and Lesbian Organisation of Witwatersrand' (GLOW) op. Inmiddels telt de organisatie 600 leden. Het is één van de 70 regionale homo-organisaties in Zuid-Afrika, die samenwerken in een landelijk orgaan, de NCLGE (National Coalition of Lesbian and Gay Equality).

De homogemeenschap in Zuid-Afrika loopt ogenschijnlijk vaak voorop in het integratieproces. Nergens lijken blanken en zwarten zo makkelijk met elkaar om te gaan als in homobars.

“Toch zijn er, behalve de landelijke NCLGE, maar een paar plaatselijke organisaties waarin blanken en zwarten samenwerken”, zegt Nkoli. “Je zou misschien verwachten dat homosekuelen, blank of zwart, zouden samenwerken omdat ze uiteindelijk allemaal gediscrimineerd werden. Maar zo werkte dat niet in de tijd van de apartheid. De blanke homo's hadden het vrij goed binnen het systeem, hun gemeenschap is veel toleranter en ze hadden financieel gezien meer mogelijkheden. Ik wil niet generaliseren, maar veel blanken hadden er helemaal geen behoefte aan bij onze strijd betrokken te raken.”

In de zwarte gemeenschap wordt homoseksualiteit nog steeds gezien als een 'blank' verschijnsel, iets dat de kolonisten hebben ingevoerd. President Robert Mugabe van buurland Zimbabwe is één van de prominente vertegenwoordigers van de visie dat homoseksualiteit on-Afrikaans is en daarom uitgeroeid moet worden. Nkoli moet er om lachen. Dat is natuurlijk onzin. In mijn taal, het Sotho, bestaan er wel degelijk woorden voor homoseksualiteit. En die taal werd al gesproken voordat de blanken hier kwamen. Maar het is een hardnekkig vooroordeel. Toen we voor het eerst over aids hoorden, werd er ook gezegd dat het een 'blanke' ziekte was. Veel zwarte homo's verbraken toen hun relaties met blanken. Inmiddels is het wel duidelijk dat aids een enorm probleem is, juist in de zwarte gemeenschap.''

Nkoli hoorde al in 1985, in de gevangenis, dat hij sero-positief was. Maar hij geloofde het niet, hij dacht dat de politie hem op die manier wilde breken. Veel later, in 1992, kwam hij er achter dat zijn ondervragers de waarheid hadden gesproken. Hij werkte toen al voor het 'Township aids project' in het zwarte woonoord Soweto. “Toen we begonnen was er veel verzet tegen voorlichting op scholen. Maar gelukkig gaan steeds meer mensen inzien dat het ontkennen van het probleem veel gevaarlijker is.”

In september begint Nkoli met een steungroep voor mannen die besmet zijn met het hiv-virus.

“Het moet een organisatie worden voor blank en zwart, homo en hetero. We willen voorlichting geven over voeding en medicijnen, want er is veel onwetendheid over hoe je het beste kan leven als je besmet bent. Het belangrijkste is misschien nog wel dat ik anderen wil vertellen dat je leven niet ophoudt als je besmet bent.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden