Review

De politieke klasse verried de politiek

Sinds Pim Fortuyn met zijn postume verkiezingsoverwinning het falen van de gevestigde politiek lijkt te hebben aangetoond, telt het Haagse Binnenhof meer boetvaardige politici dan ooit. Het moet anders en beter, vindt men nu. Weg met de achterkamertjespolitiek, weg ook met het omzwachteld spreken over de multiculturele samenleving en vooral weg met het 'oude denken'.

Voortaan zal de Kamer frank en vrij uitspreken wat er op straat leeft en in een open debat met de regering kijken wat er van te maken valt. Knellende regeerakkoorden en schimmige verantwoordelijkheden behoren voorgoed tot het verleden. Het is mooi gesproken, maar zal er ook iets van terecht komen?

Dezer dagen verschenen twee bundels en een boek, die zich bezighouden met de staat van onze democratie en het leiderschap in de politiek. De auteurs vertrouwden hun gedachten toe aan het papier vóórdat de ster van Pim Fortuyn aan het firmament verscheen, toen tevredenheid en het vertrouwen in het bestel nog ongeschokt leken. Desondanks signaleerden zij toen al dat er iets grondig mis was met de democratie. Probleem was echter dat ze er niet echt de vinger op konden leggen. Zij stonden voor de eerder door Norris en Dahl gesignaleerde paradox dat een groot vertrouwen in de principes en de idealen van de democratie hand in hand gaat met onvrede en regelrecht onbehagen over het bijbehorende politieke systeem.

Van alle auteurs presenteert Herman van Gunsteren de stoutmoedigste verklaring. Die vindt volgens hem zijn oorsprong in de valse en zelfs niet ongevaarlijke voorstelling dat de democratie het heel goed zonder politiek kan stellen. Zelfs politici zijn 'politiek' storend en overbodig gaan vinden. Bij iedere hervorming legde de politiek zich nieuwe beperkingen op en droeg verantwoordelijkheden over aan schimmige internationale organisaties, aan geprivatiseerde ondernemingen en hybride zelfstandige bestuursorganisaties.

Waar de politiek zo beperkt wordt, blijft van de democratie weinig meer over, aldus Van Gunsteren. Democratie wordt folklore, een fictie van maakbaarheid met programma's en verkiezingen. De grote lijnen zijn elders uitgezet.

Dit alles voltrok zich in de reuk van de ideologie van good governance. Die kijk op regeren gaat uit van de veronderstelling dat je het bestuur maar beter niet kunt toevertrouwen aan politici, want die zijn alleen maar bezig met korte termijn gewin. Regeren is iets voor deskundigen en managers. Een tragische vergissing, vindt Van Gunsteren. Voor je het weet zetten 'de deskundigen' een ontwikkeling in gang waarmee zij zich reële macht toeëigenen en heeft de burger niets meer over hen te vertellen.

Erg optimistisch over de afloop is Van Gunsteren niet. Hij constateert dat al veel kwaad is geschiedt. Het geloof heeft postgevat dat de markt alles beter kan. De overheid mag zich over de losse eindjes bekommeren. Zij mag zorgen voor de overbodige materie (de verwerking van vuilnis) en 'overbodige' mensen (vluchtelingen, werklozen, ouderen). Als vervolgens blijkt dat de successcore laag is, wordt de overheid verweten dat het bedrijfsleven het veel beter afkan.

De politiek, door dit alles in een hoek gedreven, verdween helemaal uit zicht omdat er geen oppositie meer was. In plaats daarvan lag het accent op het omturnen van conflicten tot misverstanden. Die te willen corrigeren, schijnt de deugd bij uitstek te zijn van politieke leiders anno 2001 - denk aan de derde weg van Blair, Schröder en Clinton. En met instemming de filosoof Bourdieu citerend, concludeert Van Gunsteren: ,,De mensen verdragen dit theater van de politiek niet meer. Men verlangt naar ware politiek, zoals indertijd naar ware godsdienst.''

Het is een krasse waarneming van Van Gunsteren. In de bundel 'Democratie in verval?' dragen andere auteurs echter genoeg munitie aan om zijn stelling te onderbouwen. Aan het slot van de bundel constateren de redacteuren Van Holsteyn en Mudde daarom dat er alle reden is om zich zorgen te maken over het verval van de democratie. Het zijn niet de burgers, die geen democratie meer willen, het zijn de democratische politici zelf die de democratie in gevaar brengen. Zíj loochenen de ware aard van hun werk, zíj willen niet weten dat politiek in essentie over conflicten gaat. Zíj stellen de politiek voor als een glad lopende bedrijf dat met de inzet van de juiste deskundigen en een goede hantering van het poldermodel voor iedereen het hoogste rendement garandeert.

Dat het verval van de democratie door politici zelf wordt bewerkstelligd loopt ook als een rode draad door de bundel van de Teldersichting. De socioloog J.A A.van Doorn ziet zelfs kans de eerder genoemde paradox nog verder aan te scherpen. Niet zonder sarcasme constateert hij: ,,Terwijl alles in de publieke sfeer er op gericht lijkt de effectiviteit van het overheidshandelen te vergroten, zelfs met opoffering van representatief-democratische elementen, is juist ineffectiviteit het grote euevel van deze tijd. De ambtelijke diensten leiden aan versplintering en verzelfstandiging, de toestroom van experts verzwakt de bestuurlijke slagkracht, de rechtstaat dreigt vast te draaien in regelzucht, het prille toezichthouderswezen vertoont nu al wildgroei, de privatisering van publieke taken schept minsten zoveel problemen als ze weet op te lossen, de economie ten slotte is onder meer door internationalisering voor de nationale overheid en dus voor politieke interventie ongrijpbaar geworden.''

Het zou allemaal nog te overzien zijn als er een krachtig parlement had bestaan, maar daar is de laatste jaren weinig van terecht gekomen, doet de directeur van de Teldersstichting, Van Schie, uit de doeken.

In zijn indrukwekkende boek beschrijft Te Velde hoe politieke leiders hun stempel willen drukken op de politiek. Zij beginnen als vormer van de politiek van hun tijd, maar worden er ook de uitdrukking van. Naar aanleiding deze overweging kun je zeggen dat Wim Kok de perfecte uitdrukking was van de a-politieke geest van de tijd. Want, constateert Te Velde, de enige ideologische rede die hij heeft gehouden ging over het afschaffen van ideologie. Paradoxaal genoeg voegde hij daar in één adem aan toe dat politici de samenleving een gevoel van richting moesten geven en enthousiasme moesten losmaken. Daar is niet veel van terecht gekomen, aldus Te Velde. Kok is degelijk en solide, maar hij was vooral ook saai.

Tegen die saaiheid van dit a-politieke bestuur is ten lange leste een revolutie uitgebroken. Maar zoveel is uit deze drie boeken wel duidelijk geworden: dit verraad aan de politiek was ook een manier om de boel bij elkaar te houden en als een gesloten klasse de touwtjes (de baantjes) in handen te houden. Grote vraag is nu of politici op een nieuwe manier politiek durven te bedrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden