De polder biedt alle ruimte voor de sjaria

De ambiance waarin Ruud Peters zijn ideeën ontvouwt over de toekomst van de islamitische sjariawet in Nederland is bijzonder te noemen.

Sinds jaar en dag bewoont hij een pand in de Amsterdamse rosse buurt, waar belangrijke normen en waarden van de sjaria 24 uur per etmaal worden geschonden.

Ja, grinnikt hij, „hier zou ik best eens de Saoedische religieuze politie aan het werk willen zien. Dat zou het hier een stuk rustiger maken.”

Peters is hoofddocent islam en bijzonder hoogleraar recht van de islam en het Midden Oosten aan de universiteit van Amsterdam. Hij leidt een NWO-project over islam en secularisering. Vandaag spreekt hij over de sjaria in Nederland, op de publieksdag van Trouw en NWO.

’Sjaria’ is een onderwerp dat de adrenaline omhoogjaagt. De onlangs afgetreden minister van justitie Donner ondervond dat, toen hij inging op de zuiver theoretische mogelijkheid, dat een tweederde meerderheid van het parlement de sjaria zou willen invoeren. Wat volgens Donner kan doordat je met zo’n grote aanhang de grondwet kan veranderen. Het land was te klein.

Peters denkt niet dat de ’intellectuele exercitie’ van Donner ooit werkelijkheid wordt. Die religieuze politie in zijn eigen woonomgeving komt er nooit, handen worden er in Nederland niet afgehakt, overspeligen zullen nooit van rechtswege worden gegeseld of prostituees gestenigd en homoseksuelen zullen niet met het hoofd omlaag van hoge torens worden geschopt.

Toch denkt Peters dat de sjaria ook in Nederland toekomst heeft. Om zijn betoog te volgen is het nodig even los te komen van de emoties die het begrip ’sjaria’ kan oproepen.

Want de sjaria is niet alleen maar spectaculair, bloederig en heilige-oorlogachtig, het is ook een heel systeem van religieuze leefregels die vaak uitblinken door saaiheid en soms wel maar lang niet altijd in strijd zijn met het Nederlandse rechtsstelsel.

Peters is bij uitstek geschikt om die minder bekende, soms wel geestige en vindingrijke kanten van de sjaria nuchter naar voren te brengen. Je zou hem het tegendeel van een ’handelaar in angst’ (Geert Mak) kunnen noemen.

Hij heeft zich wel moeten verdedigen tegen het verwijt dat hij zaken te luchtig opvat. Maar het verschil zit hem vooral in de diagnose van de vele problemen. „Ik bagatelliseer ze niet.”

Peters heeft er zelfs direct mee te maken gehad, als getuige-deskundige bij de berechting van de Hofstadgroep en in de Rotterdamse jihadzaak (2003). Maar bij het zoeken naar oorzaken van ellende (en daarmee naar oplossingen) kijkt hij liever naar tastbare dingen, zoals de omstandigheden waaronder moslimmigranten in Europa en ook de achterblijvers in de moslimlanden, met hun vaak zeer tirannieke regimes, leven.

Hij voelt er minder voor om, zoals bijvoorbeeld Ayaan Hirsi Ali wel sterk doet, het moeilijk grijpbare ’wezen van de islam’ als de kern van het vraagstuk te zien. Het aanpakken van concrete problemen biedt meer perspectief. Peters is daardoor, ondanks alles, optimistisch over de kansen op langere termijn van de integratie van moslims.

„Luister naar migratiehistorici, kijk naar de lange termijn”, zegt hij. „Politici zijn vaak korte-termijndenkers, daardoor zien ze veel dingen niet. Maar kijk eens naar de Italiaanse immigranten in de VS. Die hadden een normen- en waardenpatroon dat sterk leek op dat van onze moslimmigranten nu. Ook die problemen zijn opgelost. Het zal net zo gaan als vroeger met de Joden. Over drie generaties zal het verschil tussen moslims en niet-moslims vooral bestaan uit andere achter- en voornamen.”

Hij vermoedt dat een goede imam op het juiste moment zelfs de Hofstadjongeren wel eens een beslissende duw in de goede richting had kunnen geven. Hij denkt dan aan iemand als de Rotterdamse imam El-Moumni, die aan de schandpaal belandde vanwege opmerkingen over homoseksualiteit – „homo’s zijn minder dan varkens”.

Peters: „Maar El-Moumni heeft ook goede dingen in zijn preken gezegd. Hij is een uiterst fatsoenlijk man, die bijvoorbeeld zei dat je de sociale dienst niet mag oplichten.”

Een ander die misschien de ramp had kunnen voorkomen is de Haagse imam Fawwaz. Ook hij ging nationaal over de tong, toen ’Nova’ een preek van hem over het slaan van ongehoorzame vrouwen uitzond. Maar hij ried wel meisjes aan om de politie in te lichten over de Hofstadgroep.

Peters heeft naderhand in de in beslag genomen (digitale) documenten kunnen zien hoe de leden van de Hofstadgroep hebben geworsteld met de sjariawet, voordat ze tot daden overgingen.

Volgens de sjaria zijn moslimlanden het ’huis van de vrede’ en niet-moslimlanden het ’huis van de oorlog’. Dat klinkt dreigend, en dat is het soms ook, maar er is nog een derde categorie: ’huis van het verdrag’. Als een moslim zich in een niet-islamitisch land vestigt, met goedvinden van dat land, dan geldt ’het verdrag’.

Dat betekent dat moslims de wetten van dat land moeten naleven. De Hofstadgroep nam die verplichting serieus.

Peters: „In hun discussies komt dat woord ’verdrag’ steeds terug. Pas op den duur komen de rechtvaardigingen. Hirsi Ali is een geloofsafvallige en die verdient volgens de sjaria de dood. Theo van Gogh heeft de profeet beledigd en de Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb is een secularist, net als Jasser Arafat trouwens, ook zij zijn dus geloofsafvalligen.”

Op die manier komen de Hofstadleden uiteindelijk terecht op het pad van geweld. Maar dat proces verloopt toch via een extreme uitleg van de sjaria? Heeft het dan toch niet te maken met het wezen van de islam?

Peters blijft ook nu geneigd om het echte probleem in iets anders te zoeken, in dit geval de cultuur van kleine chatgroepjes, mensen die elkaar op internet in een fatale richting uitpraten, zonder dat er correctie is. „Als wij in een café zitten en een van ons maakt een rare opmerking, dan is er altijd wel iemand die zegt: ’kom nou op man!’ In die chatgroepjes kan die correctie verdwijnen en dan wordt het gevaarlijk. Hetzelfde geldt voor de huiskamerbijeenkomsten. Wat belangrijk is, is het isolement van gelijkgestemden die niet meer door bijvoorbeeld vrienden of familieleden gecorrigeerd worden.”

Als Peters gelijk krijgt en de verschillen in Nederland tussen moslims en niet-moslims over drie generaties voornamelijk nog bestaan uit andere namen, wat is dan nog de rol van de sjaria? Er zullen dan geen overspannen jongeren meer in cyberspace discussies voeren van het Hofstadgenre.

Het oogt minder spectaculair, aldus Peters, het gaat niet om leven en dood, maar het is toch boeiend welke toepassingsmogelijkheden er voor de sjaria ook in Nederland zijn, zonder dat er een botsing optreedt met de wet.

Peters legt het verschil uit tussen de sjaria en een ’gewone’ wet. „De sjaria is een stelsel van regels, waaraan een gelovige zich moet houden. Voor een deel zijn het rechtsregels, maar het gaat ook over ritueel, ethiek, etiquette en natuurlijk de relatie tot God.”

De sjaria bestrijkt dus een veel ruimer terrein dan een ’gewone’ wet. Waar zit dan de ruimte voor de sjaria in de polder?

Peters: „Het Nederlandse contractrecht is vrij. Als iemand geld wil lenen om een zaak op te zetten zonder dat er bij de transactie rente wordt berekend, dan mag je een contract volgens de regels van de sjaria opstellen. Met het erfrecht bestaat, met een paar beperkingen, die vrijheid ook. Je kunt, als je wilt, je dochters in overeenstemming met de sjaria de helft laten erven van wat zonen krijgen. Dat kun je bij de notaris regelen en dat gebeurt al. Al schijnt het dat notarissen daar soms moeite mee hebben, omdat het indruist tegen hun rechtsgevoel.”

Voorlopig spelen er nog andere, ingrijpender zaken, die voor veel mensen het beeld van islam en sjaria bepalen, zoals eerwraak of vrouwenbesnijdenis. Dat is weliswaar gewoonterecht en geen sjaria maar niet iedereen weet dat en de problemen zijn er ook niet minder om.

Peters: „De discussie gaat te veel over waarden. Het zou beter over normen kunnen gaan. Het is moeilijk anderen ervan te overtuigen dat jouw waarden beter zijn dan de hunne. Waarden zijn verbonden met symboliek en emoties. Blijf daar liever af.

Maar het is wel mogelijk om normen af te dwingen. Dat is concreter en zinvoller. Je afval op straat kieperen mag niet. Je hoeft dat niet per se met strafrecht af te dwingen, een opmerking van de buren kan ook wonderen doen, er zijn zo veel manieren. Maar je moet wel als samenleving consequent met die normen zijn, natuurlijk helemaal als het gaat om dingen als eerwraak of vrouwenbesnijdenis.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden