column

De poeplucht maakt de schoonheid er niet minder om

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Er is er één zindelijk. Tenminste, bijna. Onze oudste heeft het potje ontdekt en zo langzamerhand genoeg van luiers. Goed nieuws voor mij en voor het milieu.

Gisteren las ik nog over de verstopping van het Londens riool door de ‘Giant Fatberg’. Een sprookjesachtige naam voor een gigantische ophoping van versteend vuil; etensresten, tampons, condooms en vooral luiers en luierdoekjes. Als vuilwitte fossielen liggen ze in de groezelige korst. Grof geschat hebben wij er in het korte leven van onze oudste 4500 pampers doorheen gejaagd en een veelvoud daarvan aan doekjes.

Alle reden om opgelucht uit te zien naar het einde van het luiertijdperk. Maar de naderende zindelijkheid brengt ook iets anders mee. Het besef dat al die kilo’s poep die de afgelopen tweeënhalf jaar door mijn handen gingen mijn leven veranderden. Die verandering laat zich nog het best omschrijven als een variant op de roze wolk, die zachte waas die nieuwe moeders omhult als een vriendelijk filter tussen hen en de wereld.

Bruine wolk

Mijn wolk is niet roze, maar bruin en er is geen verzachtend filter, wel een scherpe alertheid. Mijn neus is zo gespitst op stank dat ik overal verrotting ruik. Ik heb een zesde zintuig ontwikkeld voor uitwerpselen, afval, onverteerde resten. Niet alleen die van mijn eigen kinderen, ook die van de stad, de zee, het leven in het algemeen.

We zijn gewend ‘de binnenkant’ te associëren met wat mooi en schoon is. Diep van binnen zijn mensen goed. Ruwe bolster blanke pit. Het gaat om de binnenkant. Dat laatste kan nog altijd waar zijn, maar de binnenkant, die stinkt. Dit klinkt misschien wat somber allemaal, maar dat is het niet, die bruine wolk doet me goed. Ik sta zekerder in de wereld. Ik vertrouw op mijn neus en de poeplucht maakt de schoonheid er niet minder om, integendeel.

Letterlijke interpretatie

Milan Kundera schrijft in ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ dat kitsch de absolute ontkenning van stront is. Toen ik op mijn achttiende deze zin las vatte ik dat figuurlijk op, er was in mijn smetteloze leven weinig echte stront. Nu ga ik voor de letterlijke interpretatie.

Steeds als ik me dreig te verliezen in de illusie van schoon- en zachtheid, een perfecte babywang, een glimmende halve tand, een zacht slapende meter mens, is daar de poep die elke illusie om zeep helpt. De volle luier die mij eraan herinnert dat het mensen zijn, onmogelijke combinaties van zuiverheid en drek.

Marjolijn van Heemstra is theatermaker en schrijver. Haar Trouw-columns zijn gebundeld in ‘Het groeit! Het leeft!’ Reacties naar info@marjolijnvanheemstra.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden