De planeet des doods

Er was eens een bruine dwerg, die woonde in de Oortwolk. Het klinkt als een sprookje en meer is het ook vast niet, zeggen mensen die het weten kunnen.

Maar John Matese, een sterrenkundige van de universiteit van Zuidwest-Louisiana, denkt dat die dwerg wel echt kan bestaan. Het is een hemellichaam met ongeveer drie keer de massa van de planeet Jupiter, dat ver voorbij Pluto rond de zon draait, temidden van een enorme verzameling kometen die de Oortwolk heet. Afgelopen maandag presenteerde hij zijn argumenten op de jaarvergadering van de afdeling planetenkunde van de American Astronomical Society, die werd gehouden in Padua in Italië. Toevallig (of niet) dezelfde week publiceerde een Britse onderzoeker, John Murray, eenzelfde theorie in het maandblad van de Royal Astronomical Society.

Het was eigenlijk een beetje uit om belangrijke nieuwe leden aan het zonnestelsel te willen toevoegen. Alles lijkt zo ongeveer wel in kaart gebracht: de zon natuurlijk, de binnenplaneten tot en met Mars van ijzer en steen, de planetoïdengordel, de buitenplaneten tot en met Uranus van voornamelijk samengeperst gas, daarbuiten de Kuipergordel en de Oortwolk, beide gemaakt van klein grut dat het nooit tot planeet heeft geschopt, met Pluto een beetje als vreemde eend in de bijt daartussenin.

Het is al weer ruim tien jaar geleden dat er serieus werd geloofd in een grote planeet ver voorbij Pluto, en de argumenten daarvoor waren niet zozeer astronomisch als wel biologisch: eens in de zoveel miljoen jaar sterven er veel diersoorten uit, en het leek erop dat het leven die ramp met vaste regelmaat onderging.

Een 'planeet des doods', 'Nemesis' noemden sommigen haar al, zou een mooie verklaring kunnen zijn: als die zich in een heel langgerekte baan om de zon zou bewegen, zou die bij elke omloop twee keer door de Oortwolk komen. Objecten uit de Oortwolk komen soms door allerlei toevalligheden in een baan die ze dichter bij de zon brengt en worden dan nieuwe kometen. Door haar aantrekkingskracht zou Nemesis een hoop kometen richting Aarde slingeren, waar sommige nog zouden inslaan ook.

Het was een mooie theorie, maar Nemesis is nooit gevonden, en die regelmaat in het uitsterven bleek achteraf ook niet zo vreselijk sterk.

Matese (en Murray) hebben echter nieuwe, astronomische argumenten. Zij onderzochten het aanbod van nieuwe kometen in de buurt van de aarde, waarvan de baan (heel langgerekt, met een berekende terugkeertijd van miljoenen jaren) en het uiterlijk deden vermoeden dat ze nog nooit eerder in de buurt van de zon waren geweest.

Het was al bekend dat dergelijke kometen niet uit alle richtingen met evenveel komen. Dat komt doordat de Oortwolk zo ver van de zon af staat, dat er te merken is dat de rest van het melkwegstelsel niet leeg is maar ook een hoop aantrekkende massa bevat. In plaats van een netjes naar de zon gericht zwaartekrachtsveld is er daar dus een ingewikkelder veld, waarin sommige banen om de zon net zo stabiel zijn als altijd, maar andere voortdurend van vorm veranderen. Dat maakt dat uit sommige richtingen aan de hemel meer kometen in de buurt van de aarde aankomen dan uit andere.

Dat effect heet het 'galactisch getij'. Maar uit een precieze analyse van de baaneigenschappen van nieuwe kometen blijkt dat er nog meer aan de hand is. Er is een gebied aan de hemel waar het aantal kometen veel groter is dan je op grond van het galactisch getij zou kunnen verwachten. En dat gebied heeft de vorm van een grootcirkel langs de hemel. Volgens de onderzoekers is het duidelijk: langs die cirkel beweegt zich een hemellichaam dat het galactisch getij een handje helpt.

Dan moet het ongeveer 25 000 keer zo ver weg staan van de zon als de aarde, denkt Matese (35 000, zegt Murray). Dat is zo ongeveer de plek waar het galactisch effect nog wel werkt, maar waar een steuntje in de rug veel uitmaakt. Als de veronderstelde begeleider van de zon dichterbij stond, zou het effect meer lijken op dat van een echte Nemesis-planeet, die in haar eentje kometen naar beneden gooit. En als zij verder weg stond, was haar bijdrage aan het daar sterkere galactisch getij niet echt merkbaar.

Het moet een hemellichaam zijn van ongeveer drie Jupitermassa's, zeggen de onderzoekers. Is het een planeet die door de zwaartekrachtsinvloed van de andere planeten naar buiten is geschoven? Onwaarschijnlijk, zegt de theorie van de vorming van het zonnestelsel. Zo'n zware planeet zou eerder Jupiter en kornuiten naar buiten werken en zelf blijven zitten.

Misschien is het een echt broertje van de zon, tegelijk gevormd maar te klein gebleven om als echte ster te stralen: een bruine dwerg dus. Of misschien is het een planeet van een andere ster, opgepikt door het zwaartekrachtsveld van de zon. Dat zou pas een buitenkans zijn: de komende generatie infraroodsatellieten kan nog lang geen planeten rond andere sterren zien, maar als de astronomie geluk heeft - en Matese en Murray gelijk - dan kunnen die satellieten er toch alvast mee beginnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden