De piëteitsmarkt is booming business

De uitvaartwereld zal niet echt gelukkig zijn met de dramaserie 'Begraven', die de VPRO vanaf 10 december zeven weken lang gaat uitzenden. Daarin wordt een ontluisterend beeld geschetst van de gang van zaken in die steeds commerciëler wordende branche. De serie waarschuwt voor ongewenste ontwikkelingen, zoals Amerikaanse uitvaartbedrijven die hier voet aan de grond proberen te krijgen. In een aantal gemeenten is dat al gelukt, met als gevolg een enorme opdrijving van de prijzen.

FRED LAMMERS

Tom de Ket van het theaterduo 'Van Houts & De Ket', die de serie 'Begraven' samen met Mark Timmer (die ook de regie deed) schreef, stuitte bij de voorbereiding op veel tegenwerking. Vooral grote begrafenisondernemingen weigerden De Ket een kijkje te geven in de keuken. Tom de Ket: “Ze vonden dat kennelijk te gevaarlijk. Het is desondanks gelukt een voet achter de deur te krijgen. Het is allemaal echt waar en dat geeft de serie een documentair karakter.”

Dat waarheidsgehalte dringt de kijkers de conclusie op, dat zij extra moeten oppassen om zich onder de trieste omstandigheden van een overlijden geen oor aan te laten naaien. Tom de Ket: “Opzet is in de eerste plaats de mensen te laten nadenken over wat de dood in het algemeen in de maatschappij te betekenen heeft. In feite gaat de serie niet zozeer over de dood zelf, maar meer over hoe je omgaat met het leven.”

'Begraven' is opgehangen aan de belevenissen van de broers Berkhoff, die een uitvaartbedrijfje runnen. Het conflict tussen die twee broers is de motor van de serie. Tom de Ket (40) speelt de levenslustige Peter Berkhoff, die het bedrijf probeert op te stuwen in de vaart der volkeren. Hij komt steeds met nieuwe plannen om het bedrijf commerciëler te maken en te vernieuwen. Voor zijn broer Hein (George van Houts) is dat een gruwel. Die vindt dat allemaal nieuwlichterij en in strijd met het respect dat je voor dit soort zaken aan de dag behoort te leggen.

Tom de Ket: “Dat gegeven is, zoals alles in de serie, ook geënt op de praktijk. In ons land heb je écht een vereniging die zich inzet voor een waardig af-scheid. Daar zou Hein lid van kunnen zijn. Veel uitvaartleiders zijn bezig met vernieuwen. Als tegenreactie is die vereniging opgericht, die er naar streeft alles bij het oude te laten. Het standpunt van die club is dat een uitvaart sober en hygiënisch moet zijn.”

In de serie is niet gezocht naar goedkope effecten. Tom de Ket: “Verhalen over het verwisselen van lijken en ruzie tussen nabestaanden hebben wij buiten beschouwing gelaten. Niet dat zoiets niet gebeurt. Tijdens de voorbereiding kregen wij zeer sappige verhalen te horen. In eerste instantie had ik er wel iets meer van dat soort dingen ingestopt, maar zijlijnen leiden af van het hoofdthema en dat is het conflict tusen die twee broers. In elke aflevering hebben wij een thema gestopt dat speelt in de uitvaartbranche.”

In de eerste aflevering overlijdt een kampioen bodybuilding. Peter Berkhoff verzorgt vervolgens de eerste Nederlandse fitnessuitvaart. Hij belooft de nabestaanden een nieuwe opbaringstechniek. Maar hoe blaas je de slappe spieren van een dode kampioen nieuw leven in? “Achter de schermen maakt men zich op het ogenblik heel druk over nieuwe vormen van opbaren en het inrichten van rouwkamers. Vroeger werd je opgebaard en konden belangstellenden een uurtje komen kijken. Nu zeggen veel bedrijven dat aanwezig kunt zijn wanneer je maar wilt. Je mag ook zelf een dierbare afleggen. Aan alle wensen willen ze meewerken. Die ontwikkeling hebben wij in de serie een beetje tot in het extreme doorgetrokken.”

In aflevering twee overlijdt een milieu-activist. De nabestaanden willen een milieuvriendelijke begrafenis. Voor Peter is dat aanleiding zich op dat gat in de markt te storten. Als hij nie-mand vindt die een 'ecokist' kan leveren plus een ecologische grafkelder besluit hij die zelf te maken. Dat pakt anders uit dan verwacht.

Voor de opnamen werd, naar Tom de Ket vertelt, 'een fantastische locatie' gevonden. “Het vroegere ziekenhuis Zonnegloren in Soest stond leeg. Daar was alles wat we nodig hadden nog aanwezig: een mortuarium, een kleine en een grote aula en zelfs een koelkamer. Het was allemaal zo levensecht, dat een aantal mensen daar grote moeite mee had. Als je voor het eerst in een ruimte moet bivakkeren waarin lijken werden op-geslagen slaat de kou je toch wel om je hart. Vooral de details maakten het allemaal erg plastisch. Het geluid van een baar die uit de koelcel wordt getrokken gaat in het begin door merg en been. Het kostte soms veel overredingskracht mensen zover te krijgen dat ze in een kist gingen liggen. Maar het is verbazingwekkend hoe snel je daaraan went. Op een gegeven moment was het gewoon ons honk.”

“De dood is een thema waar ik bang voor ben. Als ik vroeger een lijkwagen zag staan liep ik een straatje om. Dat zal ik nu niet meer doen, al is mijn vrees voor de dood wel gebleven. Dat moet, denk ik, ook zo blijven. Je moet als mens ontzag hebben voor de dood. Als je dat niet meer hebt is er iets mis met je. Daarom hebben we ons steeds voor ogen gehouden dat het een onderwerp is dat je met groot respect moet behandelen.”

“De humor die erin zit gaat over het doorgedraaide consumentisme van de klant. Dat maken we niet belachelijk, maar we laten wel zien tot welke absurde toestanden dat kan leiden. Dat iemand bijvoorbeeld bepaalt te willen worden gecremeerd in een crematorium waar ze milieuvriendelijke filters hebben. Of, wat je tegenwoordig steeds meer ziet, dat mensen in plaats van een begrafenis een celebration willen met hapjes en drankjes en zelfs optredens. Vooral in de homowereld zie je dat er bij uitvaarten extravagante feesten worden gegeven. Aids-begrafenissen hebben erg emanciperend gewerkt in die wereld. Dat heeft vaak iets bizars. Het heeft duidelijk te maken met ontkenning van alles.”

“Ik denk persoonlijk dat het nodig is om nieuwe rituelen te ontwikkelen in onze nog steeds vrij calvinistische maatschappij. Vroeger had de godsdienst die functie. Nu dat steeds minder wordt, moet er iets voor in de plaats komen. Mensen hebben behoefte aan rituelen. Je ziet dat zoiets dan op een heel persoonlijke manier wordt ingevuld. Familieleden en vrienden houden toespraken, vertellen verhalen over de overledene, spelen een stukje muziek en de kinderen maken tekeningen en leggen die op de kist. Je kunt van alles verzinnen en dat gebeurt ook. Het bedenken ervan slaat vaak door naar de andere kant. In de serie willen mensen hun vriend bijzetten op een Remembrance-site op Internet. Dat is een van de nieuwste ontwikkelingen.”

Dat uitvaarten steeds meer lopende-bandwerk worden, komt ook aan de orde. “Neem Westgaarde in Amsterdam. Een gemiddelde uitvaart duurt daar twintig minuten. Dat laat geen ruimte om er iets van te maken. De ene uitvaart is nog niet ten einde of de andere begint. Op dat er doorheen jassen van uitvaarten heb ik veel kritiek en daarom wilde ik dat bewust in de serie hebben. We hebben er geweldige opnames van gemaakt, waarin je files auto's ziet met veel getoeter en uitvaartstoeten die elkaar in de wielen rijden.”

“Je moet er, als je de serie ziet, wel over nadenken. In eerste instantie zullen de mensen zeggen dat het toch niet zo erg zal zijn. Maar het is echt niet overtrokken. Het zijn voorvallen uit de praktijk. Het is niet absurd wat ik heb geschreven. Een kar-tonnen, milieuvriendelijke doodkist, die per post wordt opgestuurd en thuis in elkaar gevouwen, bestaat.”

Bij Tom de Ket is niet het verlangen geboren voor het beroep van begrafenisondernemer te kiezen. “Wat ik heb meege-maakt heeft verhelderend gewerkt. Uitvaartleiders zouden ook autoverkopers kunnen zijn die nu ineens in de piëteits-markt zitten. Dat is niets voor mij. Maar het was wel interessant mee te maken hoe die mensen met de dood omgaan. Zo kwam ik in een uitvaartbedrijf waar in een kamer allerlei mannen in een zwart pak zaten te wachten. Die kamer stond blauw van de rook. Het is een stressgevoelig beroep. Je krijgt er wel een tik van mee, al zeggen zij zelf dat het went en dat het een mooi vak is. Ik heb sterk de indruk gekregen dat velen zich een beetje groot houden. Aan de ene kant heb je degenen die zich zien als hulpverleners en procesbegeleiders en met heel veel compassie praten over hun intermediaire taak. Aan de andere kant heb je de ondernemers die trots door hun bedrijf lopen en het hebben over de nieuwste ontwikkelingen.”

“Voor beiden is dat een manier om met het onderwerp om te gaan. Het is een apart wereldje met enorm veel verloop. Veel mensen kunnen het niet volhouden. Ook door de houding van de omgeving, die mensen uit de uitvaartbranche behandelt alsof ze besmet zijn, hen liever geen hand wil geven, ha-ken velen af. We kwamen ook bij een bedrijf dat echt een streep door de zaak had lopen. Als ze over die streep kwamen, aan de kant van de klanten, dan was het allemaal beleefd, daar konden de nabestaanden komen. Dat was het officiële gedeelte. Achter die streep ging het totaal anders toe, daar werd op een gegeven moment geroepen 'Dat ouwe lijk van Jansen, hebben jullie dat al naar koelkamer drie gebracht, want die familie komt er zo aan'. En dan met een gemaakte stem even later: 'Dag mevrouw Jansen, wat kan ik voor u doen?' Daar stonden we met onze neus bovenop.”

Er is sprake van een enorme beroepsdeformatie. Achteraf concludeert Tom de Ket dat hij de begrafenis van zijn vader anders zou hebben geregeld met de kennis die hij nu heeft. “Onderhandelen over wat er mogelijk is durven de meeste mensen niet. Omdat je ver-doofd bent laat je je meesleuren door zo'n bedrijf. Zo had ik bijvoorbeeld best zelf aangifte van het overlijden van mijn vader bij de burgerlijke stand willen doen. Dat laten de meeste mensen nu aan zo'n begrafenisondernemer over. Die handelt er een heel stel tegelijk af, terwijl er een mooie symboliek in zit wanneer je dat als zoon zelf doet, net zoals mijn vader destijds zelf mijn geboorte bij de burgerlijke stand heeft gemeld.”

Tom de Ket heeft de kans benut zijn eigen nieuwsgierigheid, maar ook zijn angst te lijf te gaan. “Zo ben ik erbij geweest toen in een crematorium de oven werd ontruimd. Voor die ovenisten is dat routinewerk. Je ziet hoe de niet verbrande botten worden vermalen. Hindoes mogen sinds kort ook in de ovenruimten aanwezig zijn. Zo'n ovenist moet zich dan in passende witte kledij steken.”

“En dan de commercie die zich op de as heeft gestort. Daar is een markt voor opengebarsten: as in medaillons en in sierbussen. Het is een gigantische business geworden. Bijna niets is meer onmogelijk. Je kunt zelfs een Germaanse rouwmaaltijd met leedbollen en eetbare fossielen bestellen om die na afloop van een uitvaart te nuttigen. Dat gebeurt al in Nederland.”

“De slag om de nazorg is ook losgebarsten. Nu de mensen niet meer naar de kerk gaan moeten ze hun heil ergens anders zoeken. Wil je een verlies goed verwerken, dan moet je op cursus gaan. Daar vertellen ze je hoe je moet rouwen. Toen we met deze serie bezig waren hebben we herhaaldelijk uitgeroepen: hoe bestaat het? In de serie hebben we 'nabestaandendagen' geïntroduceerd. Moderne uitvaartondernemers komen met een laptopje aanzetten. Op een schermpje kun je dan alles uitzoeken. Het is een echte industrie geworden.”

“Misschien zie je de maat-schappij waarin wij leven pas in al zijn volheid op het laatste moment. Door de manier waarop de maatschappij omgaat met de dood zie je eigenlijk in wat voor wereld wij leven. In de dood komt alles samen. Onze wereld is behoorlijk dolge-draaid en wanhopig op zoek naar nieuwe vormen. In de bedrijfsmatige aanpak zie je het werk van de dominee en de koopman in elkaar vervlochten. We vinden dat we het goede moeten doen, maar willen er toch ook behoorlijk aan verdienen. Je kunt je daar kwaad over maken, maar er ook ongelooflijk om lachen. In elk geval doet het je afvragen waar we mee bezig zijn. Die spiegel wil ik de mensen graag voorhouden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden