De pianist ademt mee

Operadagen Rotterdam haalt een kamerversie binnen van 'Katia Kabanova', Janáceks opera uit 1921. De begeleiding? Op piano.

Théâtre des Bouffes du Nord uit Parijs, begin jaren zeventig van de vorige eeuw in het leven geroepen door theaterman Peter Brook, geeft vaak een heel persoonlijke tint aan het reguliere repertoire. Net als Operadagen Rotterdam verkent het grenzen: hebben we te maken met opera, theater, muziektheater? Bekende titels worden bewerkt en komen gereduceerd op het toneel. De Rotterdamse en Parijse instanties zijn een samenwerkingsverband aangegaan, 'La bohème' van Puccini staat ook al op de rol.

In Janáceks 'Katia Kabanova' met orkest - de opera zoals 'ie is bedoeld - worden klankkleuren geschilderd door koper, hout en strijkers. Vraag is natuurlijk of de essentie, het karakter van zo'n werk intact blijft met alleen een piano. Regisseur André Engel bracht, als uitvloeisel van de experimenten tijdens een zomercursus, begin vorig jaar met een stel jonge zangers de première - de equipe is nog steeds dezelfde als in het begin, inclusief de pianisten die elkaar afwisselen. Engel werkte samen met Irène Kudela, Janácekdeskundige en muzikaal leider van het project.

Kudela verblijft in het Franse Poitiers en legt uit, vlak voor een uitvoering van 'Katia': "Je mist het orkest niet, want de manier van pianospelen is niet zoals een orkest zou klinken, maar zoals een pianist een pianopartij speelt. De pianist speelt niet luid en niet groot, maar erg intiem, zoals ook de zangers acteren en zingen. Het is kamermuziek. Pianist en zangers zijn dicht bij elkaar, ze maken samen muziek.

"Alle kleuren die Janácek heeft geschreven komen voort uit diepe gevoelens. Als Katia melancholiek of blij is, hoor je dat terug in de muziek. Je ziet het niet per se aan haar, je hoort het wel; de kleuren, de menselijke gevoelens kun je uit een piano toveren."

Dus de luisteraar heeft geen behoefte aan strijkers en blazers, die toch specifieke geluiden kunnen voortbrengen? "Natuurlijk heeft Janácek de opera geschreven voor die instrumenten, maar het belangrijkste is dat je begrijpt waarom bijvoorbeeld een hobo is ingezet en niet een hoorn. Wat was de theatrale motivatie? Als de pianist de achterliggende gedachte begrijpt, kan hij het juiste Janácekgeluid produceren.

"In de kamerversie komen de personages dichter bij het publiek dan wanneer zich tussen zaal en podium een dirigent en een orkestbak bevinden. Op deze manier wordt improvisatie uitgelokt - pianist en zangers communiceren heel direct met muziek én gevoel. Als een van de zangers meer tijd nodig heeft, ademt de pianist mee, die voelt dat aan. Dat betekent niet dat we ook maar één kwartnoot van Janácek veranderen, maar die ene kwartnoot kan wel wat langer zijn, of wat korter."

Kudela is muzikaal leider, maar wat valt er te leiden als er alleen een pianist op het podium zit? Kudela, net als Janácek Tsjechisch van oorsprong, kent diens taal en muziek - muziek die voortkomt uit de taal ¿ van haver tot gort. Hoe zing je die en die lettergreep, waar leg je de nadruk op, enzovoorts. En ze is streng. "Janácek was buitengewoon taalgevoelig. Hij schreef manieren van spreken in vele gemoedstoestanden en de bijbehorende intervallen op. Ik waarschuw de zangers om niet met zichzelf bezig te zijn. Als iemand naar zichzelf gaat luisteren valt Janáceks wereld in duigen. Je moet in die wereld stappen, en niet in de muziek stoppen wat je zelf mooi vindt. Dat vergt discipline, omdat we gewend zijn te geven wat we op een bepaald moment voelen. Je lichaam moet de muziek toegedaan zijn, je geest moet schoon zijn. Dus de tenor mag niet lekker in die hoge noot blijven hangen, en de pianist kan er het beste voor waken niet nog even die zijdezachte klank wat langer aan te houden omdat hij hem zo mooi vindt."

André Engel voert, zien we 's avonds tijdens de uitvoering, een helder ogende regie. Het decor is sober, de vleugel staat aan de zijkant op het podium. Ruth Orthmann, assistent in deze productie, werkt al zo'n twintig jaar samen met Engel: "Hij is meer een theaterregisseur dan een operaregisseur en wil altijd heel precies zijn over de karakters. Die worden duidelijk neergezet, en daarom kun je geïnteresseerd in ze raken."

Blijft er dan genoeg over voor de fantasie, zeker bij de mysterieuze personages in 'Katia'? "Hoe preciezer je bent, hoe meer je daadwerkelijk gelooft dat er van alles aan de hand is. De karakters voelen niet als vermomd, maar zijn echt en beleven op het moment van de voorstelling hun gevoelens. Ze acteren met hun stem. En in zekere zin acteert de pianist ook, hij is onderdeel van het theater."

Guy Coolen, sinds 2008 artistiek directeur: "De titel Operadagen Rotterdam is dubbelzinnig. De echte opera ¿ wat men opera noemt ¿ is minimaal aanwezig. Dat is altijd zo geweest en dat is ook een bewuste keuze. Wij vinden dat we niet moeten willen wat in Amsterdam beter kan. Rotterdam heeft geen operahuis. Met het budget wat we hebben kunnen we niet één degelijke operaproductie neerzetten.

"We gaan voor vernieuwing, werken veel met jonge makers, de stad is ons podium. In de meeste van onze projecten is de live stem een belangrijk element. De emotie ondergaan die zingen oproept, en dan het liefst in ruimtes waarbij je dichtbij de stem kunt zijn, het fysieke instrument zien en voelen, dat prikkelt enorm.

"Als we een bekende titel opnemen, dan in een bewerking of reductie. Het profiel van Operadagen Rotterdam wordt steeds helderder. We brengen geen grote opera's meer op de planken, zoals we ooit nog eens een 'Butterfly' hebben gedaan. We kunnen het niet betalen."

Er is toen veel kritiek geweest op bijvoorbeeld die 'Butterfly', en überhaupt op de operadagen. Kan Coolen dat verklaren? "De kritieken gaan vaak over het feit dat we geen opera brengen. Die Puccini kwam uit Rusland. Wij dachten: hebben we toch een opera. Maar ja, die had niet de kwaliteit van wat men gewend is in Nederland. Daarom ben ik blij dat de keuze nu heel duidelijk is. Voor échte opera moet je niet hier zijn, dat doen wij niet. Vorig jaar waren de recensies veel positiever. De noemer Operadagen maakt het lastig, maar vormt ook een uitdaging om het debat aan te gaan.

"Je voelt dat er in de opera, waarvan men twintig jaar geleden zei dat die voorbij is, een nieuw elan komt. Als ik een jonge componist vraag wat hij wil schrijven, dan zegt hij niet muziektheater, maar opera. Ook al rolt daar niet uit wat wij denken dat het genre inhoudt. Heel boeiend. We willen het woord nieuwe lading geven. Opera hoeft niet per se met een orkest, maar kan evengoed met een dj. Het idee van een Gesamtkunstwerk interesseert de makers, ze vinden het niet meer oubollig. Daarom kiezen wij voor de bijna-geuzennaam Operadagen.

"Tijdens deze editie debatteren we over het medium opera. Het is de kunstvorm van de toekomst, wat mij betreft. Alles is al omver gegooid, film, theater, dans; in de opera is nog heel veel te doen. En er staat ook een andere generatie musici op, zangers die veel allrounder zijn dan eerst."

Betekent dat geen afvlakking, verlies aan kwaliteit? Verdieping is toch het hoogste goed? "Niet altijd. Kijk, een acteur kan niet zomaar opera gaan zingen, dat is een vak dat je moet leren. Iemand als Claron McFadden is een voorbeeld van hoe een klassieke zanger zou moeten zijn: ze heeft een fantastische stem, zingt zonder moeite opera en een dag later een jazzconcert. En dan staat ze ook nog in een theatervoorstelling. Dat idee, die openheid, dat is de moderne tijd.

"Met opera hebben we nog altijd zo'n angst dat we er niet aan mogen komen, terwijl we in het theater al veertig jaar knippen en plakken en het normaal vinden dat we 'Hamlet' nooit in z'n totaal zien, maar bij Wagner mag je dat natuurlijk niet doen. Binnen een festivalcontext kun je makkelijk experimenteren. Binnen een operahuis sta je midden in de traditie, dat is lastiger."

'Katia Kabanova' is op 29 en 30 mei om 20.15 uur te zien in de Rotterdamse Schouwburg. Operadagen Rotterdam: 25 mei t/m 2 juni in heel Rotterdam. Informatie: www.operadagenrotterdam.nl

Waar staan de Operadagen Rotterdam voor?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden