DE PERSFOTO ALS AANKLACHT

“Het was mooi weer, deze week, hè?”, vraagt hij verbaasd. Werry Crone, fotograaf van Trouw, zat een week lang opgesloten in het hoofdkantoor van de KLM in Amstelveen om met acht andere juryleden te bepalen welke persfoto's in aanmerking kwamen voor een van de achttien categorieën van de World Press Photo 1997.

Een ritje naar het Barbizon hotel in Amsterdam was de enige afleiding voor de jury, die in zeven dagen bijna 36 000 foto's voor zijn kiezen kreeg. Eerst de series, van sfeerreportages van Moskouse badhuizen, het dagelijks leven van een konijn tot aan rodeowedstrijden voor homoseksuelen, daarna de foto's die zich lieten indelen in categorieën van onder andere 'sport' tot 'wetenschap' en uiteindelijk 'spotnews', de pure nieuwsfotografie. De ene na de andere foto verdween in de prullenbak zodra te weinig juryleden hun hand opstaken, soms dook in een later stadium toch weer een eerder afgekeurde foto op, als een jurylid genoeg medestanders vond om zijn keus toch nog eens een kans te laten maken. Waarna die plaat alsnog terzijde werd gelegd. Sfeervolle beelden van een toch opmerkelijke gebeurtenis uit 1997, de overdracht van Hongkong aan China, zijn op zo'n manier definitief buiten de prijzen gevallen.

Het ging om foto's die in 1997 gemaakt zijn danwel in het afgelopen jaar zijn gepubliceerd. Dus worstelde de jury zich door een onafzienbare reeks van hongerende kinderen, gehandicapte sporters, drugsverslaafden, heroïnehoeren en aidspatiënten. En beelden van de bezetting van de Japanse ambassade in Peru, de vulkaanuitbarsting op Montserrat, Brabantse varkens die worden vernietigd, de Eta-terreur in Spanje, de dood van Diana en het overlijden van Moeder Teresa, burgeroorlog in Zaïre, bosbranden in Indonesië, aanslagen in Israel en wanhoop in Albanië. Want nieuws is nu eenmaal vaak lelijk, wrang en kil.

De jury had zich te houden aan drie belangrijke criteria: de foto moest een belangrijk onderwerp uit het jaar 1997 weergeven, moest een herkenbare visie van de fotograaf in zich dragen en moest bovendien blijk geven van creativiteit. Om die drie voorwaarden draaiden dan ook een week lang de discussies: qua nieuws scoort deze foto goed, maar heeft-ie daarnaast ook wat te bieden? Soms ging het om foto's van een en hetzelfde onderwerp, maar net even anders in beeld gebracht, zodat de juryleden er een loep bij moesten pakken om die ene foto net even beter te kunnen kwalificeren dan de andere. En dat ging, ondanks de grote verscheidenheid van de jury (afkomstig uit Nederland, Belgie, Groot-Brittannië, Peru, Frankrijk, Amerika, Iran, Polen en China) in goede harmonie. Al moet Werry Crone erkennen dat de fotoredacteuren die gewend zijn dagelijks in het Engels over fotografie te discussiëren net even beter gebekt en dus in het voordeel waren. “De verscheidenheid van de juryleden was erg interessant. Wij Nederlanders hebben vrij veel kennis van wat er internationaal gebeurt, omdat er in Nederland nu eenmaal niet zoveel aan de hand is. Nederlandse kranten kiezen daardoor vaak voor een buitenlandse foto. In een Peruaanse krant zul je zelden een Europese foto tegenkomen. In de jurering merkten we dat vooral in de voorrondes: we beoordeelden een serie over de Britse verkiezingen, maar dat onderwerp sprak het Iraanse jurylid bijvoorbeeld helemaal niet aan. Later, in de eindselectie, ging dat al beter. Maar we merkten wel dat veel Europese onderwerpen snel sneuvelden. Vorig jaar was dat ook al aan de orde. Dutroux was hier destijds een groot onderwerp, maar ze hebben het Indiase jurylid er toen met veel moeite van kunnen overtuigen dat het een heel bijzonder nieuwsfeit is, als iemand tien mensen vermoordt.”

De jury, legt Crone uit, moet blijven zoeken naar de juiste balans van inhoud en beeld. “Tot het eind toe gaat de discussie daarover. Heeft de foto wel de nodige kracht, maar gaat het ook over een belangrijk onderwerp? Algerije, Albanië, de Intifada waren de internationale items, terwijl er ondertussen de nog steeds doorlopende conflicten waren in bijvoorbeeld Rwanda. We hebben enorm veel foto's gezien die te maken hadden met de dood van prinses Diana. Dat was een enorme gebeurtenis, maar het beeld, de foto, zat er niet bij. Toen het ernaar uitzag dat we dit hele onderwerp lieten vallen, kwamen we voor een ander dilemma te staan. Er komt een jaarboek uit met alle bekroonde foto's en dan kun je het niet maken dat Diana daar niet in voorkomt. We hebben uiteindelijk een oplossing gevonden door dit onderwerp door te schuiven van 'hard nieuws' naar een andere categorie, algemeen nieuws. Hetzelfde gebeurde met de dood van Moeder Teresa. En dat is heel goed: we werden gedwongen op een andere manier naar al die onderwerpen te kijken. We moesten ons afvragen of we zo'n media-hype als de dood van Diana moeten laten prevaleren boven wat er gebeurt in Algerije. Ik kan me voorstellen dat het publiek daar minder begrip voor kan opbrengen. Maar de jury staat voor de vraag voor wie we deze keuzes maken en voor wie we dat jaarboek samenstellen, waarvan de winnende foto het boegbeeld is. Die winnende foto moet dingen losmaken, misstanden aan de kaak stellen. Vorig jaar won een foto van slachtoffers van landmijnen. Dat onderwerp werd vorig jaar een belangrijk item. Dus zo'n foto heeft invloed, speelt een belangrijke rol in de opinievorming.”

Van de bijna 36 000 foto's (ingestuurd door 3 600 fotografen uit 150 landen) zijn er hooguit 250 interessant, merkte Werry Crone. “Voor een fotograaf in Bangladesh of Vietnam is de World Press Photo een instituut. Maar hun kwaliteit is vaak bedroevend. Er zitten trouwpartijen en naakten tussen. Wat dat betreft moet de World Press Photo ook een educatieve functie hebben: de selectie moet alle fotografen inspireren om het eens op een andere manier aan te pakken.” Zelf heeft hij er ook wel van geleerd, denkt hij. “Je wordt heen en weer geslingerd. Soms zijn er zulke fantastische foto's bij dat je denkt: ik hou er maar mee op. Aan de andere kant krijg je toch weer een wat andere kijk op fotografie. Zo van: dat ga ik ook eens zo proberen. Niet om ook eens de World Press Photo te winnen, want de foto wint, niet de fotograaf. Wij hoorden als jury ook pas later wie de winnende foto had gemaakt. Zoveel roem brengt die prijs niet met zich mee. De publieke opinie pakt het onderwerp van de foto op, de naam van de fotograaf wordt snel vergeten. Je moet als fotograaf ook niet de illusie hebben dat je een oorlog kunt beëindigen, maar de discussie wordt door jouw foto wel aangeslingerd. En daarnaast heb ik weer gemerkt hoe goed fotografie in zwart-wit werkt. Opvallend veel winnende foto's zijn in zwart-wit gemaakt.”

“De jury heeft ook een gruwelijke foto geselecteerd, die geen enkele krant zou publiceren. Dat is niet de winnende foto geworden, omdat we ons afvroegen of je wel je doel bereikt met zo'n foto. De emotionele waarde kan veel groter zijn als de foto minder gruwelijk is. Het leed kun je er zelf wel bij bedenken. We weten dat in Algerije kelen zijn doorgesneden, dat hoef je niet te laten zien. Dan doet zo'n beeld van een vrouw die net gehoord heeft dat haar familie is vermoord, veel meer. Natuurlijk, het risico bestaat dat je dan naar de andere kant doorslaat, dat je te veel gaat abstraheren. Diezelfde discussie voeren we ook steeds op de redactie en het mooie is, dat de World Press Photo elk jaar op deze manier weer een staalkaart weergeeft van hoe we er in de fotografie en in de krantenwereld voorstaan.”

En toch zijn World Press en de dagelijkse praktijk op een krantenredactie twee verschillende werelden. De tijd die de jury had voor reflectie, voor een afstandelijker beoordeling van het ene tegenover het andere nieuwsfeit, heeft een krantenredactie niet. 'Vrouwen in de voorstad van Algiers die het bloedbad hebben overleefd, zoeken bij elkaar steun', luidde het droge onderschrift bij de foto die Trouw op woensdag 24 september 1997 op pagina 5 plaatste. De foto dus, die gisteren werd uitgeroepen tot de beste persfoto van vorig jaar. Op de voorpagina van diezelfde krant stond een foto van de bosbranden in Indonesië. Dat was immers op dat moment belangrijker nieuws dan de - hoe erg ook - 'zoveelste moordpartij in Algerije'. Maar over de bosbranden zal het gesprek niet gaan, dit weekeinde, de komende weken. Dat zal gaan over die winnende foto, die vijf maanden nadat hij is gemaakt, opeens een dramatische oproep is geworden om de waanzin in Algerije te stoppen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden