Interview

De perikelen van een aambeien-kwekende baan bij een blad op stand

Oud-hoofdredacteur van het NTvG runt nu met zijn vrouw een huisartsenpraktijk in Amsterdam.Beeld Martijn Gijsbertsen

Hans Veeken (62) schreef een sleutelroman gebaseerd op zijn tijd bij het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 'Er gebeurde zoveel wonderlijks, daar moest ik iets mee.'

Het is haast een beeld uit een roman van Willem Frederik Hermans: op een redactie van een wetenschappelijk tijdschrift maken professoren de dienst uit. Ondersteunend personeel sluipt door de gangen van het statige pand, bang om fouten te maken. Verenigingsvergaderingen worden voorafgegaan door uitgebreide lunches waarbij wijn wordt geschonken uit de eigen wijnkelder. Wie zonder pak en stropdas het kantoor betreedt, kan rekenen op gefronste wenkbrauwen.

In zijn roman 'Een kantoor op stand', dat morgen verschijnt, schrijft Hans Veeken (62) droogkomisch over het met ruzies doorspekte reilen en zeilen op de redactie van Medisch Tijdschrift, gemaakt voor en door artsen. 'The Office meets Jiskefet', is de slogan waarmee zijn uitgeverij Atlas Contact adverteert.

Niet toevallig lijkt de omgeving op die van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG), waar Veeken tussen 2004 en 2008 in de hoofdredactie zat. "Ik maakte daar zulke wonderlijke dingen mee dat ik aantekeningen begon te maken. Staccato opgeschreven geheugensteuntjes die vooral bedoeld waren om te onthouden wat mensen tegen me hadden gezegd. Later werd het mooi materiaal om een roman uit te destilleren."

Veeken was net afgezwaaid als tropenarts toen hij voor het NTvG ging werken. Waarom wilde hij zo graag deze 'aambeien-kwekende' baan, zoals de sollicitatiecommissie het in de roman noemt? "Ik heb medicijnen gestudeerd maar had ooit journalistieke ambities. Naar de School voor Journalistiek gaan deed je niet met gymnasium, hield mijn vader mij voor. Ik schreef wetenschappelijke artikelen en ook bijdragen over mijn veldwerk in Afrika."

Overdreven chique

Veeken kreeg het niet makkelijk als hoofdredacteur. De bladformule was verouderd, automatisering liep achter en de leiding was in handen van mensen wier verdiensten in het verleden lagen maar die een rem waren op de toekomst. "Dat we een vierkoppige hoofdredactie hadden vond ik al verbazingwekkend. De eigenlijke baas van het blad is een vereniging van gepensioneerde medici en hoogleraren. Onder de verenigingsleden zaten aimabele collega's, maar op kantoor was er een concentraat van mensen dat de overdreven chique sfeer van vroeger probeerden te behouden."

Voelde Veeken - nu casual gekleed - zich daar ongemakkelijk bij? "Nee, dat was het niet, ik deed mijn best mij aan te passen. In mijn kamer had ik colbertje en stropdas in de kast hangen om snel aan te schieten voor vergaderingen, en ik had speciale kantoorschoenen. Dat het zo moeizaam zou worden om iets te veranderen, had ik niet voorzien. Wat mij het meest stoorde, waren de mensen die veranderingen tegen hielden en geen risico's durfden te nemen."

Veeken schreef een sleutelroman. Hoeveel van hem zit in hoofdpersonage Ron Vegter? Wie zit er achter de lastigste hoogleraar uit het verhaal, Lunstroom? "Je mag het niet letterlijk nemen, het is fictie. Ik heb gebeurtenissen verdicht, verdraaid en uitvergroot, de een iets laten zeggen wat de ander heeft gezegd. Het ging me om de interactie van een groep mensen op een deftig kantoor. Even speelde ik met de gedachte om er een advocatenroman van te maken. Maar om dat goed te doen had ik zoveel moeten uitzoeken, de tijd ontbrak mij.'

Is de roman een manier om wraak te nemen op de mensen die u destijds dwars zaten? "Nee, absoluut niet. Het is een manier om grip te krijgen op wat er tien jaar geleden gebeurde. Vijf jaar deed ik niets met mijn aantekeningen. Toen schreef ik een eerste versie, die ik vervolgens weer drie jaar op een plank liet liggen. Uiteindelijk was dit geen klus waar ik tegenop zag, ik heb veel plezier aan het schrijven beleefd."

Minstens zo belangrijk als de conflicten vindt hij de absurdistische gebeurtenissen die horen bij het kantoorleven: "De spelletjes, het machtsmisbruik, het zingen tijdens de verjaardagen en het wel of niet kussen op de eerste werkdag na Nieuwjaar; dat zijn kwesties die op elk kantoor spelen. De humor is subtiel, overigens, en zit hem in hoe mensen op elkaar reageren."

Scheldpartij

Na zijn avontuur als hoofdredacteur werd Veeken huisarts: "Via mijn vrouw, die ook huisarts is, kwam ik terecht in een praktijk van een zieke collega." Nu heeft hij samen met zijn vrouw een eigen praktijk in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. "Dat is wel even een zwaarder vak dan dat van hoofdredacteur. Artikelen kunnen wel een dagje wachten, mensen niet. In mijn tijd bij het tijdschrift waren er liefst drie secretaresses, die voorzichtig vroegen of ze stoorden als een professor belde. Een op de dertig telefoontjes die ik als dokter opneem, begint met een scheldpartij."

Zijn roman is doortrokken van conflicten, maar de ruzies gaan er beschaafd aan toe. Niemand steekt de ander echt een mes in zijn rug. "Ja, het blijven professoren", glimlacht de schrijver. Vreest hij de reacties van oud-collega's of van het NTvG?

"Kingsley Amis zei ooit: Als je iemand niet kan irriteren, is er weinig te schrijven. Maar ik doe dit niet om ergens lekker in te prikken, het gaat me om het proces. Een vriend van me is organisatieadviseur en zei dat dit boek leerzaam is voor managers om te lezen hoe het vooral niet moet."

Hoe zijn carrière bij het NTvG afliep? "Het bestuur maakte schoon schip en stuurde ons weg. Destijds vond ik dat vervelend, maar als bestuur had ik hetzelfde gedaan. Er is veel veranderd overigens. Als je het blad nu openslaat zie je een fotootje van de hoofdredacteur in T-shirt. Het blad ziet er goed uit en is inhoudelijk enorm verbeterd. Als ik dat tien jaar geleden had kunnen bereiken, was ik tevreden geweest."

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld rv

Wie is Hans Veeken?

Hans Veeken, geboren 1954 in Edam. Studeerde medicijnen, werkte als tropenarts in Kenia en Tanzania en tien jaar voor Artsen zonder Grenzen. Promoveerde op leishmaniasis, broertje van de slaapziekte. Werkte 3,5 jaar als hoofdredacteur voor het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Runt als huisarts met zijn vrouw een eigen praktijk in Amsterdam.

De kantoorroman

Uit de school klappen over het kantoorleven is geen novum in de Nederlandse literatuur. Al in 1975 publiceerde Willem Frederik Hermans 'Onder professoren', over intriges aan de Rijksuniversiteit Groningen. J.J. Voskuil verraste met zijn lijvige romancyclus 'Het Bureau' (2006-2010), over het Meertens-Instituut. Hans Vervoort schreef over zijn jaren bij de Weekbladpers de driedelige romancyclus 'Het bedrijf' (2007-2010). Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm beschreef in zijn debuutroman 'Het proces van de eeuw' (2011) de gang van zaken op een ambitieus advocatenkantoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden