DE PEN DIE DOODDE

De zwarte Bic die vijf jaar geleden werd aangetroffen in het hoofd van een Leidse vrouw, blijft voor verwarring zorgen. Eerst werd verondersteld dat sprake was van een ongeval, toen was het moord, toen weer een ongval en toen weer moord. Zoon Jim is tot 12 jaar cel veroordeeld. Nieuwe bewijzen en getuigen lijken toch op een ongeval te wijzen. Een analyse aan de vooravond van het hoger beroep.

“Hij had haar keel doorgesneden en haar voeten en handen deels afgehakt. Zijn motief was moederhaat. Maar waarom moordde de zoon juist op die gruwelijke manier?” Ze gaf zelf het antwoord. “De moeder was altijd bezig geweest en zat nooit rustig, daarom moesten de handen en voeten weg. En ze praatte de hele dag, vooral over geld. De zoon had daarom haar keel doorgesneden. En bij de sectie vond de patholoog-anatoom in de doorgesneden keel een opgevouwen briefje van 100 gulden.”

De officier moest aan deze zaak denken toen ze zich in de Leidse balpenmoord verdiepte. Heeft Jim, in haar ogen eveneens een psychopaat, zijn moeder niet met een pen vermoord omdat zij tot vervelens toe had gewaarschuwd voor het lopen met scherpe en puntige voorwerpen: daar kon je in vallen. En wat te denken van het stuk chocolade dat met de kleding van Jims moeder was verkleefd? Had hij als voorbeeld van haar slechte moederschap niet genoemd dat hij als twaalfjarige met pasen een ei had gekregen van pure chocolade, terwijl zij had moeten weten dat hij juist van melk hield? “Het achterlaten van de chocolade bij het slachtoffer kan als een soort ultieme wraakneming zijn bedoeld.” De officier kan dat allemaal niet bewijzen, maar gezegd is gezegd, moet ze gedacht hebben. En vervolgens eiste ze in september j.l. 15 jaar cel tegen Jim, “omdat die gruwelijkheid in de straf tot uitdrukking moet komen.” Twee weken later zou hij tot 12 jaar veroordeeld worden.

Jim als koele moordenaar, Jim als psychopaat, Jim die wel van symboliek houdt als hij zijn moeder ombrengt. Begin 1994 - tijdens een gesprek met het gezin over moeders dood - maakt hij een geheel andere indruk. Hij zit als student informatica op kousevoeten in de bank, met naast zich zijn zussen Jessica en Esmée, en zijn vader heeft plaatsgenomen in de fauteuil die daar haaks op staat. Jim oogt rustig, bedeesd ook, als een jonge jongen die de afgelopen jaren veel voor zijn kiezen heeft gekregen.

Jim heeft zich voorgesteld en een hand gegeven, maar zal zijn mond niet meer opendoen. Zijn vader voert het woord; de familie heeft zojuist een procedure bij de Nationale Ombudsman gewonnen die het optreden van de Leidse politie en justitie in Den Haag na de dood van hun moeder, scherp veroordeelt. Hoewel het gezin uitging van een triest ongeluk met een balpen, zat de politie op een moord-spoor.

In de eerste processen-verbaal gaat het al over een balpen-moord; de politie gaat er immers vanuit dat de pen die in het hoofd van de moeder is gevonden is ingebracht. 'De wijze waarop de ballpoint is ingebracht, lijkt te duiden op een moord/doodslag waarbij de dader kennelijk het oogmerk heeft gehad het op een natuurlijk overlijden (hersenbloeding) te laten lijken', schrijft de leider van het recherchebijstandsteam dat de zaak onderzoekt. Maar goed dat de schouwarts dat wondje bij haar oog heeft opgemerkt.

Volgens de politie moet het slachtoffer kennelijk in de avonduren van zaterdag 25 mei 1991 zijn vermoord, terwijl ze in haar woning aan de Leidse Witte Rozenstraat het gebruikelijke dutje na het avondeten doet. 'Ze is bij verrassing vermoord door iemand die wist van de gebruiken van het slachtoffer. Zij was binnen 1 á 2 seconden in coma en is vijftien minuten later overleden. De dader is binnengekomen met een sleutel en de moord is heel gericht gepleegd. Het was de dader niet te doen om roof of seks. Alle waardevolle goederen zijn nog in de woning. Haar echtgenoot en haar kinderen beschikken over een sleutel. Het is aannemelijk dat de dader van de moord één van deze familieleden is, dan wel een ander persoon die zo'n hechte relatie heeft met die familieleden dat hij of zij ook over de sleutel kan beschikken', aldus de politie.

De politie verdenkt in eerste instantie de vader, die sinds enige tijd gescheiden van zijn echtgenote leeft. En dat scenario wordt in die tijd ook gesteund door familie-leden van het slachtoffer en vrienden. “Mijn zus zou nooit met een balpen in haar hand lopen, trouwens: ze schreef nooit met balpen”, aldus mevrouw B. E. Laffal, die in het Amerikaanse Florida woont. Ze staat in nauw contact met de politie die volgens haar 'op het goede spoor zit'. Vriendinnen van het slachtoffer schrijven anoniem aan Trouw dat het huwelijk van het slachtoffer en haar man slecht was, en dat zij bang voor hem was, bang voor 'iets' dat met haar zou kunnen gebeuren.

De politie gaat verder met haar onderzoek. Maar, zo blijkt uit het onderzoek van de ombudsman, zij stapelt fout op fout. Zo denken de gezinsleden dat zij als getuigen worden verhoord, terwijl zij feitelijk verdachten zijn. De politie lekt naar de pers dat er sprake is van een moord, terwijl hoogleraar oogheelkunde J. Worst uit Groningen na onderzoek bij de politie beweert dat er sprake moet zijn van een ongeval. De vrouw is met een pen in de hand gevallen, en met haar gezicht op de Bic gevallen. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar het komt vaker voor en het is uit te leggen. Worst doet dat ook met behulp van een pen en een schedel. Bovendien, niemand krijgt met opzet een pen door een oog geboord, zegt de specialist, dan zou er minstens sprake moeten zijn van bedwelming vooraf. Maar sporen van bedwelming zijn niet gevonden.

Uiteindelijk krijgt de politie de zaak niet rond, de vader, Jim en zijn zussen ontvangen bericht van justitie dat niet verder vervolgd zal worden en nu is ook die uitspraak van de Ombudsman binnen. De 'moord-mythe' is van tafel. De familie kan nu schadeclaims indienen, maar wat volgens hen belangrijker is: ze kunnen na tweeëneenhalf jaar eindelijk beginnen met de rouw, “nu het onkruid op moeders graf is gewied.”

Wat het gezin niet weet, is dat de politie het moord-scenario niet heeft losgelaten. Sterker nog, op het moment dat het gezin praat over de rust om te rouwen, beschikt de politie al maanden over een verklaring van een amanuensis van het Stedelijk Gymnasium in Leiden, de school die Jim heeft doorlopen. De man dacht dat de politie de zaak al lang had opgelost, maar toen hij in de krant las dat het onderzoek op niets was uitgelopen, stapte hij alsnog naar de politie.

Hij verklaarde dat hij enkele jaren geleden een groepje leerlingen, onder wie Jim, had horen praten over 'de perfecte moord'. Je zou het slachtoffer dan een pen door het oog moeten steken. Nu fantaseren wel meer jongeren over een perfecte moord - al is deze variant opmerkelijk - maar in de loop van 1995 krijgt de politie opnieuw informatie over Jim binnen. Een psychologe uit Leiderdorp meldt bij de Criminele inlichtingendienst (CID) van de Leidse politie dat Jim in therapie heeft opgebiecht dat hij zijn moeder met een kleine kruisboog heeft omgebracht. “Dat mijn mammie dood is, komt door mij”, zei Jim.

Jim bezocht de psychologe al vanaf maart 1993, op advies van zijn huisarts, omdat hij in geestelijke nood verkeerde nadat hij als 20-jarige zijn moeder dood had gevonden. Ook de verdachtmakingen en alle publiciteit hadden hem geen goed gedaan. De vrouw in Leiderdorp werkt met de zogenaamde rationeel emotieve therapie (RET) “Het zal ongeveer in het zesde gesprek zijn geweest dat Jim mij zei dat hij iets wilde vertellen, maar dat hij niet goed durfde”, verklaart de vrouw bij de politie. “Hij vroeg of ik een beroepsgeheim had. In een volgend gesprek kwam opnieuw aan de orde dat hij met iets zat waarover hij misschien beter zou kunnen praten.” Jim vertelde uiteindelijk, aldus de therapeute: 'Dat mijn mammie dood is, komt door mij.”'

“Ik vroeg toen of hij de dood van zijn moeder had gepland. Hij zei 'ja' en vertelde dat hij zijn moeder had gedood met een kleine kruisboog. Daar kun je voorwerpen mee afschieten.” Jim zou hebben gezegd dat hij op het idee was gekomen omdat zijn moeder hem als kind vaak had gewaarschuwd dat hij niet met scherpe voorwerpen moest rondlopen. Vervolgens heeft de therapeute Jim gevraagd wat hij na de moord op zijn moeder had gedaan. “Hij vertelde dat hij naar huis was gegaan, tv had gekeken en was gaan slapen. Jim beschrijft zijn thuiskomst bij de politie in gelijke bewoordingen. Alleen ontkent hij pertinent dat hij die avond zijn moeder heeft vermoord.

Jim is op 12 juni 1995 aangehouden, kort daarna weer vrijgelaten en op 28 juni opnieuw vastgezet. Tijdens zijn rechtszaak op 29 september vormt de verklaring van de psychologe - die als getuige anoniem mag blijven en achter gesloten deuren wordt gehoord - het hoofdbestanddeel van het bewijs tegen Jim. Jim zelf kiest ervoor gedurende het proces te zwijgen, op advies van zijn Amsterdamse advocaten B. Ficq en C. Raymakers die denken met de serie getuigen-deskundigen die verklaren dat de dood van het slachtoffer een ongeval moet zijn, het nooit tot een veroordeling zal komen. Dat blijkt een grove miscalculatie.

Daar staat tegenover dat justitie met twee zwakke plekken in haar bewijsvoering kampt: de zwaarwegende maar ook zeer omstreden verklaring van de therapeute en het forensisch onderzoek waarin alle technische vragen moeten worden beantwoord over binnendringing van een balpen - via het oog - in het menselijk hoofd. En juist op deze zwakke plekken zal de verdediging dinsdag tijdens het hoger beroep haar pijlen richten.

De psychologe heeft Jim behandeld volgens de RET-therapie, een vorm van gedragstherapie, overgewaaid uit de VS, die door iedereen kan worden gegeven omdat het geen wettelijk beschermde methode is. Volgens de Vereniging van Gedragstherapeuten moet bij een RET-behandeling niet uit het oog worden verloren dat 'een psychologisch feit' dat zich tijdens de therapie voordoet, niet vermengd mag worden met een 'jurdische werkelijkheid'. Het zou onmogelijk zijn te bepalen wat in een therapie de waarheid is, er worden in een sessie de meest wilde fantasieën geuit. Ook een autoriteit als de Leidse hoogleraar psychologie R. Diekstra wijst erop dat de 'bekentenis' van Jim een fantasie of zelfsbeschuldiging kan zijn. Alleen een grondig persoonlijkheidsonderzoek zou dat kunnen uitwijzen, maar dat is bij Jim niet uitgevoerd.

Daarnaast leeft de vraag of de therapeute wel met het verhaal naar de politie had mogen stappen. Zij heeft immers als psychologe een geheimhoudingsplicht. Volgens de voorzitter van de Raad van Advies in Beroepsethische zaken (RABEZ), C. Koene, mag een psycholoog alleen in zeer uitzonderlijke gevallen - namelijk om direct gevaar te voorkomen - de geheimhouding doorbreken.

De therapeute van de Praktijk voor Gezondheidspsychologie in Leiderdorp wil niet op de zaak ingaan. Maar uit haar verklaringen bij de politie en de rechter-commissaris blijkt dat de therapeute naar de politie is gestapt omdat zij bemerkte dat Jim de teleurstelling die hij bij zijn moeder voelde, ook terugkwam als hij het over zijn vriendin had. Inmiddels heeft Jim een klacht tegen zijn therapeute ingediend bij het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) in Utrecht.

Rest het forensisch onderzoek naar de vraag hoe de balpen in het hoofd van het slachtoffer terecht is gekomen. In de Leidse zaak spelen vijf deskundigen een rol: twee pathologen die zich niet uitlaten over de manier van binnendringing, twee oogheelkundigen en een forensisch geneeskundige. De laatste drie stellen dat er sprake van een ongeval moet zijn. Twee deskundigen vallen op: de Groningse professor Worst die al in een zeer vroeg stadium heeft verklaard dat de pen alleen door een val in het hoofd terecht kan zijn gekomen. Later moest hij toegeven dat hij nooit aan de kruisboog-optie had gedacht. Toch noemt hij die 'zeer onwaarschijnlijk'. Daarnaast is er de forensisch geneeskunige Cohen, die op verzoek van de recherche de zaak heeft onderzocht, en direct heeft laten weten dat de dood van het slachtoffer een ongeval moest zijn en woedend werd toen hij in Trouw moest lezen dat het gezin in eerste instantie werd verdacht van moord. “Dit is pure hufterigheid van de politie.”

Naast de vijf deskundigen die zich over de zaak hebben gebogen, meldt zich nu nog een zesde specialist. De Groningse neuroloog J. Snoek heeft zich over het dossier gebogen en verklaart desgevraagd dat de aard van de verwonding wel degelijk op een val duidt. Vastgesteld is dat de pen het bovenste ooglid van de vrouw heeft doorboord (zij moet haar ogen dus dicht hebben gehad) en vervolgens het Orbita(oogkas-)dak. De pen is dus schuin - van onder naar boven - het hoofd ingegaan.

Volgens Snoek komen die gegevens overeen met die, die na een val waarneembaar zijn. “Een persoon die plotseling komt te vallen, sluit zijn ogen, en bij sluiting draaien de ogen naar boven weg. Dat is ook bij het slachtoffer gebeurd. Verder is te zien dat de baan van de pen is veranderd. Dit kan in een val veroorzaakt zijn doordat het lichaam, toen het op de grond neerkwam, nog is doorgeschoven, wat aannemelijk is omdat het lichaam dan nog vaart heeft. Ook kan de pen van richting veranderd zijn toen hij tegen het oogkasdak kwam, en daar niet direct doorheen kon.” Deskundige Cohen heeft daarnaast gesteld dat iemand die valt, in een reflex stevig vastgrijpt wat hij op dat moment in de hand houdt, in de veronderstelling dat hij de val kan tegenhouden.

De rechtbank heeft zich weinig aangetrokken van de scenario's van de deskundigen, dus is het tijd geworden voor een nieuw type onderzoek, aldus de verdediging die altijd heeft beweerd dat het onmogelijk is zonder bedwelming een pen in iemands oog te prikken of te schieten. Justitie heeft geen schiettesten nodig gehad om te bewijzen dat dit mogelijk is, de rechtbank kwam zonder zo'n test ook tot een veroordeling. Dus heeft de verdediging de testen nodig om aan te tonen dat het niet mogelijk is een kruisboog effectief te gebruiken.

Onderzoekers kochten op verzoek van de verdediging een kleine kruisboog (een Barnett Phantom) en togen daarmee naar het slachthuis, waar zij met Bics op dode varkens schoten. Ze gingen uit van een contactschot, omdat een kruisboog op afstand niet nauwkeurig is en omdat in Leiden in een hoek is geschoten.

De eerste serie tests luchtten op, het was onmogelijk met een pen door een oog en de oogkas van een varken te schieten. Wat wel opviel, was dat een afgeschoten pen beschadigt als hij weefsel of bot raakt. De pen in Leiden was niet beschadigd. Een interessante vaststelling, vonden de onderzoekers, maar om echt waardevol materiaal te kunnen presenteren zouden proeven op menselijk materiaal nodig zijn.

“Natuurlijk is dit een luguber experiment, maar zou het niet nog luguberder zijn iemand twaalf jaar te laten zitten zònder dat je deze test hebt uitgevoerd?”, aldus een van de betrokkenen. Na vele vruchteloze verzoeken is uiteindelijk 'ergens in Nederland' een menselijk hoofd ter beschikking gesteld en konden de onderzoekers met de kruisboog drie pennen op het oog afschieten. Met de eerste waarneming zal de verdediging niet blij zijn geweest: het bleek wel degelijk mogelijk door het oogkasdak te komen. Maar de andere waarnemingen maakten veel goed. De pen bleek door de kracht van de inslag uit elkaar geschoven, als een telescoop. Het bredere omhulsel van doorzichtig plastic werd vertraagd door het oogkasdak, de vulling van de pen schoot door. Zelfs de punt kwam een moment van het inktslangetje af. Door de terugslag (die ook waarneembaar is bij een pop die in een auto tegen de muur rijdt: eerst gaat het lichaam naar voren, dan weer krachtig naar achteren), vloog het dopje weer op de slang, maar een luchtbel in de inkt verried dat hij eraf is geweest: anders kon er geen lucht aangezogen zijn. Pennen die geschoten worden, gedragen zich dus als een raket met trappen, en slechts één test is misschien wat mager: deze conclusie verplicht justitie tot nader onderzoek, aldus de onderzoekers.

Zij krijgen overigens steun vanuit het buitenland. De Amerikaanse natuurkundige prof. Davy Bernard van de Universiteit van Zuid-West Louisiana in Lafayette stelt dat de bevindingen van de schietproeven zeer aannemelijk overkomen. Bernhard, lid van het gerenommeerde American College of Forensic Examiners en in 34 praktijkjaren ingeschakeld bij meer dan 1 700 zaken, zegt dat hij nooit de gelegenheid heeft gehad dit onderzoek te doen, maar dat hij zeer geïnteresseerd is. Bernard maakt vaak gebruik van computer-animaties als hij moet uitleggen hoe sommige incidenten kunnen gebeuren. “Ik ken verschillende voorbeelden van 'valincidenten' met potloden en pennen, maar geen daarvan is moord gebleken”, aldus Bernhard.

Ook de verdediging is de laatste maand op zoek gegaan naar vergelijkbare gevallen. Wetenschappers hebben via het zoekprogramma Win.spir 1.0 maar liefst 21 beschreven incidenten ontdekt waarbij een potlood of pen via het oog het hoofd was binnengedrongen. In twaalf gevallen waren net als in Leiden het bovenste ooglid en het oogkasdak doorboord, in zes gevallen was dit dodelijk. In 19 gevallen ging het om een ongeluk, 2 gevallen worden als val of zelfmoord beschreven. De Leidse zaak is de eerste geregistreerde 'moord'.

Bij fabrikant Bic zijn geen andere ongelukken of moorden met pennen bekend. President-directeur G. Pirlot van Bic-Benelux zegt dat hij het graag bij het enige Leidse voorbeeld houdt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden