de Pembantu

Indonesië bestaat in het nieuws alleen nog uit politieke spanningen, economische chaos en etnisch geweld. Hoogste tijd voor een reeks portretten van gewone Indonesiërs en hun alledaagse zorgen.

Alleen de kleurentelevisie in de hoek van het bamboehuisje herinnert nog aan de tijd dat ze in Jakarta woonde. Ze kreeg het toestel van de buitenlandse familie bij wie ze jaren als hulp in de huishouding werkte. Ze was er het liefst gebleven, maar haar familie dwong haar terug te keren naar het platteland van Oost-Java om voor haar blinde moeder te zorgen. Ze had geen keus. Je familie spreek je niet tegen.

Eva is drieëntwintig jaar. Ze woont net buiten het dorp Pacitan. Een boerendorp waar weinig te beleven valt. Jonge meiden vertrekken naar de hoofdstad om er als hulp in de huishouding te werken. Jonge mannen werken als contractarbeider in het buurland Maleisië. Ze vindt haar leven saai. ,,Maar ik mag niet klagen. Mijn moeder heeft me nodig.''

Zestien jaar was Eva toen ze het dorp verliet. Met een plastic tasje met wat kleren en net genoeg geld voor de bus vertrok ze naar Jakarta. Haar nichtje introduceerde haar bij een buitenlandse familie. ,,Voor mij was er geen toekomst in het dorp. Geld voor een opleiding hadden mijn ouders niet. Ze vonden het ook niet nodig voor een meisje. Ze wilden dat ik ging trouwen en kinderen kreeg. Ik was pas zestien. Ik wilde op eigen benen staan. Toen ik beloofde maandelijks geld te sturen, lieten ze me gaan.''

Een baan vinden was niet moeilijk. Bijna iedere Indonesische familie heeft een leger aan dienstmeiden in huis.

In het weekeinde zie je de families in de warenhuizen lopen met de pembantu - de hulp - op honderd meter afstand met een jengelend kind in de armen.

Voor een grijpstuiver werken de pembantu's zeven dagen per week. Een keer per jaar mogen ze naar huis. Ook getrouwde vrouwen verlaten hun gezinnen om als hulp in de huishouding te werken. Het is vaak de enige manier om aan geld te komen.

,,Ik ben altijd goed behandeld door mijn buitenlandse familie. Ze hebben me nooit geslagen of vernederd. Ik heb geboft. Ik mocht zelfs een cursus Engels volgen'', vertelt Eva trots. ,,Ik verdiende goed. Ruim honderdvijftig gulden in de maand. Bijna twee keer zoveel als een meisje dat voor een Indonesische familie werkt. Een deel maakte ik over aan mijn ouders. De rest spaarde ik.''

Ze had grote toekomstplannen. Ze wilde een computercursus beginnen. ,,Als de familie er niet was oefende ik stiekem op hun computer. Mijn grootste droom was een kantoorbaan. Een mantelpakje, panty's en schoenen met hoge hakken. Eindeloos kon ik kijken naar de vrouwen die in het zakencentrum van Jakarta op de bus stonden te wachten.''

Een jaar geleden stond plotseling haar oom op de stoep.

,,De familie wilde dat ik terugkeerde naar Pacitan om voor mijn blinde moeder te zorgen. Ze voelde zich eenzaam na de dood van mijn vader.''

Eva raakte in paniek. ,,Ik wilde niet terug. Daar gingen mijn mooie dromen. Maar ik moest. In mijn cultuur moet je naar je familie luisteren. Ze waren nog steeds boos op me. Ik was te laat toen mijn vader stierf. Als oudste dochter had ik op zijn sterfbed voor hem moeten zorgen. Maar de bus doet er negentien uur over. Mijn oom keek langs me heen. Hij negeerde me. Als ik niet was teruggekeerd had mijn familie mij verstoten.''

De terugreis noemt ze de vreselijkste periode uit haar leven. Niemand kwam haar ophalen. ,,Ik wist wat me te wachten stond. Ik zou de slaaf worden van mijn moeder en mijn broer die met zijn vrouw bij mijn moeder inwoonde. Geen computercursus, geen zondagmiddagen meer winkelen in de luxe warenhuizen van Jakarta. Ik zou mijn vriendinnen nooit meer terugzien.''

,,Ze is niet eens mijn eigen moeder'', vertelt Eva nu pas. ,,Mijn eigen moeder gaf me als baby weg. De zus van oma kon geen kinderen krijgen. Toen mijn moeder zwanger van me was beloofde ze me aan haar tante te geven. Dat gebeurt wel vaker in Indonesië. Als baby bracht ze me weg. Mijn biologische moeder heb ik in geen jaren gezien. Ze woont een paar dorpen verderop. Ik houd niet van haar.'' Haar stem wordt harder. Haar vuisten zijn gebald. Ze corrigeert zich onmiddellijk en tovert de gekunstelde glimlach terug op haar gezicht.

Niemand heeft Eva na haar terugkomst ooit gevraagd of ze gelukkig is en wat ze in de grote stad heeft meegemaakt. In Jakarta volgde ze de politiek op de voet. Maar in Pacitan is niemand geïnteresseerd in de nieuwe regering in de hoofdstad. Het laat hen koud of Wahid een goede president is of niet.

,,Het belangrijkste is hier of je de oogst op tijd kunt binnenhalen. Twee keer per jaar hebben mensen hier een klein beetje geld, als ze hun groente en fruit op de markt verkopen. Dan kunnen mensen zich een extraatje veroorloven.''

Als de zon opkomt staat ze op, ze bidt, kookt eten en vertrekt naar het land. Het buitenwerk heeft haar gezicht getekend. Ze heeft rimpels. Haar uiterlijk interesseert haar niet meer. Van het modaine meisje in Jakarta is nog maar weinig over.

,,Op zondag ga ik naar het strand. Dan droom ik over Jakarta en het leven zoals ik dat had gewild. Vriendinnen heb ik hier niet. In het dorp wonen vooral oude mensen die houden van roddelen. Ik sta er buiten. Ze vinden me maar een stadse.''

,,Soms hoop ik dat mijn moeder snel sterft. Dan kan ik terug naar Jakarta. Ik schaam me voor mijn egoïsme. Wat moet ik hier? Een jongen van negentien heeft mijn broer om mijn hand gevraagd. Zijn familie heeft een groot stuk land. Ik denk dat mijn broer me weggeeft. Ik kan niet weigeren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden