De peepshow heeft niet voor niets een drempel

Met het voornemen vijf mensen aan elkaar te ketenen en met de camera te volgen, zet SBS6 opnieuw een stap die tot heftige discussies kan leiden. CDA-leider De Hoop Scheffer wil televisieprogramma's vooraf aan een ethische toets onderwerpen en de commerciële zenders achter een decoder plaatsen. Oud-directeur van de KRO Lau Wüst, publicist over media-ethiek, ziet niets in censuur. Het idee van de decoder spreekt hem daarentegen wel aan.

,,Ik heb vraaggesprekken gelezen met commerciële tv-bazen die verklaren zélf misselijk te worden van de verloedering die zij aanrichten. Maar, zeggen ze dan ter verontschuldiging, de kijkers willen het. De markt vraagt erom. Dat is de vaste riedel van Veronica-directeur Joop van der Reijden en Fons van Westerloo, van SBS6.''

Lau Wüst, KRO-directeur in ruste, signaleert dat commerciële omroepen zich steevast beroepen op de wensen van de kijkers, om de uitzending van programma's te rechtvaardigen waarin mensen in vernederende omstandigheden worden getoond. Hun publiek wil zulke seks- en geweldsscènes, dus krijgt het ze.

Wüst: ,,Hoe kunnen we de kijkers nou in handen geven van omroepen die geen enkele boodschap hebben aan een norm als menselijke waardigheid? Voor de commerciëlen zijn de kijkers objecten. Ze maken deel uit van de winst-en-verliesrekening. Het enige streven is de kijkers zo te manipuleren dat ze zoveel mogelijk op jouw programma's afstemmen. Daarom gebruiken ze zoveel seks en geweld. Met seks en geweld spreek je bij mensen de natuurreflexen aan die buiten hun wil om gaan. Het is moeilijk daaraan weerstand te bieden. Dus als die omroepen dat goed doen bereiken ze veel kijkers.''

,,De enige verantwoordelijkheid die de commerciëlen aanvaarden, is voor het rendement van de aandeelhouders, niet voor de inhoud van de programma's of voor het demoraliserend effect van die programma's op hun kijkers. Het gaat ze om zo hoog mogelijke kijk- en winstcijfers. Ze dienen de adverteerders en de aandeelhouders, die geen boodschap hebben aan de culturele dimensie van de omroep of aan de publieke beïnvloeding. De paus noemt dat in een van zijn encyclieken een zondige structuur.''

Wüst is oud-journalist. Na zijn adjunct-hoofdredacteurschap van De Maasbode, een katholieke krant die in 1959 samenging met De Tijd, stapte hij eenenveertig jaar geleden over naar de KRO. Sinds zijn pensioen bij deze omroep publiceert hij regelmatig over media-ethiek en -beleid en over de rol van televisie in de meningsvorming van burgers. Wüst: ,,De televisie is een indringender medium dan de krant. De krant biedt de lezer veel meer vrijheid om op zijn eigen wijze, in zijn eigen tempo de informatie tot zich te nemen. Tijdens het lezen van de krant kun je ook muziek luisteren. Dat lukt je niet tijdens het tv-kijken. Dan ben je even in een andere wereld.''

,,Met andere woorden, de televisie schept naast de werkelijkheid als het ware een tweede realiteit en daarmee een tweede openbaarheid. Dan is het toch gek dat je in die openbaarheid bordeelscènes en geweldsexplosies te zien krijgt waarbij je in de werkelijkheid onmiddellijk de politie zou roepen? Alleen omdat het wordt uitgezonden treedt de politie niet op. Waarom zouden in die televisie-openbaarheid niet dezelfde regels gelden als in de gewone?''

Wüst meent dat de tv zich dankzij haar indringende karakter een voorname rol heeft verworven in de overdracht van normen en waarden: ,,De televisie is voor veel mensen de enige vindplaats van de moraal in een samenleving die complex is geworden. Niet alleen in de informatieve programma's, ook in de fictie en het amusement ligt een indringende boodschap over goed en slecht besloten. Staatssecretaris Van der Ploeg heeft gezegd dat scholen meer moeten doen aan burgerschapsvorming van jonge mensen, in de hoop dat een paar uurtjes op school tegenwicht bieden aan het bombardement aan verwarrende boodschappen dat de kinderen dagelijks van de commerciële media te verduren krijgen. Dat lijkt me een illusie.''

Wüst zoekt in zijn publicaties naar andere wegen om de invloed die de tv uitoefent op het besef van goed en kwaad bij de kijkers, hun idee van menselijke waardigheid en hun wereldbeeld, in goede banen te leiden. Hij wil de simpele en betuttelende oplossing van censuur vermijden. Om die reden ziet hij niet veel in het voorstel van CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer om televisieprogramma's vooraf te onderwerpen aan een ethische toets door het commissariaat van de media, het toezichthoudend orgaan dat nu niet meer mag doen dan klachten van kijkers doorsturen naar de betreffende omroeporganisaties.

Wüst: ,,Nee, ik voel veel meer voor een zuivering en nadere definiëring van de vrijheid van openbare meningsuiting. Wat houdt die vrijheid nu precies in? De grondleggers van de vrije meningsuiting hebben nooit voor dat recht gevochten als een vrijbrief of een alibi om alle mogelijke rotzooi en onbetamelijkheden uit te zenden. Het recht op vrije meningsuiting ontslaat degene die op dat recht een beroep doet niet van zijn verantwoordelijkheid voor de inhoud van wat hij uitzendt of publiceert.''

,,Dit is een egocentrische tijd. Ook begrippen als de meningsvrijheid betrekken we alleen nog op onszelf, niet meer op de ander. We hebben het slechts over het recht een mening te uiten en zien de rechten van degenen die een mening ontvangen volledig over het hoofd. Dat zijn in dit geval de kijkers. Een toevallige groep van adverteerders en aandeelhouders heeft een onevenredig grote invloed op de vorming van hun ideeën en gevoelens, zonder zich voor de gevolgen verantwoordelijk te achten. Degenen die een beroep doen op een ongeclausuleerde vrijheid van meningsuiting halen Voltaire wel eens aan: Mijnheer, hoewel ik uw opvattingen verfoei, ben ik bereid te sterven voor uw recht die in het openbaar te uiten. Maar Voltaire ging er wel van uit dat zijn tegenstander meende wat hij zei. En dat interesseert de commerciële jongens in het geheel niet.''

Het is tegen deze achtergrond verklaarbaar dat Wüst de tegenkracht zoekt in een sterkere positie van de kijker. Diens invloed op de publieke omroepen kan volgens de oud-KRO-directeur worden vergroot met een revitalisering van de verenigingen die deze omroepen nog steeds zijn. De omroepverenigingen leiden nu een kwakkelend bestaan. Wüst wil dat ze nieuw leven wordt ingeblazen, door hun leden een zwaardere stem te geven in de beoordeling van de programma's.

In dit kader is hij wél voor de oprichting van een controlerend orgaan, belast met de opdracht achteraf een oordeel over programma's te vellen. ,,Dus niet vóóraf, zoals De Hoop Scheffer voorstelt. En uiteraard evenmin met het doel censuur uit te oefenen. Het is geen raad die beslist of de programma's mogen worden uitgezonden. Wel zie ik een comité van deskundigen voor me, gevormd door ethici en anderen, van wie je een zinnig oordeel over tv-programma's mag verwachten. Dat comité kan gaandeweg een aantal beoordelingscriteria ontwikkelen. Deze maatstaven hebben geen ander doel dan dat ze ten dienste staan van de omroepleden, als hulpmiddel om op de ledenvergadering de programma's van hun vereniging te bespreken.''

,,De achterliggende gedachte is dat degenen die het recht op meningsuiting uitoefenen, de programmamakers, op deze wijze een sterkere tegenpartij tegenover zich krijgen aan wie zij verantwoording moeten afleggen. De tegenpartij, de omroepleden, kan op haar beurt tegen vereniging waarin zij participeert zeggen: dat programma willen we niet!''

Dezelfde denktrant voert hem bij de commerciële zenders tot de conclusie dat zij achter een decoder moeten. Wüst redeneert dat als een omroep zich in de volle openbaarheid begeeft, hij bereid moet zijn tot het afleggen van verantwoording aan zijn kijkers. Op deze wijze ontstaat een evenwichtige verhouding tussen beide partijen die bij het recht van vrije meningsuiting zijn betrokken, dus de programmamakers en hun consumenten.

Wüst realiseert zich dat de commerciële zenders wars zullen zijn van een verantwoordingsplicht jegens hun kijkers. Om die reden is er volgens hem veel voor te zeggen de openbaarheid van commerciële tv in te perken, om zo een einde te maken aan de gelijke toegankelijkheid van het publieke domein voor de commerciële en de publieke omroepen. Hij vindt het daarom een aansprekend idee van De Hoop Scheffer de commerciële zenders achter een decoder te zetten. In zijn publicaties opperde hij dat idee al eerder.

,,Een peepshow is niet voor niets van het publieke domein afgescheiden. In de regel zijn het besloten clubs, met een flinke toegangsprijs. Naar analogie van dit soort shows kun je kijken of je de onmiddellijke toegankelijkheid van commerciële tv kunt beperken, bijvoorbeeld door die omroepen achter een decoder te zetten. Maak er betaal-tv met een hoog tarief van. Verbod of censuur blijven zo achterwege. De crux is dat de kijker er iets voor moet doen om naar deze tv te kunnen kijken. Van het publieke domein betreedt hij een besloten domein, met andere normen en waarden. En dat weet hij.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden