De patiënte lag met roesje goed stil - ze was overleden

UTRECHT - De patiënt krijgt 'een roesje'. “Het klinkt zo onschuldig, maar het is riskanter dan gedacht”, zegt de Utrechtse anesthesioloog prof. dr. J. Knape.

Het roesje, de gebruikelijke naam voor sedatie die wordt gegeven door allerlei specialisten die geen anesthesist zijn, onder wie internisten, maagdarmartsen en kinderartsen, dient eigenlijk om de patiënt bij een onderzoek rustig te houden. Je voelt wel wat, maar je raakt niet zo gauw in paniek. Knape is voorzitter van de werkgroep die binnenkort met richtlijnen komt voor het roesje. Want Brits onderzoek wijst uit dat een patiënt beter af is bij de anesthesist.

Het roesje is de laatste decennia heel populair geworden bij specialisten. Knape: “Dat was een gevolg van de enorme groei in mogelijkheden voor diagnostiek. Bij kijktechnieken worden soms forse slangen via allerlei lichaamsopeningen zoals de mond en de anus naar binnen gebracht, wat behoorlijk pijnlijk kan zijn. De patiënt kan de specialist daarbij nogal hinderen als hij bang is of pijn heeft. Vooral stilliggen is een probleem. Men dacht niet meer primair aan het comfort of de veiligheid van de patiënt, maar aan het belang van de dokter die een lastig onderzoek deed.”

Gelukkig voor de medisch specialist kwamen er tegelijk met de onderzoekinstrumenten namelijk ook middelen op de markt die de patiënt rustig konden houden tijdens het onderzoek. Maar naar nu blijkt zijn die niet zo veilig voor de patiënt. “Men vergat dikwijls dat dit soort krachtige middelen in staat zijn de patiënt volledig te verdoven, met de daaraan verbonden risico's,” zegt Knape. “Bij algehele anesthesie is het risico goed bekend, is de patiënt goed voorbereid, wordt de toediening van de anesthetica goed gecontroleerd en wordt de patiënt bewaakt door hoog gekwalificeerd personeel. Dat is bij sedatie door een niet-anesthesist niet zo.”

En dan kan er gemakkelijk iets mis gaan. “Al was het alleen maar bij het 'uitslapen'. Onze patiënt komt in de verkoeverkamer en wordt daar zorgvuldig in de gaten gehouden. Na sedatie door niet-anesthesisten moet de patiënt nogal eens op de gang in een stoel bijkomen.”

Terwijl het aantal onderzoekmethoden waaraan eigenlijk een anesthesist te pas moest komen, toenam, was er een chronisch tekort aan anesthesisten. Dat sedatie dus in handen van andere specialisten kwam was hun dus niet te verwijten. “De opleidingsmogelijkheden werden opzettelijk klein gehouden,” zegt Knape. “Dat is destijds door mijn voorganger Smalhout al geconstateerd.”

Tegengif

Sedatie wordt jaarlijks volgens schatting in ons land 'vele tienduizenden keren' toegepast en daarbij treden regelmatig complicaties op.

Dat het vaak fout gaat, leidt Knape onder meer af uit de omzet in de gemiddelde ziekenhuisapotheek van middelen die de werking van roesmiddelen moeten opheffen. “Die tegengiften worden heel veel gebruikt in afdelingen buiten de anesthesie. Dat betekent dus dat daar veel 'roesjes' worden gegeven waarbij een correctie nodig is. Men geeft te veel of de werking is onverwacht sterk.”

“Hetzelfde middel toegediend bij tien vergelijkbare patiënten levert heel verschillende resultaten. In zeven gevallen wordt goed verdoofd, sommigen merken er nauwelijks wat van en een ander krijgt een overdosering met ernstige gevolgen. Dat kan zijn een hersenbeschadiging als gevolg van zuurstofgebrek, of ernstiger.”

Knape herinnert zich het geval van een vrij jonge vrouw met alvleesklierkanker. Zij had een buisje in de afvoerwegen van de gal en kreeg morfine-achtige pijnstillers. Het buisje raakte verstopt en moest worden vervangen. Een lastig werkje, waar een roesmiddel goed bij van pas komt. “In de donkere kamer lag de patiënt goed stil, maar dat kwam doordat zij tijdens de ingreep was gestorven. De anesthesist kan dan niets meer doen.”

Onomstreden cijfers over de onbedoelde gevolgen van het roesje zijn er niet. Knape komt met Britse cijfers uit 1995 waaruit blijkt dat de mortaliteit bij sedatie vermoedelijk één op 2 000 is, terwijl de mortaliteit bij volledige anesthesie in Nederland nog niet een vijfde van dat getal is.

De Vereniging kind en ziekenhuis maakt zich ernstige zorgen over 'roesjes' voor kinderen, zoals voor jongeren met bloedziekten die regelmatig een beenmergpunctie moeten ondergaan. De vereniging denkt dat veel ouders hun kind te gemakkelijk aan de dokter toevertrouwen voor een onderzoek waarbij 'we gewoon even een roesje geven'. Knape herkent dat. Hij zegt dat het in deze tijd heel normaal is dat dokters ouders eerst grondig over de risico's informeren wanneer zij van plan zijn een roesje te geven.

“Dat zijn zij verplicht op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Men moet vooral ook eerder worden geïnformeerd. Bij sommige patiënten is een goed uitgevoerd roesje geen probleem, bij andere wel.”

“Er moet daarom meer overleg komen over de patiëntselectie tussen de medisch specialist en de anesthesist, zodat er niet meer zo gemakkelijk wordt gezegd: 'O, ik doe het wel onder een lokaaltje met een roesje'. De specialist weet gewoon te weinig. De tandartsen zijn beter op de hoogte van sedatie via lachgas en zuurstof dan veel medisch specialisten in het ziekenhuis.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden