De pater en het meisje

In het streng katholieke gezin waarin Gerard van Westerloo opgroeide waren priesters graag geziene gasten. Een van hen, pater Frits, geeft zijn puberzusje Tineke bijles Engels. Op een dag is de man plotseling verdwenen. Ruim vijftig jaar later gaat Van Westerloo op zoek naar de toedracht. Hij vindt de inmiddels hoogbejaarde priester terug in Duitsland, waar hij lange gesprekken met hem voert. „Ik wilde weten hoe het kon dat hij de zuiverheid en de kuisheid die hij ons voorhield in het gezelschap van Tineke vergat.”

Denk niet dat het eenvoudig was om de oude pater in Duitsland over Tineke aan de praat te krijgen. Ik was al een paar keer bij hem op bezoek geweest voor ik ter zake kwam. De vierde keer, op een zonnige dag in het voorjaar, reed ik naar hem toe met in mijn tas een brief die Tineke aan hem geschreven had. We zaten buiten aan zijn tuintafel en hij las de brief in stilte.

„Lieve Gerard”, stond erboven. „Je vroeg me de avond terug te halen waarop alles uitkwam wat ik de jaren daarvoor met Frits had beleefd. Ik kan je niet beloven dat er veel in mijn herinnering terug zal komen, maar ik doe mijn best. Dat rottige geheugen van mij heeft veel gebeurtenissen van vroeger gewoon uitgewist.

Daar gaan we. Ik lig te slapen in het kleine kamertje om de hoek van de achterkamer als ik ernstig gepraat hoor en even later uit mijn bed word gehaald. Er zitten drie mannen, priesters denk ik, aan tafel met mijn ouders te praten. Dan word ik uitgehoord over Frits en ik begin erg te huilen en vertel gedetailleerd wat er gebeurd is en hoeveel ik van hem houd. Ik weet echt niet meer woordelijk wat er besproken is, ik weet alleen nog dat ik vreselijk van streek was, ook omdat ik mijn eigen graf groef en dat niet tegen kon houden.

Ik kan mij niet herinneren dat mijn ouders iets deden om mij te helpen. Ze waren volledig op de hand van de priesters. Uiteindelijk had ik me ook niet zo best gedragen en had ik jaren stiekem erotische spelletjes gespeeld met een priester. Ze waren denk ik zeer teleurgesteld en woedend op de dochter die ze niet in de hand konden houden.

Na afloop van dit gesprek, waarvan ik me dus wel de strekking kan herinneren, weet ik nog de wanhoop en de tranen toen ik weer in bed was beland. In de ochtend heb ik geprobeerd contact te maken met Frits, maar dat is niet gelukt.

Ik heb altijd aangenomen dat hij weggewerkt is, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat ik niet meer doorverbonden werd in dat broederklooster. Ook op straat, waar we elkaar daarvoor wel tegenkwamen, heb ik hem niet meer gezien. Hij heeft mij toen niet opgezocht. Ik heb heel wat gehuild en op straat gezworven. Het voelde alsof ik geen huis meer had. Mijn ouders waren woedend en mijn vriend was weg.

Lieve Gerard, ik zou je zo graag willen helpen, maar ik denk dat ik bijna onder hypnose zou moeten om het me goed te herinneren. Sterkte met je boek. Liefs en een kus van Tineke.”

Als pater Frits de brief gelezen heeft is het geruime tijd stil. Hij mompelt dat het niet waar kan zijn en dat het zo niet gegaan is en dat hij het, als hij het zo leest, een drama vindt. Maar dat hij het zich zo niet herinnert.

„Deed u dan geen erotische spelletjes met Tineke?”, vraag ik hem.

„Wat heet erotische spelletjes?”, antwoordt hij.

En dat van die drie priesters in de huiskamer, zucht hij, dat kan toch niet waar zijn! Daar heeft hij nooit iets van vernomen. Dat had hij echt wel gehoord, als het zo was.

Nee, Tineke moet het allemaal anders ervaren hebben dan hijzelf. Het is gewoon niet waar wat zij schrijft.

Ik zeg dat hij natuurlijk alle vrijheid heeft om op mijn vragen geen antwoord te geven, maar dat het mij teleurstelt dat hij, een man van vijfentachtig, de ervaringen van Tineke eenvoudig ontkent, alsof die alleen in haar fantasie bestaan hebben.

Daar praten we lang over door. Maar een concreet antwoord op concrete vragen krijg ik die middag niet.

Laat die dag rijd ik, met een hoofd vol twijfel, terug naar huis. Kan het zijn dat al die erotische avonturen zich alleen maar in het hoofd van Tineke hebben afgespeeld? En dat de pater van toen wel degelijk de kuisheid naleefde die hij ons, zijn misdienaars, als de juiste levenshouding voorhield?

Thuis ligt er een mailtje uit Duitsland op me te wachten. Van pater Frits.

„Beste Gerard, na mijn eerste reactie wil ik nog even terugkomen op het laatste deel van ons gesprek, dat mij min of meer overdonderde, me wat sprakeloos maakte en me, als je het zo wilt zien, aan de noodrem liet trekken. Ik wil echter niet dat de indruk van leugen of kwaadsprekerij ontstaat, of dat ik mij aan mijn verantwoordelijkheid, zover nodig, wil onttrekken. Wat vanmiddag ter sprake kwam is een halve waarheid. Dat is geen beschuldiging, maar ook niet een pure zelfverdediging.

Ofschoon het altijd moeilijk is de hele waarheid te begrijpen (te doen begrijpen), doe ik een poging die je, hoop ik, niet als uitvlucht wilt opvatten. De hele waarheid is: groeiend vertrouwen (vertrouwelijkheid), eerlijke nieuwsgierigheid, en vooral respect. Verder niets van wat er in gezien kan worden!

Er is een reactie geweest. maar blijkbaar zonder ernstigere consequenties dan een grotere voorzichtigheid mijnerzijds. Groet je broers en Tineke van me. Zeg Tineke dat ik altijd van haar ben blijven houden! Hartelijke groet, Frits.”

Hij kondigt nog een tweede mailtje aan, dat twee dagen later in mijn postvakje opduikt.

„Beste Gerard, ik kom, zoals beloofd, tussendoor op je laatste mails terug. Eerst maar op die van 20 augustus. Natuurlijk is er een erotische kant geweest. Wanneer ik na vijftig jaar eraan terugdenk kan ik dat niet ontkennen, ook niet dat het ten aanzien van de toenmalige (en ook wel huidige) moraalbegrippen dicht aan een grens reikte. Niettemin blijven de waarden die ik aangaf voor mij geldig. Ik heb daar in mijn (zeer weinige) diepere relaties aan vastgehouden, ben nooit bang geweest de wet van trial-and-error voor mijn handelen aan te wenden, omdat ik ervan overtuigd was en nog ben, zó de waarheid dichter te benaderen. In die jonge jaren speelde vooral de nieuwsgierigheid een grote rol, die groter wordt naarmate het vertrouwen groeit. Eerlijk respect heeft ook toen verhinderd dat het ’spelletjes’ zouden worden (dat woord overdonderde me). Tineke heeft het, hoop ik, zo begrepen. Daarom ben ik blij dat zij me na al die tijd nog goedgezind is, me een goed hart toedraagt en me vertrouwt. Ik hoop dat we dit thema hiermee kunnen afdoen. Of je moet me uitleggen hoe je het in verband wilt brengen met (zoals je in een mail tevoren schreef) het in het reine komen met de discrepantie tussen de normen en waarden die jij in je jeugd hebt meegekregen en die je nu aanhangt. Hartelijke groeten, Frits.”

Met Tineke begon het destijds onschuldig.

„Goed”, zei mijn vader op een dag tegen haar. „Als jij op je mulo moeite hebt met je Engels en je Frans, dan weet ik het goed gemaakt. Dan vraag ik pater Frits of hij je bijles wil geven.” Pater Frits kwam in die dagen vaak bij ons over de vloer. Mijn vader mocht hem. Hij mocht alle paters. Zodra iemand in een zwarte toog rondliep en een wit boordje om zijn hals droeg, had hij een streepje voor. Pater Frits dus ook. Als hij bij mijn vader in zijn sigarenwinkel in De Pijp kwam hoefde hij er niet om te vragen. Dan stak mijn vader hem ook zo wel een pakje Roxy toe. „Hier, pater Frits, heb je wat te roken.”

Mijn moeder moest weinig van hem hebben. Haar eigen jeugd had ze doorgebracht in een weeshuis bij de nonnen. Aan die periode hield ze een hekel over aan alles wat zich in een zwarte toog door het leven beweegt. Maar ze had te veel respect voor de patervriendelijke gevoelens van haar man om met haar afkeer te koop te lopen.

Ruim vijftig jaar later vraag ik Tineke er voor het eerst in ons leven expliciet naar. Nu ik het zo opschrijf voel ik schaamte dat het vijftig jaar heeft moeten duren. In onze jeugd woonden we in een te klein huis te dicht op elkaar om het risico van lastige vragen te lopen. Ik denk zelfs dat ik het vermeed om belangstelling voor Tineke aan de dag te leggen. Ik geloof niet dat ik toen op de gedachte had kunnen komen dat ze ’iets’ had met een pater.

„Die pater Frits”, vraag ik haar nu eindelijk. „Was je toen verliefd op hem?”

Ik kan aan haar gezicht niet zien of ze blij is dat ze het eindelijk kan vertellen, of dat het haar moeite kost. Maar ze zegt het wel.

„Verliefd? Ik? Ongelofelijk, zo verliefd als ik was. Zo verliefd ben ik later in mijn leven nooit meer geweest.”

En dan vertelt ze het verhaal dat de loop van haar leven zou bepalen.

„Ik was dertien jaar en ik moest naar pater Frits, want die studeerde Engels. Ik werd gewoon naar hem toe gestuurd. Dinsdagavond, daar en daar, om zeven uur. Frits, zoals ik hem algauw moest noemen, woonde in een klooster bij broeders, waar hij elke ochtend de mis las. Ik bel aan. Is pater Frits thuis? Ja. Die broeder bracht me naar een heel klein kamertje met een bureau erin en een bed. Het was daar stikdonker. En ik krijg mijn bijles. Eerst alleen Engels. Pater Frits zat duur te doen met zijn eigen Engels. De boekjes van zijn universiteit lagen open op tafel. Ik voelde me een onbenul. Ik zag hem als een volwassen man tegen wie ik opkeek.

Een tijd lang maakte ik daar mijn huiswerk. Zo nu en dan kwam een van de broeders iets te drinken brengen, ik denk ook wel als een soort controle. Frits en ik zaten naast elkaar aan dat bureau. Heel intiem. Hij praatte veel over het geloof. Hij wilde altijd weten of ik ’s ochtends naar de kerk geweest was. Hoe langer ik daar kwam, des te meer ging ik tegen hem opkijken. Hij was begin dertig, maar hij zag eruit als een jonge man en hij was priester. Hij was een beetje dweperig. Ik was erg dweperig. Ik vond het heerlijk.

We gingen steeds vrijer met elkaar om. In ons milieu was dat iets heel bijzonders, zo vrijelijk omgaan met een priester. Ik zei dat ik naar de pater toe ging, ik kon niet laten merken dat ik hem Frits noemde. Ik denk niet dat ik langer dan een halfjaar u tegen hem gezegd heb. We gingen ook samen uit, wandelen, fietsen, weet ik veel.

Met het noemen van zijn voornaam begon de verliefdheid. Wat wil je? Ik was in de puberteit. Dan word je op alles verliefd. Thuis had ik met niemand contact.

Frits was warm. Hij was iemand die mij aardig vond, die naar me luisterde, die met mij meeleefde en die aandacht had voor mijn problemen. Ik had er alles voor over om bij hem te zijn. Hij gaf me een gevoel dat ik niet kende, een volkomen nieuw gevoel. Jullie waren de drie jongens, aan jullie werd alle aandacht gegeven. Ik was een meisje. Ik denk dat pappa het nooit leuk gevonden heeft om een dochter te krijgen. Op mij was hij duidelijk niet trots.

Aan Frits vertelde ik alles. Alles. Ik denk niet dat ik ook maar één geheim voor hem had. Wat er thuis gebeurde, hoe verdrietig ik daar was. Ik was puber en pubers vertellen verdrietige dingen. Wat ik ook vertelde, hij bleef geïnteresseerd. Hij kapte me nooit af. Hij zei nooit dat ik iets niet moest zeggen. Hij gaf me de aandacht die ik thuis te kort kwam. Als ik uitverteld was gingen Frits en ik samen wandelen in het Vondelpark. Dan deed hij een sjaaltje om zijn priesterboordje. Het had ook iets onschuldigs.

Algauw ging ik elke avond naar dat klooster. Mijn voetstappen hoorden die broeders al van buitenaf aankomen. Kon mij geen pest schelen, helemaal niets.

En zo kwam van het een het ander.

Ik weet niet of het van zijn kant berekening was. Eerst niet, denk ik. Later wel. Eerst was ik nog veel te naïef. Het erotische begon toen ik veertien jaar was. Ik denk zelfs dat het met dertien al is begonnen. Ik was hevig verliefd op hem en hij wist dat hij dan gemakkelijk een snaar raakte. In zijn kloosterkamer kleedden we ons uit, poedelnaakt. En dan betastte hij mij.

Hij kwam klaar terwijl hij bloot voor me stond.

Ik werd er niet opgewonden van. Het hoorde er gewoon bij. Als je verliefd bent gebeuren er ook dingen die je niet leuk vindt. Wandelen en uitgaan met hem vond ik prachtig. Dit vond ik helemaal niks.

Hij zei dat hij wilde weten hoe ver hij kon gaan. Er werd niet gekust. Hij kwam ook niet in me klaar. Zelf had ik helemaal niet het gevoel dat het niet rijmde, hij een priester en een oudere man, ik een piepjong meisje. Hij beschouwde het, zei hij, als een experiment. Of hij het kon zonder dat hij zondigde. Hij was trots dat hij het kon zonder zijn celibaatsbelofte te schenden. Het was voor hem een vorm van zelfbeheersing, zei hij. Een oefening.

Ik weet niet of hij ook verliefd was op mij, daar dacht ik niet over na. Er kwamen in elk geval geen cadeautjes aan te pas, daar kan ik me niets van herinneren. Of toch. Eén keer heb ik hem op zijn verjaardag een rozenkrans gegeven.

Op een gegeven moment werd het te link, daar bij die broeders. Hij bedacht dat het handiger was als we het voortaan bij mij thuis deden. Daar was die kamer achter de winkel waar onze oudste broer Ed sliep. Frits zorgde ervoor dat hij die moest afstaan, zogenaamd voor de bijlessen. In die kamer kleedden we ons allebei uit en dan gingen we net zo lang door tot er iets uit zijn piemel kwam. Het stiekeme, dat vond ik mooi.

Frits zei dat hij die gevoelens nu eenmaal had, maar dat hij er verder niets mee mocht. En ik? Bij mij was het meer zoals een verslaafde omgaat met zijn heroïne. Een gevoel van zonde heb ik er nooit over gehad. Ik heb het ook nooit gebiecht.

Er is een einde aan gekomen toen ik al van de mulo af was en op een zeer roomse uitgeverij van kerkmuziek werkte. Dat wilde ik niet. Dat had mijn vader voor mij bedacht, en dan deed je dat gewoon.

Op een avond zaten daar die drie priesters bij ons thuis aan tafel. Ik had die avond geen verweer.

Ik heb altijd gedacht dat Frits diezelfde nacht nog weggestuurd is. Ik was de enige mens kwijt op wie ik verliefd was. Ik heb hem sinds die avond nog één keer teruggezien, jaren later, toen ik al getrouwd was.

Hij zag mij, denk ik achteraf, inderdaad als oefenstof. Als priester had die man gewoon een luizenleven en dat zou hij nooit op hebben gegeven. Maar ik? Ik was er een paar jaar intens gelukkig mee dat het gebeurde.”

Goede vraag. Waarom ging je zo vaak met de trein of per auto naar achter Venlo? Dat vroeg pater Frits mij ook herhaaldelijk. Beste Gerard, waar ben je nou eigenlijk op uit? Ik probeerde daar vanaf het begin zo eerlijk als ik kon antwoord op te geven, maar helemaal duidelijk was het me zelf toen ook nog niet. Ik wilde, geloof ik, van hem te weten komen wat de moraal was die iemand als hij, een priester, doorgaf aan de jeugd over wie hij zich ontfermde. En hoe het kon dat hij zelf de zuiverheid en de kuisheid die hij ons voorhield in het gezelschap van Tineke vergat.

Na een paar gesprekken achter Venlo werd het me wat duidelijker. Toen wilde ik vóór alles van hem te weten komen waarom de leefregels waarin hij ons in onze jeugdjaren voorging, zo onbegrijpelijk eenvoudig het karakter aan konden nemen van een dubbele moraal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden