De partizaan van Homerus

Jute zakken, steenkool, verweerd hout, cactussen, een levend vogeltje in een kooi. Het werk van de gisteren op tachtigjarige leeftijd overleden Grieks-Italiaanse beeldhouwer Jannis Kounellis bestond uit simpele, natuurlijke materialen. Hij was dan ook een van de leden van de Arte Povera-beweging, die in de jaren zestig in Italië opkwam. De kunststroming wilde een Europees antwoord vormen op de volgens hen steriele, betekenisloze minimalistische Amerikaanse kunst van dat moment.


Kounellis werd geboren in Piraeus en verhuisde op zijn twintigste naar Rome om daar aan de kunstacademie te studeren. Hij vestigde in 1969 alle ogen op zich door voor een tentoonstelling twaalf levende - dus hinnikende, stampende, poepende - paarden aan de muren van de Romeinse galerie l'Attico vast te maken. Een werk dat tot twee jaar terug regelmatig op tentoonstellingen te zien zou zijn.


Het grootse, theatrale gebaar van dit werk zou hij zijn leven lang nastreven, zoals ook bij De Nationale Opera te zien was. Daar maakte hij in 2002 een buitensporig zwaar decor voor de Wagneropera 'Lohengrin', dat onder andere bestond uit een enorm hoge stalen wand, waaraan 120 stoeltjes vastzaten voor de leden van het operakoor.


Zoals de paarden langs de muur al lieten zien, zouden de Europese geschiedenis en mythologie een belangrijke rol in zijn werk spelen. Stonden immers vroeger niet overal de paarden zo geparkeerd?


Labyrinten, gipsafgietsels met antieke hoofden, scheepswrakken: talloze verwijzingen naar het Europese verleden zitten er in zijn werk. Hij noemde zichzelf ook wel een 'partizaan van Homerus'.


Voor Kounellis waren drama en menselijkheid elementaire ingrediënten van de kunst. Zonder drama wordt kunst een industriële aangelegenheid, vond hij. Eigenlijk voelde hij zich staan in de traditie van Van Gogh's 'Aardappeleters', zei hij vorig jaar in een interview in kunstmagazine Apollo. Daarin uitte hij zich ook zeer betrokken bij de bootvluchtelingen die op zee stierven.


De imposante donkerte van zijn werk schrok ook mensen af. In 1991 wilde het ministerie van WVC bij de opening van de nieuwbouw van de Tweede Kamer een kunstwerk van zijn hand schenken. Maar de zeven meter hoge stalen platen met daarop een korf van steenkool, die op het Haagse Hofsingelplein moesten komen, stuitten op zoveel protest van Tweede Kamerleden dat het niet doorging.


Verschillende Nederlandse musea hebben zijn werken, die bijna allemaal 'Senza Titolo' (zonder titel) heten, in hun collectie. Vooral het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft veel van hem. Voormalig directeur Rudi Fuchs is altijd een groot bewonderaar van Kounellis geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden