De participatiesamenleving: wat is daar al zichtbaar van?

'Dorpsondersteuner' in Austerlitz, Marianne Veenema (derde van links), gymt samen met ouderen in het dorpshuis.Beeld Bram Petraeus

In de Troonrede van twee jaar geleden sprak de koning over de participatiesamenleving. Wat is daar al zichtbaar van? Een tussenbalans door oud-minister Ella Vogelaar, burgemeester Jan van Zanen en publicist Jos van der Lans.

Dat oud-minister Ella Vogelaar vorig jaar 65 werd, zette iets in gang. Een gedachte eerst, toen een plan. "Ik woon in een huis met drie trappen. Dat is natuurlijk niet tot in lengte van dagen vol te houden. Ik moet nadenken over hoe ik oud wil worden. Nu ben ik betrokken bij een zogenoemd collectief particulier opdrachtgeverschap, voor de bouw van tien appartementen. Ik denk na over hoe ik mijn zorg wil inkopen, net als veel anderen om me heen. Allemaal zien ze op tegen de bestaande oudedagsvoorzieningen. Ze zeggen: dat kan ik zelf beter."

Vogelaar is nog lang niet toe aan zorg - op dit moment is ze bijvoorbeeld voorzitter van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk, naast een hele rits toezicht- en commissarisfuncties. Vanuit dat leven ziet ze bijna dagelijks dat wat de 'participatiemaatschappij' is gaan heten, vorm krijgen. "Ik ben er redelijk stevig van overtuigd dat mensen weer meer nadenken over gemeenschappelijk iets ondernemen."

Doe-het-zelf
De doe-het-zelfmaatschappij is wat je zou kunnen noemen de ideologische basis onder dit kabinet. Het Regeerakkoord van 2012 stelt dat het kabinet Rutte-Asscher een overheid wil 'die mensen niet in de eerste plaats als consument ziet, maar als burgers die de ene keer zelfstandig, de andere keer samen de toekomst van Nederland vormgeven'. In de Troonrede van 2013 heette dat voor het eerst 'de participatiesamenleving'. Het woord werd prompt uitgeroepen tot woord van het jaar.

Vandaag is het twee jaar na die Troonrede. Het kabinet is tal van maatregelen verder. En die gedroomde samenleving? Is die al tot stand gekomen?

Die participatiesamenleving is er zeker, zegt Jos van der Lans (61), cultuurpsycholoog, publicist en oud-senator voor GroenLinks. "Het is groter dan ooit. Mensen nemen zelf initiatieven. Ze gaan hun eigen zorg organiseren omdat ze bang zijn ooit in een verzorgingshuis terecht te komen. Ze gaan een clubhuis zelf beheren. Er zijn veel mantelzorgers."

Van der Lans schreef, met Nico de Boer, vorig jaar een boek over het fenomeen: 'Decentraal'. De hoofdstuktitels zijn veelzeggend: 'De verzorgingsstaat voorbij'. En: 'Geef ons de sleutels'. En ja: ook Van der Lans is een doe-het-zelver. "Ik ben zzp'er, zelfstandig ondernemer. Ik ben lid van een broodfonds. Wij organiseren zelf dat iemand bij ziekte toch een inkomen heeft. Dat gaat heel goed: wij hebben die grote instituties niet nodig en het is veel leuker om het zelf te doen. Er was eerst wel discussie over hoe je controleert of iemand echt ziek is. Maar dat doen we dus gewoon niet, want we gaan ervan uit dat je niet van je collega's steelt."

Combinatie
Broodfondsen, zegt Van der Lans, daarvan zijn er inmiddels zo'n tweehonderd in Nederland. Bij elkaar beheren ze een vermogen van 25 miljoen euro.

"Het is een combinatie van eigenbelang, gezelligheid en altruïsme", verklaart Van der Lans. "De participatiesamenleving ontstaat niet omdat de koning erover praat. Het is een beweging die al gaande was en het kabinet haakt aan. In mijn woonwijk is een buurtcoöperatie, kleine bedrijfjes delen dingen met elkaar. Wat er gebeurt, bepalen mensen zelf. Het is geen welzijnsorganisatie van professionals die aan de andere kant van de stad wonen.

"We zoeken naar nieuwe vormen, de oude zijn voorbij. Er zijn in Nederland veel energiecollectieven. Niet omdat bij deze mensen een groen lichtje ging branden, maar omdat ze er geld mee konden verdienen. Er is angst voor verzorgingshuizen.

"Mijn generatie heeft zijn ouders daar gezien en regelt zelf iets anders. Ondertussen zie je wel dat ook de instituties meebewegen. Het buurtzorg-model, waarin professionals en niet de managers de dienst uitmaken, vindt in de zorg veel navolging. Woningcorporaties laten bepaalde taken, zoals het schoonmaken van portieken, weer over aan bewoners die dan minder geld kwijt zijn aan huur en servicekosten."

Mantelzorger avant la lettre
"Mensen begrijpen dat heel goed", zegt Jan van Zanen (54), burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). "Je zegt: de overheid kan niet overal voor komen. Dus ze draaien zelf een nieuw peertje in de portieklamp, maken de overloop schoon. Mensen willen best zelf iets doen, ook als buurtwacht optreden bijvoorbeeld. Maar de kern is dat ze er wel op moeten kunnen rekenen dat de overheid, de politie in dit geval, helpt als er echt overlast is."

De kabinetsideologie is Van Zanen uit het hart gegrepen. Zijn moeder, zegt hij, was een mantelzorger avant la lettre. "De oma's, schoonzussen, haar vriendin, ze hielp iedereen. Mijn moeder kan niet anders." Zelf heeft hij dat niet zo, maar hij draagt op zijn eigen manier bij. "Ik probeer mijn functie ook in te zetten voor die kleine dingen. Een week geleden was ik in Overvecht bij de Dahliashow. Ik zeg dan: 'Het is geweldig, die bloemen, maar daarnaast is het goed dat jullie met z'n veertigen bij elkaar zijn. Of het nou iets met bloemen, postzegels of fietsen is, houd elkaar een beetje in de gaten'."

De Buurtbus Bergen wordt bestuurd door vrijwilligers.Beeld Patrick Post

Van Zanen weet dat vrijwilligerswerk van alle tijden is. Maar hij signaleert een generatiewisseling. "Ik had het beeld dat vrijwilligers mensen zijn van zestig-plus en ik heb grote waardering voor wat zij tot stand brengen. Maar ik zie ook andere voorbeelden. Ik doe veel op de fiets en belandde bij de Poortpoetsers, een burgerinitiatief om de leefbaarheid in de straat te verbeteren. Daar zie je vrouwen van dertig en veertig. Ze maken de straat schoon en drinken na afloop een kopje koffie met elkaar. Ze hebben een baan, twee kinderen en doen dit er naast."

Solidariteit met kwetsbaren
Maar waar leeft het idee van de doe-het-zelfsamenleving? Alleen bij een select groepje hogeropgeleiden? Van der Lans: "Een belangrijke vraag is hoe je solidariteit met kwetsbaren organiseert. In mijn eigen broodfonds zijn alle deelnemers hoogopgeleid. Er zijn wel oversteekjes: ik word vrolijk als zich 10.000 mensen melden die bereid zijn om een vluchteling in huis op te nemen.

"Er zijn heel veel mentoren, hogeropgeleiden die anderen helpen, bijvoorbeeld bij het project Maatjes. Die zeggen: ik wil wel een allochtone jongere begeleiden of taalles geven. Er is, zo blijkt elke keer, in Nederland een enorm altruïstisch potentieel, dat veel beter benut kan worden."

Toch: er wordt veel te makkelijk gedacht dat iedereen alles zelf kan, vindt Vogelaar. "Daar wordt te weinig over nagedacht. Je wilt niet weten wat je uit de kast moet halen om zelf iets voor elkaar te krijgen. Dat merken wij zelf ook. Kwetsbare mensen, zonder netwerk, lukt dat niet zomaar en het risico is heel groot dat zij buiten de boot vallen, vereenzamen.

"Ik houd mijn hart vast en vraag mij af of voorzieningen in de wijken niet te snel worden afgebouwd waardoor er mensen tussen wal en schip vallen. Aan de andere kant zie ik ook heel veel laagopgeleide mensen die over prima sociale vaardigheden beschikken en een uitstekend netwerk hebben. Er zit daar ook potentie. Ook in die kringen is altijd een sfeer geweest van burenhulp, zelfredzaamheid en de schouders eronder."

Natuurlijk nemen hoogopgeleiden andere initiatieven dan laagopgeleiden, stelt burgemeester Van Zanen. "De een kan goed erwtensoep maken bij de schaatsvereniging, de ander kan een energienetwerk opzetten in zijn wijk. Het is allemaal op maat. Ik verwerp dat het iets is voor de bovenlaag. Voor mensen die echt in de knel komen, moeten we als collectief iets doen en dat gebeurt ook in Nederland. Of het voldoende is, daar kun je verschillend over denken."

Bedreigingen
Er zijn meer bedreigingen. Ella Vogelaar kan zich al helemaal voorstellen wat de reactie zal zijn als er ergens in Nederland iemand maanden dood in huis ligt, omdat er iets mis ging bij of tussen zorgteams. "Je krijgt dan een enorme tegenreactie." Op dat moment, vreest zij, zal men net zo hard roepen om ingrijpen door Den Haag zoals nu de roep klinkt om kleine buurtteams.

"Het gaat tien keer goed, een elfde keer fout en dan wordt er gezegd: waarom gebeurt er niks, grijp in", zegt ook Jan van Zanen. "Als bestuurder heb je te maken met wat heet de 'risico-regel-reflex'. Er gebeurt iets en men roept om een verbod. Ik probeer dat te keren, maar dat valt niet mee. 'Het publieke ambt', schreef Donner al, 'is hozen in een lekke schuit'.

"Het komt voor dat iemand maanden dood in een huis ligt, zoals dat ook wel eens gebeurde in het oude systeem. Het is iets vreselijks. Iedereen denkt als hij dat leest aan zijn eigen buurman, aan zijn oma of opa. De kunst is om ervoor te zorgen dat de kans dat het gebeurt zo klein mogelijk wordt."

Komt het minder voor in het oude systeem, of in het nieuwe? Van Zanen denkt het laatste. "Ik was onlangs bij Lister, een organisatie voor mensen met een psychiatrische achtergrond of verslavingsproblemen. Dat was ontroerend. Die mensen vertelden me dat er nu veel sneller contact is met diegenen die geholpen moeten worden. Instanties weten elkaar makkelijker te vinden. Maar ze zeggen daar ook: het risico dat mensen niet worden gezien, bestaat nog steeds. "

Vogelaar geeft aan dat de continuïteit van initiatieven in gevaar kan komen. Zij ziet regelmatig, zegt ze, dat een paar mensen 'de kar trekken bij fantastische nieuwe dingen'. "Er is hier in Utrecht een initiatief van twee voormalige wijkzusters, gepensioneerd al. Die hebben een opvanghuis voor illegale vrouwen en kinderen. Dat loopt geweldig. Inmiddels zijn er drie van die huizen. De dames lopen zoetjes aan de zeventig in, en dan is het belangrijk om tijdig na te denken over opvolging. Toevallig vroegen ze geld bij een fonds dat ze daarop wees, anders was het misschien wel ten onder gegaan als er met een van de twee iets gebeurt."

Premier Mark RutteBeeld anp

Geen sociale werkplaats
Een bedreiging is ook onnodig amateurisme, meent zij. "We moeten echt een manier vinden om te leren van elkaar. Iedereen zit nu in zijn eigen gemeente het wiel uit te vinden."

Van der Lans wijst erop dat 'iedereen wel mee moet doen'. "Werkgeversvoorzitter Hans de Boer zegt: 'We hebben wel een contract gesloten waarin we afspreken dat we arbeidsgehandicapten aan het werk helpen, maar we trekken ons er niks van aan. We weten niet hoe dat moet'. Dat zegt die man terwijl de operatie al in volle gang is.

"De mensen waar het om gaat kunnen niet meer terecht in de sociale werkplaats. Echt kwetsbare mensen. Die werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen, anders slaagt het niet."

De publicist vindt dat er nog onvoldoende is nagedacht over hoe burgers gestimuleerd kunnen worden om voor elkaar te zorgen. Moet de bijstand aangepast, moeten de huren van club- en buurthuizen anders?

Wensdenken
"De participatiesamenleving is nog wensdenken, ijle lucht, zonder idee over de praktische invulling. Wat is de betekenis van een decentrale staat? Zou het niet logisch zijn als de gemeente eigen belastingen zou mogen heffen? Je moet bevoegdheden overdragen, gemeenten financiële mogelijkheden geven. En het is nodig om democratie anders in te vullen. Eens in de vier jaar een gemeenteraad kiezen is niet meer genoeg. Overal moet de zeggenschap groter - er gaat veel geld naar zorginstellingen, de gebruikers moeten ook wat te zeggen hebben over de besteding daarvan. Of in buurten, daar blijven bewoners betrokken als ze ook invloed krijgen."

Het groeit vanzelf , zegt Van Zanen: "Natuurlijk is er niet nagedacht over hoe de participatiesamenleving eruitziet. Honderd jaar geleden heeft ook niemand gezegd: we gaan een verzorgingsstaat bouwen. Dat kan je niet afkondigen. Je kunt wel een trend signaleren. Oude ankers vallen weg en we moeten een beetje loslaten om ruimte te bieden aan iets nieuws."

De burgemeester en VNG-voorman maakt zich zorgen over de ruimte die gemeenten krijgen. Hij houdt zijn handen op zijn rug: "Prima dat wij meer taken krijgen, maar dan moeten onze handen niet worden gebonden, met richtlijnen en beperkingen. We moeten een beetje vrij worden gelaten.

"Als gemeentelijke overheid zie je waar inwoners, ondernemers, instellingen behoefte aan hebben. Er moet ruimte zijn daar op in te spelen, te kunnen experimenteren. En het moet niet zo zijn dat bij ieder incident het parlement gaat vergaderen en regels voor gemeenten uitvaardigt. Met ruimte bedoel ik dan ook financiële ruimte. Het is zuur voor gemeenten dat er wordt gezegd dat het beter gaat, terwijl gemeenten nog moeten uitleggen dat het allemaal met minder moet in de zorg."

Het begin van de participatiemaatschappij is er. Maar geen van de drie kan al zeggen dat het een succes wordt. Van Zanen: "Ik ben er nog niet van overtuigd dat het allemaal al echt zichtbaar en voelbaar is. Het is een ingrijpende verandering en het duurt drie tot tien jaar voordat je het resultaat ziet." Van der Lans: "Het is geen korte route naar het paradijs. Het is wel een interessant maar ook riskant sociaal experiment."

Ik doe dit met plezier, maar het zou niet moeten

Belia Soerip, vrijwilligster in Tuindorp Oostzaan, Amsterdam

Dat de overheid in de verkruimelende verzorgingsstaat steeds meer taken denkt te kunnen overlaten aan vrijwilligers en mantelzorgers, is volgens Belia Soerip uiteindelijk een doodlopende weg. "De regering wil steeds meer buren en familieleden verplichten in te springen. Maar dat is natuurlijk waanzin."

Zelf is Belia Soerip (64) actief als vrijwillig seniorenconsulent in Tuindorp Oostzaan. Het was een bewuste keuze, het is nuttig en geeft voldoening. Toch zegt ze: "Ik doe het vrijwilligerswerk hier met veel plezier, maar ik had liever mijn betaalde baan tot mijn 65ste gehouden."

Die betaalde baan zat er niet meer in nadat het bedrijf waar ze vier jaar geleden nog werkte failliet ging. Toen ze vervolgens bij sollicitaties telkens afviel, blijkbaar als 'te oud', besloot ze de koers te verleggen en aan de slag te gaan als volontaire in de ouderenzorg van de organisatie voor maatschappelijke dienstverlening Doras in Amsterdam-Noord.

Soerip: "Ik twijfelde aanvankelijk, want ik vroeg me af of ik op die manier niet de betaalde baan van iemand zou innemen." De functie die ze op het oog had, wordt echter alleen vervuld door vrijwilligers.

"Als vrijwillig seniorenconsulent kom ik eenmalig bij iemand op bezoek. Ik signaleer wat voor hulp een oudere in Tuindorp Oostzaan nodig heeft. Later vraag ik na of de aangeboden hulp is gegeven. Dat laatste hoort eigenlijk niet bij mijn taak, maar het geeft me meer voldoening."

Het voordeel van haar huidige functie vindt ze dat de contacten met de tachtig-plussers in de wijk relatief kort zijn. "Ik wilde niet meer zo'n hechte band opbouwen met veel ouderen. Want dan ga ik weer van alles voor ze regelen: controleren of het taxibusje dat langs zou komen echt is langsgekomen."

Want op zo'n intensieve manier deed Belia Soerip jarenlang mantelzorg, naast haar betaalde baan. Aanvankelijk voor haar ouders, later voor haar moeder en een buurvrouw. Dat was geen bewuste keuze, het moest gebeuren. En het is loodzwaar, is haar ervaring. "Mantelzorg voor de buren begint met een klein boodschapje. Maar op den duur doe je alles. Je eigen leven is gewoon helemaal weg. Het is waanzin, dat de regering denkt dat ouderen daar op den duur mee zijn geholpen. Je zal als oudere maar geen kinderen hebben, of ruzie hebben met je buren. Mantelzorg is niet één keer per maand, het gaat om al die dagelijkse dingetjes."

Dat mantelzorgers en andere vrijwilligers steun kunnen inroepen van professionele hulpverleners, weet Soerip ook wel. "Maar intussen sluit de overheid de verzorgingshuizen en vliegen die professionals er overal uit. Al die vrijwilligers moeten te vaak het werk doen dat betaalde hulpverleners deden. Ik doe dit nu met plezier, maar het zou eigenlijk niet moeten."

Buurtbus is hartstikke leuk om te doen
De vrijwilligers van Buurtbus Bergen waren allang zelf aan de slag gegaan, toen het kabinet in de Troonrede van 2013 aankondigde dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid moeten gaan nemen, in wat wordt genoemd de participatiemaatschappij.

Al twaalf jaar geleden werden veel onrendabele buslijnen in Noord-Holland opgeheven. Veel ouderen in de dorpen konden daardoor hun boodschappen niet meer zelf doen, waarop ze in Bergen besloten een vereniging op te richten om dan maar op eigen kracht het openbaar vervoer te gaan verzorgen.

Nu rijden ze met drie achtpersoonsbusjes in de regio Bergen en Egmond, vertelt secretaris Cor Bakker. Volgens een strakke dienstregeling vervoeren ze jaarlijks 30.000 passagiers. Het aantal busreizigers groeide trouwens flink sinds de komst van het asielzoekerscentrum.

Bakker: "De vrijwillige buurtbus was noodgedwongen. Maar het is ook hartstikke leuk om te doen. Bij ons moeten de vrijwilligers als chauffeur stoppen als ze 77 worden. De meesten vinden dat dan jammer."

De vereniging heeft negentig vrijwillige chauffeurs. Dat lijkt veel, maar er zijn er elke dag negen aan het werk om de bussen op tijd te laten rijden. Het is voor Bakker soms puzzelen om het rooster rond te krijgen. Vaak gaat een chauffeur er nu eenmaal een paar maanden tussenuit: pensionado's met een caravan.

De bus moet rijden. "Als we onder de tachtig vrijwilligers zouden komen dan wordt het kritiek", zegt de secretaris.

Voor nu zijn er genoeg aanmeldingen. Bakker: "Maar als straks bijna iedereen langer doorwerkt tot z'n pensioen, dan wordt het denk ik wel lastiger om genoeg geschikte chauffeurs te vinden".

Coöperatie vergroot de sociale samenhang
Austerlitz Zorgt

Animo genoeg in Austerlitz, om ouderen te helpen met klusjes, vervoer of een bezoek aan de dokter. "We hebben zeker geen gebrek aan vrijwilligers. Ik heb er eerder teveel", vertelt Marianne Veenema die als coördinator ('dorpsondersteuner') de hulptaken verdeelt in de coöperatie Austerlitz Zorgt.

De in 2012 opgerichte zorgorganisatie heeft inmiddels een groot vrijwilligersnetwerk. Ze werd uit nood geboren. De gemeente Zeist, waaronder Austerlitz valt, sneed veel welzijnsvoorzieningen weg. Ouderen in het bosdorp begonnen te piekeren over hun toekomst. Konden ze hier wel blijven wonen, wanneer ze later meer hulp nodig zouden hebben?

Inmiddels zijn volgens Veenema heel veel van de 1600 inwoners in Austerlitz bereid bij te springen. Veertig procent van de volwassenen is lid van de coörporatie. In 2018 levert Austerlitz Zorgt ook enkele ouderenwoningen op. Een relatief groot project dat in samenwerking met een woningbouwvereniging en de gemeente Zeist van de grond kwam. Dan is een van doelen bereikt: ouderen kunnen hier gewoon blijven wonen.

Burgers ervaren het uit nood geboren extra werk niet als negatief, is de ervaring van Veenema. "Ze voelen hier dat we iets belangrijks hebben gecreëerd voor het dorp. Ze voelen dat dit de manier is om hulp te verlenen die je van de overheid niet meer kunt verwachten. Dat is niet alleen negatief. De inwoners zien ook dat hierdoor de sociale samenhang in Austerlitz toeneemt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden