Column

De paradox van het ideologisch fanatisme

Een Boeddhistische beweging in Myanmar protesteert tegen de Rohingya-moslims in het land. Beeld AFP

Nog niet zo heel lang geleden konden bewonderaars van het boeddhisme zich trots een religieuze uitzondering wanen. Anders dan andere godsdiensten maakte het boeddhisme zich niet schuldig aan sektarisch geweld. 

Het was dan ook eigenlijk geen ‘godsdienst’, zo luidde de verklaring. Het boeddhisme kent geen persoonlijke god en dus ook niet als wat de rechtsfilosoof Paul Cliteur een ‘bevels-theorie’ genoemd heeft. Waar geen god is, is er ook geen almachtige instantie die de mens zou kunnen voorschrijven wat hij moet doen en laten, eventueel tegen beter weten in.

Inmiddels zijn we ook ten aanzien van het boeddhisme een aantal ontgoochelingen verder. In Thailand speelt de godsdienst een belangrijke politieke rol in een schimmige machtsstrijd, zo constateerde deze krant. In het aangrenzende Myanmar zijn zij de drijvende kracht achter een ultra-nationalisme dat regelmatig het vuurtje tegen de moslim-minderheid opstookt.

Variaties op de aard en het bestaan van een persoonlijke godsfiguur leggen kennelijk maar weinig gewicht in de schaal. Theologen zijn daar al langer van doordrongen dan veel filosofen. Zij weten dat het met die goddelijke bevelvoering nogal meevalt. Religieuze ideologen mogen nog zo hard ‘God wil het’ roepen, hoe serieus dat door de gelovigen genomen wordt hangt af van heel menselijke factoren en sociale, historische en economische omstandigheden. ‘God’ is zelden meer dan één argument te midden van vele.

Filosofen zouden er daarom goed aan doen zich geen verkapte theologenmantel om te hangen, om van de weeromstuit in de valkuil van de meest letterlijke interpretatie van religieuze teksten of geloofspunten te verzeilen. Dat die vervolgens als onzin, overleefd of zelfs ‘achterlijk’ moeten worden afgedaan, kan dan geen verrassing meer zijn. Verrassend is hoogstens de filosofische naïviteit van een dergelijke simplistische hermeneutiek.

Tekst loop door onder de foto.

Een vrouw bidt door de vingers van het Boeddhabeeld in Ang Tong aan te raken. Beeld REUTERS

Ideologie

Als God als tirannieke bevelvoerder religieus fanatisme kennelijk niet verklaart, zoals bij het boeddhisme blijkt, waarom laten mensen zich dan wel tot ideologische onmenselijkheid verleiden? Het antwoord zit, denk ik, in die formulering verborgen. Niet zozeer de religieuze overtuiging als wel de ideologie draagt dat gevaar in zich.

Voor mensonterende denksystemen die met godsdienst weinig uitstaande hadden hoeven we niet ver te kijken. Het nationaal-socialisme en het Sovjet-communisme staken in dat opzicht elke religie naar de kroon. Goddelijke transcendentie kon daarin moeilijk als drijfveer worden aangewezen. Het communisme deed er alles aan om die nu juist met wortel en tak uit te roeien; het nazisme bleef daar nauwelijks bij achter. Het resultaat was er niet minder verschrikkelijk om.

Maakt dat veel uit? Ook communisme en nationaal-socialisme beriepen zich uiteindelijk op iets dat boven alles uit ging, of het nu het gezonde ras of de klasseloze maatschappij was. Je zou dat een soort pseudo-transcendentie kunnen noemen: een ‘goddelijk’ einddoel waaraan alles onderworpen is. En met die onderworpenheid komt ook de bevelsstructuur weer terug: die niet van de traditionele God maar wel van een goddelijk soort stem.

En dan wordt het plotseling ironisch. Want zowel het communisme als het nationaal-socialisme beriepen zich op hetzelfde gezag als dat waarop de hedendaagse religiekritiek terugvalt. Het eerste beschouwde zich als dé belichaming van de wetenschap, toegepast op de beloften van de geschiedenis. En het nationaal-socialisme leunde zwaar op het sociaal-darwinisme met zijn niet minder als ‘wetenschappelijk’ naar voren geschoven theorieën van overlevingsstrijd, ‘Lebensraum’ en eugenetica.

Wrang maar bij nader inzien niet onbegrijpelijk is het dat die eugenetica in de decennia voor en soms zelfs na de Tweede Wereldoorlog ook populair was in landen die we nu als lichtende liberale voorbeelden beschouwen: Scandinavië, de VS, Australië.

Beklaagdenbank

Staat daarmee nu plots de wetenschap en het daarmee verbonden redelijk denken in de beklaagdenbank? Dat is veel te gemakzuchtig. Voor het doordenken van de werkelijkheid hebben we geen beter instrument dan onze rede. Voor de systematische formulering van de bevindingen daarvan is de wetenschap onovertroffen. Maar dat alles op één voorwaarde: dat zij zichzelf niet op hun beurt tot ideologie laten maken. Want dan gaan zij dezelfde weg als de godsdienst te vaak is gegaan, en worden ook zij moorddadig.

Zo ontkomen we niet aan een paradox: ideologisch fanatisme dreigt juist dáár waar onze diepste overtuigingen in het spel komen. Geen enkel inzicht is daarvan uitgezonderd: ook niet de liberale traditie van de redelijke wetenschappelijkheid, die je soms een íets kritischer blik op het eigen verleden zou toewensen. Ook voor haar geldt: zodra een levensovertuiging werkelijk gaat geloven dat een hogere stem iets onverbiddelijk beveelt, al is het een onfeilbaar geachte rede, gaat het fout. De theologie heeft dat in een pijnlijk bezinningsproces leren inzien, de filosofie nog maar half-half. In de rest van de wetenschappen zou zo’n besef ook niet misstaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden