De paradox van Europa

Niemand die in drie woorden kan uitleggen wat 'Europees' is. Als hij al bestaat weet de Europeaan, balancerend tussen opstandigheid en weemoed, vooral wat hij niet wil. Wat verbindt Europeanen? En waarin verschillen wij dusdanig dat wij ons binnenshuis 'opgelucht' nimmer Europeaan weten? Maandelijks onderzoekt Trouw wat de Europeanen bindt, en wat hen onafwendbaar blijft scheiden. Vandaag: het raadsel van de grenzen.

Het verhaal begint aan de Franse kust. Een van die plekken waar Europa onmiskenbaar ophoudt; niets dan oceaan en geen bootvluchteling die hier aanspoelt. Ik lees daar een wonderbaarlijk boek: 'Oceaan van Zee' van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Het beschrijft de spannende ontmoeting tussen een schilder die zoekt naar de plek waar de zee precies begint en een wetenschapper die op zoek is naar de plek waar de zee ophoudt.

Op het eerste gezicht lijken zowel de vragen van de kunstenaar en de wetenschapper als hun onderlinge confrontatie onzin. De grens tussen land en zee is immers duidelijk. Hoe dichterbij je hem echter bekijkt, hoe vager hij wordt. Wat op het ene moment nog zee is, valt het volgende moment droog en wat zojuist nog een dapper zandkasteel was, verdwijnt subiet onder de golven.

Toch is aan de rand van de oceaan de grens van Europa hooguit een filosofisch probleem. Internationale afspraken leggen precies vast waar de grens tussen Europese en internationale wateren te vinden is. De oceaan is een onverbiddelijk membraan; ondoordringbaar voor ongewenste gasten en tegelijkertijd volledig doorlaatbaar voor het Amerikaanse gedachtegoed waaraan Europa zich in al zijn eigenheid laaft.

Ook de zuidgrens lijkt weinig vragen op te roepen, als je tenminste Andalusië als zuiver Europees wilt zien en voorbijgaat aan de enorme Europese invloed in de Maghreb-landen en dieper Afrika in, als je de sloebers negeert die niet zelden dood aanspoelen na een poging over te steken naar de kust van Gibraltar, als je kortom Afrika negeert, iets dat de gemiddelde Europeaan geen enkele moeite kost.

Fundamenteel anders ligt het met de oostgrens van Europa. Die is onderwerp van een heftig politiek dispuut. Er zijn nauwelijks scherpe natuurlijke grenzen tussen Azië en Europa. Vandaar dat, afhankelijk van wereldbeschouwingen en politieke belangen, de één de grens trekt na Polen en Oostenrijk en de ander die grens duizenden kilometers verderop projecteert. Waar tot 1989 het IJzeren Gordijn een markeringspunt vormde, leggen sommige opinieleiders de grens nu waar de invloed van de Russisch-orthodoxe kerk of van de islam begint.

Vanuit Russisch oogpunt ligt dat weer totaal anders. Europa eindigt volgens de huidige Russische regering waar Centraal-Azië begint. Minister van Buitenlandse Zaken Igor Ivanov presenteerde in januari van dit jaar de oorlog tegen de Tsjetsjenen als een Europees belang: 'In feite verdedigt Rusland hier de gemeenschappelijke Europese grenzen tegen een barbaarse aanval van internationaal terrorisme, die hardnekkig en consequent gericht is op het creëren van een invloedssfeer die zich uitstrekt van Afghanistan via Centraal Azië en de Kaukasus tot de Balkan'.

Rusland op de bres voor 'de veiligheid van ons continent en het leven en welzijn van alle Europeanen'. Dat is een gedachtesprong die de gemiddelde EU-aanhanger niet snel zal maken, maar die zo gek niet is, als je naar de Europese geografie kijkt.

Want waar houdt Europa in het oosten op? Ik begin mijn zoektocht bij een ogenschijnlijk heldere grens: het hakje van de Italiaanse laars, Puglia. Daarachter ligt immers het chaotische Albanië, het negatief van de Europese civilisatie. En daar ligt de Adriatische zee waarover de asielzoekers en avonturiers uit allerlei niet-Europese landen worden aangevoerd. Vanuit bijvoorbeeld het Nederlandse gezichtspunt is dit een belangrijke grens. Hier moeten de Koerden en Afrikanen tegengehouden worden van wie de vrees bestaat dat ze, eenmaal in Europa, onherroepelijk naar de Nederlandse vleespotten zullen doorstromen.

In Puglia blijkt deze grens helemaal niet zo vanzelfsprekend. Waar steden als Bari en Lecce vanuit noordelijk perspectief tot de periferie van Europa behoren, plaatsen ze zichzelf in het middelpunt. Bari, Ponte del Oriënt, brug van het oosten, roepen billboards de bezoeker overal toe. Het zijn niet de linkse dagdromers, maar het is vooral de 'conservatieve' handelselite die de wens koestert dat Bari weer een centrale plaats gaat innemen in de handelsstromen met het oosten.

Een jaarlijkse Fiera Levante moet die handelscontacten nieuw leven inblazen en de regio lobbydt zich suf voor de opening van luchtlijnen naar Tirana en verder. Professoressa Serino, wetenschapper aan de universiteit van Bari, ziet voor de toekomst mogelijkheden voor seizoenarbeid. ,,Zo verminder je de migratiedruk', meent ze. En bovendien: ,,Albanië is dichtbij en het is beter om de grens doorlaatbaar te maken dan om een muur te bouwen'. De praktijk loopt hier overigens al op vooruit. Ondanks de grote werkloosheid werken op het platteland illegale seizoenarbeiders uit Afrika en Albanië. En de zwarte handel tiert welig. Toen Joegoslavië tijdens de Kosovo-oorlog de sigarettensmokkel tussen Montenegro en Zuid-Italië lamlegde, verdubbelden opeens de Italiaanse staatsinkomsten uit sigarettenaccijnzen. Zodra de oorlog voorbij was, kelderden ze weer even hard.

Rome is hier ver weg, Brussel is vooral goed voor de EU-fondsen die in deze regio voor wat werkgelegenheid en de restauratie van de oude stadskernen zorgen, maar Puglia is niet bereid om als bastion van Europa te dienen, zoveel is duidelijk.

Maar er klinken ook andere geluiden. ,,Ik ben geen racist, en er zijn natuurlijk ook goede Albanezen, maar het is een gewelddadig ras', zegt Anna Maria Carbonelli. Zij voelt niets voor nauwere banden. ,,We hebben hier al veel criminaliteit en daar is het nog veel erger, dus je weet wat er dan gebeurt.' Maar Carbonelli is dan ook in dienst van Urban Bari Europa, betaald door de EU. De meeste mensen in Puglia staan open voor contacten. De Kosovaren die voor de verschrikkingen van Milosevic vluchtten, werden door de bevolking van Puglia als broeders ontvangen.

,,Dat sommige inwoners van Bari zo'n hekel hebben aan Albanezen, hen als de nieuwe barbaren beschouwen, komt vooral omdat ze zoveel van hun eigen slechte eigenschappen in hen herkennen', verklaart een van mijn gesprekspartners. De overeenkomsten in taal, geografische en economische positie zijn dan ook groot. Net zo groot als de verschillen tussen Zuid-Italië en het Europa ten noorden van Milaan. Als Puglia tot Europa hoort, kunnen de Albanezen op den duur niet achterblijven.

Een ander onmiskenbaar grensgebied: Estland. Estlanders -overwegend luthers- horen cultureel gezien bij Scandinavië. Ze zijn al sinds de Hanzeperiode op het Westen georiënteerd geweest. Individualistisch, rustig en blond houden zij zich bij voorkeur verre van de luidruchtige, groepsgerichte Russen, de voormalige overheersers met wie ze hun land delen. Toch zijn beide bevolkingsgroepen tot elkaar veroordeeld. Eenderde van de bevolking is van Russische afkomst, maar zal zo mogelijk in het land blijven wonen, of de Estlanders dat nu leuk vinden of niet. Sterker nog: de Europese Unie, waar Estland zo graag deel van uitmaakt, dwingt hen om in hun wetgeving de rechten van de Russisch-talige minderheden te erkennen. Hoezeer een deel van Europa de Russen ook als niet-westerse barbaren beschouwt.

Met dit beeld voor ogen raak ik verzeild in de Russisch-orthodoxe kathedraal van Tallinn. Het imposante gebouw uit het eind van de 19e eeuw, torent hoog boven de Estlandse hoofdstad uit. Hij staat op een heuvel, met als gevolg dat de vele oude vrouwen die de kerk bezoeken, zich 'swinters over de gladde en ijzige trappen omhoog moeten worstelen. Toch is de kerk behoorlijk vol. Er brandt wierook en er klinkt, nauwelijks hoorbaar, een laag monotoon geluid, als van een orgelpijp.

De meeste bezoekers komen om te bidden bij hun favoriete ikonen. Als ze de heiligen naderen, buigen ze enkele keren als een knipmes. Dan lopen ze prevelend dichterbij en geven een kus op het glas waarachter de ikonen bewaard worden. Achteruitlopend en nog eens buigend, verlaten ze de plek dan weer. De rustige bewegingen die de bezoekers maken, geven de kerk een serene sfeer. Iedereen komt hier voor zichzelf, heeft een eigen doel en een eigen plek. Als je dat vergelijkt met de beelden van de massale onderdanigheid in sommige westerse erediensten, of met het geprogrammeerde naar de grond neergaan van moslimmannen, doet dit juist heel westers aan.

In een hoekje van de kathedraal staat een jongetje van een jaar of twaalf te biechten. De priester luistert rustig, en spreekt dan op fluistertoon indringend op hem in. Er is geen biechthok, dus iedereen kan zien wat er gebeurt. Toch gaan die twee volkomen in elkaar op en niemand die ze daarin belet. Na een tijdje laat de priester de jongeman buigen. Hij gaat met zijn bovenlijf voorover staan, met het hoofd naar beneden, en de priester legt een lap op zijn rug. Dan vouwt hij zijn handen en bidt voor de jongen. Twee, drie minuten gaan voorbij, voordat het gebed wordt afgerond.

De jongen loopt de kerk in en vindt zijn moeder. Zij gebaart hem dat hij nog niet klaar is en wijst hem op het stalletje waar devotiekaarsen verkocht worden. Hij koopt ze, plaatst er twee bij de andere brandende kaarsen. De onrustige manier waarop de schonkige jongen door de ruimte loopt, is in strijd met de sfeer. Het joch hoort hier niet, hij moet snel naar buiten, om te rennen, om te voetballen. Zo vroom kan hij niet zijn.

Ook hier houdt Europa niet op, denk ik. Waarom zouden deze mensen er niet bij horen? Maar als zij bij Europa horen, moeten we ook de Russen insluiten. En dan? Moet het aan de Russen overgelaten worden om nieuwe grenzen te trekken? Ook volgens hen wonen de barbaren in het oosten; de Tsjetsjenen, de Tartaren, de Chinezen. 'Zwarten' worden de migranten genoemd die vanuit het oosten Moskou zijn binnengetrokken om een boterham te verdienen. Zij vormen een gemakkelijke prooi voor diegenen die economische misère een etnische oorzaak willen toedichten. Maar ook de Russen willen geen consequenties trekken uit hun hekel aan immigranten. Een nieuw ijzeren gordijn zou immers over eigen grondgebied lopen, en het eens zo immense rijk nog kleiner maken. Net als West-Europeanen kunnen de Russen het oosten niet de rug toekeren. De geografie en de culturele vermenging maakt Europa grenzeloos.

Is die grenzeloosheid een reden om jaloers te zijn op Afrika, Australië of de twee Amerika's? De strakke begrenzingen van deze continenten lijken een grote helderheid te scheppen. De waarheid is echter dat het niet meer dan achterhaalde metaforen zijn, romantische vormen op een oude schoolkaart die alleen in nostalgische geesten nog het geloof van staatkundige eenheid kunnen voeden. New York en Los Angelos zijn tweetalige steden: Duitsers, Portugezen, Spanjaarden en Italianen kleurden half Latijns-Amerika in en Afrika kent een verscheidenheid die alleen door een westers oog onder de noemer van een continent gebracht kan worden.

Moeten we dan jaloers zijn Australië? Het continent oogt aantrekkelijk, zo heerlijk geïsoleerd. Toch kan het zich niet aan de Aziatische invloed onttrekken, en zelfs racistische immigratiewetten konden niet verhinderen dat het zich mengt met zijn omgeving. En zelfs áls Australië zich kon laten voorstaan op zijn splendid isolation, wat dan nog? Sinds wanneer zou Europa zich moeten spiegelen aan Australië?

Toch is het begrijpelijk dat de grenzeloosheid van Europa emoties oproept. Een Europa dat zich als een amoebe uitstrekt in de richting van Azië, ontbeert immers een afgegrensde identiteit. Waar is het houvast als zelfs de Russisch-orthodoxe kerk en de islam zich binnen de Europese ruimte ophouden? Als de woeste Albanezen en de verscheurde volken op de Balkan niet buiten te sluiten vallen? De bijna natuurlijke reactie van veel Europeanen is een krampachtige heroriëntatie op de natiestaat. Dit negentiende eeuwse vehikel biedt tenminste houvast, denken dezelfde mensen die geen moment zouden geloven dat de herintroductie van de trekschuit een gepast antwoord op de hedendaagse fileproblematiek zou zijn. Bijna alle Europese staten hebben anno 2000 echter gemeen dat ze gemengd zijn. Voorzover het geen historische vermenging betreft -bijna ieder land kent immers gebieden met autochtone minderheidsgroepen- zijn ze gehybridiseerd onder invloed van de immigratie. De moderne Europese steden delen meer met elkaar en met metropolen elders ter wereld, dan met het omringende platteland. Dat is een werkelijkheid waarop geen natiestaat-retoriek grip heeft.

Het lijkt daarom zinloos op zoek te gaan naar nieuwe grenzen, naar een afgegrensde Europese of nationale identiteit. Wezenlijk voor Europa is dat het van stonde af aan een etnische lappendeken was, waarop in de loop der eeuwen met enig succes een project van nation building is uitgevoerd. Dat vertroebelt misschien het zicht op de oorspronkelijke diversiteit, maar ontneemt het zicht niet volledig. Nu de moderne ontwikkelingen op het gebied van migratie, media en handel een einde maken aan de eenmakende rol van de centrale overheid, kan Europa het oude kapitaal van de etnische versplintering opnieuw te gelde maken.

Het bonte patchwork van sterke etnische gemeenschappen -of die nu cultureel, religieus of geografisch gedefinieerd zijn- kan optimaal baat hebben bij een nieuwe klasse van tamelijk hybride Europeanen die als handelsreizigers en dienstverleners tussen culturen ervoor zorgen dat de dynamiek in die gemeenschappen gewaarborgd blijft. Ook de cultureel sterkste gemeenschappen zullen onder de invloed van die dynamiek veranderen, de zwaksten misschien vrijwel onzichtbaar opgaan in andere verbanden, zonder bloedvergieten en met behoud van de documentatie van hun culturele inbreng.

De vooronderstelling is wel dat we toe groeien naar een open Europese identiteit, zowel inhoudelijk als ruimtelijk. Europees staat dan voor een cultuur die zich laat enten door de Amerikaanse dynamiek, die zich laat inspireren door het oude culturele erfgoed van de Arabieren, de Romeinen, de Grieken en de Kelten en die zich opent naar het oosten -mits men daar de erfenis van de Franse en Russische revolutie (de burger- en sociale rechten) adopteert en eigenmaakt. Alleen al de allure van dit project zou de Europeaan van trots moeten vervullen.

De negatieve identiteit, gebaseerd op de angst voor het vreemde, wordt vervangen door een positieve identiteit waarin de verschrikkingen van het verleden verwerkt zijn in een wijze balans tussen sterke eigen identiteiten en openheid voor het onbekende. We kunnen nu eenmaal niet opnieuw beginnen, we kunnen evenmin de effecten van immigratie uitvlakken, we kunnen wél optimaal profiteren van het historische toeval dat Europa een veelheid aan culturele bronnen bevat die, mits voldoende gerespecteerd, de mogelijkheid biedt om niet alleen met de bestaande en nieuwe diversiteit om te gaan, maar er ook kracht uit te putten.

Om op 'Oceaan van Zee' van Baricco terug te komen. Zo grenzeloos als de zee is, zo vol leven is ze ook. Iets van die grenzeloosheid zou het landdier Europa zich eigen moeten maken, wil ze niet kommervol wegkwijnen in een zelfgebouwd hok.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden